Bestemmingen

Alex Honnold is niet roekeloos – hij accepteert de dreiging van de dood

“Ik heb dezelfde gezonde hoop om te overleven als iedereen. Ik denk alleen dat ik het meer aanvaard dat ik een keer dood zal gaan.”

Door Simon Worrall

Telkens wanneer Alex Honnold een van zijn angstaanjagende beklimmingen uitvoert, daagt hij de zwaartekracht uit – en de dood. Als een Spiderman klimt hij tegen vrijwel loodrechte wanden op, waarbij hij alleen handen en voeten gebruikt. Hij wordt alom beschouwd als ’s werelds beste vrije soloklimmer en heeft vele records gebroken, vooral op de El Capitán in Yosemite. Maar in de afgelopen jaren heeft hij goede vrienden verloren bij dodelijke ongelukken. Hij benadrukt dat hij niet verslaafd is aan adrenaline. Zoals hij in zijn nieuwe boek Alone On The Wall: Alex Honnold And The Ultimate Limits Of Adventure uitlegt, is hij vastbesloten om de grenzen van zijn geliefde sport op te zoeken, ondanks de gevaren.

Ik spreek hem in het huis van zijn moeder in Sacramento, Californië, waar hij uitlegt waarom hij Alex “No Big Deal” Honnold wordt genoemd en wat een “dirtbag” is; hoe hij met de angst voor de dood omgaat; en waarom hij wil dat de Honnold Foundation steun zal geven aan ontwikkelingslanden waar hij vaak klimt.

Een van jouw collega’s heeft gezegd dat je zo’n onverschrokken klimmer bent omdat je niet bang bent voor de dood. Is dat waar?

Mensen zeggen vaak dat ik niet bang ben voor de dood of dat ik ik geen angst voel, maar dat is gewoon niet waar! Ik bezit dezelfde gezonde hoop om te overleven als iedereen. Ik wil niet dood. Tenminste niet nu al. [Lacht] Ik denk alleen dat ik het meer accepteer dat ik op zeker moment dood zal gaan. Ik besef dat, maar ik wil me onderweg daarnaartoe niet als een angsthaas gedragen. Ik wil op een manier leven die meer risico’s met zich meebrengt en dat is voor mij aanvaardbaar.

In de Yosemite Valley is jouw bijnaam Alex “No Big Deal” Honnold. Waar komt dat vandaan?

[Lacht] Mijn vrienden pesten me met over het feit dat ik m’n schouders ophaal over de moeilijkheid van de dingen die ik doe. Ik zou eerder zeggen dat ik geneigd ben tot realistische beoordeling. [Lacht] Sommige dingen zijn me altijd heel gemakkelijk afgegaan. Ik heb een dagboek bijgehouden over alles wat ik sinds 2005 heb beklommen. Op de dag dat ik de vrije soloklim op de Half Dome deed, had ik een fronzend gezichtje neergezet en wat korte aantekeningen over wat ik beter had kunnen doen en die vervolgens onderstreept. Het is een van mijn belangrijkste klimprestaties ooit. Maar destijds dacht ik: jammer, dat ging niet helemaal goed.

Jouw moeder zei eens dat je een vreselijk kind was om op te voeden. Vertel eens iets over je jeugd en waarom je met vrijklimmen bent begonnen.

Dat citaat van m’n ma is zó enorm overdreven! [Lacht] De rest van mijn familie zegt dat ik een echte engel was. [Lacht] Maar ik herinner me een anekdote over toen ik klein was. Mijn moeder had mij en m’n zus gezegd dat we niet op het dak mochten klimmen, maar op een dag klommen we naar boven en sprongen er vervolgens vanaf. We vertelden het aan Ma en zij zei: Nou ja, als je dan toch daarboven bent, maak je de dakgoten maar schoon. [Lacht] Sindsdien maak ik altijd de dakgoten schoon als ik thuis ben. Sterker nog, ik was juist bezig met het schoonmaken van de dakgoten. [Lacht]

Ik was dol op klimmen en toen ik tien was, werd er een klimcentrum in mijn stad geopend. Dus begon ik daar zowat elke dag te klimmen. Als tiener begon ik m’n eigen uitstapjes in de natuur te maken, maar daarbij werd ik nog beperkt door het feit dat ik geen auto had. Toen ik op m’n negentiende met mijn studie stopte, begon ik permanent in de vrije natuur te klimmen.

Wat trekt je aan in de sport van het vrij klimmen?

