Bergen hebben een enorme aantrekkingskracht op wandelaars en klimmers. Zeker nu de lente intreedt, lonken de Alpen met hun scherpe pieken, groene dalen en adembenemende vergezichten. Maar achter die schoonheid schuilt een realiteit die elke bergsporter serieus moet nemen: het is geen stil decor, maar een dynamische en soms meedogenloze omgeving, aldus Robin Baks, directeur van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging (NKBV).
Een recent nieuwsbericht onderstreepte dat opnieuw. In Oostenrijk leidde een tragisch incident op de Großglockner tot een veroordeling wegens dood door schuld, nadat een klimmer zijn partner in nood achterliet. En verder van huis, in Nepal, overweegt de overheid strengere eisen voor beklimmers van de Mount Everest om onervarenheid en ongelukken op ’s werelds hoogste berg te beperken.
Goede voorbereiding van groot belang
Volgens NKBV-directeur Robin Baks, zelf een zeer ervaren en gepassioneerde bergsporter, raken beide verhalen aan dezelfde kern: voorbereiding en verantwoordelijkheid. Daarbij wijst hij op het evidente verschil tussen klimmen en wandelen.
‘Alpinisme is een bergsport die door een relatief selecte groep wordt uitgeoefend. Zij zijn over het algemeen goed getraind en bewust van de risico’s,’ legt hij uit. ‘Daarnaast trekken jaarlijks honderdduizenden wandelaars de bergen in voor een stevige hike of meerdaagse huttentocht. Vergis je niet: ook daarvoor is een goede voorbereiding van groot belang.’
Andere omstandigheden in de bergen
Bergwandelen lijkt op het eerste gezicht toegankelijk: je hebt geen touw of klimuitrusting nodig en veel paden zijn goed gemarkeerd. Maar juist daarin schuilt ook een risico. ‘De route en de omstandigheden worden vaak onderschat,’ zegt Baks. ‘Anderzijds zien we ook een overschatting van het eigen kunnen. Velen denken: ik loop wel even naar boven, maar dat blijkt vervolgens in de praktijk flink tegen te vallen.’
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Wie de bergen in gaat, krijgt namelijk te maken met omstandigheden die in Nederland nauwelijks voorkomen. Het weer kan er razendsnel omslaan. Onweer op hoogte is gevaarlijk en regen maakt paden glad. ‘Het terrein vraagt om trittsicherheit van de wandelaar, zoals ze dat in de Duitse taal prachtig noemen,’ vertelt Baks. ‘Los gesteente, smalle paden en sneeuwvelden vereisen techniek en concentratie.’
Tips voordat je op pad gaat
Natuurlijk speelt de hoogte ook een grote rol. Minder zuurstof betekent sneller vermoeid raken en dus een grotere kans op ongelukken. Een veilige bergtocht begint daarom ruim voordat je de eerste stap zet, benadrukt Baks. Volgens de NKBV zijn dit essentiële voorbereidingen:
- Werk aan je conditie, lang voordat je vertrekt;
- Verdiep je in de route: de afstand, het hoogteverschil en de moeilijkheidsgraad;
- Zorg voor passend schoeisel met een goed profiel;
- Controleer het weerbericht vooraf en pas zo nodig je planning aan;
- Neem extra (regen)kleding mee, ook bij warm weer;
- Zorg voor navigatie én een back-up (‘ouderwetse’ kaart of powerbank);
- Informeer anderen over je precieze plan en verwachte aankomsttijd;
- Check of je reisverzekering alle soorten bergwandelingen dekt;
- En misschien wel de belangrijkste les: durf om te keren.
‘Laat dit alles je vooral niet tegenhouden om eraan te beginnen,’ zegt Baks. ‘Maar een goede bergsporter weet ook wanneer hij moet stoppen. Die route ligt er volgend jaar ook nog wel.’
‘Angst is je vriend; paniek is je vijand’
Hoewel solohikes populair zijn, raadt Baks aan om altijd samen op pad te gaan. ‘Bergsport is eigenlijk een teamsport. Je let op elkaar, past je tempo aan en helpt elkaar waar nodig.’ Maar let op: groepsdruk kan ook gevaarlijk zijn. Als iemand moe of bang is, moet je daar echt naar luisteren. ‘Wij zeggen altijd: angst is je vriend, paniek is je vijand.’
Een sport voor het leven
De nadruk op risico’s mag het plezier van de bergsport niet wegnemen, vindt Baks. Voor hem gaat het allemaal om de beleving, de connectie met de natuur. ‘Even weg uit die digitale wereld. Er is niets mooier dan ’s ochtends een hut uitlopen en de zon zien opkomen boven de bergen.’
Leestip: Van vader op zoon: de Alpen door de ogen van een peuter
Die aantrekkingskracht verklaart ook de snelle groei van de NKBV, die inmiddels zo’n tachtigduizend leden telt. Van jonge avonturiers tot zeventigplussers die nog altijd bergtochten lopen: bergsport is volgens Baks iets wat je een leven lang kunt doen. ‘Het is de mooiste sport die er is, maar het vraagt wel een andere voorbereiding dan een rondje door het bos. Wie dat serieus neemt, ontdekt wat bergwandelen zo bijzonder maakt: niet alleen de bestemming, maar juist de weg ernaartoe.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!











