De vioolhoofdstad van Italië herstelt zich met muziek van COVID-19

Cremona, de stad die bekend staat om haar vioolbouwers, opent een conservatorium voor snaarinstrumenten.

Door Ronan O’Connell
Gepubliceerd 3 sep. 2021 11:19 CEST
03e Ronan O'Connell

Vioolbouwer Daniele Tonarelli is een van de meer dan 150 vioolbouwers uit Cremona. Hoewel deze Italiaanse stad hard is getroffen door de coronapandemie, kan een nieuw conservatorium helpen de economie nieuw leven in te blazen en toeristen terug te brengen.

Foto van Ronan O'Connell

Meer dan 450 jaar geleden vond Andrea Amati in de Italiaanse stad Cremona de moderne viool uit. De plaats was eeuwenlang het belangrijkste centrum van de vioolbouwers ter wereld. Deze ambachtslieden, luthiers genaamd, dragen nu bij aan het herstel van Cremona. Het aantal inwoners van die plaats nam vorig jaar sterk af door de uitbraak van COVID-19 in Italië.

Terwijl Italië vorig jaar door de pandemie tot zwijgen werd gebracht, bleven zoete melodieën door Cremona zweven. De vioolbouwers waren weliswaar van alles afgezonderd, maar zeker niet beteugeld. De melancholische klanken van de violen creëerden een geluidslandschap in de verstilde stad. Tijdens de strenge lockdown werd in de werkplaatsen van de vioolbouwers op de instrumenten gespeeld, waarbij hun klanken ontsnapten en door de verlaten straten van de oude stad zweefden.

Cremona is 2200 jaar oud. De stad heeft invasies, opstanden en nog dodelijkere ziekten dan COVID overleefd. Romeinen, Lombarden, Goten, Hunnen, Spanjaarden en Oostenrijkers hebben deze stad in het verleden bestuurd, bezet of geplunderd. De laatste tijd is Cremona het domein van de vioolbouwers. Er wonen meer dan 150 vioolbouwers in deze kleine stad met ongeveer zeventigduizend inwoners. Cremona ligt ongeveer 69 kilometer ten zuidoosten van Milaan in de regio Lombardije in Noord-Italië.

Het nieuwe Stauffer Center for Strings opent zijn deuren in oktober 2021. Het conservatorium en cultureel centrum is ondergebracht in een gerestaureerd paleis uit de zeventiende eeuw.

Foto van Fondazione Stauffer © Melania Dalle Grave e Piercarlo Quecchia DSL Studio

Toen COVID vorig jaar in Europa uitbrak, was Lombardije de plek waar de ziekte tot uitbarsting kwam. Een van de eerste dodelijke slachtoffers van het coronavirus viel te betreuren in Cremona. De plaats werd al snel een van de zwaarst getroffen steden ter wereld. Miljoenen mensen over de hele wereld zagen verontrustende beelden van overspoelde ziekenhuizen, radeloze zorgverleners en overvolle mortuaria in Cremona.

Nu herstelt Cremona zich echter, net als haar beroemde muzikale exportproducten. Italië zal binnenkort misschien opnieuw reisbeperkingen invoeren voor Amerikanen, maar vooralsnog is het land weer opengesteld voor gevaccineerde toeristen uit veel landen. Zij komen de gracieuze kerken van Cremona bewonderen, doen zich tegoed aan het vleesgerecht gran bollito cremonese en beklimmen de hoogste klokkentoren van het land, de 112 meter hoge Torrazzo.

Ondertussen herstelt de vioolgemeenschap van Cremona zich dankzij de terugkeer van de muziekbeurs op 24 september en door de opening van een groot conservatorium speciaal voor snaarinstrumenten in oktober. Het Stauffer Center for Strings, waar wereldberoemde musici les gaan geven, zal getalenteerde violisten, altviolisten, cellisten en contrabassisten opleiden. Sommige van deze begaafde studenten gaan misschien wel spelen op instrumenten die tijdens de lange lockdown in Cremona zijn gemaakt. 

De nalatenschap van Stradivari

Een van die volhardende ambachtslieden is Fernando Lima. Op het hoogtepunt van de pandemie kon de 59-jarige, van oorsprong Portugese vioolbouwer zijn huis niet verlaten, geen familie omhelzen of van het zonlicht genieten. Maar hij kon wel reepjes esdoornhout van de klankkast van een viool schaven tot deze perfect was en heel precies functioneerde.

Toen ik voor de pandemie zijn atelier bezocht, vertelde hij me dat hij door het secuur vormgeven van een viool bijna in een trans komt. Later beschreef hij hoe dat therapeutische aspect van zijn ambacht hem door de somberste dagen van de pandemie hielp.

“Het was een beangstigend moment. Je hoorde de hele dag ambulances,” zegt Lima. “Ik kon ze in mijn winkel horen. Ik ging elke dag naar mijn werk en bleef de hele dag in de winkel. Ik ging alleen naar huis om te slapen. Ik benutte deze kans om mijn kunst te onderzoeken, om dingen te proberen waar ik op andere momenten geen tijd voor had. En dat betaalde zich uit.”

Een ambachtsman werkt aan een viool in de werkplaats van meester-vioolbouwer Giorgio Grisales in Cremona op 9 juni 2020.

