Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met Istria Region.
Zoek je nog een bijzondere bestemming om dit jaar te bezoeken? Wat dacht je van het Kroatische schiereiland Istrië. Daar is het dankzij het mediterrane klimaat het hele jaar goed toeven. Zelfs in de rustigere periodes, zoals de maanden april, mei, september en oktober, is het er tussen de 20 en 30 graden Celsius.
Maar het weer is niet de enige - en zeker niet de bijzonderste - reden om op reis te gaan naar Istrië. We geven je er nog zes.
1. De olijfolie is er van wereldklasse
Neem een mediterraan klimaat met hete zomers en milde winters, doe er een kalkrijke bodem en de nabijheid van de Adriatische Zee bij en combineer dat met eeuwenoude, traditionele productiemethoden – biologisch en duurzaam – én moderne technologie.
Het resultaat? Istrië wordt al sinds 2016 uitgeroepen tot de beste extra vierge olijfolie-regio ter wereld. Met meer dan 70 producenten op het schiereiland heb je de olijfolie van topkwaliteit voor het uitzoeken.
2. Het is een truffelparadijs
Het is niet alleen de olijfolie – en vergeet ook zeker niet de wijn – die Istrië culinair op de kaart zet. Ook de truffels zijn er van uitzonderlijke klasse. Het Motovun-bos in de Mirnavallei is dé hotspot voor de truffeljacht, mede dankzij de kalk in de bodem. Het creëert de perfecte omstandigheden voor de beste kwaliteit van deze delicatesse.
Met name de Tuber Magnatum Pico, de witte truffel, is zeldzaam en extreem waardevol. Het hele jaar door worden er ook zwarte truffels gevonden. En ben je in de nazomer in Buzet, Livade of Motovun, dan kom je geheid een truffelmarkt of -festival tegen.
3. De geschiedenis gaat ontzettend ver terug
De kust in Istrië mag dan vooral bekend staan om mooie – en schone – stranden, de rijke geschiedenis van de kustplaatsen moet je niet onderschatten. In Poreč staat de Eufrasiusbasiliek: de oudste nog intacte basiliek van Kroatië. Hij werd gebouwd in de zesde eeuw, tijdens het Byzantijnse Rijk.
In het grotere Pula ga je nog verder terug in de tijd. Het beroemde Romeinse amfitheater is een van de grootste en best bewaarde in zijn soort, dateert uit de eerste eeuw n.C. en is nog steeds in gebruik. Niet meer voor gladiatorengevechten, maar voor concerten en festivals.
4. Er ligt een nationaal park voor de kust
Voor de westkust van Istrië ligt een klein, maar prachtig nationaal park: Brijuni. Een archipel van veertien eilanden waar afdrukken van dinosauriërs te vinden zijn, overblijfselen van Romeinse villa’s en mozaïeken, Byzantijnse ruïnes en een kerk die gebouwd is door de Tempeliers.
Vanuit Fažana, niet ver van Pula, varen er dagelijks boten naar het hoofdeiland Veliki Brijun. Dat is net als de rest van de eilanden autovrij, maar uitstekend te ontdekken per fiets.
5. Er is een woestijn
Je zal er niet omkomen van de dorst na dagenlang dwalen, maar helemaal in het noorden van Istrië, tegen de grens met Slovenië, vind je een mergelduinlandschap dat de Kroaten liefkozend woestijn noemen. De Piskiwoestijn is in ieder geval geologisch uniek, droog, ruig en onherbergzaam.
6. De grootste pracht ligt ondergronds
De bodem van kalksteen in Istrië zorgt niet alleen voor een landschap als de Piskiwoestijn, maar brengt nog veel meer natuurpracht met zich mee. Die is met name ondergronds te bewonderen; Istrië kent ruim 1.500 grotten. Een van de indrukwekkendste is de Mramornica grot in de buurt van Pazin, precies in het midden van Istrië.
Meer weten over dit bijzondere schiereiland? Kijk dan op de website voor meer informatie.




