Waarom dit meer steeds in brand vliegt

Het Bellandur-meer bij de Indiase stad Bangalore verandert op gezette tijden in een vuurzee. De autoriteiten kennen de oorzaak van het probleem, maar krijgen het niet onder controle.maandag 19 februari 2018

Door Mary-Rose Abraham
Giftig meer vat vlam
Giftig meer vat vlam

Toen Shalini Sahni na een verblijf van acht jaar in de VS terug naar India kwam, wilde ze dolgraag een woning aan het water, net zoals ze had in de Texaanse hoofdstad Austin. Dat bleek niet eenvoudig in Bangalore, ook wel bekend als Bengaluru. Deze drukbevolkte stad in het midden van Zuid-India is volledig door land omringd. Maar de elektrotechnisch ingenieur vond iets naar haar zin in een appartementencomplex naast het grootste meer bij de stad, het Bellandur-meer. Ze woonde er nog geen jaar, toen haar prachtige uitzicht over het meer haar zicht gaf op vlammen op het water.

De brand van 19 januari woedde meer dan dertig uur lang. In een straal van zo'n tien kilometer belandde er as op balkons en auto's. Nog geen twee weken later vatte het meer weer vlam. Het Bellandur-meer werd in februari vorig jaar voorpaginanieuws toen video's van een brand viral gingen. Maar er woeden al grote branden in het meer sinds 2015.

Ook het witte schuim dat soms op de kanalen van het 360 hectare grote meer drijft, vormt een onheilspellende aanblik. Het is zelfs voorgekomen dat het huizenhoog reikte, en wegen en gebouwen in de buurt bedekte.

“Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat een meer in brand vliegt?” vraagt Sahni zich af. “Water is als het goed is een blusmiddel, geen brandstof.”

Maar het water bevat iets dat zowel de branden als het schuim veroorzaakt. Het is een heftige mix van huishoudelijk en industrieel afval.

Groeistuipen

Bangalore begon aan een opmars dankzij ongebreidelde nieuwbouw. Het ooit slaperige ‘pensionado-paradijs’ is nu een centrum voor de outsourcing- en IT-branche met tien miljoen inwoners. Dagelijks stroomt ongeveer veertig procent van het ongezuiverde rioolwater van de stad het Bellandur-meer in en ook fabrieken lozen hun afvalwater direct in het meer. Stadsbewoners beschouwen de oevers van het meer als een handige plek om hun afval te dumpen en er komen regelmatig vrachtwagens bouwpuin storten. Het resultaat is een meer dat in brand kan vliegen, zowel door de vaste of vloeibare afvalstoffen die op het oppervlak drijven als door het ontvlambare methaan dat ontstaat in het zuurstofarme water.

Wie naar het grotere plaatje kijkt, ziet dat het giftige water van het Bellandur-meer slechts een van de voorbeelden is van de problemen die India heeft op het gebied van milieubescherming. Het land hoort inmiddels bij de vijf slechtst presterende landen ter wereld op de onlangs gepubliceerde Environmental Performance Index, het door de Amerikaanse universiteiten van Yale en Columbia en het World Economic Forum ontwikkelde instrument om de prestaties van landen op het gebied van het milieu te meten.

“Het brandende meer was een Indiase primeur. Maar dit kan dienen als waarschuwing voor elke andere stad ter wereld waar ontwikkeling plaatsvindt,” stelt Priyanka Jamwal, een milieuwetenschapper.

Jamwal doet aan de Ashoka Trust for Research in Ecology and the Environment onderzoek naar de waterkwaliteit van de meren van Bangalore. Ze had toevallig net water uit het Bellandur-meer getest op de dag voordat de eerste brand van dit jaar uitbrak. De conclusie was dat er dagelijks zo'n 260 miljoen liter rioolwater in het meer wordt geloosd. Volgens Jamwal ligt de oplossing bij rioolwaterzuivering en regelmatige controle van het water dat het meer instroomt.

Maar de overheid heeft moeite om de snelle verstedelijking van Bangalore bij te benen. Pas in 2020 kunnen grote rioolzuiveringsinstallaties in gebruik worden genomen. Bellandur en andere meren in de stad, die in de zestiende eeuw door mensen werden gegraven voor irrigatie, zijn bijna allemaal vervuild. Het waterbeheer wordt bemoeilijkt doordat er vijf instanties mee gemoeid zijn, zowel vanuit de deelstaat als op lokaal niveau.