Foto van Photo by MIGUEL MEDINA/AFP via Getty Images

Een jonge vioolbouwer snijdt de krul van een viool in de werkplaats van meester-instrumentenbouwer Giorgio Grisales in Cremona, Italië.

Foto van National Geographic

Een vioolbouwer bevestigt een achterblad aan een viool in een werkplaats in Cremona in september 2017. De ambachtslieden maken een erezaak van de bladen, waarop wordt vermeld door wie en waar het instrument is gemaakt.

Foto van Photo by Maria Moratti/Getty Images

Lima woont nu zestien jaar in Cremona en genoot zijn opleiding aan de vioolbouwschool van Antonio Stradivari. Aan Stradivari heeft Cremona zijn reputatie van de stad van de vioolbouwers te danken. Als Amati de vader van de viool is, dan is Stradivari de meester. Geen enkele bouwer heeft ooit de klank van dit instrument zo verfijnd als Stradivari, die in 1644 in Cremona werd geboren en er 93 jaar later stierf. In de tussentijd had hij meer dan duizend volmaakte violen gebouwd, waarvan sommige voor wel zestien miljoen dollar zijn verkocht.

Een nieuw conservatorium

Gelukkig hoeven bezoekers van Cremona niet rijk te zijn om een van Stradivari’s meesterwerken te zien of te beluisteren. In het indrukwekkende Museo del Violino tegenover het met bomen omzoomde Piazza Marconi zijn instrumenten te bezichtigen die door Stradivari zijn vervaardigd. Ook is er een auditorium waar solisten regelmatig zijn violen bespelen.

Het museum toont de collecties van de gemeente Cremona en de Walter Stauffer Foundation. Laatstgenoemde organisatie helpt Cremona op te krabbelen door op 1 oktober het Stauffer Center for Strings te openen. De directeur van het centrum, Paolo Petrocelli, zegt dat studenten alle programma’s gratis kunnen volgen dankzij volledige studiebeurzen. Dit is een van de stappen om de toekomst van het muzikale erfgoed van Cremona veilig te stellen.

Ondanks dat Cremona zwaar heeft geleden door de pandemie, heeft de stichting nooit overwogen het centrum elders te bouwen. “Hier horen we thuis,” aldus Petrocelli. Hij verwijst daarmee zowel naar de stad als naar de thuisbasis van het centrum, het vorstelijke Palazzo Stradiotti, een gerestaureerd herenhuis uit de zeventiende eeuw.

Terwijl het Stauffer Center zich voorbereidt op de opening, hebben enkele van de gevestigde vioolbouwscholen in Cremona het geluk dat ze nog steeds actief zijn. Toen ik de stad voor de pandemie bezocht, stroomde de Academia Cremonensis vol met enthousiaste vioolbouwstudenten uit Europa, Azië en Amerika. De medeoprichter, Massimo Lucchi, gaf me een rondleiding over de grote campus, terwijl hij opgewonden vertelde over de plannen voor een uitbreiding. Deze maand liet Lucchi mij weten dat zijn school de pandemie maar ternauwernood heeft overleefd.

De inkomsten van de school zijn sterk gedaald doordat veel leerlingen niet naar Cremona konden reizen. De school was tijdens het grootste deel van de pandemie wel open gebleven, zodat buitenlandse leerlingen niet eenzaam in hun appartement zaten. “Het was leuk om te zien hoe onze leerlingen van over de hele wereld elkaar hielpen en een kleine gemeenschap vormden in een verlaten en spookachtig Cremona”, zegt Lucchi.

Studenten oefenen in het Stauffer Center for Strings, een nieuw conservatorium dat is gevestigd in een gerestaureerd zeventiende-eeuws paleis in Cremona, Italië.

Foto van Fondazione Stauffer © Matteo Blaschich Studio pi-tre

Andere leden uit de vioolbranche in de stad hadden minder geluk. Lucchi vertelt dat hij verontrustende telefoontjes kreeg van werkloze violisten die hem vroegen hun dierbare instrumenten te verkopen zodat ze hun gezin konden onderhouden. Zulke wanhoopsverhalen drukten zwaar op Lucchi terwijl de pandemie als een orkaan door de stad raasde en hij ontelbare dagen bezig was met het bouwen van violen.

Nu het aantal vaccinaties in Italië toeneemt, stijgt ook het vertrouwen onder de Cremonese bevolking. Volgens Lucchi waren de inwoners opgetogen toen ze weer toeristen door de straten van de stad zagen lopen.

In september vindt de jaarlijkse muziekbeurs Cremona Musica weer plaats. Dit evenement wordt van 24 t/m 26 september in het expositiecentrum van Cremona gehouden. Vioolbouwers kunnen dan hun instrumenten aan kopers en musici uit de hele wereld tonen. Lucchi vertelt dat de beurs vorig jaar online plaatsvond en er weinig werd verkocht.

Dit jaar is de vioolgemeenschap van de stad opgetogen, maar ook bezorgd over het evenement. Lucchi: “We zijn allemaal benieuwd of de wereld Cremona en zijn violen nog nodig heeft.”

 

Ronan O’Connell is een Australische freelance journalist en fotograaf die afwisselend in Ierland en Thailand woont. 

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.