#STOPMETPLASTIC

Filipijnse communities veranderen afgedankte visnetten in tapijten

National Geographic-onderzoeker Heather Koldewey helpt mensen op de Filipijnen en elders om het plastic in de wereldzeeën op te ruimen – te beginnen met spooknetten. vrijdag, 15 juni 2018

Door Laura Parker
Foto's Van Hannah Reyes Morales

National Geographic staat de hele maand juni in het teken van #STOPMETPLASTIC. Zo vestigen we de aandacht op de plasticsoep in oceanen en het overmatige gebruik van wegwerpplastic. Lees meer over wat jijzelf kunt doen om het gebruik van wegwerpplastic te verminderen.

De Danajon Bank in het midden van de Filipijnse archipel was ooit een geologische schatkamer met een uitbundige rijkdom aan zeeleven. Het is het enige dubbele barrièrerif van de Filipijnen en slechts een van de zes dubbele riffen in de wereld. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw zijn de visstanden hier door overbevissing met 240 procent afgenomen, zo blijkt uit recent onderzoek, waardoor vissers steeds wanhopiger maatregelen nemen om de resterende vis te kunnen vangen.

Terwijl de visstanden slonken, steeg het aantal afgedankte visnetten waarmee ze ooit werden gevangen. Het duurde niet lang voordat overal zware netten aanspoelden, op de stranden en tussen de verwrongen wortelstelsels van de mangrovebossen. Verder van de kust bleven zogenaamde ‘spooknetten’ vaak jarenlang ronddrijven om dodelijke valstrikken voor vissen, sponzen, krabben en zeekomkommers te worden. Ook beleven ze hangen op fragiele koraalriffen, waar ze koraalpoliepen verstikten.

Nu zijn de vissers, die ooit konijnvissen en blauwe zwemkrabben vingen, bezig om de visnetten zelf te vangen. Ze werken in een succesvol schoonmaakprogramma met het tweeledige doel om de vissers een fatsoenlijk loon te bezorgen en het aangetaste ecosysteem te herstellen. NetWorks, een organisatie die deels door de Zoological Society of London wordt beheerd, is een van een groeiend aantal programma’s in landen met lange kustlijnen om een remedie te vinden voor het toenemende probleem van afgedankte of verloren geraakte visnetten en de schade die ze aanrichten.

Het recyclen van visgerei in de visserijsector zelf staat nog in de kinderschoenen en liep tot voor kort ver achter op andere initiatieven om plastic uit de wereldzeeën te weren. En dat terwijl de introductie van nylonnetten in de jaren zeventig van de vorige eeuw een revolutie in de visserij teweegbracht, waardoor de schaal en efficiëntie van vissersvloten wereldwijd toenam.

“Ik denk dat visnetten over het hoofd worden gezien omdat het bredere publiek er niet zoveel aan kan doen als aan bijvoorbeeld plastic flessen, rietjes en zakjes, omdat ze onder verantwoordelijkheid van de visserijsector vallen,” zegt Heather Koldewey, zeebiologe en hoofd van de wereldwijde programma’s van de Zoological Society of London. “Het verhinderen van de afvoer van plastic naar de wereldzeeën is een heel ander probleem dan afvalverwerking te land,” zegt Koldewey, die ook National Geographic-fellow is.

Maar het probleem is reëel. Volgens de meest recente wereldwijde schatting van de Verenigde Naties uit 2009 gaat jaarlijks 580 miljoen kilo aan visnetten verloren. In de plasticsoep binnen de Noord-Pacifische gyre vormt vistuig bijna de helft van het gewicht aan drijvend afval aan de oppervlakte, zo bleek uit een studie die in 2017 werd verricht door Laurent Lebreton, oceanograaf van de Ocean Cleanup Foundation.

Grote gevolgen

Al met al maakt visgerei zo’n tien procent van al het plastic afval in de wereldzeeën uit, maar het is verantwoordelijk voor een veel groter aandeel in het aantal zeedieren dat als gevolg van afval wordt gedood. Volgens World Animal Protection worden jaarlijks meer dan honderdduizend grote walvissen, zeeleeuwen en zeehonden door visnetten gedood, naast een ‘ontelbaar’ aantal zeevogels, zeeschildpadden en vissen.