Complex toezicht

Een van die controlerende instanties, de Karnataka Lake Conservation and Development Authority, werd in 2015 in het leven geroepen om illegale activiteiten te monitoren, ook die van andere overheidslichamen. Maar Seema Garg, die aan het hoofd van de organisatie staat, stelt dat er een tekort is aan mankracht en dat er geen handhavend personeel is dat overtreders op kan pakken.

Garg vertelt dat er onder het toeziend oog van de organisatie wordt gewerkt aan de creatie van zestig hectare aan waterrijke grond rond het meer, als een noodmaatregel voor de start van de moesson in de zomer en in afwachting van de bouw van rioolzuiveringsinstallaties. Zelfs het milieuagentschap van de Indiase federale overheid bemoeit zich er inmiddels mee. Dat eist een antwoord van de lokale overheid op de vraag waarom de schoonmaak zo lang op zich liet wachten na de brand van afgelopen februari.

Sharachchandra Lele doet onderzoek naar het beheer van de meren van Bangalore. Hij werkt eveneens voor de Ashoka Trust. Hij is lid van een bestuurscommissie bestaande uit wetenschappers, ambtenaren en inwoners die toezicht houdt over het Bellandur-meer. De commissie maakte melding van de aanwezigheid van zware metalen en een achteruitgang in oorspronkelijke vissoorten. In haar laatste rapport deed de commissie aanbevelingen voor korte- en langetermijndoelen ter verbetering van de waterkwaliteit. Sinds de publicatie van dit rapport in november 2016 heeft de overheid volgens Lele slechts één kortetermijndoel behaald: de oprukkende waterhyacinten een halt toeroepen.

Maar Lele vindt toch dat de toestand rond het Bellandur-meer met zijn in het oog springende branden en schuim niet moet worden overdreven.

“Als je het bekijkt vanuit het oogpunt van volksgezondheid, valt het allemaal nog wel mee,” zegt hij. “Het is een ander verhaal dan in Flint in de Amerikaanse staat Michigan, waar lood in de waterleidingen bleek te zitten. Het water uit het meer wordt niet als drinkwater gebruikt. Het is vooral een kwestie van beeldvorming.”

Maar veel inwoners die in de buurt van het meer wonen, denken daar toch anders over.

Hoop voor de toekomst

“De branden in het meer zijn het gevolg van apathie en politieke keuzes,” stelt Seema Sharma.

Haar ruime appartement kijkt uit over het meer. Door de ramen, die van de vloer tot aan het plafond lopen, zijn pluimen witte rook te zien, die duiden op kleine vuurtjes die worden gestookt. Sharma, een manager bij een onderneming in data-analyse, vertelt dat zij getuige was van alle drie de grote branden op het meer. Maar, voegt ze daaraan toe, er zijn ook dagelijks kleine vuurtjes op de oevers, en er is een gestage toevoer van vrachtwagens die afval en puin komen storten. Ze vertelt dat ze het vaak zo'n deprimerend gezicht vindt dat ze de gordijnen dichthoudt.

En het uitzicht is niet het enige probleem. Uit het meer stijgt vaak een stank op. Die werd ooit zo erg dat haar man in eerste instantie dacht dat iemand was vergeten het toilet door te trekken. De geur, die soms minder en dan weer erger werd, bleef drie weken hangen.

Sharma is lid van de Bellandur Lake Citizen Group en vertelt dat zij zou willen dat burgers meer zeggenschap krijgen in het beheer van het meer. Volgens haar zijn burgerorganisaties, die financieel worden ondersteund door IT-bedrijven in de buurt, effectiever in het schoonmaken en beheer van het meer.

Afgelopen augustus was ze betrokken bij de organisatie van een festival rond het meer. Ambtenaren en omwonenden kregen zo de kans om met elkaar in contact te komen en meer over het Bellandur-meer te weten te komen. Het festival vond plaats op een kleine kilometer afstand van het meer. Sharma vertelt dat ze, tijdens die paar uur dat ze het water zag maar op veilige afstand was van de stank en de troep, voor zich zag wat het meer zou kunnen zijn.

“We gaan deze strijd aan omdat er zoveel potentieel is,” vertelt ze. “We leven in de hoop dat er iets zal veranderen.”

Lees meer