Maak kennis met Lola, het meisje dat haar laatste dagen schonk aan de wetenschap

“Ik deed het niet voor mezelf. Ik deed het voor alle andere kinderen die ziek zijn.”Friday, July 6, 2018

Door Maya Wei-Haas
Foto's Van Moriah Ratner
Lola wacht op de uitslag van haar MRI tijdens het klinische onderzoek in het St. Jude Children’s Research Hospital.

Op haar twaalfde nam Lola Muñoz een dapper besluit: ze koos ervoor om mee te doen aan een klinisch onderzoek naar een nieuwe combinatie van chemotherapiemedicijnen.

Lola leed aan diffuus intrinsiek ponsglioom (DIPG), een zeldzaam en agressief type hersentumor bij kinderen, waardoor een deel van de hersenstam wordt aangetast. Ze wist dat de kans heel klein was zij zelf baat zou hebben bij het onderzoek. Ze wist dat ze door de behandelingen heel ziek zou worden. En toch deed ze het.

“Ik deed het niet voor mezelf. Ik deed het voor alle andere kinderen die ziek zijn,” zei ze ongeveer een maand na de start van het onderzoek tegen fotojournalist Moriah Ratner. Ratner bracht bijna anderhalf jaar door bij Lola en haar familie, en legde elk onderdeel van hun leven vast. Haar foto’s schetsen een levendig beeld van Lola’s energie en levenslust, en van haar vastbeslotenheid om iets voor anderen te betekenen.

Dodelijke ziekte

Lola was een van de driehonderd Amerikaanse kinderen per jaar bij wie DIPG wordt geconstateerd. De ziekte is dodelijk en het merendeel van de patiëntjes overlijdt binnen een jaar na de diagnose. De tumor groeit op een deel van de hersenstam dat de pons wordt genoemd. Dat is een soort neurale snelweg die de hersenzenuwen met de rest van het lichaam verbindt, en die veel vitale functies bestuurt, zoals de ademhaling en de hartslag.

bekijk galerij

“Ik dacht dat het te opereren zou zijn. Dat je het er gewoon uit kon snijden, omdat dat nou eenmaal is wat je doet,” vertelde de moeder van Lola, Melissa Muñoz, aan Ratner. Maar dat kan niet bij DIPG. De tumor zit verweven met de zenuwdraden, waardoor operatieve verwijdering onmogelijk is.

Tientallen jaren werd er door de complexe locatie van de tumor geen vooruitgang geboekt op het gebied van de behandeling van DIPG. Onderzoekers waren terughoudend in het nemen van biopten, waardoor de biologische kennis over DIPG beperkt bleef, legt Melanie Comito uit. Zij is kinderhematoloog en oncoloog bij de Upstate Medical University in Syracuse in de staat New York, bij wie Lola lang onder behandeling was. Autopsies leverden wel informatie op, maar omdat het beeld van de vroege ontwikkeling van de tumor ontbrak, tastten wetenschappers toch nog in het duister. Veel van de eerdere klinische onderzoeken waren een kwestie van trial-and-error.

“Dat is zoiets als kanker proberen te genezen via een dartbord,” stelt Keith Desserich, de oprichter en voorzitter van The Cure Starts Now, een non-profitorganisatie die zich inzet voor het onderzoek naar kinderkanker.

Betere biologische kennis en een centrale database waarin informatie kan worden gedeeld, hebben een aantal antwoorden opgeleverd, maar ook nog veel meer vragen. Zo is bijvoorbeeld nog steeds niet bekend wat de oorzaak is van DIPG. De aandoening lijkt niet genetische bepaald te zijn, en ook niet te worden veroorzaakt door milieufactoren.

Bestraling wordt het vaakst toegepast als behandeling. Bij de meeste patiënten wordt de tumor daardoor kleiner. “Maar met bestraling kunnen we de klok vaak alleen een stukje terugzetten,” aldus Comito. Als de therapie is afgelopen, komt de tumor bijna altijd terug, meestal binnen een half jaar.

Een briefje dat Lola schreef.

Er loopt nog onderzoek naar de effectiviteit van andere behandelingen, zoals chemotherapie, maar de vooruitzichten zijn somber. In de ongeveer veertig jaar dat er onderzoek wordt gedaan naar DIPG, zijn er ruim 250 klinische onderzoeken gedaan naar nieuwe therapieën. Geen daarvan leverde betere overlevingscijfers op.

In de afgelopen jaren is er echter enige vooruitgang geboekt, doordat er meer biologische kennis is vergaard over de aandoening, en doordat gezinnen aandacht hebben gevraagd voor het lot van hun kinderen.

“Je wilt niet de hele tijd hetzelfde verhaal horen,” zegt Comito. “We moeten iets anders kunnen vertellen.”

Lola tijdens een schoolreisje naar Water Safari in Old Forge in de Amerikaanse staat New York op 16 juni 2017.

De juiste mix

Bij Lola begonnen de problemen met wat in eerste instantie een lui oog leek. Daarna begon haar gezicht te hangen. Het scala aan mogelijke diagnosen werd steeds ernstiger: onder meer ziekte van Lyme, verlamming van de aangezichtszenuw en cerebrale parese. Uiteindelijk kreeg het gezin te horen dat het om DIPG ging.

