Haute Route: over het dak van Europa

De zogenaamde Haute Route leidt over de toppen van de Alpen. Van Chamonix naar Zermatt, van de Mont Blanc naar de Matterhorn. Zo scherp als de pijn, zo groot voelt het geluk, ervaart reisjournalist en fotograaf Hans Avontuur.

Foto's Van Hans Avontuur
Gepubliceerd 12 dec. 2019 09:06 CET, Geüpdatet 5 nov. 2020 06:20 CET
De eerste traverse van de Haute Route is niet de prestatie van één persoon of groep ...
De eerste traverse van de Haute Route is niet de prestatie van één persoon of groep geweest. Tientallen pioniers rekten de grenzen van de wintersport steeds een beetje verder op, tot in 1903 een team de poging waagde om op ski’s vanuit Chamonix naar Zermatt te trekken. Door het slechte weer moesten ze uitwijken naar Val d’Hérens om de tocht daarna te voltooien. Voor het laatste traject vertrok de groep van zes klimmers om 3.30 uur vanuit Evolène en daalde rond middernacht met lantaarns af naar Zermatt. De eerste complete traverse dateert van 1911. Door nieuwe materialen en technieken bestaan er ondertussen tal van varianten op het klassieke traject.

Lees meer in het nieuwe magazine National Geographic Escapes.

Ergens in de bergen boven Chamonix gaat het licht uit. Ik kan niet meer. Langzaam maar zeker verdwijnen mijn teamgenoten verder uit het zicht. In de 19de eeuw werden bezoekers hier met een draagstoel naar de gletsjerwereld gedragen. Maar ik zal het toch zelf moeten doen. Ik drink wat en werk een energiereep naar binnen.

De Haute Route is een mindgame. Dat zullen we de komende dagen herhaaldelijk merken. Ondertussen kan ik de berghut zien, het doel voor vandaag. Hoe ver zou het nog zijn? Of belangrijker: hoeveel hoogtemeters moet ik nog overwinnen? Honderd maximaal. Twintig minuten. Kom op.

Het landschap in deze hoek van de Franse Alpen is weergaloos. Hoge pieken, grillige rotspartijen, ontzagwekkende afgronden, machtige gletsjers. Niet voor niets werd hier het bergtoerisme geboren toen Richard Pococke en William Windham in 1742 de gletsjers ontdekten en beschreven als een ‘mer de glace’, een zee van ijs. Ik krijg er nauwelijks iets van mee. In slowmotion schuif ik mijn ene ski voor de andere.

In de Refuge d’Argentière (2769 m) wachten berggids Guy en teammaten Jos en Jeroen me op met bemoedigende woorden. Maar in hun ogen zie ik dezelfde twijfel: dit is pas de opwarmdag, hoe ga je de volgende zes dagen overleven die allemaal verder, langer, hoger en zwaarder zullen zijn?

Zoeken naar de mooiste afdaling richting het Val d’Arpette.
Foto van Hans Avontuur

Eenmaal op adem gekomen, vraag ik me af of ik de Haute Route heb onderschat. Maar nee, dat is onmogelijk. Het is de meest legendarische tocht in de Alpen. Goed voor ten minste 150 kilometer en vijfduizend hoogtemeters over het dak van Europa. Van Chamonix naar Zermatt, van de Mont Blanc naar de Matterhorn. Uitdagender wordt het niet.

Over de rand

Als we een dag later om 7.00 uur ’s ochtends de refuge verlaten sneeuwt het. Dikke vlokken absorberen het geluid en maken de contouren in het landschap zacht en rond. We dalen af tot de voet van de Col du Chardonnet, die minder feestelijk is dan hij klinkt. De klim gaat vanaf het vertrek meteen recht omhoog.

Hoewel je op deze hoogte niet goed slaapt, voel ik me aardig hersteld. Eindelijk vind ik mijn vertrouwde ritme én het gevoel dat ik dat de hele dag kan volhouden. De wereld ziet er meteen anders uit. De vellen onder mijn ski’s doen hun werk – glijden bij het omhoog schuiven, remmen bij het terugzakken – en de rugzak lijkt vijftig kilo lichter dan gisteren.