Zeeschildpadden lijken bijzonder kwetsbaar te zijn voor verstrikking in visnetten. Volgens onderzoek van Denise Hardesty en Chris Wilcox, onderzoekers van de Australische Commonwealth Scientific and Industrial Research Organization (CSIRO), is in Australië – waar zes van de zeven (bedreigde) soorten zeeschildpadden voorkomen –verstrikking in afgedankte visnetten voor deze dieren doodsoorzaak nummer één.

In de Golf van Carpentaria, op de grens tussen de Australische deelstaten Queensland en het Noordelijk Territorium, spoelen méér oude of verloren visnetten aan dan bijna waar ook ter wereld – jaarlijks zo’n drie ton per kilometer kust. Hardesty noemt de netten “dodelijke drijvende valstrikken,” en ze noemt voorbeelden van over de hele wereld. Toen tijdens een schoonmaakactie voor de kust van de Amerikaanse staat Washington 870 spooknetten uit zee werden gehaald, bleken ze ruim 32.000 zeedieren te bevatten, waaronder meer dan 500 vogels en zoogdieren.

World Animal Protection schat dat in één visnet 30 tot 40 zeedieren verstrikt kunnen raken. Hoe de visnetten verloren gaan, verschilt binnen dezelfde regio aanzienlijk en is afhankelijk van het weer, de omstandigheden op zee, vandalisme en diefstal, en al dan niet illegale visserij. Zo raakt één visbedrijf dat in Noord-Spanje met kieuwnetten vist, per jaar naar schatting tweeduizend netten kwijt, terwijl een ander bedrijf met kieuwnetten per jaar slechts honderd netten verliest.

Programma’s om afgedankte netten uit zee te halen worden nu overal ter wereld in kustgebieden opgezet, van Griekenland tot Nieuw-Zeeland. (Lees ook hoe Indiase vissers de plasticsoep omzetten in wegen.)

Ook voor mensen

De Danajon Bank, die zich over een afstand van ruim 150 kilometer tussen de Centraal-Filipijnse eilanden Bohol, Leyte en Cebu uitstrekt, was ooit de bakermat voor het zeeleven van de hele Stille Oceaan. Toen de visstanden er slonken en veel plaatselijke vissers op de eilanden werden gedwongen hun vak op te geven, kwam NetWorks in 2012 met een baanbrekend programma voor het ophalen van afgedankte visnetten uit de kustwateren. Zoals gebruikelijk op plekken waar de armoede groot is – ruim zestig procent van deze vissersfamilies leeft onder de armoedegrens – moesten de wetenschappers eerst de gezinnen helpen die al generaties lang van de zee hadden geleefd alvorens ze konden overgaan tot het redden van bedreigde zeedieren.

Het programma voor het ophalen van afgedankte visnetten betekende niet alleen dat de kustwateren werden schoongemaakt, maar ook dat er weer nieuwe banen werden geschapen. Voormalige vissers duiken nu naar afgedankte netten om ze aan land te brengen. Daarna worden ze naar een verpakkingsstation op het eiland Bohol gebracht, waar ze tot dichte kubussen worden samengeperst en dan naar Aquafil worden verscheept, een recyclingbedrijf in Slovenië dat visnetten uit de hele wereld opkoopt om er nylongaren van te maken. Dat garen wordt op zijn beurt geleverd aan tapijtfabrikanten in de VS.

“We leggen een verbinding tussen het behoud van het zeeleven en een businessmodel waardoor arme gemeenschappen in ontwikkelingslanden in een wereldwijde productieketen worden opgenomen,” aldus Koldewey.

Het doel is om bedrijfjes op te zetten die zichzelf kunnen bedruipen; tot dusver is het programma voor NetWorks veelbelovend genoeg om een tweede centrum op de Filipijnen te beginnen en ook stations in Kameroen en Indonesië op te zetten.

“Het werk maakt deel uit van een bredere strategie om verandering te brengen in het beeld dat mensen van plastic hebben. Je hoeft plastic niet weg te gooien, want je kunt er economisch voordeel mee behalen,” zegt Amado Blanco terwijl hij in een uitleggerkano de vier uur durende overtocht tussen Cebu en het eilandje Guidacpan maakt, waar vissers van de derde generatie nu deel uitmaken van een wereldwijd zakelijk netwerk.

Blanco heeft lang genoeg gewerkt als NetWorks’ projectmanager voor de Filipijnen om te weten dat de houding van de mensen is veranderd.

De mensen hier verbranden hun visnetten niet meer,” zegt hij. “Ze gooien ze ook niet meer overboord of begraven ze in de grond. Ze bewaren ze in zakken en verkopen ze.”

Lees meer