‘Wil het luchtverkeer spoedig baanbreken, dan is niet alleen aandacht voldoende, maar dan hebben wij noodig enthousiasme, een vast geloof in het succes van het luchtverkeer en steun waar dit eenigszins mogelijk kan zijn,’ zo zei de allereerste KLM-directeur Albert Plesman in mei 1920. Later die maand zou de allereerste lijnvlucht naar Engeland starten vanaf Schiphol. De begindagen van het Nederlandse vliegverkeer verliepen hobbelig, modderig en een tikkeltje seksistisch. Hoe zag de nu zo grote luchthaven er toen uit?
De eerste lijnvlucht van Schiphol naar Londen
Een handvol passagiers staat in 1920 om kwart over tien ’s morgens klaar op Amsterdam Centraal. Ze wachten op de gratis autoservice die hen via een modderige en kronkelige weg naar het pas geopende Schiphol zal brengen.
De luchthaven stelt in het eerste operationele jaar nog maar weinig voor. Er is niet eens een telefoonverbinding met Amsterdam aanwezig, om van de slechte weg nog maar niet te spreken.
Het aantal vluchten is ook beperkt. De eerste vier maanden dient de lijndienst Amsterdam-Londen als proef. Passagiers kunnen om de dag – met uitzondering van de zondag – naar Londen vertrekken. Kosten: 150 gulden per enkele reis (omgerekend 1132 euro anno 2026).
Voor die prijs krijgen de passagiers plek in een luid vliegtoestel met plaats voor vier passagiers en een snelheid van 178 kilometer per uur. Vanaf het grasveld stijgen de luchtpassagiers – drie kwartier na hun vertrek in Amsterdam – op richting Croyden, een inmiddels gesloten vliegveld in de buurt van Londen. Daar wacht een tweede gratis autoservice, die hen naar het centrum zal brengen.
Hoe Albert Plesman Nederlanders wilde laten vliegen
Het staat buiten kijf dat vliegen in de beginjaren alleen voor de rijken is weggelegd. Toch is de toenmalige KLM-directeur Albert Plesman (1889-1953) ervan overtuigd dat het vliegverkeer zal aanslaan in Nederland. Daarvoor moet het aantal vluchten snel worden opgeschaald, zo beargumenteert hij in De Nieuwe Courant, zodat de kosten omlaag kunnen.
Om van het nieuwe vliegveld een succes te maken, is ‘zooals [geldt voor] alle nieuwe instellingen, veel propaganda en een juiste beoordeling door de pers’ nodig, zo quote De Nieuwe Courant Plesman in 1920.
Plesman heeft genoeg ideeën om het vliegverkeer aan de man te brengen. Zo maakt hij zich hard voor een Europese primeur: aan het Leidseplein in Amsterdam verschijnt in 1921 een passagebureau, waar passagiers een vliegticket kunnen kopen en reisinformatie kunnen inwinnen. Plesman hoopt met een kantoor op zo’n prominente plek het luchtverkeer te promoten.
Hoe Schiphol er in de jaren twintig uitzag
Ook Schiphol zelf krijgt in 1921 een metamorfose. Een van de vliegloodsen wordt omgetoverd tot hotel-restaurant en er wordt een douanekantoor geopend voor het internationale vliegverkeer.
Binnen enkele jaren kelderen de prijzen en het aantal bestemmingen neemt in rap tempo toe. Een enkeltje Londen kost in 1930 nog 48 gulden – drie keer minder dan tien jaar eerder.
Het reilen en zeilen op Schiphol is in de jaren twintig uitgebreid vastgelegd door nieuwsgierige journalisten. Zo vertrekt in 1926 een verslaggever van De Standaard vanaf Schiphol naar Zweden. Zijn verhaal maakt al snel duidelijk hoe de tijden zijn veranderd.
Op het Leidseplein stapt hij in een KLM-auto die hem over de ‘hobbeligen Sloterweg’ naar de luchthaven brengt. De auto zakt ook regelmatig weg in de drassige bodem. In de grote hangar krioelen passagiers, personeel en piloten langs de vliegtuigen.
Op een groot bord worden handmatig de aankomst- en vertrektijden geschreven. Piccolo’s tillen de bagage het vliegruim in en het douanepersoneel vraagt hem om zijn paspoort. Nog geen kwartier later hangt hij al in de lucht.
Toen een vlucht naar Indonesië elf dagen duurde
Rond 1926 begint Schiphol aardig mee te doen in het internationale luchtverkeer. Een verslaggever van De Courant bezoekt de luchthaven en schrijft dat er maar weinig plekken op de Nederlandse bodem zijn, waar op één vierkante meter zowel Frans, Duits, Engels als Amerikaans wordt gesproken. Vooral de ‘Yankees’ (Amerikanen) krijgen in het stuk de aandacht, want zij zouden de Nederlandse luchtvaart ‘much better than in America’ vinden.
In 1929 landt er voor het eerst een retourvlucht met een betalende passagier uit Indonesië op Schiphol. Het is zo’n unieke gebeurtenis, dat er champagne wordt ontkurkt en fotografen en filmoperateurs de landingsbaan opschieten om het moment vast te leggen.
De vlucht tussen Amsterdam en Batavia (nu Jakarta) duurde elf dagen. Dagelijks vertrok het vliegtuig om vier uur in de morgen, waarna er acht uur lang werd gevlogen. De terugweg duurde een dag korter.
Waarom vrouwen jarenlang geen piloot mochten worden bij KLM
Hoewel er genoeg vrouwelijke passagiers op Schiphol rondlopen – vooral oude dames geven volgens De Courant de voorkeur aan het vliegtuig – zitten ze niet aan de stuurknuppel. In 1928 is KLM-directeur Plesman daar in een interview met het Algemeen Handelsblad heel helder over: ‘Het publiek wil het niet en bij de K.L.M. zal geen vrouw als piloot worden aangesteld.’
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
De redacteur doet er nog een schepje bovenop: ‘De Hollander, zelf kalm en rustig (…) wenscht alleen te vliegen, als er een van onze koene Hollandsche mannen de leiding heeft van de Fokker-machine.’
Een vliegopleiding hebben deze ‘koene Hollandse mannen’ overigens niet gevolgd, vertelt Plesman. Ze leren alles in de praktijk. Het zou nog tot 1978 duren tot de eerste vrouwelijke piloot bij de KLM in dienst treedt. Die eer valt ten beurt aan Marie-Louise Verkalk. Zij stopt echter al na drie jaar omdat het aantal interviewverzoeken haar te groot wordt.
Hoe Schiphol uitgroeide tot een moderne luchthaven
In de jaren dertig blijft Schiphol uitbreiden, maar in de Tweede Wereldoorlog raakt de luchthaven ernstig beschadigd door toedoen van de Duitsers. Na 1945 komt de modernisering pas echt op gang.
Er komt een moderne verkeerstoren, vier verharde landingsbanen en een centraal stationsgebouw. Het is de start van het vliegveld zoals we het nu kennen. De tijd van gratis autoservices, drassige grasvelden en wachttijden van een kwartier is voorgoed voorbij.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Roeliene werkt als editor voor National Geographic. Daarnaast levert ze als wetenschapsjournalist bijdragen aan onder meer Quest en KIJK Magazine. Ze is dol op reizen, godsdienstgeschiedenis en een stevige wandeling.

