Lola onderging bestralingen en het gezin werd voor een beslissing gesteld: wilde ze meewerken aan een klinisch onderzoek?

Lola’s vader, Agustin Muñoz, zei tegen Ratner: “Wij vonden dat Lola oud genoeg was om dat zelf te beslissen, het gaat om haar lichaam. Die beslissing gaan wij niet voor haar nemen.” Het gezin besprak de risico’s van de drie onderzoeken waarvoor ze in aanmerking kwam, en Lola besloot naar het St. Jude Children's Research Hospital in Memphis te gaan, in de Amerikaanse staat Tennessee.

De artsen van St. Jude waren met hun onderzoek op zoek naar medicijnen die de groei van de tumor zou kunnen tegengaan, vertelt Comito. Op basis van de meest recente biologische en genetische informatie uit autopsies en biopsies, richtten de onderzoekers zich op twee chemotherapiemedicijnen: crizotinib en dasatinib.

Dasatinib werd oorspronkelijk gebruikt voor de behandeling van leukemie bij volwassenen. Maar uit recent onderzoek bleek dat het mogelijk ook effectief zou kunnen zijn bij de behandeling van DIPG, aldus Alberto Broniscer, die aan het hoofd stond van het klinische onderzoek in St. Jude. Crizotinib is van oorsprong een medicijn tegen longkanker. De stoffen zijn beiden goedgekeurd door de Amerikaanse Food and Drug Administration voor gebruik door volwassenen, en worden ieder afzonderlijk veilig geacht voor gebruik bij kinderen. De medicijnen waren echter nooit eerder getest bij gezamenlijk gebruik. De onderzoekers wilden weten welke gecombineerde dosering kinderen aankunnen voordat de bijwerkingen, zoals misselijkheid, hoofdpijn, braken en uitputting, hen te veel werden.

Hoewel Lola vastbesloten was in haar voornemen om bij te dragen aan het onderzoek, was het zeker niet eenvoudig. Ze werd heel ziek van de chemomedicijnen, maar ze nam ze toch, ook al wist ze dat ze er enorm misselijk van zou worden en last zou krijgen van andere symptomen.

“Ik vind het vreselijk, ik zou er helemaal achter staan als ze ermee ophoudt,” zei haar moeder ongeveer een maand na de start van het onderzoek tegen Ratner. “Ze is de hele tijd ziek.” Lola hield het vijf maanden vol, maar uiteindelijk “bereikte ze het breekpunt,” vertelt Ratner.

Uit de eerste van de twee fasen van het onderzoek kwam naar voren dat de cocktail van medicijnen te giftig was voor kinderen in de doses die in eerste instantie werden toegediend, vertelt Broniscer, die inmiddels directeur neuro-oncologie is bij het Children’s Hospital of Pittsburgh. De onderzoekers hadden de doses al verlaagd op het moment dat Lola mee ging doen aan het onderzoek. De resultaten van de tweede fase zijn nog niet bekendgemaakt.

Race naar antwoorden

Nadat ze stopte met het onderzoek, had Lola een periode die in het Engels bekendstaat als de ‘honeymoon period’ (wittebroodsweken). Ze voelde zich een tijdje beter, voordat het weer bergafwaarts ging. Van die goede tijd genoot ze met volle teugen. Ze won een sponsorwandeling, kampeerde bij Niagara Falls en liep zelfs een sponsorloop van zes kilometer voor DIPG uit.

“Ze begon met een sprint, en ik kon haar niet bijhouden,” schreef Ratner na de wedstrijd in haar dagboek. “Ze deed het zo goed, ik had het idee dat ik de echte Lola zag.”

Aan het eind van haar begrafenis gooiden Lola’s geliefden rozen, haar favoriete bloemen, op haar kist.

Lola overleed op 2 april 2018, slechts negentien maanden nadat ze de diagnose kreeg. Toch bleef ze langer in leven dan iedereen had verwacht. Ze wilde geen medelijden, ze wilde oplossingen, zodat andere kinderen niet dezelfde zware weg zouden hoeven gaan als zij. “Ik wil dat mensen slimmer gaan nadenken,” zei ze eens tegen Ratner over het onderzoek naar DIPG.

Met elk onderzoek, krijgen artsen meer kennis. Een toenemend aantal kinderen en hun gezinnen die te maken krijgen met DIPG, zoals Lauren Hill, Piper Waneka, Michael Mosier en anderen, zetten zich in om meer aandacht te krijgen voor de aandoening, en om mogelijke behandelingen te vinden voor deze dodelijke ziekte. “Dit zijn de kinderen die ervoor zorgen dat we uiteindelijk echt een remedie vinden,” aldus Desserich.

“Op een bepaalde manier leven deze gezinnen op een manier zoals je zou willen dat we iedere dag zouden leven,” voegt Comito daaraan toe. “En Lola is daar een geweldig voorbeeld van.”

Lees meer