Verlaten baaien en afgelegen rotseilanden: juist doordat er nauwelijks mensen woonden, werden sommige eilanden in de twintigste eeuw het decor van de gevaarlijkste militaire experimenten ter wereld. Hier werden kernbommen tot ontploffing gebracht, miltvuur verspreid en chemische wapens ontwikkeld. Sommige eilanden zijn daar tientallen jaren later nog altijd door getekend.

1. Bikini-atol (Marshalleilanden)

Midden in de Grote Oceaan, ongeveer halverwege Hawaï en de Filipijnen, ligt een tropische atol met kilometerslange stranden en eindeloze rijen palmbomen. Toeristen komen er niet en de natuur is er in uitstekende vorm: het koraal is gezond en in het water leven onder andere tonijnen en haaien. Het klinkt in eerste instantie als het ultieme tropische cliché, maar de realiteit is compleet tegenovergesteld.

Dit is de Bikini-atol, waar de Verenigde Staten tussen 1946 en 1958 tientallen kernwapens heeft getest. De afgelegen koraalatol is onderdeel van de Marshalleilanden en stond destijds onder Amerikaans bestuur. De lagune was groot genoeg om een complete oorlogsvloot in te stationeren, en dus werden de 167 bewoners gedwongen om naar een andere plek te verhuizen.

atoombom in de bikini atol
Keystone-France//Getty Images
Tussen 1946 en 1958 werden in totaal 23 kernproeven gedaan in de Bikini-atol.

In totaal werden 23 kernproeven uitgevoerd, met een gezamenlijke explosieve kracht van 78 megaton TNT. Dat is vele duizenden malen krachtiger dan de kernbom die op Hiroshima viel. Aanvankelijk wilden de Amerikanen vooral weten hoeveel schade een atoombom aan oorlogsschepen kon aanrichten. Later verschoof de nadruk naar de ontwikkeling van steeds krachtigere kernwapens en onderzoek naar de effecten van radioactieve fall-out.

De Verenigde Staten stopten in 1958 met de kernproeven, maar het eiland bleek inmiddels onbewoonbaar door de neerslag van radioactief materiaal.

Bijzonder feitje: daags na de eerste kernproef in 1946 werd in Parijs een tweedelig badpak bestaande uit vier minuscule driehoekjes gelanceerd. De bikini was geboren.

2. Gruinard (Schotland)

Uit vrees dat nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog biologische wapens zou inzetten, besloot Groot-Brittannië zelf een aantal testen uit te voeren met miltvuur. Deze infectieziekte is berucht om twee eigenschappen: de bacterie (B. Anthracis) heeft extreem resistente sporen en wanneer ingeademd is het zeer dodelijk. De Britten zagen miltvuur daarom als een potentieel effectief biologisch wapen.

Onder de codenaam Operation Vegetarian wilden de Britten gecontamineerde lijnzaadkoeken naar Duitsland sturen. Het was de bedoeling om daarmee eerst de veestapel te besmetten en op die manier ook de bevolking te treffen.

Het onbewoonde eiland Gruinard, gelegen in Schotland, werd aangewezen als testlocatie. De Britten wilden onder andere weten of miltvuur zich door de lucht kon verspreiden en hoe ver de sporen zouden reiken. Ook werden er tachtig schapen op het eiland neergezet en bommen gevuld met miltvuur tot ontploffing gebracht. Het bleek effectief, want de schapen waren binnen enkele dagen overleden.

gruinard eiland in schotland
PA Images//Getty Images
Na bijna 45 jaar afgesloten te zijn geweest voor het publiek, begon in 1986 de ontsmetting van het Schotse eiland Gruinard. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerden de Britten hier dertien proeven uit met miltvuur.

Het betekende echter ook dat Gruinard vanaf dat moment hevig besmet was met de bacterie en iedereen die het eiland zou betreden, liep grote kans op een besmetting. Het eiland was daarom jarenlang hermetisch afgesloten voor de buitenwereld, tot men in 1986 aan een grootscheepse schoonmaakactie begon.

In totaal werd 280 ton formaldehyde opgelost in zeewater en over het eiland gesproeid, en de zwaarst besmette delen van het eiland werden afgegraven. Pas in 1990 werd het eiland officieel schoon verklaard.

3. Vozrozhdeniya-eiland (Sovjet-Unie)

Ook de Sovjet-Unie experimenteerde vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw met biologische wapens. Hun uitvalsbasis was het eiland Vozrozhdeniya, dat midden in het Aralmeer ligt. Het eiland lag ver van stedelijke bebouwing, was alleen bereikbaar met de boot of per vliegtuig en door de hoge temperaturen en het droge klimaat zouden ziekteverwekkers niet zo makkelijk kunnen overleven.

