De 'Zeeuwse walvis': walvisachtigen in de Oosterschelde

De Nederlandse kust staat niet bekend als een goede plek om walvissen te spotten. Maar niets is minder waar. De Noordzee is rijk aan tuimelaars, zo af en toe een bultrug en een vaste populatie bruinvissen.

Gepubliceerd 26 apr. 2021 09:07 CEST, Geüpdatet 28 apr. 2021 12:00 CEST
Een moeder met kalf zwemt door de Oosterschelde. Het kleintje laat zijn buik zien wanneer ze ...

Een moeder met kalf zwemt door de Oosterschelde. Het kleintje laat zijn buik zien wanneer ze aan het wateroppervlak komen.

Foto van Frank Zanderink | Stichting Rugvin

Het Zeevarken, een Rigid Inflatable Boat, glijdt door het gladde water van de Oosterschelde. Het is een vroege zondagochtend in april en er zijn nog maar weinig andere boten op het water. Stuurman Frank vermindert de snelheid van de boot wanneer we het havenhoofd van Zierikzee naderen. Plots klinkt er een serie spuiten vanuit het water.

'Drie bruinvissen, recht vooruit!' roept Frank met een glimlach.

De Nederlandse wateren staan niet bekend als een walhalla voor walvissen. En hoewel dit ook zeker niet het geval is, betekent dat niet dat er niet veel leven te vinden is. De Noordzee is onder andere rijk aan tuimelaars, witsnuitdolfijnen, bultruggen, potvissen, grienden, gewone- en gestreepte dolfijnen. Het grootste Nationaal Park van Nederland, de Oosterschelde, is zelfs een van de beste plekken in Europa om bruinvissen in het wild te bewonderen. 

Lees ook: Massastranding van potvissen in de Noordzee onderzocht

De meeste bruinvissen leven een solitair bestaan. Soms komen ze in relatief grote groepen bij elkaar in de Oosterschelde. Maar een hechte band hebben ze hier niet bij. Wanneer je meerdere bruinvissen bij elkaar ziet, komt dat omdat ze veelal individueel jagen op dezelfde prooi en op dezelfde plek. De band tussen moeder en kalf is echter wel hecht.

Foto van Frank Zanderink | Stichting Rugvin

De kleinste van de familie

De meest voorkomende walvisachtige in de Noordzee en de enige in de Oosterschelde is de bruinvis (Phocoena phocoena). De naam is misleidend: het is geen vis, en hij is ook niet bruin. De dieren zijn donker- tot lichtgrijs en met een maximale lengte van 1 meter 80 behoren ze tot de kleinste walvisachtigen ter wereld. Bruinvissen hebben een stompe, ronde kop met spatelvormige tanden waarmee ze hun prooivis vangen. Het leefgebied van de bruinvis is de gematigde, subarctische noordelijke kust. Ze worden voornamelijk gezien in ondiepe gebieden zoals kuststroken, baaien, riviermondingen, en fjorden. 

Bruinvissen zijn schuwe, ongrijpbare zeezoogdieren. Vanwege hun teruggetrokken karakter weten wetenschappers nog weinig over het leven van de bruinvis in het wild. Maar daar komt nu verandering in.

Lees ook: Voor het eerst een tweekoppige bruinvis gevonden door Nederlandse vissers

Frank Zanderink, directeur van Stichting Rugvin, bestudeert de dieren al jaren en is door zijn carrière heen betrokken geweest bij verschillende natuurbehoudsprojecten. 'Vanwege hun schuwe karakter kost het tijd en geduld om meer te leren over de bruinvis,' vertelt Zanderink. 'Maar we hebben tot nu toe enorm veel over ze geleerd. Zo weten we nu dat het echt individuen zijn die we kunnen identificeren, terug herkennen en hun eigen karakter hebben. Sommigen zien we jaren achter elkaar terug in de Oosterschelde.'

Frank Zanderink, directeur van stichting Rugvin.

Foto van Effie Korpershoek

Onderzoek middels geluiden in de Oosterschelde

Sinds 2009 worden door vrijwilligers van Stichting Rugvin foto's van bruinvissen in de Oosterschelde gemaakt en verzameld. Deze foto's worden vervolgens gebruikt voor foto-identificatie, een techniek waarbij aan de hand van foto's van unieke kenmerken individuen kunnen worden herkend. Foto-identificatie wordt internationaal al tientallen jaren ingezet bij onderzoek naar walvissen en dolfijnen, maar nog niet zo vaak bij bruinvissen.

