Thailand

Met het gezin naar Thailand

Op pad met het hele gezin? Thailand, bekend als het land van de glimlach, blijkt de ideale bestemming voor een avontuur met de kinderen. Een rondreis in vier etappes. donderdag, 9 november 2017

Door Paul Römer
Foto's Van Susan Seubert

Steeds meer reisorganisaties zetten in op verre familiereizen. Landen als Costa Rica, Indonesië en Zuid-Afrika zijn geliefd onder ouders die hun kinderen willen verwennen met een trip buiten Europa. De meeste reizen vinden plaats in de zomer, wanneer er tijd is voor een avontuur van enkele weken, al neemt de belangstelling voor een vertrek in de kortere schoolvakanties toe. Vaak wordt gekozen voor een groepsreis, zodat leeftijdgenootjes met elkaar kunnen optrekken. Wel zo gezellig. Ook Thailand behoort tot de populairdere bestemmingen voor het hele gezin. Niet voor niets staat het bekend als het land van de glimlach. Ik ging erheen tijdens de meivakantie – met vrouw, dochter (8) en zoon (6). Niet voor een bezoek aan pretparken of andere vormen van massatoerisme, maar voor een authentieke reiservaring waarvan de kinderen, als het een beetje meezit, ook nog iets opsteken.

Bangkok

Het duurt even voor de bestuurder van de tuktuk begrijpt wat we willen. ‘Restaurant where I eat?’ vraagt hij ongelovig. ‘Hmm... OK. Get in!’ We racen door de drukke straten van Bangkok, op zoek naar een eetgelegenheid waar eens geen toeristen komen. Onze kinderen, Maya en Kris, genieten zichtbaar. Het ritje door de wereldstad, merk ik, beleven ze als een kermisattractie. In slechts tien minuten brengt de chauffeur ons van het hotel, het luxueuze Lebua in de State Tower, naar een restaurantje in een wat verlaten buurt. Marina heet het. Aan de tafeltjes buiten zitten op één Brits stel na alleen maar Thai, en bij de ingang staan tussen twee palmbomen een paar watertanks met levende vis en kreeft en een stuk of wat kratten vol grote garnalen in ijs. Dat oogt natuurlijk exotisch. Onze jongste, die anders dan zijn zus zonder schroom in het leven staat, begint onmiddellijk een pantomime met de ober – dieblijkbaar snapt wat zijn gebaren betekenen en een visnetje aanreikt. Een halfuurtje later staat een heerlijke maaltijd met rijst en zeebaars voor onze neus die we met een Singhabiertje wegspoelen. Zelfs de kinderen eten hun bordje leeg.

Wat een reis! De vlucht vanuit Amsterdam naar Bangkok, twee dagen eerder, duurde inclusief tussenstop in Singapore ruim vijftien uur. Dankzij de goede service en aan boord uitgedeelde spelletjes renden de kinderen opgewekt en uitgeslapen naar de bagageband. Nog diezelfde dag voeren we in een ruea hang yao, of motorboot, naar Klong Bang Luang. Is Bangkok enerzijds een stad van glitter en glamour, met moderne hotels en trendy clubs, aan de westkant van de Menam, een van ’s lands belangrijkste rivieren, ligt een gemeenschap op palen in het water, waaronder dit vredig kunstenaarsdorpje. Het was 28 graden, klam. Samen met gids Ohm betraden we Baan Sinlapin, een honderd jaar oud huis dat is omgebouwd tot een artistiek centrum, om getuige te zijn van een poppenvoorstelling.Om ons heen zaten ongeveer veertig Thai. In zwarte maskers en kleren gehulde acteurs voerden met de poppen een toneelstukje op, en Kris bleek zo onder de indruk dat hij opstond en ze imiteerde. Een vrouw kwam naar voren en nam hem bij de hand naar het podiumpje, waar hij de gracieuze bewegingen nadeed en zo een traditioneel dansje uitvoerde. Een daverend applaus van het publiek volgde. Zo ontroerend. Na afloop van de voorstelling schudden de poppenspelers ons de hand. Een jonge vrouw verzekerde me dat onze zoon beschikt over ‘much talent’ en ‘true spirit’.

