Door de oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran ligt opnieuw de vraag op tafel hoe de nucleaire toekomst van Europa eruitziet. Frankrijk, de enige kernmacht van de Europese Unie, kondigde in maart aan het kernwapenarsenaal uit te breiden. De geschiedenis van het Franse kernwapenprogramma is controversieel.
Tussen 1966 en 1996 voerde Frankrijk bijna tweehonderd kernproeven uit in Frans-Polynesië. Decennialang hield de overheid vol dat de tests veilig waren. Pas veel later werd duidelijk hoeveel mensen waren blootgesteld aan radioactieve neerslag – en hoe lang die gevolgen verborgen bleven.
Van de Algerijnse woestijn naar de Grote Oceaan
De Franse kernproeven beginnen in de jaren zestig in de Algerijnse Sahara, die destijds nog onder Frans bestuur stond. Er woedt al jaren een bloedige onafhankelijkheidsoorlog, die naar schatting aan 350.000 tot 1,5 miljoen Algerijnse burgers het leven kost. Na de onafhankelijkheid van Algerije in 1962 moet Frankrijk op zoek naar een nieuwe testlocatie.
Het oog van de toenmalige president Charles de Gaulle valt op de Frans-Polynesische atollen Moruroa, Hao en Fangataufa. Delen van de lokale bevolking komen direct in opstand, evenals die van Nieuw-Zeeland en Australië.
Frankrijk wuift de zorgen weg en onderdrukt de lokale protesten. Het leger houdt vol dat geen enkel deeltje radioactief afval ooit een bewoond eiland zal bereiken en dat de proeven ongevaarlijk zijn.
Een archipel verandert voorgoed
Binnen de kortste keren stromen duizenden militairen het overzeese gebied in. Op Hao wonen in 1963 ongeveer achthonderd mensen. Hun geïsoleerde bestaan verandert abrupt wanneer tweeduizend Fransen arriveren om er laboratoria, opslagplaatsen, een technisch centrum en een vliegveld te bouwen. De onbewoonde eilanden Moruroa en Fangataufa worden aangewezen als testlocaties.
Honderden Polynesische mannen worden gerekruteerd en verlaten hun eilanden. Na voltooiing van het kernproevencentrum vestigt het overgrote deel zich op het hoofdeiland Tahiti met hun familie. Waar tot voor kort zelfvoorzienend werd geleefd van land en zee, moet nu voedsel worden geïmporteerd – er zijn niet meer genoeg mensen op de buiteneilanden om de voedselproductie draaiende te houden.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
De economische afhankelijkheid van Frans-Polynesië neemt door de kernwapenactiviteiten sterk toe. De welvaart groeit, maar de inkomensongelijkheid ook, met de lokale bevolking die aan het kortste eind trekt. Velen belanden in sloppenwijken en komen zonder werk te zitten.
De bom die radioactieve neerslag over de oceaan verspreidde
Op 11 september 1966 gaat de eerste bom de lucht in. President De Gaulle is er speciaal voor afgereisd naar Frans-Polynesië. Dit is ook de reden dat de waarschuwingen van een desastreuze windrichting in de wind worden geslagen.
Ontelbaar veel deeltjes radioactief afval blazen richting bewoonde eilanden, niet alleen binnen Frans-Polynesië. Radioactieve neerslag belandt een dag later op het eiland Samoa, meer dan 3700 kilometer van Moruroa. Ook op de Cook- en Fiji-eilanden gaan de stralingsmeters af.
De Verenigde Staten, Groot-Britannië en de Sovjet-Unie hadden drie jaar eerder hun handtekening onder een verdrag gezet dat het bovengronds testen van atoombommen verbood, om zulke scenario’s te voorkomen. Frankrijk treedt niet toe tot dit verdrag.
Protest dwingt Frankrijk ondergronds te testen
Ondanks protest uit meerdere hoeken blijft Frankrijk bovengronds atoombommen testen, totdat Australië en Nieuw-Zeeland bij het Internationale Gerechtshof in Den Haag aankloppen en Franse producten gaan boycotten. Dat dwingt het land, na 41 ontplofte bommen, in 1975 ondergronds te gaan.
