De Big 5 van Tirol

Wie de Big 5 van Tirol wil zien, moet de berg op. In het National Park Hohe Tauern, het grootste natuurreservaat van Centraal Europa, heb je de meeste kans om ze te spotten. Reisjournalist en -fotograaf Hans Avontuur zag ze allemaal.

Monday, May 4, 2020,
Door Hans Avontuur
Foto's Van Solvin Zankl, Martin Lugger, Bernd Ritschel, Gunter Gressmann en Hannah Assil
Steenbokken zijn met succes vanuit Italië geherintroduceerd in Oostenrijk.

Steenbokken zijn met succes vanuit Italië geherintroduceerd in Oostenrijk.

1. Lammergier

Spanwijdte: max 2,9 m
Gewicht: max 7 kg
Leeftijd: tot 40 jaar
Voedsel: vooral botten
Spotlocatie: steile rotswanden

Per toeval zagen we op een uitstekende rotspunt in het National Park Hohe Tauern de resten liggen van een gems, bijna alleen nog botten. Een ervaren reisgenoot speurde de hemel af naar roofvogels en ontdekte, heel hoog in de lucht, een stipje. Met een beetje geluk was het een zeldzame lammergier op zoek naar voedsel. We verstopten ons in de struiken met zicht op het kadaver. Na een half uur, drie kwartier, werd het wachten beloond. En hoe! Daar was hij, de lammergier of baardgier, zoals de vogel ook wordt genoemd. Hij kwam zo laag over dat we de lucht die hij met zijn machtige vleugels verplaatste langs onze rug voelden glijden. Na een aantal rondjes boven onze hoofden, landde hij klapwiekend en met zijn klauwen vooruit bij het kadaver.

De Lammergier.

2. Alpensteenbok

Gewicht: tot 120 kg (bok)
Leeftijd: tot 20 jaar
Voedsel: gras, kruiden, planten
Spotlocatie: graat of rotspunten

Net onder een steile rotswand hadden we, met de verrekijker, al twee groepen vrouwtjes en hun jongen gespot. Maar een mannetje, een bok, laat zich veel lastiger zien. Behalve tijdens de bronsttijd in november, leeft hij alleen. En tijdens de zomer het liefst verscholen tussen de hoogste toppen. Later op de dag maakten we een lange traverse door een maanlandschap van steen. Een smal pad met rechts de afgrond en links een overhangende rotswand. Mijn reisgenoot liep twintig meter voor me toen er van boven een steenbok verscheen. Een mannetje met enorme horens. Hij liep tot aan de rand en keek vanaf drie meter hoogte op ons neer. Met ingehouden adem probeerde ik mijn camera te pakken, maar hoe zachtjes ook, het geritsel was voldoende voor de steenbok om er vandoor te gaan.

De Alpensteenbok.

3. Alpenmarmot

Gewicht: tot 6 kg
Leeftijd: gemiddeld 15 jaar
Lengte: 45 tot 55 centimeter
Voedsel: gras, kruiden, wortels
Spotlocatie: einde dag, alpenweide

De alpenmarmot is mijn favoriete dier aan het einde van een lange wandeldag. Met een kop Hüttenkaffee of een biertje lekker in de laatste zonnestralen gaan zitten en kijken naar de marmotten die één voor één uit hun holen komen. Spierpijn, blaren, vermoeidheid. Het verdwijnt allemaal even als deze grappige beestjes aan hun voorstelling beginnen. Ze springen, zitten en rennen door het gras dat boven de boomgrens groeit. Soms duikt er eentje op uit een holletje om er razendsnel weer in te verdwijnen. Drie, vier, tien keer achter elkaar. Als er gevaar is waarschuwen ze elkaar door te fluiten, dan klinkt er een compleet orkest.

De Alpenmarmot.

4. Alpengems

Gewicht: 40 kg
Leeftijd: gemiddeld 15 jaar
Voedsel: gras, kruiden, planten
Spotlocatie: einde dag, bosrand

Alpengemzen zijn jaloersmakend goede bergwandelaars. Met hun speciale hoeven lijken ze aan de rotsen te plakken en bedwingen ze onwaarschijnlijk steile wanden. Volgens wetenschappers komt het dier oorspronkelijk uit Tirol en heeft het zich van hieruit verder over de Alpen en andere Europese berggebieden verspreid. Mijn mooiste moment beleefde ik boven Kals, waar een moeder al naar de overkant van een rotsspleet was gesprongen en haar kleintje nog stond te dralen. Alsof het kalfje door moeder werd aangemoedigd, nam hij een kleine aanloop en sprong... naar de overkant. Superdapper.

Een Alpengems.

5. Steenarend

Spanwijdte: max 2.2 m
Leeftijd: max 25 jaar
Voedsel: klein wild
Spotlocatie: vroege middag, thermiek

Dit is de absolute koning van de hemel. Met slechts 42 broedparen in de Hohe Tauern niet zo eenvoudig te spotten zonder een parkranger die weet waar ze zich bevinden. Maar soms heb je geluk. Klimmend door het Grossglocker-gebied zaten we plotseling op dezelfde hoogte als een roofvogel die boven het dal cirkelde. Toen hij onze kant op kwam, zag ik zijn goudbruine hals: een steenarend! Terwijl wij zwetend onze hoogtemeters maakten, zweefde hij moeiteloos voorbij. Twee, drie, vier keer. De ogen priemend in onze richting, de waanzinnige klauwen opgevouwen onder het bruine lijf. Er zijn verhalen bekend van steenarenden die gemzen en herten aanvallen. Ik kan het me levendig voorstellen.

De Steenarend.

Voor meer natuur, klik hier.

Lees meer