De volgende dag brengen we uiteraard een bezoek aan Wat Phra Kaew, het Koninklijk Paleis en Wat Pho, met de liggende boeddha. Ik had dit zelf al eens eerder gezien, twintig jaar geleden, en hoewel de tempels en beelden ook nu indruk maken, kunnen (onze) kinderen maar een beperkte dosis cultuur aan. Nee, we beleven meer plezier aan een fietstocht langs kokosnootplantages buiten de stad, en aan ons bezoek aan Chinatownen de Indiase buurt, waar we een paar uur doorbrengen. Genieten kan ik het niet noemen, omdat je in deze drukte, in deze brei van mensen, voortdurend de kinderen in de gaten wilt (en moet) houden. Ik merk ook dat ze het een beetje eng vinden, al die schreeuwende marktlui, maar vooral ook al die kleurrijke zeedieren, zwemmend in besmeurde emmertjes.

Bangkok, dat is voor mij de sterke geur van vis, kruiden en miljoenen mensen. De kinderen knijpen voortdurend hun neus dicht, dat vinden ze dan wel weer grappig. Ze kijken hun ogen uit en vragen ons de oren van het hoofd: waarom zo veel mensen op de grond zitten bij kleedjes vol goedkoop speelgoed, waarom die bijen aan spiesjes zijn geregen, en waarom alle mensen toch steeds buigen en tegelijk hun handen tegen elkaar aan houden. Ik leg uit dat deze begroeting wai heet – een teken van respect, waarbij de handen de vorm van een tempel aannemen. Daarna wordt iedereen die we tegenkomen natuurlijk hartelijk gegroet. Met een glimlach, zoals het hoort.

Chiang Mai

Het eerste dat opvalt wanneer we door Chiang Mai rijden, is hoe schoon het er is. Deze stad in het noorden van Thailand telt zo’n 200.000 inwoners, en ze doen allemaal mee: rommel hoort niet op straat. Het is een mentaliteit die in veel andere Aziatische landen ongebruikelijk is. Gebouwd in 1296 was Chiang Mai – wat ‘nieuwe stad’ betekent – bijna vijf eeuwen lang de hoofdstad van Lanna. De ingang tot dit koninkrijk ligt in het nationaal park Doi Inthanon, gelegen op de gelijknamige berg, met 2565 meter het hoogste punt van Thailand.

Wanneer we een wandeling door het regenwoud in het natuurreservaat maken, kijk ik toe hoe onze plaatselijke gids Moh onze kinderen laat kennismaken met de flora en fauna om ons heen. Hij wijst Maya en Kris op vlinders, kikkers, spinnen en bloemen en leert ze hoe de kinderen van de hier levende Karen-stam voor de lol blaadjes wegschieten met een simpele vingerbeweging. Na twee uur houden we een korte pauze in een dorpje in een groene vallei vol koffieplanten. Maya, die thuis ook wel eens een slokje steelt, krijgt net als wij een kopje koffie voorgeschoteld. ‘Dit is heel anders!’ roept ze uit. Het is inderdaad sterk en smaakt wat bitter, maar het idee dat we koffie drinken in de jungle van Thailand, rechtstreeks van de bron en in gezelschap van een Karen-echtpaar en hun honden en kippen, maakt het voor mij tot een verrukkelijk bakkie.

We besluiten de tocht door dit nationaal park met een bezoek aan de Wachirathan-waterval, omgeven door bananenbomen. Met enorm kabaal storten duizenden liters water zich de diepte in, volgens Moh zo’n tachtig meter, al waag ik dat te betwijfelen. Omdat we in het laagseizoen reizen, is er verder niemand – we zijn de enigen die dit natuurgeweld bewonderen. Ik realiseer me dat de kinderen iets dergelijks nog niet eerder hebben gezien en vraag ze naar hun mening. ‘Mooi, maar papa, mogen we de bananen uit die boom gooien?’

De volgende ochtend slaan we op de markt in het centrum van de stad, op verzoek van de kinderen, veel fruit in. Mango, pitaya (of drakenvrucht) en Kris’ favoriet, lychee. ‘Fruit is heel belangrijk in Thailand,’ vertelt Ohm ons. ‘De bomen zorgenniet alleen voor voedsel, ze leveren ook hout, bieden koelte in de schaduw, en zijn een thuis voor vogels en insecten.’