Vandaag heeft teamgenoot Jos problemen. Vanwege de steilte moeten we zigzag omhoog. Dat betekent dat je bij elke bocht een zogenaamde spitzenkehre moet maken. Met de juiste techniek gaat dat bijna moeiteloos, maar zonder het specifieke kunstje kost elke bocht enorm veel kracht en dat breekt je op. Zeker nu we op ongeveer drieduizend meter hoogte lopen.

Magisch wakker worden in de Cabane de Bertol (3311 m).
Foto van Hans Avontuur

Bikkelend bereiken we de top. Daar halen we de vellen onder de ski’s uit, zetten de bindingen in skistand en trekken een extra jas aan. En dan komt berggids Guy met een verrassing: een diepe, smalle couloir, een geul, die we hangend aan een touw moeten afdalen. Grenzen verleggen. Guy lacht en gaat als eerste over de rand.

Eenmaal voorbij deze hindernis wacht een mooie afdaling. Als we omkijken lijkt het wel alsof het rotsmassief zich achter ons heeft gesloten. Ergens in die wand zit toch echt het gaatje waar we doorheen zijn gekomen.

De legende van de Haute Route

Skiënd bereiken we het uitgestrekte Plateau du Trient, onderdeel van de 4,3 kilometer lange Trient­gletsjer. In minder dan vijftig jaar tijd is de oppervlakte van de gletsjer met een derde afgenomen. Een gegeven dat ’s winters door de sneeuw aan het oog wordt onttrokken maar ’s zomers pijnlijk zichtbaar is. 

Aan de overkant ligt onze bestemming: de Cabane de Trient (3170 m). Er wappert een Zwitserse vlag, wat wil zeggen dat we onderweg ergens de grens zijn overgestoken. Guy legt uit waarom we niet in een rechte lijn, maar met een grote boog naar de hut zullen lopen: ‘Onder dat mooie laagje wit zitten gevaarlijke gletsjer­spleten die tientallen meters diep kunnen zijn. De omweg is de veiligste route.’ 

Ik herinner me dat zo’n spleet een hoofdrol speelt in een van de talrijke verhalen die samen de legende van de Haute Route vormen. Daarbij ziet een berggids een skiër uit zijn groep in zo’n gat verdwijnen. Bij zijn reddingspoging haalt hij niet één maar twee mensen naar boven. De onbekende avonturier was enkele dagen daarvoor in dezelfde spleet verdwenen.

Guy, Jeroen en Jos bedwingen een van de steile passages. Mountain Network vraagt dat je ruime ervaring hebt met offpiste skiën of snowboarden. En dat je ook bij minder goede sneeuwcondities zonder problemen kunt afdalen. Verder moet je kunnen toerskiën en de zogenaamde spitzenkehre beheersen, de techniek om op een steile helling van richting te veranderen. En dan is er nog zoiets als conditie. Met een rugzak van zo’n vijftien kilo maak je dagen waarop je soms acht tot tien uur onderweg bent.
Foto van Hans Avontuur

Na meer dan zeven uur lopen en skiën bereiken we de sfeervolle cabane. Zoals bij de meeste berghutten op deze route is er geen stromend water, wel een centraal stopcontact waar we batterijen kunnen opladen. We doen onze spullen uit, hangen de kleding te drogen rond de speksteenkachel en nemen zo veel mogelijk rust.

Het gebrek aan luxe en comfort van de berghut wordt gecompenseerd door een soort saamhorigheid die je in het dagelijks leven nauwelijks ervaart. En al helemaal niet onder vreemden. Maar hier, boven de drieduizendmetergrens, deel je het eten, het uitzicht, het composttoilet, de kou, de slaapzaal, de vermoeidheid en de betovering van de immense bergen.

Lees het hele verhaal van Hans Avontuur in National Geographic Escapes.

 

Lees verder

Ga in januari mee op reis tijdens Travel Month

In januari staat National Geographic in het teken van reizen.

De 26 mooiste reizen voor 2020 in Traveler

Vandaag verschijnt de nieuwste editie van National Geographic Traveler met de Best Trips-lijst voor 2020, samengesteld door de 17 verschillende internationale redacties van Traveler.
Gesponsord

Hoe bereid je je voor op een bergtocht in de Oostenrijkse Alpen?

Balanceren op smalle paadjes door alpenweiden en sneeuwvelden of klauteren door rotsachtig terrein met uitzicht op de mooiste bergtoppen: bergwandelen in Oostenrijk is nooit hetzelfde. Zo bereid je je goed voor!
Lees meer