Op 11 maart 2011, vandaag precies vijftien jaar geleden, werd Japan getroffen door een van de zwaarste natuurrampen uit zijn geschiedenis. Voor de kust van de regio Tōhoku vond een zeebeving plaats met een kracht van 9,0 op de momentmagnitudeschaal. De daaropvolgende tsunami overspoelde de kust en legde de kerncentrale van Fukushima lam. Door de schade aan de koelsystemen ontstond een kernsmelting in drie reactoren. Het werd de grootste nucleaire ramp sinds Tsjernobyl in 1986.
In de weken daarna werden meer dan 160.000 mensen geëvacueerd uit de omliggende dorpen en steden. Grote delen van de prefectuur Fukushima werden tot verboden gebied verklaard. Veel bewoners keerden nooit terug naar hun huizen.
Een landschap zonder mensen
Nadat de inwoners waren vertrokken, ontstond er ruimte voor andere bewoners. In de zogenoemde no-go-zone rond de centrale heeft de natuur zich opvallend snel hersteld. Wilde zwijnen, Japanse makaken en wasbeerhonden worden er tegenwoordig regelmatig waargenomen.
Een studie uit 2020 liet zien dat verschillende zoogdieren in de evacuatiezone zelfs vaker voorkomen dan in nabijgelegen bewoonde gebieden. Dat lijkt vooral te komen door de afwezigheid van menselijke activiteit, zoals landbouw, verkeer en jacht.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Dit fenomeen staat bekend als het human exclusion zone effect: wanneer mensen verdwijnen uit een landschap, kunnen dieren en planten zich onverwacht snel herstellen.
Het oog van een fotograaf
De Japanse fotograaf Manabu Sekine documenteerde deze veranderingen in de verlaten regio rond het dorp Iitate, een van de plaatsen waarvan vrijwel alle inwoners moesten vertrekken.
Zijn foto’s laten een landschap zien waarin menselijke sporen langzaam worden overgenomen door de natuur. Verlaten huizen bieden beschutting aan hazen en wilde zwijnen, terwijl tuinen en akkers veranderen in wilde begroeiing.
Onzekerheid over de lange termijn
In het voorjaar kleuren grote velden in Fukushima opnieuw paars en roze door bloeiende rododendrons. In de verlaten straten groeien gras en struiken tussen het beton. Dorpen en rijstvelden maken langzaam plaats voor nieuwe ecosystemen. Voor wetenschappers is het gebied daardoor ook een uniek openluchtlaboratorium. Het laat zien hoe natuur reageert wanneer menselijke druk plotseling wegvalt.
Leestip: Het Belgische ‘spookdorp’ dat eigenlijk had moeten verdwijnen
Toch betekent de terugkeer van dieren niet dat de ramp geen gevolgen heeft. Onderzoekers proberen nog steeds te begrijpen wat de langetermijneffecten van straling zijn op wilde dieren en planten.
Sommige studies wijzen op genetische schade of veranderingen in populaties, terwijl andere onderzoeken juist laten zien dat veel soorten zich verrassend goed aanpassen. De werkelijkheid ligt waarschijnlijk ergens daartussen.
Bekijk hieronder meer beelden van Manabu Sekine uit Fukushima.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!