Terug in ons luxe hotel, The Chedi, waar we dit uitstapje naar noordelijk Thailand eindigen met een duik in het zwembad. Terwijl de kinderen genieten van het koele water, kijken mijn vrouw en ik met een cocktail in de hand uit over de kalme Ping, de levensader van Chiang Mai. Het zijn dit soort momenten die reizen, wat zeg ik, het leven zo aangenaam maken.

Elephant Hills

Wanneer we vanuit Phuket richting nationaal park Khao Sok koersen, rijden we kilometers achtereen over goede wegen door een weelderig regenwoud afgewisseld met rubber- en ananasplantages. We zien talloze, keurig geplante rubberbomen die volgens de kleine en altijd vrolijke gids Aoa ongeveer 500 jaar geleden vanuit het Amazonegebied zijn overgebracht. ‘Elke vijf tot zeven jaar kunnen we de rubber oogsten,’ vertelt ze, en wijst dan naar eindeloze rijen ananasbomen. ‘Het duurt anderhalf jaar voordat de eerste ananas geplukt kan worden, daarna groeit er elke zes maanden per boom één vrucht.’

Luxe is leuk voor de ouders, maar voor de kinderen is er toch niets spannenders dan slapen in een tent. In Elephant Hills, dat twee tentenkampen beheert, brengen we de eerste nacht door in het kamp tegenover een berg die met een beetje goede wil als de kop van een olifant kan worden beschreven. Voorheen was het mogelijk om vanuit het dierenverblijf even verderop een ritje met de dieren te maken, maar uit respect voor de olifanten is besloten dat bezoekers van het kamp ze alleen kunnen voeren en wassen. Maya en Kris kijken wat teleurgesteld, maar dat slaat om in grote vreugde als ze met een mes verse bamboe in hapklare stukken mogen hakken en de dieren met een spons mogen wassen. De dieren staan zo dichtbij, het is zo intiem, mijn vrouw krijgt tranen in haar ogen.

Het tweede kamp bevindt zich aan de rand van Cheow Lan, een reusachtig meer omgeven door tropisch regenwoud en bezaaid met kalkstenen rotspartijen. De afgelegen plek is een kinderparadijs. We duiken vanuit onze tent zo het water in,en kajakken over stille zijstroompjes. Opeens roept Maya: ‘Papa, een aap!’ En inderdaad, daar zitten drie makaken. Ik kijk naar ze, in de hoop dat ze mijn aanwezigheid opmerken, dat er iets van een band ontstaat, een band die uniek is en exclusief. Maar er gebeurt niets. De apen zitten wat te vlooien, trekken eens aan een tak, springen naar een andere boom. Mij negeren ze, alsof ik niet duizenden kilometers heb gereisd om met mijn kinderen hun magische aanwezigheid te ondergaan. Het is niet echt spannend, nee – het is eerder beledigend. Maar goed, aan dit kamp (en aan de ontmoeting met de olifanten) bewaren we wel de mooiste herinneringen.

Koh Samui

Deze trip is intensief: de kinderen vragen (terecht) veel aandacht, en om al deze plekken tijdens één reis te bezoeken, ontkom je er bijna niet aan binnenlandse vluchten te nemen. Tongsai Bay op het droomeiland Koh Samui is dan een ideaaleinde van de reis. Vanuit het zwembad in dit resort lopen de kinderen, na het ritje op een olifant, zo de warme zee in...

Op het terras van het restaurant praten mijn vrouw en ik over de afgelopen 12 dagen. Thailand biedt een mooie mix van authentiek Azië en westers gemak. Goede infrastructuur, heerlijk eten, prachtige natuur en service met een oprechte glimlach. Wij voelden ons vanaf de eerste dag op ons gemak, de Thai die wij ontmoetten bekommerden zich steevast om de kinderen. Hun gastvrijheid zorgde voor rust en vertrouwen, en droeg zo bij aan een gezinsavontuur waarover de kinderen nu nog niet uitgesproken zijn.

Lees hier 8 tips voor een reis naar Thailand met het hele gezin.

Lees meer