'Het kunnen herkennen van individuen kan veel waardevolle informatie opleveren, zeker als je de dieren over een langere periode vaker kan identificeren.' vertelt Frank.

Bruinvissen zoeken naar hun prooi door middel van echolocatie. Echolocatie is het ingebouwde sonarapparaat van de natuur en wordt toegepast wanneer dieren geluiden maken en de weerkaatsing daarvan gebruiken om zich te oriënteren en te jagen. De weerkaatsende echo’s kunnen een dier veel informatie geven over de afstand tot een objecten en de grootte ervan.

Zanderink voert ook onderzoek uit naar dit aspect van het leven van de bruinvis. Door middel van een hydrofoon die aan een boei in het water hangt worden de geluiden van bruinvissen in de buurt opgevangen. Via een radiozender wordt dat geluid, aangepast voor het menselijke gehoor, naar een zuil op het havenhoofd van Zierikzee overgebracht. Wanneer je bij 'Studio Bruinvis' op het knopje drukt, kun je luisteren naar de echolocatie van de dieren.

Naast het feit dat bruinvissen bijzondere dieren zijn om in het wild te bewonderen, is het belang van hun voortbestaan verbonden aan een groter geheel.

Lees ook: Walvissen hebben net als wij cultuur. Maar hoe fotografeer je dat?

Een bruinvis komt naar de oppervlakte om adem te halen.

Foto van Frank Zanderink | Stichting Rugvin

Walvissen als belangrijke spelers in klimaatbeheersing

Het beschermen van dieren zoals walvissen wordt vaak gezien als liefdadigheid. Maar walvissen blijken wel degelijk van een economisch belang voor klimaatbeheersing en het beschermen van de biodiversiteit in onze oceanen. Een recente analyse van het IMF probeert de manier waarop we over walvissen denken te veranderen door het voordeel dat ze ons opleveren te kwantificeren in euro's en centen.

Walvissen hopen tijdens hun lange leven koolstof op in hun lichaam. Als ze sterven, zinken ze naar de bodem van de oceaan. Elke grote walvis legt gemiddeld 33 ton koolstof vast. Ter vergelijking: een boom neemt slechts 48 kg koolstof per jaar op. 

Een andere manier waarop walvisachtigen ons helpen om koolstof op te slaan is door middel van hun ijzer-, stikstof- en fosfor-rijke ontlasting. Walvissen voeden zich met kleine mariene organismen zoals zoöplankton en vissen. Wanneer ze aan de oppervlakte komen om adem te halen, poepen en plassen ze ook. Dit levert een enorme pluim van walvispoep met voedingsstoffen op waar fytoplankton van leeft. (Een blauwe vinvis poept wel 4.000kg per dag!) Dit plankton haalt via fotosynthese, net zoals de bomen en andere planten, koolstof(dioxide) uit de lucht. Het fytoplankton produceert meer zuurstof dan alle bomen samen op aarde en halen daarmee ook meer CO2 uit de lucht.

 Walvissen voeden zich met kleine mariene organismen zoals plankton en vissen. Wanneer ze aan de oppervlakte komen om adem te halen, poepen en plassen ze ook. Deze activiteit levert een enorme pluim van voedingsstoffen op waar fytoplankton van leeft. Die halen op hun beurt weer via fotosynthese, net zoals bomen en andere planten, koolstof uit de lucht.

Foto van Heidi Pearson

'Het is belangrijk dat er meer aandacht komt voor het belang van deze dieren.' stelt Zanderink. Wereldwijd hebben we duizenden 'klimaatingenieurs' om ons heen. Het enige dat wij hoeven te doen is ze beschermen.' 

Stichting Rugvin is een onafhankelijke organisatie die zich richt op het onderzoeken en het monitoren van walvisachtigen in de Noordzee en de Oosterschelde en het verzorgen van educatieve activiteiten.  

In het najaar komt Stichting Rugvin en haar “Whale Poo Ambassadors” in samenwerking met Joe Merino en webdesigners Basic-VH met een interactieve website: de "Whale Poo Seamulation".

Perpetual Planet: Heroes of the Oceans
Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.