Wetenschap

Wat is het ebolavirus – en is er een remedie?

Het ebolavirus veroorzaakt een ziekte waaraan negentig procent van de patiënten overlijdt, maar een veelbelovend vaccin kan bescherming bieden. vrijdag, 12 april 2019

Door Michael Greshko

Het ebolavirus, formeel Zaire ebolavirus (EBOV) genoemd, is een zeldzaam virus dat mensen en ook dieren als varkens en andere primaten kan besmetten. Het virus behoort tot het geslacht Ebolavirus, waarvan er vier de mens kunnen infecteren: Ebola, Sudan (SUDV), Taï Forest (TAFV) en Bundibugyo (BDDV).

Sommige van de ebolavirussen veroorzaken bij mensen geen symptomen, zoals het Reston-ebolavirus, de variant die de hoofdrol speelt in het boek en de tv-serie The Hot Zone (hoewel dit virus varkens en niet-menselijke primaten wél ziek maakt.) Onlangs werd een andere variant, het Bombali-virus, ontdekt bij vleermuizen, maar momenteel is het nog onduidelijk of deze stam ook andere dieren kan besmetten. In een groter verband behoort het geslacht Ebolavirus tot de familie van filovirussen, waartoe ook ziekteverwekkers als het Marburgvirus en het Cuevavirus behoren.

Ebola is een zoönose, oftewel een ziekte die vanuit wilde dieren (die de ziekte bij zich dragen) op de mens kan worden overgedragen. Onderzoekers weten niet zeker welke dieren het ebolavirus bij zich dragen, maar er zijn bewijzen voor de hypothese dat fruit etende vleerhonden een rol hebben gespeeld in de verspreiding van het virus naar andere dieren, waaronder chimpansees, gorilla’s en duikerantilopen. Mensen kunnen met het virus in contact komen wanneer ze met besmette dieren omgaan, zoals bij de jacht of het bereiden van bushmeat.

Het virus veroorzaakt de gelijknamige ziekte, die zeer ernstig en vaak dodelijk is. De symptomen zijn koorts, algehele zwakte, diarree, vermoeidheid, overgeven, maagpijn en onverklaarbare bloeduitstortingen en bloedingen. Doorgaans beginnen de symptomen acht tot tien dagen na de besmetting.

Ebola wordt overgedragen door contact met lichaamssappenals bloed, urine, uitwerpselen, braaksel, borstmelk en speeksel van mensen die de ziekte hebben opgelopen of eraan zijn overleden. Het virus kan via scheurtjes in de huid of de slijmvliezen (rond de ogen, in de neus en in de mond) in het lichaam doordringen. Ook kunnen mensen besmet raken door vervuilde injectienaalden, terwijl het virus zeer waarschijnlijk ook door seksueel contactwordt verspreidt. Het virus blijft ook aanwezig in sperma, zelfs nadat de man is hersteld van de ziekte. Dus: hoe gevaarlijk is ebola?

Hoe gevaarlijk is Ebola?

Afhankelijk van de immuunrespons van de patiënt en de toegang van de patiënt tot medische zorg, kan ebola in 35 tot 90 procent van de gevallen dodelijk zijn. Dat is ook de reden waarom plaatselijke en internationale gezondheidsautoriteiten bij uitbraken zo hard werken aan het indammen van de ziekte.

Bij de grote uitbraak van 2014-2016 in Guinee, Liberia en Sierra Leone – de zwaarste in de recente geschiedenis – raakten 28.600 mensen besmet en stierven 11.325 patiënten direct aan de ziekte. Maar in een onderzoek uit 2016 werd erop gewezen dat in de regio’s die destijds werden getroffen geen goede gezondheidsvoorzieningen aanwezig waren en veel armoede heerste, waardoor de epidemie verstrekkende en verwoestende gevolgen had. In 2014 konden naar schatting vijf miljoen kinderen in de leeftijd tussen 3 en 17 jaar vanwege de epidemie niet naar school. Ook inentingsprogramma’s moesten worden stilgelegd, waardoor honderdduizenden kinderen werden blootgesteld aan het risico op andere dodelijke ziekten, zoals mazelen. In een rapport uit 2015 wordt geschat dat de epidemie heeft geleid tot mogelijk 120.000 kraamdoden, deels omdat het gezondheidssysteem door de ebola-epidemie was ingestort.