[Lacht] Waarom zou het me niet aantrekken? Ik kom op de mooiste plekken op aarde en geniet van een fysiek regime van activiteiten dat ik geweldig vind. Wat is daar niet leuk aan?

Veel mensen gaan ervan uit dat ik aan de adrenaline verslaafd ben, maar bij de klimsport komt erg weinig adrenaline kijken, omdat het zo langzaam gaat. Klimmen is het tegenovergestelde van zwaartekrachtsporten, zoals surfen of snowboarden. Dat zijn adrenalinesporten, omdat alles opeens snel gebeurt als je eenmaal over de rand gaat. Bij het klimmen klauter je heel bewust, centimeter voor centimeter, tegen zo’n enorme wand omhoog.

Je wordt regelmatig “dirtbag” genoemd. Is dat soms een belediging?

[Lacht] ‘Dirtbag’ [‘smeerlap’] is gewoon een term die we gebruiken, zoiets als een ‘toffe peer’ in het surfen. In de klimwereld slaat het op iemand die hieraan z’n leven wijdt, iemand die supereenvoudig leeft om rotsen te kunnen beklimmen. Het betekent in feite dat je bewust dakloos bent. [Lacht] Ik woon meestal in mijn camper. Ik heb geen vaste vriendin meer. Ik denk dat ik nu zo weinig mogelijk mensen wil kwetsen en een leven wil leiden waarin ik zo min mogelijk schade aanricht. Het aantal reizen dat ik maak, is belachelijk hoog, dus draag ik bij aan de CO2-uitstoot enzovoort. Maar in alle andere aspecten van mijn leven probeer ik het zo goed mogelijk te doen. Ik bezit weinig spullen. Ik geef nergens geld aan uit, behalve aan eten en benzine. Ik ben vegetariër. Ik doe niet aan drinken of roken of al dat gedoe. Maar dat is meer omdat ik het niet echt lekker vind.

In je boek vertel je over zeven beklimmingen. Welke was de grootste uitdaging en waarom?

De Fitzroy Traverse in Patagonië was de meest ingewikkelde wat betreft klimmen, omdat je daar alle technieken en uitrustingen moest inzetten. Het kostte ons één dag om naar de bergen te trekken, en daarna vijf dagen voor de klim. Het is compleet tegenovergesteld aan vrij soloklimmen, wanneer je gewoon met korte broek, T-shirt en een hoop kalk begint te klimmen en je louter je handen en voeten gebruikt om naar boven te komen. Voor de Fitzroy Traverse had je pikhouwelen en klimijzers en wat al niet nodig. Mijn partner Tommy Caldwell en ik deden het grootste deel van de Fitzroy Traverse in vrije klim, maar wat het zo ingewikkeld maakt, is kiezen wanneer je vrij kunt klimmen en wanneer je ondersteund moet klimmen – wanneer je uitrusting moet gaan gebruiken – of wanneer je touwen moet gaan gebruiken om jezelf langs bepaalde secties te smokkelen. We moesten daarboven ook blijven slapen. Als het donker werd, zochten we een richel op en groeven een platformpje in de sneeuw uit.

Je hebt onlangs een record gebroken met jouw beklimming van de El Capitán in Yosemite, samen met een partner. Vertel eens.

Ik heb misschien zo’n 10 of 12 snelheidsrecords op de ‘El Cap’, via verschillende routes. Waar het op neerkomt, is dat je de berg sneller beklimt dan wie dan ook. Daar is eigenlijk niets bijzonders aan. Veel snelheidsrecords zijn te danken aan de stijl waarin ik deze routes heb beklommen, niet zozeer omdat ik zo snel ben. Je verplaatst je gewoon efficiënter. De meeste El Cappers hebben een beetje vrij klimmen en wat ondersteund klimmen met uitrusting nodig. Te weten wanneer en hoe je beide technieken kunt afwisselen, dat geeft de doorslag.

Het record dat nu het belangrijkst is, is het snelheidsrecord op “The Nose”, die ik met een andere jongen heb beklommen, Hans Warring. The Nose is de centrale route tegen de El Cap op, die een beetje op een gezicht lijkt. Zelfs niet-klimmers kunnen dat zien en zeggen ‘wow, dat is een waanzinnige wand!’ Je beklimt ’m meestal aan één kant en verplaatst je dan naar de andere kant, in een beweging die de ‘King Swing’ wordt genoemd. Als een grote pendule, waarbij je van de ene kant van The Nose naar de andere klimt.

Hoe lang had je nodig om hem te beklimmen?

