Ruimte

We kunnen mogelijk leven op de ijsmaan

Uit een recente vlucht langs de Saturnusmaan Enceladus blijkt dat er waarschijnlijk de juiste stoffen zijn voor leven op de maan. donderdag, 9 november

Door Redactie

Er lijkt iets warms te kolken in het binnenste van de ijsmaan en NASA-wetenschappers denken dat er genoeg energie in zit om buitenaards leven te voeden.

De ruimtesonde Cassini vloog eerder al door de pluimen van water en ijs die de maan uitspuwt, om de inhoud te ‘proeven’. Daarbij werd ontdekt dat er in de fonteinen zouten, ammoniak en eenvoudige organische moleculen voorkomen; belangrijke bouwstenen voor leven.

Vandaag maakten wetenschappers onder leiding van Southwest Research Institute-onderzoeker Hunter Waite op een persconferentie bekend dat de sonde-instrumenten tijdens een passage in oktober 2015 ook waterstofmoleculen in de pluimen van de maan detecteerden.

Het gas, dat waarschijnlijk ontstaat doordat rotsen en kokend heet water zich mengen op de zeebodem van de maan, levert aanvullend bewijs dat er momenteel hydrothermale bronnen bestaan op Enceladus die krachtig genoeg zijn om leven mogelijk te maken.

“Dit is een zeer opwindend en overtuigend resultaat. Het draagt bij aan het idee dat Enceladus een ‘oceaanwereld’ is, waar leven mogelijk kan zijn,” aldus astrobioloog en National Geographic Explorer Kevin Hand van het Jet Propulsion Laboratory.

Een spectaculaire finale

In de baan van Enceladus zitten afwijkingen die erop wijzen dat de kern en het ijzige oppervlak van de maan langs elkaar schuiven. Dit blijkt het best te passen bij een scenario van een minstens 25 kilometer diepe oceaan van vloeibaar water die het hele oppervlakte bedekt en werkt als een soort smeermiddel. En sinds het moment dat Cassini in 2005 voor het eerst de pluimen van de maan aan het licht bracht komt er steeds meer bewijs dat dit onderliggende water mogelijk leven kan bevatten.

“We kennen geen enkele betere oceaanwereld, behalve dan de aarde,” aldus Carolyn Porco, leider van het beeldteam van Cassini. “En het bijkomende voordeel is dat het heel simpel is monsters te nemen van de oceaan. Ze spuiten gewoon de ruimte in!”

Tijdens de diepste duik die Cassini nam in de pluimen van de maan, op 28 oktober 2015, vloog de sonde op minder dan vijftig kilometer hoogte over Enceladus met een relatieve snelheid van meer dan dertigduizend kilometer per uur.

Bij deze gedenkwaardige vlucht werden hoeveelheden waterstofgas gevonden van meer dan honderd keer het achtergrondniveau. Waite en zijn team concludeerden dat Enceladus niet gewoon de waterstof uitstoot die werd opgeslagen tijdens het ontstaan van de maan: doordat de zwaartekracht op Enceladus zwak is en waterstofgas heel licht, zou oud materiaal al lang geleden in de ruimte zijn verdwenen.

“Wat in ieder geval duidelijk is geworden door die grote hoeveelheid waterstof, is dat de chemische energie voor leven er voor het oprapen ligt. Of er ook echt sprake is van leven, is een andere kwestie.”

door Kevin Hand

De geochemische modellen van het team wijzen uit dat microben mogelijk kunnen leven van kooldioxide en waterstof uit de bronnen op de zeebodem, waarbij methaan als afvalproduct ontstaat. Andere microben zouden op hun beurt het methaan als voedsel kunnen gebruiken, wat verder zou bijdragen aan een ecosysteem op Enceladus.

Maar dat een dergelijk proces mogelijk is op de ijsmaan, betekent nog niet dat er daadwerkelijk levensvormen zijn die daar gebruik van maken.

“Wat in ieder geval duidelijk is geworden door die grote hoeveelheid waterstof, is dat de chemische energie voor leven er voor het oprapen ligt,” stelt Hand. “Of er ook echt sprake is van leven, is een andere kwestie.”

“Bovendien gaat het niet alleen om de hoeveelheid beschikbare energie, maar is ook de snelheid waarmee die beschikbaar komt van belang,” voegt Jeffrey Marlow, geobioloog aan de Harvard-universiteit en National Geographic Emerging Explorer, toe. Hij doet onderzoek naar hydrothermale bronnen op aarde. “Is die snelheid groot genoeg om leven mogelijk te maken?”

Het antwoord op die vragen zal nog jaren op zich laten wachten. De instrumenten op Cassini zijn niet gevoelig genoeg om leven te kunnen waarnemen. Bovendien is de brandstof van de sonde, na 13 indrukwekkende jaren van onderzoek naar Saturnus, zo goed als op. De dagen van de planeetverkenner zijn dus geteld.

NASA geeft de sonde een dramatische ‘grote finale’: een serie van 22 omlopen tussen Saturnus en de binnenste ringen van de planeet, die op 15 september zal eindigen als Cassini uiteindelijk op Saturnus neerstort.

“Ik zie dit als een belangrijke periode in ons onderzoek naar het zonnestelsel, [en] een belangrijk onderdeel van ons portfolio, van het ruimteprogramma van de mensheid,” aldus Porco, die sinds 1990 betrokken is bij de Cassini-missie. “Ik ben er enorm trots op.”

Lees meer