Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met Staatsloterij.
Loterijen waren in 1726 allang geen nieuw fenomeen meer. Al sinds de Middeleeuwen gebruikten steden en provincies ze om extra inkomsten te genereren. Tegelijkertijd floreerden illegale loterijen, waarbij deelnemers lang niet altijd zeker wisten of het er eerlijk aan toeging.
Om een betrouwbaar alternatief te bieden én de staatskas in economisch moeilijke tijden te spekken, besloot de overheid een landelijke loterij op te richten: de Generaliteitsloterij, de voorloper van de huidige Staatsloterij.
Een trekking als publiek spektakel
Na lange discussies over de juiste opzet vond op 7 oktober 1726 de eerste trekking plaats. De locatie was opvallend: een grote zaal op het Binnenhof in Den Haag, die destijds dienstdeed als markthal. Pas veel later zou die ruimte bekend worden als de Ridderzaal, waar sinds 1904 jaarlijks de troonrede wordt uitgesproken.
De eerste trekking was niet zomaar een administratieve handeling, maar een zorgvuldig geregisseerd schouwspel. Op een verhoogd podium stond een grote houten trommel die voortdurend werd rondgedraaid. Daarin zaten alle verkochte loten.
Een voor een trokken Haagse weeskinderen loten uit de trommel. Weeskinderen, want er werd alles aan gedaan om iedere schijn van partijdigheid te vermijden. Om die reden zagen ook tal van functionarissen nauwlettend toe op het correcte verloop van de procedure.
Waarom de eerste trekking 41 dagen duurde
Met het getrokken lot liep het kind naar de andere kant van het podium, waar het papiertje werd gekoppeld aan een prijs die uit een tweede ronddraaiende trommel werd getrokken.
Zo ging het met alle 120.000 verkochte loten. Stuk voor stuk werden ze door administrateurs afgeroepen en met de hand geregistreerd, ook de briefjes die geen prijs opleverden. Het is geen wonder dat die eerste trekking maar liefst 41 dagen duurde.
Het was ook duidelijk dat deelname nog niet voor iedereen was weggelegd. De hoofdprijs was dertigduizend gulden, een enorm bedrag. Maar een lot was duur: tot wel dertig gulden, een veelvoud van een gemiddeld arbeidersdagloon.
Daarom kwamen er al snel gesplitste loten die minder kostten, maar ook een kleinere prijs opleverden. Ook werden trekkingen verdeeld in klassen met oplopende prijscategorieën en verspreid over enkele maanden. Zo bleef de loterij langere tijd spannend en had de overheid een constante stroom aan inkomsten.
Een betrouwbaar alternatief voor illegale loterijen
Het concept van een landelijke loterij onder de vleugels van de staat sloeg aan. Er was nu tenminste een betrouwbaar alternatief voor de vele illegale loterijen*. Dat was zowel bij de staat als bij de bevolking zó welkom dat het concept de tand des tijds glansrijk zou doorstaan.
Er zouden nog negentig Generaliteitsloterijen en daarna een half dozijn naamswisselingen volgen voordat de organisatie in 1848 Staatsloterij ging heten. In diezelfde negentiende eeuw kreeg de Ridderzaal haar huidige naam. Zowel de zaal als de loterij zouden een blijvende plek krijgen in de geschiedenis van Nederland.
Meer weten? Ter gelegenheid van haar driehonderdjarig bestaan maakte Staatsloterij een documentaire over haar bijzondere geschiedenis.
* Speel bewust 18+
Mark is Managing Editor van National Geographic Historia. Hij werkte eerder voor onder andere Quest en HP/De Tijd. Ook is hij actief als boekauteur en beheert hij het Instagramaccount Liefde van Toen met oude liefdesadvertenties.