Het kostte me 2 uur en 23 minuten. Dat is zo’n 6 meter per minuut.

In de afgelopen twee jaar ben je twee vrienden verloren – Sean Leary en Dean Potter. Welke invloed heeft de dood van deze mannen op jou gehad, zowel persoonlijk als wat betreft de wil om te blijven klimmen?

Hun dood heeft me tot een korte pauze gedwongen. Je denkt er een paar dagen over na, beoordeelt je leven en denkt na over alle levenskeuzes die je hebt gemaakt. Maar eigenlijk heb ik al eerder met al die dingen geworsteld. Dat iemand een ongeluk krijgt, wil nog niet zeggen dat ik de fundamentele beslissingen die ik al eerder heb gemaakt, opeens moet veranderen. Maar het is goed om die beslissingen af en toe onder de loep te nemen, over alles na te denken en te kijken waar je je bevindt.

Hoe ga je om met angst, Alex?

Dat is interessant. Over het algemeen: als iets héél eng lijkt, doe ik het gewoon niet. Ik voel me helemaal nergens toe verplicht. Ik doe dit uitsluitend voor mijn eigen bevrediging. Als ik bang ben, bereid ik me nog langer voor óf ik doe het gewoon niet. Ik heb routes gedaan waarbij ik op zestig meter hoogte dacht, waar ben je mee bezig? Dan klom ik weer naar beneden en ging naar huis. Bescheidenheid is beter dan moed. Op sommige dagen heb je gewoon je dag niet. Dat is heel belangrijk bij vrijklimmen: te weten wanneer je moet stoppen.

Je hebt onlangs de Honnold Foundation opgericht. Wat is het doel ervan?

De stichting ontstond omdat mijn zus sociaal de meest bewuste persoon in de wereld is. Ze is altijd een enorme inspiratie voor mij geweest, wat betreft bewust leven en het maken van de juiste keuzes. Ze woont in Portland, Oregon, waar ze allerlei sociaal werk doet, zoals een fietsclub waar kinderen uit achterstandsgezinnen les in fietsveiligheid krijgen en dan een gratis fiets krijgen die ze zelf in elkaar zetten. Maar ze verdient er niets aan, zoals dat blijkbaar altijd met dit soort dingen gaat.

Toen ik steeds bekender werd, kreeg ik de kans om tv-reclames te doen. Ik heb onlangs een autoreclame gedaan, waarmee ik in twee dagen méér heb verdiend dan mijn zus in vijf jaar. Ik dacht, dat klopt toch voor geen meter! Dat is gewoon niet goed. Zo kwamen we op de stichting, waarbij we probeerden weer evenwicht te krijgen in dat grote verschil tussen sport en entertainment tegenover reëel en zinvol sociaal werk. Ik reis veel naar afgelegen gebieden, vaak in de derde wereld, dus ik wilde daar iets doen dat goed voor het milieu is en goed voor de mensen in dat milieu. Dat leidde tot projecten waarbij het om huiselijke energie gaat, zoals zonnepanelen in afgelegen gebieden.

In Afrika besteden mensen soms wel een kwart van hun inkomen aan kerosine om hun huis te verlichten; kerosine is kankerverwekkend en vreselijk voor hun gezondheid. Door een zonnelantaarn of een supereenvoudige accu met een zonnepaneeltje te kopen, kun je hun leven drastisch veranderen. Dus ben ik op zoek gegaan naar dat soort milieuprojecten, waarmee je iemands levensstandaard kunt opkrikken maar ook het milieu kunt beschermen.

Ik werkte onlangs in Angola aan een energieproject voor afgelegen gebieden, dat veel beter liep dan we hadden verwacht. Dus ik ben super enthousiast om ermee door te gaan. Ik heb geen fondsen geworven, ik heb alleen maar geld geschonken, ongeveer een derde van m’n inkomen. Maar in de toekomst kan ik mijn relaties met merknamen misschien aanwenden om meer geld bij elkaar te krijgen.

Filosofen hebben God vaak op hooggelegen plekken gevonden. Is dat ook jouw ervaring?

Nou, zeker niet. [Lacht] Ik ben behoorlijk atheïstisch. Maar ik heb waarschijnlijk wel die emoties ondergaan die mensen associëren met spiritualiteit: het gevoel één te zijn met de wereld, de ervaring van ontzag en bewondering voor onze nietigheid, die religieuze mensen in verband brengen met een of andere hogere macht of god. Ik schrijf dat gewoon toe aan de pracht van de natuur – en aan mijn liefde voor het buitenleven.

Lees meer