Leestip: De man achter de bom: Oppenheimers strijd met zijn erfenis
John Doom, een kerkelijk leider op Tahiti, vertelt in 1985 aan mensenrechtenactivist en journalist Saskia Kouwenberg: ‘Ondergrondse proeven noemen ze zoiets. Wij noemen ze ‘onderzeese’ proeven. En de zee is ons leven: wij wonen daar.’
Dode vissen, beschadigde atollen
Op het bewoonde eiland Mangareva, dat zich relatief dichtbij de testeilanden bevindt, spoelen in de dagen na de eerste twee ondergrondse testen duizenden dode vissen aan. Ook dolfijnen, zeevogels en schildpadden, die in de lagune en aangrenzende oceaan leven, worden het slachtoffer van de Franse kernambities.
De grond onder de atollen verandert langzaam maar zeker in gatenkaas en een geoloog uit Nieuw-Zeeland bevestigt dat er een grote scheur onderwater is ontstaan bij Moruroa, iets dat de Franse overheid ontkent.
In 1981 raast er een orkaan over het eiland, waardoor enorme bergen gedumpt radioactief afval zich over de lagune en rondliggende eilanden verspreiden. Ook een met teer bedekte laag plutonium spoelt de lagune in, en belandt via een doorgang in open zee.
Gezondheidsproblemen en een jarenlang stilzwijgen
De gevolgen van deze letterlijk vergiftigde leefomgeving beginnen zich na enkele decennia ook af te tekenen in de volksgezondheid. Verschillende vormen van kanker komen opvallend vaak voor, waaronder leukemie en schildklierkanker. Ook werden in de archipel zorgen geuit over een toename van miskramen, aangeboren afwijkingen en verschillende vormen van kanker.
De Franse overheid verzwijgt deze cijfers lange tijd. Alle doodsoorzaken en ziektes van archipelbewoners belanden in archieven. En het weinige onderzoek dat gedaan wordt naar de mate van blootstelling, komt consequent uit op te lage doses.
Het NRC Handelsblad interviewt in 1983 Marie-Thérese en Bengt Danielsson, een echtpaar dat op Tahiti woont en het tot dan toe het enige verslag over de kernproeven op Moruroa heeft geschreven: Moruroa, mon amour.
Zij vertellen over de perscensuur die in de archipel heerst – ieder bericht dat in de kranten verschijnt, wordt vooraf gecontroleerd door mensen met nauwe regeringsbanden. Het echtpaar is afhankelijk van de seismologische metingen in Nieuw-Zeeland om erachter te komen of er weer een bom is ontploft verderop in de archipel.
De laatste Franse kernbom gaat op 27 januari 1996 ondergronds af bij Fangataufa, met een kracht die zes keer groter is dan de bom die in 1945 in Hiroshima ontplofte.
Nieuws komt naar buiten
In 2013 worden voor het eerst honderden geheime documenten openbaar gemaakt. Volgens de vrijgegeven documenten zou ongeveer negentig procent van de 125.000 inwoners van Frans-Polynesië zijn blootgesteld aan radioactieve deeltjes, bijna tien keer zo veel als de overheid van tevoren had ingeschat. Ook blijkt uit een vertrouwelijke brief dat men in Parijs al in 1966 op de hoogte was van de link tussen het toenemende aantal schildklierkankergevallen en de proeven.
In de documenten staat verder dat de Franse overheid de inwoners niet op de hoogte bracht als er een ontploffing op het programma stond. Sébastien Philippe, een natuurkundige aan Princeton University (VS), werkte mee aan een boek en onderzoek op basis van de documenten.
Hij noemt het ironisch dat landen als de VS en de Sovjet-Unie de tests op een afstand monitorden, terwijl de lokale bevolking in het duister tastte. ‘Iedereen wist wat eraan de hand was,’ aldus Philippe. ‘Behalve de Polynesiërs.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Roeliene werkt als editor voor National Geographic. Daarnaast levert ze als wetenschapsjournalist bijdragen aan onder meer Quest en KIJK Magazine. Ze is dol op reizen, godsdienstgeschiedenis en een stevige wandeling.

















