Hongarije

48 uur in Boedapest

Boedapest, een historische en hippe stad met de grandeur van Parijs en de bruisende ‘feel’ én de uiterst betaalbare prijzen van Berlijn. maandag, 3 juli

Door Charlotte Bouman
Foto's Van Charlotte Bouman

Dag 1

Ochtend: Historie in Boeda

Oud en nieuw worden in Boedapest (bijna) letterlijk gescheiden door de Donau. Steek vanuit het Pest-stadsdeel de prachtige Kettingbrug (Szechenyi Lanchid) over en je verruilt de statige boulevards van Pest voor de oude burchtwijk van Boeda met zijn grote paleizen die zo uit een aflevering van Game of Thrones lijken te komen. Loop langs het water richting het Batthyanyplein en zie het immense Parlementsgebouw aan de overkant van de rivier (alleen vanaf de Boeda-zijde in zijn geheel te zien) steeds indrukwekkender worden.

Aan het Batthyany-plein is ook een ware stadsfavoriet te vinden: Nagyi Palacsintazoja. Laat je niet afschrikken door het enigszins Spartaanse interieur: hier eet je de lokale delicatesse, de palacsinta, tussen de locals. Men staat er 24 uur per dag in de rij voor een pannenkoek met (keuze uit bijna vijftig soorten) vulling. Denk daarbij aan cacao, maar ook aan spaghetti (!).

Neem de kronkelpaadjes omhoog naar boven, richting de Matthiaskerk. Het bouwwerk is zo indrukwekkend dat het het lelijke jaren ’80-stijl hotel ernaast gelukkig doet verbleken. Wanneer je met je rug naar de kerk toe de Szentharomsagstraat inloopt, zit daar op nummer 7 een waar Boedapest-icoon: Ruszwurm Cukraszda, een van de oudste banketbakkerijen van de stad. Gebak wordt hier (en in de hele stad) uiterst serieus genomen. Probeer bijvoorbeeld de Eszterhazytaart, wederom een lokale specialiteit. Voor de prijs hoef je het niet te laten. Iconische locatie of niet: hier betaal je omgerekend zo’n drie euro voor koffie en een gebakje. Uitgegeten? Aan het einde van de straat loop je zo richting de historische stadsmuur die fungeert als een goed slenterpad met bankjes met fenomenaal (hoog) uitzicht.

In de verte ligt het Boedapaleis, waar ook het Historisch Museum over de stad, is gevestigd.

Middag: Thermaal badderen

De weg terug naar de Donauoever kan je te voet, maar ook met de mini-Siklo-kabelbaan afleggen. Mini, want de tocht is in een zucht voorbij. Beide opties garanderen een prachtig uitzicht over de rivier. Boedapest werd in de jaren ’30 al ‘stad van de spa’s’ genoemd, vanwege de vele thermale baden. Een wandeling zuidwaarts brengt je naar een van de oudste badhuizen van de stad, het statige Gellert-bad. Deze plek is een van de weinige baden in Boedapest waar mannen en vrouwen gemengd mogen komen. In de zomer is er ook een indrukwekkend buitenbad.

Avond: Goulash en wijn

Aan de Pest-kant van de stad, in de buurt van de Opera is het goed toeven tussen de lokale wijnen van restaurant Klassz. Hier staan lokale specialiteiten op het menu. Maar naast het heerlijke eten draait het hier misschien wel nog iets meer om de Hongaarse wijn. Vraag een ober om wijnadvies en hij begint te glimmen van trots. Smaakt de geproefde wijn naar meer? Je kunt hem ook gelijk meenemen naar huis, want dit restaurant is tevens wijnwinkel. Tafels zijn hier niet te reserveren, maar de doorstroom in dit restaurant is prima. En anders is het het eventuele wachten zeker waard.

Dag 2

Ochtend: Historie in Pest

Begin de dag bij kasteel Vajdahunyad. Een wonderlijk bouwwerk, moet ik zeggen, want het kasteel bestaat uit vijf totaal van elkaar verschillende bouwstijlen. Van een ode aan een Transsylvaans kasteel tot aan barok en alles ertussen, lijkt het. Aangrenzend ligt het prachtige stadspark. Badhuisaficionados: hier is nog zo’n parel van een thermaal bad te vinden, de Szechenyi Bath & Spa. Misschien nog wel mooier dan het bekendere Gellert.

Aan het park en aan het aanliggende Heldenplein (Hosok tere) staat het prachtige Museum voor Schone Kunsten. De kunstwerken van onder anderen Rembrandt, Da Vinci en Cézanne zijn zeker de moeite waard, maar ook het gebouw zelf is met zijn Louvre/Pradograndeur adembenemend.

Middag: Zwarte bladzijden en lichter vermaak

Het Terror Haza-museum (vrij vertaald: huis van de terreur) aan de Andrassystraat is misschien niet de meest opbeurende plek van de stad, maar indrukwekkend is het er zeker. Vanuit dit pand werden in de fascistische en communistische tijden die Hongarije kende vele wandaden jegens de bevolking gepleegd. In een gelikte expo met prachtige muziek, licht en geluid zie je alle kanten van dit vreselijks belicht. Ja, hier word je stil van. Grootste slikmoment: de lift naar beneden, waarin een van de voormalige beulen op video doodleuk vertelt hoe er werd omgegaan met de gevangenen. Drie minuten later sta je zelf in de ruimtes die hij beschrijft. Brr.

Tijd voor wat luchtigers. Volg de Andrassystraat en je loopt vanzelf richting de winkels. Grote ketens vind je rond de Vacistraat, (vintage) boetiekjes rond de Kiraly Utka. Ook een aanrader: de Grote Markthal (Nagy Vasarcsarnok) bij de Szabadsag-brug. Onderweg trek in een kop koffie met – wederom – gebak? Lotz Terem, het café in een voormalig warenhuis op de Andrassystraat (nummer 39), is daarvoor een van de sfeervolste plekken in de stad. De entree is via een moderne boekhandel, maar de tearoom ademt een en al historische grandeur met zijn plafond dat niet zou misstaan in de Sixtijnse Kapel.

Avond: Tussen de locals

De Liszt Ferencstraat is sfeervol, doch een tikje toeristisch. Maar eet er bij restaurant Menza en je begeeft je tussen de locals (van elke leeftijd). Op het menu: Hongaarse klassiekers. Reserveren is een aanrader in deze populaire plek met hippe retro-feel. In de omgeving voldoende plekken voor nog een drankje (of twee), van chique cafés tot ruïnebars: verlaten ruimtes die zijn omgetoverd tot hippe hangouts met een vaak zeer gemêleerd publiek. In de (aangrenzende) Joodse wijk Erzsebetvaros vind je er talloze. Plekken waar alles draait om (wederom) een lokale favoriet: bier.

Van plan om Boedapest te bezoeken? Ga dan ook langs bij een van deze drie badhuizen waar in de zomermaanden de beste sparties plaatsvinden.

 

Kijk hier voor meer informatie

Volg