Met name dat laatste was van belang, want er werden onder andere tests gedaan met miltvuur, pokken, Q-koorts en de pest. Deze ziekteverwekkers werden onderzocht in laboratoria, maar ook in de buitenlucht getest om te kijken hoe ze zich via de wind konden verspreiden.

vozrozhdeniya
CAGATAY//Getty Images
Tijdens de Sovjetperiode diende Vozrozhdeniya-eiland, midden in het Aralmeer, als testlocatie voor biologische wapens. Op de luchtfoto zijn de laboratoria te zien waar onder meer onderzoek werd gedaan naar miltvuur, pokken en de pest.

Toch ging het in 1971 fout, toen een onderzoeksschip veel dichter langs het eiland voer dan gebruikelijk. Een onderzoeker die monsters nam van plankton raakte besmet met pokken en infecteerde bij aankomst in de stad Aral verschillende mensen, waarvan drie het uiteindelijk niet overleefden.

Toen de Sovjet-Unie in 1991 uit elkaar viel, raakte de basis verlaten. Grote hoeveelheden biologisch materiaal bleven echter achter op het eiland, waaronder levensvatbare miltvuursporen. Na de aanslagen van 11 september werd het eiland alsnog gesaneerd, mede door financiering van de Verenigde Staten, maar het is de vraag of het terrein echt veilig is.

De Sovjet-Unie heeft nooit openheid van zaken gegeven en het is onduidelijk wat er precies begraven ligt. Door de opdroging van het Aralmeer is er bovendien niet echt meer sprake van een ‘eiland’.

4. Okunoshima (Japan)

Tussen 1927 en 1929 werd op het Japanse eiland Okunoshima een fabriek gebouwd voor chemische wapens. Deze locatie was strategisch gekozen, want het was klein en afgelegen, maar lag tegelijkertijd dicht bij de marinehavens.

Het produceren van mosterdgas en traangas moest echter in het diepste geheim, want Japan had niet lang daarvoor het Protocol van Genève van 1925 ondertekend, dat het gebruik van chemische en biologische wapens in internationale conflicten verbood.

okunoshima
Chris McGrath//Getty Images
Tegenwoordig is Okunoshima ook wel bekend als Konijneneiland.

Om te voorkomen dat iemand erachter zou komen, werd het eilandje letterlijk van de kaart geveegd en was het niet meer te vinden op de Japanse landkaarten. Toen de fabriek na de Tweede Wereldoorlog werd ontmanteld, raakte het eiland verlaten en overwoekerd.

Inmiddels staat Okunoshima in de reisgidsen bekend als Konijneneiland, want daar lopen er naar schatting zo’n duizend van rond. Hoe ze hier precies zijn gekomen, blijft echter een raadsel. Er zijn bronnen die beweren dat ze zouden afstammen van proefdieren uit de gifgasfabriek, maar er gaan ook verhalen dat ze door schoolkinderen werden losgelaten.

5. Enewetak (Marshalleilanden)

De Enewetak-atol bestaat uit zo’n veertig kleine eilandjes en is net als de Bikini-atol onderdeel van de Marshalleilanden. In december 1947 werden de inwoners geëvacueerd omdat de Verenigde Staten de atol wilden gebruiken voor een nieuwe reeks kernproeven.

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg National Geographic toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

Tussen 1948 en 1958 werden in totaal 43 kernproeven uitgevoerd, waarvan de proef met Ivy Mike verreweg de meeste gevolgen had. De bom had een kracht vergelijkbaar met 10,4 megaton TNT en was zo’n 700 keer krachtiger dan de Hiroshima-bom. De explosie veegde een van de eilandjes van de kaart en liet een krater achter van 1,9 kilometer doorsnee en meer dan vijftig meter diep.

enewetak
Historical//Getty Images
De paddenstoelwolk van de kernproef Seminole, uitgevoerd op 6 juni 1956 tijdens Operatie Redwing op de Enewetak-atol. De kernlading was in een watertank geplaatst om de schokgolf van de explosie te versterken.

Anders dan in de Bikini-atol, werd in de jaren zeventig een grote saneringsoperatie opgetuigd en enorme hoeveelheden radioactieve grond afgegraven. Dit werd allemaal opgeslagen in een grote krater op Runit Eiland en afgedekt met een betonnen koepel. Hoewel sommige eilanden nog steeds niet veilig zijn vanwege radioactieve besmetting, zijn delen van de atol inmiddels weer bewoond. Runit Eiland blijft echter verboden terrein.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Stéphanie Versteeg

Stéphanie is freelance (reis)journalist en fotograaf. Ze schrijft voor National Geographic het liefst over onderwerpen waar ze ook in het dagelijks leven niet over uitgepraat raakt. Met ruim vijftig landen op de teller is reizen een van haar grote hobby's, maar eerlijk is eerlijk: in haar volkstuintje is ze minstens zo gelukkig als ver weg.