Hoe dodelijk ebola en soortgelijke virussen ook zijn, het is onverantwoord om hun dreiging te overdrijven of verkeerd voor te stellen. Zo is er geen enkel bewijs voor de vrees dat ebola zich zou ontwikkelen tot een virus dat ook via de lucht overdraagbaar zou zijn, zoals sommige commentatoren tijdens de uitbraak van 2014-2016 beweerden.

Ook zijn er geen overtuigende bewijzen voor de stelling dat strikte reisverboden, die tijdens de uitbraak van 2014-2016 werden voorgesteld, de verspreiding van virussen als ebola op efficiënte wijze kunnen voorkomen. Reisverboden zouden sommige uitbraken zelfs erger kunnen maken, door juist die gemeenschappen te isoleren en te stigmatiseren die de hulp het meest nodig hebben. Tijdens de uitbraak van 2014-2016 lanceerden de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) een voorlichtingscampagne en namen andere maatregelen om het risico op verspreiding van het virus tegen te gaan en tegelijkertijd de verstoring van de internationale handel en het reizen tot een minimum te beperken.

Ebola is zeker niet het enige virus dat de mens bedreigt. Tussen oktober 2018 en maart 2019 overleden alleen al in de VS 28.000 tot 46.800 mensen aan de griep, aldus schattingen van de CDC. In 2017 stierven wereldwijd 110.000 mensen aan mazelen; voordat het vaccin tegen mazelen werd ontdekt, overleden elk jaar zo’n 2,6 miljoen mensen aan deze infectieziekte.

Hoe gaat het ebolavirus te werk?

Het binnenste van het ebolavirus is een slangvormig filament met een lengte van minder dan een duizendste millimeter. In dit filament ligt het RNA van het virus, een lange keten van genetisch materiaal met ongeveer negenduizend basenparen waarin zeven proteïnen zijn gecodeerd. Het buitenmembraan van het virus is bedekt met specifieke complexen van proteïnen en koolhydraten genaamd glycoproteïnen, die als lopers fungeren waarmee verschillende ‘sloten’ op de buitenzijde van de cellen van ons lichaam geopend kunnen worden.

Ebola gebruikt deze glycoproteïnen als een zeer vernuftige vermomming: het buitenmembraan van het virus zet de proteïnen aan om afvalstoffen te imiteren die voortkomen uit apoptose, het gebruikelijke en geprogrammeerde afsterven van cellen. De cellen in de buurt herkennen de resten van hun dode soortgenoten en nemen het afval op om het later af te voeren. Ze herkennen nu ook de ebolavirussen als dood materiaal en laten ze daardoor ongewild toe. Aanvankelijk moet het ebolavirus nog meedoen aan een soort cellulaire ‘bustoer’, in een blaasje dat vesikel wordt genoemd. Maar proteïnen aan één uiteinde van het virus zetten het vesikel aan om zijn RNA in het binnenste van de cel te injecteren.

Wanneer het ebola-RNA eenmaal in de cel is vrijgekomen, neemt het de cellulaire machinerie over om ontelbare kopieën van zijn bouwdelen te maken, die daarna worden samengevoegd. En met behulp van de eigen membraanfabriek van de cel kan het virus ontkiemen en nieuwe virussen vormen. Uiteindelijk kan de cel – die is veranderd in een echte virusfabriek – al deze activiteit niet meer aan en sterft af.

De symptomen van het ebolavirus zijn het gevolg van het type cellen dat het virus aanvalt. Tot die cellen behoort ook een groep immuuncellen – dendritische cellen – die een beetje als de bewakingscamera’s van het lichaam fungeren. Door hun afwezigheid verliezen andere immuuncellen hun werkzaamheid, zodat het virus zich snel kan vermeerderen. Bovendien kan ook het vermogen van cellen om interferon aan te maken – een antivirale signaalmolecuul –  door ebola worden verstoord. En tenslotte kan het virus ervoor zorgen dat bepaalde immuuncellen zichzelf vernietigen.

Wanneer ebola andere immuuncellen binnendringt, worden de bloedvaten door de infectie verzwakt en vormen zich talloze kleine bloedpropjes, wat leidt tot de bloeduitstortingen en bloedingen die bij veel maar niet alle slachtoffers van ebola optreden. Vooral cellen van de lever, de bijnier en het spijsverteringskanaal krijgen het zwaar te verduren, waardoor de lichaamsfuncties van de patiënt volledig worden verstoord.

Welke behandelingen zijn er?

Gezondheidsautoriteiten benadrukken hoe belangrijk het is om elk contact met het ebolavirus te vermijden, door de handen te wassen en contact met besmette mensen en dieren te vermijden. Als iemand eenmaal is besmet, moeten de symptomen in speciale klinieken worden behandeld. De toediening van zuurstof en infuusvloeistof helpt, evenals medicijnen tegen diarree en lage bloeddruk.

Wetenschappers hebben snel vooruitgang geboekt in het ontwikkelen van een experimenteel ebolavaccin, rVSV-ZEBOV. In 2015 konden internationale onderzoekers het vaccin testen bij 11.841 mensen in de regio Basse-Guinée in Guinee, waar het honderd procent effectief bleek te zijn. Volgens de CDC zal het vaccin ergens in 2019 worden goedgekeurd door de Amerikaanse gezondheidsautoriteiten.

Daarnaast wordt gewerkt aan de ontwikkeling van experimentele antivirale middelen die kunnen voorkomen dat het virus zich vermeerdert.

Een korte geschiedenis van ebola-uitbraken

Het ebolavirus werd in de herfst van 1976 voor het eerst officieel geïdentificeerd, na een uitbraak in de buurt van Yambuku, een dorpje dat op 95 kilometer van de rivier de Ebola ligt, in het noorden de Democratische Republiek Congo, destijds Zaïre genaamd. Tussen 1 september en 24 oktober van dat jaar kregen 318 dorpelingen koorts; ongeveer acht op de negen patiënten die besmet raakten, overleden aan de ziekte. Intussen werden 284 mensen in Soedan, onder wie 37 procent van de textielwerkers van een katoenfabriek, ziek door een soortgelijk virus; binnen enkele weken na de besmetting waren 151 van hen overleden. Van 1977 tot 1988 kwamen de gezondheidsautoriteiten in totaal 35 gevallen in Soedan en de Democratische Republiek Congo op het spoor, waarvan er 23 met dodelijke afloop.

In 1989 werden bewoners van de Filipijnen en de VS geconfronteerd met de situatie die in het boek The Hot Zone wordt beschreven. Op 2 oktober 1989 werden honderd aapjes van de Filipijnen naar New York verscheept en vervolgens per truck naar het bedrijf Hazelton Research Products in Reston, Virginia, vervoerd, waar proefdieren voor laboratoria werden gehouden en verkocht. Op 12 november waren twaalf aapjes gestorven of afgemaakt omdat ze symptomen van hemorragische koorts vertoonden.

Toen uit tests bleek dat de aapjes een of andere vorm van het ebolavirus hadden, gingen alarmbellen rinkelen. Ook vier werknemers van het bedrijf waren positief getest op ebola, van wie er eentje met het virus was besmet toen hij zichzelf per ongeluk met een scalpel sneed terwijl hij een aapje onderzocht dat aan de ziekte was overleden. Bezorgd riep het bedrijf de hulp van artsen van het Amerikaanse leger in om de situatie in te dammen. Zonder paniek te veroorzaken of de volksgezondheid te bedreigen moesten wetenschappers in alle stilte de resterende aapjes laten inslapen en het bedrijf ontsmetten.

