Geschiedenis en Cultuur

Archeologen ontdekken nieuw massagraf van schipbreukelingen Batavia

Sommige passagiers werden overboord gegooid of onthoofd, maar het lot van deze onlangs aangetroffen slachtoffers was minder wreed.Wednesday, December 20, 2017

Door Michael Greshko

Op een eiland voor de kust van West-Australië troffen archeologen een massagraf aan van slachtoffers van een scheepsdrama waarmee vergeleken de roman Lord of the Flies (Heer der vliegen) een gezellig verhaaltje is.

Het graf bevat de stoffelijke resten van vijf passagiers van de Batavia, een VOC-schip dat in 1629 zonk op zijn allereerste reis van Nederland naar Java, of Batavia, zoals het toen heette. De lichamen zijn netjes op een rij begraven en vertonen geen sporen van geweld. Het ging vermoedelijk om mensen die vlak na de schipbreuk door uitdroging omkwamen, nog voordat de waanzin toesloeg bij sommige andere overlevenden.

Zoals bekend werden veel andere opvarenden van de Batavia vermoord door muiters, nadat het schip vastliep op Morning Reef, vlakbij Beacon Island. In andere graven die door archeologen werden gevonden, werd volop bewijs gevonden van de wreedheden. Een van de skeletten is van een man van wie de bovenkant van zijn schedel is afgehakt met een zwaard. Zijn lichaam werd zonder verdere plichtplegingen naar zijn laatste rustplaats gesleept.

Er brak chaos uit nadat bevelhebber Francisco Pelsaert de circa 282 overlevenden van de scheepsramp met de Batavia achterliet op Beacon Island, op zoek naar drinkwater. Beacon Island is onderdeel van de eilandengroep Houtman Abrolhos, die op zo'n tachtig kilometer uit de kust van Australië ligt. Pelsaert keerde wonder boven wonder drie maanden later terug met hulptroepen.

In zijn afwezigheid kreeg de libertijnse koopman Jeronimus Cornelisz de leiding. Hij was verantwoordelijk voor tientallen moordpartijen, waarvan zelfs vrouwen en kinderen slachtoffer werden. Aan zijn schrikbewind kwam een einde toen enkele mannen, die door hem op onderzoek waren uitgestuurd naar andere eilanden, terugkwamen en hem wisten te overmeesteren. Toen Pelsaert terugkeerde, werden Cornelisz en andere muiters geëxecuteerd.

Uiteindelijk overleden er 115 mensen na de schipbreuk. Veel van de gestorvenen kwamen door geweld om het leven. Beacon Island wordt nu ook wel ‘Batavia's Graveyard’ genoemd, en sommige media hebben het zelfs over ‘Murder Island’.

“Best een bizar verhaal, he?” stelt Jeremy Green, hoofd maritieme archeologie van het Western Australian Museum. Hij doet al meer dan veertig jaar onderzoek naar het wrak van de Batavia. “Ik heb nog nooit zoiets heftigs gelezen.”

Helderheid over duistere episode

De vondsten van massagraven op Beacon Island zijn weliswaar tragisch, maar ook een zeldzaam rijke bron voor onderzoek. Pelsaert publiceerde zijn logboeken achteraf. Daardoor kunnen archeologen hun vondsten vergelijken met een gedetailleerd historisch verslag. (Lees hier een Engelse vertaling van de logboeken van Pelsaert.)

Archeologen hopen dat verdere analyse van de stoffelijke resten van de schipbreukelingen van de Batavia meer informatie zal opleveren over de opvarenden van het schip.

 

Wetenschappers doen hier al tientallen jaren onderzoek naar. Volgens Green vormde de vondst van de Batavia in 1963 zelfs de aanleiding voor het aannemen van een wet in West-Australië die het archeologisch erfgoed van de deelstaat in zee beschermt. Dit was een wereldwijde primeur.

Hoewel er destijds op Beacon Island enkele stoffelijke overschotten werden aangetroffen, duurde het nog zo'n twintig jaar voordat er andere slachtoffers van de Batavia werden teruggevonden. Aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw troffen vissers op Beacon Island menselijke beenderen aan bij graafwerkzaamheden voor een toilet. In 1994 deden archeologen daar voor het eerst opgravingen. Er werden resten gevonden van drie volwassenen, een tiener, een kind en een baby.

In de jaren daarna bleven archeologen zoeken naar nieuwe graven.

“Tijdens ons onderzoeksproject zijn in de afgelopen drie jaar in totaal tien personen gevonden in een gebied in het midden van Beacon Island. Dit leverde waardevolle nieuwe informatie op,” stelde professor Daniel Franklin van de University of Western Australia in een verklaring.

Liesbeth Smits, fysisch antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam, gaat onderzoek doen naar de chemische samenstelling van de skeletten. Daaruit is op te maken wat de slachtoffers aten en waar ze vandaan kwamen. “Je bent wat je eet,” zegt ze.

Met behulp van deze techniek kwam ze er eerder al achter dat de Batavia weliswaar uit Nederland vertrok, maar dat veel van de opvarenden afkomstig waren uit Scandinavië, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland.