Een slungelige jongen beroert deze doordeweekse ochtend in het vroege voorjaar de toetsen, eerst aarzelend, dan vlugger, ritmisch, zekerder. Kedéng kedéng, schalt het door de hal. Wat aan zuiverheid ontbreekt, maakt de jongen ruimschoots goed door zijn enthousiasme.
Een minuut of wat later heeft zich een heel trosje slungels rond het glanzend zwarte instrument verzameld. Dan maakt de amateurmuzikant zich los van de pianokruk en loopt het groepje druk plannen makend in het Frans naar buiten, Amsterdamse avonturen tegemoet.
Een piano midden in de drukte
Die piano – feitelijk een kleine vleugel – heeft nogal wat te lijden, legt stationsmanager René Wubs even later uit. Onder het gehamer van amateurs, ja, maar ook omdat het godsonmogelijk is om de temperatuur constant te houden in een gebouw waar de deuren zich continu openen en sluiten voor pakweg tweehonderdduizend reizigers en passanten per dag.
Bekijk de fotoserie over Amsterdam Centraal ook in National Geographic Magazine. Haal editie 5-2026 nu in de winkel of bestel via de webshop.
De pianostemmer is hier dan ook een vaste gast, zegt Wubs, die – onder veel meer – waakt over de sfeer op Amsterdam Centraal.
Sfeer en beleving op het station
Met een speciaal ‘kernteam beleving’ draagt hij zorg voor de aankleding van het gebouw rond kerst, Amsterdam Pride en de nationale dodenherdenking, en voor het aanbod in het ietwat verdekt opgestelde minibibliotheekje (‘mocht je nog van oude boeken af willen: ik kom je met alle plezier helpen sjouwen’).
Én voor die piano dus, die huiselijkheid uitstraalt in de permanente bouwplaats die het station in wezen is. ‘De verbouwing is eigenlijk al begonnen op de dag van de opening in 1889,’ zegt Wubs, ‘en de huidige fase gaat nog zeker door tot 2033.’
Een station in transformatie
Die fase behelst de grootste metamorfose van Amsterdam Centraal ooit. Als die klaar is, moeten zo’n 275.000 reizigers per dag op de belangrijkste trajecten elke tien minuten een trein kunnen nemen, vertelt Wubs wanneer we onder het systeemplafond van een vergaderzaaltje koffiedrinken.
Het duizelt me als hij opsomt wat er allemaal overhoop wordt gehaald, van seinen en kabels tot complete tunnels en bruggen. Onder de grond komt een nieuwe fietsenstalling, de vijfde al, waardoor er straks plaats is voor in totaal 22.000 fietsen.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Wissels en sporen worden weggehaald, perrons verlengd en verbreed, zodat er nóg meer mensen veilig kunnen wachten op nóg langere treinen die nóg sneller door het station zoeven. En door de vorig jaar geopende douaneterminal, nodig geworden door de Brexit, rijdt ook de Eurostar nu weer vanaf Amsterdam Centraal.
Gelukkig maar, zeg ik, want als buurtbewoner en anglofiel vind ik weinig mooier dan dat de trein naar Londen bij mij voor de deur vertrekt.
Monument en geschiedenis
Al deze veranderingen voltrekken zich zonder dat de bezoeker er veel van merkt, en zonder dat het verleden geweld wordt aangedaan. Want behalve een moderne reizigershub is het station ook een rijksmonument, naar een ontwerp van hoofdarchitect en befaamd kerkenbouwer Pierre Cuypers.
Met een groot, centraal spoorwegstation op een kunstmatig eiland in het Open Havenfront van het IJ wilde men destijds allereerst de handel een impuls geven. Maar om ook passagiers te verleiden de trein te nemen in plaats van de vertrouwde koets of trekschuit, werd fors geïnvesteerd in een majestueus gebouw, als toegangspoort naar nieuwe werelden.
Kijktip: Deze unieke video neemt je mee achter de schermen bij station Amsterdam Centraal
Geïnspireerd door Franse kathedralen en kastelen ontwierp Cuypers een paleis voor de reiziger, een amalgaam van neogotiek en neorenaissance, opgetrokken in rood baksteen, versierd met bladgoud, wandschilderingen en panelen met verheven teksten.
‘Het is fantastisch dat het er nog staat, en dat het überhaupt ooit gebouwd is,’ zegt Wubs, die zelf een achtergrond heeft als bouwkundig vormgever. ‘Cuypers was een meester in het combineren van oude en nieuwe technieken, zoals het bouwen met staal.’
Kritiek en koninklijke afwezigheid
Toch was destijds niet iedereen gecharmeerd van het resultaat. Alleen al de ligging ergerde veel Amsterdammers: het ruim driehonderd meter brede bouwwerk benam ze het weidse uitzicht over het IJ. En calvinistische critici vonden het gebouw met zijn hoge gewelven en weelderige decoratie protserig en katholiek.
‘Ik zet geen voet in dat klooster,’ moet de toenmalige koning Willem III hebben gezegd over een ander hoogstandje van Cuypers, het stilistisch verwante Rijksmuseum, geopend in 1885. Hij verwaardigde zich evenmin om te komen opdagen in het centraal station, terwijl de grootste grandeur daar nota bene was gereserveerd voor de koninklijke wachtkamer.
In de vorstelijke toiletruimte, tot en met de binnenkant van de pot uitgevoerd in handbeschilderd Makkumer aardewerk, heeft dus nooit zijn plas geklaterd. Zijn verre nazaat Willem-Alexander heeft zich hier trouwens ook al tijden niet laten zien; de huidige koning vliegt liever dan hij spoort.
Dus is de opulente wachtkamer vooral in gebruik voor rondleidingen, bijzondere bijeenkomsten en voorstellingen in het kader van Theater Na de Dam rond de jaarlijkse dodenherdenking.
Oorlog en herinnering
Op 4 mei staan de NS’ers bij een gedenkteken op perron één, op een paar passen van de vergulde toegangspoort naar de koninklijke wachtkamer, ook stil bij de 49 slachtoffers die in de Tweede Wereldoorlog vielen onder het eigen personeel – bij verzetsactiviteiten, door bombardementen, of in concentratiekampen omdat ze Joods waren.
Die laatsten waren, net als ruim honderdduizend andere Joodse Nederlanders, tot aan de Duitse grens vervoerd in goederentreinen van hun eigen werkgever.
Na de oorlog werden de overlevenden van de kampen bij aankomst ingeschreven in de toenmalige restauratie van het station, waarin nu een filiaal van Burger King zit.
Velen hadden niets meer – geen geld, geen werk, geen huis, geen familie –, en terwijl heel Amsterdam na de bevrijding danste en feestte, werden de gerepatrieerden ondergebracht in donkere vertrekken die oorspronkelijk dienden voor de opslag van vrachtgoederen. Sinds een paar jaar herinnert een plaquette aan deze kille ontvangst van de teruggekeerde Joden.
Spiegel van de samenleving
Het centraal station is dan ook altijd verweven geweest met het wel en wee van de buitenwereld. ‘Alles wat er in de stad gebeurt, zie je terug op het station,’ vat Wubs’ collega-manager Angelo Timas het treffend samen wanneer hij fotograaf Justin Jin en mij op sleeptouw neemt door het gebouw, van de catacomben tot de nok van de magistrale overkapping.
Leestip: Langs bergtoppen, kastelen en zee: 7 epische treinreizen door Europa
Toen in februari 2022 Rusland Oekraïne binnenviel en er op Amsterdam Centraal honderden vluchtelingen per dag aankwamen, werd er in een paar dagen tijd een ruimte opgetuigd om deze mensen op te vangen, vertelt Timas. ‘Collega’s lieten alles uit hun handen vallen om te helpen klussen.’
Na het begin van de Israëlische oorlog in Gaza, anderhalf jaar later, werd het station wekelijks het toneel van lawaaiprotesten en sit-ins door pro-Palestijnse demonstranten. Er is amper een strategischer plek in Nederland dan Amsterdam Centraal voor wie verzekerd wil zijn van aandacht voor zijn boodschap.
Muziek, geloof en ontmoeting
Dat geldt ook voor degenen die de medemens nader tot God willen brengen. Op een winterse zaterdagnamiddag is de piano het middelpunt van een meerstemmig halleluja zingend koor.
Onder de mensen die blijven luisteren, is een man met een fles port in de hand en een gezicht met de sporen van een ruig leven. Als hij zich iets te opdringerig in het optreden mengt, wordt hij met zachte hand door de beveiliging afgevoerd, waarna de samenzang alleen nog af en toe wordt overstemd door intercommededelingen over verstoringen van de dienstregeling.
‘Niet alles is goed te horen, daarom delen we ook boekjes uit, die de mensen dan kunnen lezen in de trein,’ zegt koorlid Peter van der Blonk achteraf. ‘We zien dat zingen als een stukje zaaiwerk. We hopen dat het mensen mag verbinden aan God.’
Soms ontstaan er mooie gesprekken met passanten, vertelt de jonge wiskunde- en godsdienstleraar uit Barneveld. ‘Midden in de reuring van het station praat je soms ineens met mensen over de ernstigste dingen, over het leven en de dood. Dan valt alle drukte om je heen weg. Het gebeurt ook wel dat je ter plekke met iemand bidt.’
Overlast en sociale spanning
Muziek mag mensen dan samenbrengen, in het station is het ook een middel om ongewenste gasten te verdrijven. Een jaar of tien geleden werd begonnen met het draaien van schelle Eftelingliedjes om overlast veroorzakende hangjongeren uit de doorgangen te weren.
Tegenwoordig klinken er ’s nachts wegpestdeuntjes in de IJhal, aan de achterkant van het station, een verzamelplek van dak- en thuislozen – vaak Oost-Europese arbeidsmigranten die na verlies van werk en onderkomen hier zijn aangespoeld.
Het is lastig balanceren tussen het veiligheidsgevoel van reizigers en barmhartigheid met ‘mensen die het moeilijk hebben in de maatschappij’, zoals stationsmanager René Wubs hen noemt. ‘Er is een beschutte zithoek voor mensen die wachten op de pont, maar je wilt niet dat die wordt gebruikt als slaapplek, daar is het station niet voor.’
Van schimmige plek naar stadsentree
Het is die achterkant van het station waar zich onder Wubs’ hoede misschien wel de ingrijpendste transformatie heeft voltrokken.
Rond de jongste eeuwwisseling was dit een van de meest unheimische plekken van Amsterdam, het domein van hosselaars, heroïnehoertjes en langzaam rijdende automobilisten met zin in een goedkope wip.
Op diezelfde plek strekt zich nu een winkelgalerij uit met modezaken, een HEMA, een huisartsenpost en restaurantjes met uitzicht op het IJ.
En langs het water ligt een houten wandelboulevard, waar op zomeravonden Amsterdammers en vers gearriveerde toeristen, met koffer en al, op de warme planken neerstrijken om zich gebroederlijk te vergapen aan het scheepvaartverkeer en de blinkende nieuwbouw van het zo lang veronachtzaamde stadsdeel Noord.
Een persoonlijk moment
Daar, aan de waterkant, denk ik terug aan het moment dat ik verliefd werd op de stationspiano. Het was een mooie lenteavond en ik was naar een concert geweest in de jonge dependance van poptempel Paradiso naast de oude Shelltoren, waar waaghalzen tegenwoordig over de dakrand heen schommelen met het station aan hun voeten.
Op de terugweg liep ik door het station – iets wat in het verleden ’s avonds laat niet altijd prettig was voor een vrouw alleen. Maar nu werd ik verrast door klanken van mijn favoriete Stevie Wonder-plaat, aan die kleine zwarte vleugel ontlokt door een virtuoze jonge pianist.
Ik bleef staan om te luisteren, en voor ik er erg in had, klonk mijn stem door de stationshal: ‘Isn’t she lovely, isn’t she wonderful…’ Twee, drie minuten, langer zal dit pop-upoptreden van twee volslagen vreemden niet hebben geduurd. Toen ging ik, vervuld van euforie en verwondering over mijn overmoed, de nacht in, mijn eigen Amsterdamse avonturen tegemoet.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!