Gelukkig vertoonde geen van de mensen die blootgesteld waren aan het virus enige symptomen. En op de Filipijnen bleek uit tests van de mensen die met de aapjes hadden gewerkt slechts enkelen van hen antilichamen tegen het virus hadden aangemaakt, maar dat ze geen symptomen vertoonden. Ook toen dezelfde ebola-variëteit in 1992 opdook in een primatenhouderij in Italië, bleven de werknemers gezond. Dit specifieke ebolavirus – nu het Reston-ebolavirus genoemd – veroorzaakt geen symptomen bij mensen.

Enkele jaren later, in 1995, kregen gezondheidsautoriteiten te maken met de grootste ebola-uitbraak tot dan toe: 315 gevallen in en rond Kikwit, een stadje in de Democratische Republiek Congo. Aanvankelijk verspreidde het virus zich in families en ziekenhuizen; in een kwart van alle gevallen ging het om medisch personeel. Maar omdat dit personeel beschermende kleding als gezichtsmaskers en handschoenen droeg, daalde het aantal gevallen gelukkig weer snel. Al met al overleden er 250 mensen, oftewel 79 procent van de besmette patiënten.

In de twintig jaar daarna doken er af en toe gevallen op of waren er kleinere uitbraken, van een uitbraak met 425 gevallen in Oeganda in 2000 tot de dood van een Russische laborant in 2005, die met het virus besmet was geraakt. De grootste uitbraak tot nu toe begon eind 2013 en werd in maart 2014 officieel bevestigd nadat gezondheidsautoriteiten 49 besmettingen en 29 sterfgevallen in het West-Afrikaanse land Guinee hadden geconstateerd.

In juli 2014 had de ebola zich uitgebreid naar Conakry, de hoofdstad van Guinee, en naar Monrovia en Freetown, de hoofdsteden van de buurlanden Liberia en Sierra Leone. In juni 2016, toen de uitbraak officieel voor beëindigd werd verklaard, waren er inmiddels in nog zeven andere landen – Italië, Mali, Nigeria, Senegal, Spanje, Groot-Brittannië en de VS – gevallen van ebola geconstateerd, waaronder sommige bij medisch personeel.

Bij de uitbraak van 2014-2016 was het ebolavirus voor het eerst doorgedrongen in zeer dichtbevolkte stedelijke gebieden, waardoor deze epidemie bijzonder gevaarlijk en moeilijk in te dammen was. Bijna driekwart van alle gevallen deed zich voor onder familieleden, waaruit bleek dat fysiek contact met de lichamen van mensen die aan ebola waren gestorven, een van de meest voorkomende manieren was waarop het virus werd overgedragen.

In het licht van die situatie raadden de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en andere instellingen de bevolking dringend aan om mensen die aan ebola waren overleden door professionele gezondheidsmedewerkers in beschermende kleding te laten afleggen en zo snel mogelijk te begraven. Maar de opvolging van dat advies druiste vaak in tegen een van de meest fundamentele menselijke behoeften: een waardige begrafenis voor dierbaren.

Op dit moment worden plaatselijke en internationale gezondheidsautoriteiten geconfronteerd met een van de zwaarste ebola-uitbraken ooit, ditmaal in delen van de Democratische Republiek Congo. Op 4 april 2019 lag het totaal aantal bevestigde besmettingen op 1100 – van wie een kwart bij mensen onder de achttien jaar – van wie er inmiddels 690 zijn overleden. In 81 gevallen (waarvan 27 met dodelijke afloop) ging het om gezondheidspersoneel dat de epidemie probeert te bestrijden.

Het indammen van de uitbraak blijkt zeer moeilijk te zijn, vooral omdat er in deze regio veel wantrouwen heerst. Volgens berichten van media ter plekke en de WHO worden gemeenschappen afgeschrikt door de hardhandige aanpak van hulporganisaties en de plaatselijke overheid. Beambten zeggen dat ze actief werken aan het herstellen van het vertrouwen en het tegengaan van verdere besmettingen.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer