Oman

Midden-Oosten met de kids

Tropische oases en kraakheldere wadi’s verstopt tussen ruige bergkammen, oranjerode zandwallen zo ver het oog reikt, geurige souks, zandkastelen, forten en sprookjesachtig gesluierde vrouwen. Oman is een must see... óók met kinderen. maandag, 3 juli

Door Petra Schouten
Foto's Van Petra Schouten

Een meter voor ons maait een groene reuzenschildpad met haar flippers zand over haar schild: links, rechts, links, rechts. We kunnen de hoopjes waarmee ze haar nest probeert te dichten amper ontwijken. Vier uur ’s nachts, 29 graden, klamme wind. Mijn lijf voelt plakkerig. In het licht van de volle maan overzie ik het strand van Raz al Jinz in de golf van Oman. Een wirwar van kuilen en verse kruipsporen die oplossen in de oceaan. Surrealistisch. Verwondering overvalt me, voor de zoveelste keer deze week. 

Met ongekamde haren en ogen dik van de slaap wandelen mijn negenjarige dochter Marvy en ik een uur eerder van het sobere tentenkamp op een heuvel van het schildpaddenreservaat Ras al Hadd naar het bezoekerscentrum beneden. Omgevingsgids Nasser staat bij de receptie al op ons te wachten. In het busje, onderweg naar north beach, vertelt Nasser dat hij sinds 2007 bij het reservaat werkt. Vier keer per week leidt hij bezoekers van het centrum ’s avonds én ’s nachts over het schildpaddenstrand. Na een hobbelige weg, komt de bus abrupt tot stilstand. Voor we uitstappen drukt de gids ons nogmaals op het hart: ‘Stay behind me, don’t speak and no photos until sunrise.

Raz al-Jinz, het meest oostelijke deel van het Arabische schiereiland, is wereldberoemd vanwege de met uitsterven bedreigde groene zeeschildpadden. Het reservaat is de enige plek op aarde waar de reptielen 365 dagen per jaar aan land komen om eieren te leggen. Hand in hand en vol verwachting stappen Marvy en ik achter Nasser door het vochtige zand. De meeste schildpadden komen tussen juni en oktober aan land. Het is begin mei, maar Nasser is optimistisch. De luchtvochtigheid is hoog en dat is gunstig voor de zeeschildpadden die op droog zand moeilijk vooruit komen.  

We zitten ruim dertig minuten in een halve maan achter de kuil waarin de eerste schildpad centimeter voor centimeter vooruit kruipt en het zand waarmee ze de eitjes afdekt een beetje aanstampt door met haar schild heen en weer te wiebelen. Terwijl we daar zo zitten, dwalen mijn gedachten af naar een paar dagen eerder. Na een bezoek aan Muttrah Souk, waar we saffraan, gedroogde limoen en pepers scoren voor het eten, zet gids Ahmed ons laat in de middag af bij het vissersdorp Quantab. We gaan koken met Omaanse dames. De workshop vindt plaats bij Bait al Bilad, een privérestaurant met sprookjesachtige binnenplaats, pal aan het strand. Na een toast met muntlimoensap, stort Marvy zich op het snijden van de ‘ladyfingers’. Makkelijker gezegd dan gedaan in het keukentje waar de temperatuur snel oploopt tot saunahoogte.  

Na het snijden van de groenten houden we het voor gezien en slenteren naar de baai. In een steeg zoeken vrouwen en meisjes uit het vissersdorp verkoeling in de schaduw. Langs de vloedlijn zitten mannen met baarden en gekleed in smetteloze witte dishdasha’s in groepjes bij elkaar, en verderop duiken jongens in de golven. Marvy en ik zijn de enige vrouwen op het strand, maar de sfeer is gemoedelijk. Ik voel me niet onveilig. Eerlijk? Na de uitnodiging voor deze familiepersreis, had ik mijn bedenkingen. Is het verstandig om mijn kind mee te nemen naar het onrustige Midden-Oosten? In buurland Jemen woedt een burgeroorlog.

Persoonlijk ben ik geen voorstander van de boerka, die in Oman door veel vrouwen wordt gedragen. Toch merk ik dat de zwaar gesluierde vrouwen me geen angst aanjagen, integendeel. De zwarte gedaanten in combinatie met al die mannen in witte jurken zien eruit of ze regelrecht uit het sprookje van Aladdin en de wonderlamp zijn gestapt. Op de website van de Rijksoverheid staat dat Oman het meest stabiele land in de regio is. Ook de blogs die ik lees zijn positief. Het land is overwegend islamitisch, maar niet conservatief. De inwoners zijn open en gastvrij. Ook wat emancipatie betreft, is Oman zeer vooruitstrevend. Op veel hoge posities in het zakenleven en de politiek werken vrouwen.

In de baai bij het restaurant waar we later zullen dineren, maak ik een foto van mijn dochter die met haar broek hoog opgetrokken schelpjes in laag water zoekt, als Ahmed roept. Of we willen helpen met het bakken van rakhal, dun brood dat Omani’s bij elke maaltijd serveren. Met z’n drieën lopen we terug naar de binnenplaats, waar Fatma het deeg net klaar heeft. Ze wenkt Marvy en geeft haar een klompje. Het plakt. Met een vies gezicht smeert Marvy de witte substantie heel voorzichtig op de groeiend hete plaat. Haar eerste ‘pannenkoek’ is niet rond genoeg. Ze mag ’m meteen opeten van Fatma. Zelfs zonder stroop smaakt ie lekker.

Terug op het schildpaddenstrand. Marvy stoot me aan. Ik schrik op uit mijn dagdroom en zie de zeeschildpad in beweging komen. Ze klimt in etappes, rust uit, schuift op haar buik door het zand, wacht even en hopt weer verder, een prachtig spoor achterlatend totdat de eerste donkere golven stukslaan op haar schild. Een machtig gezicht. Dan kraakt de walkietalkie. ‘Verderop legt een ander vrouwtje eieren,’ vertaalt Nasser. We trekken een sprintje. Plop, plop, plop. We tellen er meer dan honderd. Nasser schijnt bij. Vet cool’, roept Marvy iets te enthousiast, ‘net pingpongballetjes, maar dan slijmerig.’ 

Het wordt al licht als we één, twee, nee drie babyschildpadjes uit het zand zien kruipen. ‘Te schattig,’ kirt Marvy. Deze keer grijpt niemand in. De voorste en snelste baby bereikt het water. De anderen hebben minder geluk. Verschikt staart Marvy naar de krabben die kleintjes in hun holletje trekken. Troostend legt Nasser zijn handen op haar schouders. ‘Sorry Marvy, that’s nature. We never intervene.’ Dat vindt Marvy stom. Ook tijdens een adembenemende zonsopgang blijft ze mokken. Als achter ons de steile rotsen oranjeroze kleuren, zie ik twee donkergroene koppies boven de golven uitsteken. Starend naar deze paringsdans word ik opnieuw overvallen door verwondering. Ik begrijp heel goed waarom The New York Times Oman op nummer 20 van de ‘52 places to go in 2015’ heeft geplaatst. 

Onze reis is een aaneenschakeling van hoogtepunten: Grand Mosque in Muscat, waar we gesluierd en blootvoets over het tapijt van 4200 m² dwalen, de wirwar van kleurige straatjes in de souk, het kraakheldere Wadi Bani Khalid, waar we, zittend op een rots in het koele water, kleine visjes huidschilfers van onze tenen laten knabbelen, de 500 meter lange ‘Lazy River’ van het Shangri-La Al Waha resort – Marvy’s favoriet – en het adembenemende Wahiba Sands, een oranjerode zandbak van 16000 m². 1000 Nights Camp, het enige woestijnkamp mét zwembad – nee, dat is geen overbodige luxe – ligt op 40 kilometer rijden van de hoofdweg na het dorpje Al Mintrib. 

Voor mij lijkt elke duinpan op de ander. Ahmed stelt me gerust. Hij kent het gebied, we zullen niet verdwalen. Zelfs niet off road. Ik geef me over. De sporen in het zand, de scherpe lijnen, de soms wel tweehonderd meter hoge zandwallen, de weidsheid, ik word er stil van. Maar niet lang, want daar gaan we weer: de achtbaan in zand. Een keer blijven we steken op een hoge zandwal. De auto uit en scheppen. Wat een avontuur. Na een uurtje ‘dune bashing’ gaan we op de koffie – met kardemon – bij een bedoeïenfamilie.

Marvy klimt op de rug van een dromedaris. Met wangen rood van de opwinding – of is het de zon? – stapt ze een half uur later van het grote beest. Of ze nog een keer mag? Geen tijd, Naima wil haar hand versieren met henna en ik krijg twee zwarte strepen in mijn ogen. Ahmed knikt goedkeurend als hij mijn met kohl omrande kijkers ziet. ‘Beautiful. You look like an Arabian princess.’ Marvy is minder enthousiast over mijn nieuwe look. Dat lees ik later in haar reisdagboek. ‘Mama, kreeg net als die bedoeïenmevrouw zwarte lijntjes in haar ogen. Volgens Ahmed beschermt het haar ogen tegen het stof in de woestijn. Nou, ik vond het er griezelig uitzien. Mama leek een beetje op een heks.’   

Van de duizend schildpadjes die uit hun ei kruipen, halen maar drie de volwassen leeftijd van 25 jaar. Als de tijd rijp is, zwemmen de vrouwtjes terug naar het strand van Raz al Jinz, waar ze twee weken na de paring aan land komen om een nest te bouwen. Het loopt tegen zessen als we gezamenlijk teruglopen naar het busje aan de rand van het strand. Marvy is de opgegeten zeeschildpadjes nog niet vergeten. Ze pruilt. Om haar op te vrolijken, zegt Nasser dat hij op het schildje van de baby die het water haalde, stiekem een sticker met haar naam heeft geplakt. ‘So Marvy’, lacht hij, ‘would you come back in 25 years? To see if she made it? If you do, I will bring my son for you.

Kijk hier voor meer informatie

Volg