Op 1 januari 1914 steeg in Florida een houten watervliegtuig op met slechts één passagier aan boord. De vlucht duurde nog geen half uur, maar luidde een luchtvaartrevolutie in. In iets meer dan een eeuw groeide dit commerciële experiment uit tot een wereldwijd netwerk waarmee jaarlijks miljarden mensen reizen. Hoe werd vliegen zo vanzelfsprekend?

Een vlucht die geschiedenis schreef

Die bewuste nieuwjaarsdag in 1914 verzamelen zich duizenden nieuwsgierigen aan de waterkant van St. Petersburg, een stad aan de westkust van de Amerikaanse staat Florida. Een Italiaanse fanfare speelt muziek, er is een parade en de lokale krant doet uitgebreid verslag. Toch is de ster van de dag geen beroemdheid, maar een merkwaardig houten vliegtuig dat op drijvers rust.

Even later neemt de 25-jarige piloot Tony Jannus plaats achter de stuurknuppel. Voor hem zit Abram C. Pheil, voormalig burgemeester van St. Petersburg. Hij heeft tijdens een veiling 400 dollar betaald voor het allereerste vliegticket – een astronomisch bedrag voor die tijd.

De motor komt brullend tot leven. Het toestel glijdt over het water, versnelt en komt los van het oppervlak. De eerste geplande lijnvlucht ter wereld is begonnen. Na ongeveer 23 minuten landt het watervliegtuig in Tampa, aan de overkant van de baai. De reis die per boot zo’n twee uur duurde, kon ineens vele malen sneller worden afgelegd.

Elf jaar na de eerste vlucht

Opmerkelijk genoeg vindt deze eerste commerciële lijnvlucht pas elf jaar plaats nadat de gebroeders Wright in december 1903 hun beroemde gemotoriseerde vlucht maakten bij Kitty Hawk. Dat lijkt lang, maar de stap van een geslaagde proefvlucht naar betrouwbaar openbaar vervoer bleek enorm.

De vliegtuigen uit die pionierstijd waren erg kwetsbaar. Ze waren gebouwd van hout, doek en staalkabels, hadden open cockpits en eenvoudige motoren die geregeld uitvielen. Navigatie gebeurde op zicht, weersvoorspellingen stonden nog in de kinderschoenen en vliegvelden bestonden nauwelijks. Vrijwel elke vlucht was een experiment.

benoist type xiv vliegt over tampa bay in florida
Florida Photographic collection//Wikimedia Commons
Een Benoist Type XIV vliegt in 1914 over Tampa Bay in Florida. Met dit type watervliegtuig werd de eerste geplande commerciële lijnvlucht uitgevoerd.

De St. Petersburg–Tampa Airboat Line probeerde als eerste aan te tonen dat een vliegtuig volgens een vaste dienstregeling kon vliegen. Dat lukte verrassend goed: in vier maanden vervoerde de maatschappij ruim 1.200 passagiers tijdens 172 vluchten. Een regulier enkel ticket kostte 5 dollar.

Toch hield de luchtvaartmaatschappij na vier maanden alweer op te bestaan. Na afloop van het tijdelijke contract met de St. Petersburg Board of Trade kwam ook een einde aan de financiële garantie waarop de maatschappij draaide.

Groei kwam pas later

Hoewel de eerste lijnvlucht een succes was, duurde het nog tientallen jaren voordat vliegen voor gewone mensen bereikbaar werd. Daarvoor waren meerdere ontwikkelingen nodig.

De Eerste Wereldoorlog versnelde de ontwikkeling van vliegtuigen enorm. Fabrikanten bouwden krachtigere motoren, stevigere constructies en betrouwbaardere toestellen. Na de oorlog kwamen veel piloten en vliegtuigen beschikbaar voor burgergebruik.

In de jaren twintig en dertig ontstonden de eerste internationale luchtvaartmaatschappijen. Ook Nederland speelde daarin een belangrijke rol: KLM, opgericht in 1919, behoort nog altijd tot de oudste luchtvaartmaatschappijen ter wereld die onafgebroken onder dezelfde naam opereren.

Toch bleef vliegen lange tijd een luxe. Tickets waren duur, vliegtuigen vervoerden weinig passagiers en veel mensen vertrouwden het nieuwe vervoersmiddel nog niet volledig.

De grote doorbraak

Pas na de Tweede Wereldoorlog veranderde alles. De luchtvaart profiteerde opnieuw van enorme technologische vooruitgang. Grotere vliegtuigen, betere navigatiesystemen, radar en betrouwbare luchthavens maakten vliegen veiliger en efficiënter.

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

De echte revolutie kwam eind jaren vijftig met de introductie van straalvliegtuigen zoals de Boeing 707 en de Douglas DC-8. Ze vlogen hoger, sneller en veel verder dan propellervliegtuigen. Intercontinentale reizen werden ineens haalbaar voor een veel grotere groep mensen.

Vanaf de jaren zeventig en tachtig zorgden deregulering, schaalvergroting en later prijsvechters ervoor dat vliegen steeds goedkoper werd. Wat ooit een exclusieve belevenis was voor zakenlieden en welgestelden, werd betaalbaar voor miljoenen vakantiegangers.

Van één passagier naar miljarden reizigers

Het contrast met 1914 is nu nog nauwelijks te bevatten. Wereldwijd maken jaarlijks meer dan vijf miljard passagiers gebruik van een lijnvlucht. Vakanties, internationale handel, wetenschappelijke samenwerking en familiebezoeken zijn tegenwoordig voor een groot deel afhankelijk van hetzelfde principe dat in 1914 voor het eerst in de praktijk werd gebracht: een vliegtuig dat volgens een vaste dienstregeling vertrekt.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Ramon Holle

Ramon is freelance editor voor National Geographic. Al jong raakte hij gefascineerd door de wisselwerking tussen mens en omgeving, vooral op de meest afgelegen plekken ter wereld. Niet voor niets studeerde hij sociale geografie. Zijn favoriete uitdaging als redacteur is om complexe verhalen om te zetten in begrijpelijke teksten.