Waarom wandelen de ideale activiteit is tijdens de pandemie

Deze revolutie in beweging is goed voor jou – en de wereld.

Friday, August 28, 2020,
Door Eric Weiner
Mahatma Gandhi en zijn volgelingen liepen 388 kilometer langs de westkust van de Indiase deelstaat Gujarat ...

Mahatma Gandhi en zijn volgelingen liepen 388 kilometer langs de westkust van de Indiase deelstaat Gujarat om te protesteren tegen een Britse wet die Indiërs dwong om zout van Britse producenten te kopen, terwijl ze het heel goed zelf lokaal konden winnen.

Foto van Mansell, The LIFE Picture Collection, Getty Images

Lopen verandert de wereld. Wanneer demonstranten deze vrijdag, 28 augustus, een protestmars naar Washington DC zullen houden om politiegeweld tegen zwarte burgers aan de kaak te stellen, treden ze in de voetsporen van historische lopers die zich tegen onrecht hebben verzet, van Mahatma Gandhi tot Martin Luther King Jr., en weerspiegelen ze protestbewegingen die tot de Indiase onafhankelijkheid en gelijke burgerrechten hebben geleid. Lopen en demonstreren zijn altijd nauw met elkaar verbonden geweest.

In 1930 vertrokken Gandhi en tachtig van zijn volgelingen uit zijn asjram in Ahmadabad en liepen in zuidelijke richting, op weg naar de Arabische Zee. Toen ze 24 dagen later de kust bereikten, was het aantal volgelingen gegroeid tot meerdere duizenden. Deze mensen keken toe hoe Gandhi een handvol zout uit een natuurlijke afzetting schepte en daarmee de Britse wetgeving overtrad. De lange ‘Zoutmars’ was een keerpunt op de lange weg naar onafhankelijkheid voor het Indiase subcontinent.

Jaren later zette Martin Luther King, die Gandhi bewonderde en India had bezocht, de “gestrenge liefde” van geweldloos verzet, evenals talloze protestmarsen, in voor de burgerrechtenbeweging. Zo ving zijn campagne begin 1963 in Birmingham aan met een reeks marsen en mondde uit in de historische ‘Mars naar Washington’, in augustus van dat jaar. Deze protestmarsen waren vreedzaam maar niet lijdzaam. Zoals Kings medeactivist John Lewis heel goed wist, kan lopen een krachtige daad van verzet zijn en tot “goede onrust” leiden.

Niet iedere potentiële wandelaar heeft evenveel goede wandelpaden tot zijn of haar beschikking. Volgens onderzoek van de Trust for Public Land hebben zo’n honderd miljoen inwoners van de VS geen toegang tot een groenruimte binnen tien minuten lopen van hun huis. Deze maand werd een wet aangenomen die voorziet in meer geld voor het verbeteren van het behoud, de infrastructuur en de toegankelijkheid van parken en natuurgebieden.

Lopen is méér dan alleen lopen en dat is het altijd geweest. Lopen is troostend. Lopen inspireert en scherpt de geest. De handeling van het lopen is democratisch, hoewel niet iedereen altijd kan rekenen op veilige wandelpaden, zoals veel zwarte en bruine Amerikanen weten. Vrijheid is de kern van het lopen en iedereen zou de beschikking moeten hebben over die vrijheid, om te gaan en te staan waar hij of zij wil, rond te struinen en, in de woorden van de schrijver Robert Louis Stevenson, “deze of gene weg te gaan, waarheen de gril u voert.”

Wondermiddel

De pandemie heeft ons veel ontnomen. Niet alleen levens en banen, maar ook bewegingsvrijheid. We voelen ons opgesloten, machteloos. Er is veel wat we voorlopig niet kunnen doen. Maar we kunnen wél wandelen.

Met de juiste instelling kan elke wandeling een bedevaart zijn, een poort naar het nieuwe en onthullende. Menige baanbrekende gedachte is opgekomen tijdens een wandeling. We rennen weg van onze problemen. We lopen naar oplossingen toe.

Toen Charles Dickens aan A Christmas Carol werkte, wandelde hij ’s nachts 25 à 30 kilometer door stille buurten van Londen, waarbij hij zich het plot van zijn verhaal voor de geest haalde terwijl de metropool sliep. Beethoven deed inspiratie op terwijl hij even buiten Wenen door het groene Wienerwald kuierde, en Nietzsche wanneer hij te voet door de Zwitserse Alpen trok. “Hecht geen geloof aan enig idee dat niet in de openlucht en uit bewegingsvrijheid is geboren,” meende de onnavolgbare filosoof.

Romanschrijfster Louisa May Alcott maakte geregeld lange wandelingen door de landelijke omgeving rond haar woonplaats Concord. Soms werd ze daarbij vergezeld door collega-schrijver en transcendentalist Henry David Thoreau. Urenlang struinden ze (Thoreau was dol op dat woord) door de weiden en velden van het platteland van Massachusetts, waar ze hun “portie van het oneindige” in zich opnamen, in de woorden van Thoreau.

Maar Jean-Jacques Rousseau overtrof al dit wandelplezier. Hij liep geregeld meer dan dertig kilometer per dag. “Ik kan amper denken als ik stilsta,” zei hij. “Mijn lichaam moet in beweging zijn om mijn geest te activeren.” (Op zijn wandelingen krabbelde hij grootse en kleinere ideeën op een stel speelkaarten die hij altijd bij zich had.) 

Voordelen van een rondje

Recent onderzoek bevestigt wat Rousseau al aanvoelde. Onze geest is het creatiefst als we ons met een kleine vijf kilometer per uur voortbewegen, de snelheid van een rustige wandeling. Voor hun onderzoek aan de Stanford University deelden de psychologen Marily Oppezzo en Daniel Schwartz een groep deelnemers op in twee groepen: lopers en zitters. Vervolgens lieten ze hen een test afleggen waaraan ze konden aflezen in hoeverre de proefpersoenen aan ‘divergent denken’ deden, een belangrijke factor bij creativiteit. De onderzoekers zagen dat de lopers “aanhoudend en significant” meer creatieve gedachten vormden dan de zitters. En er was maar weinig loopactie voor nodig om die creativiteit aan te zwengelen – ergens tussen de vijf en zestien minuten.

Volgens wijlen psycholoog Colin Martindale betreden we tijdens het lopen een staat van “ongerichte aandacht.” Mensen die in deze staat verkeren, zijn niet verstrooid, althans niet in de traditionele zin van dat woord. Ze zijn tegelijkertijd geconcentreerd en niet-geconcentreerd. Tijdens een wandeling zien we meer, zoals de schrijver Edward Abbey opmerkte in zijn memoires, Desert Solitaire: “Vanuit aan auto zie je helemaal niets; je moet verdomme uit dat apparaat stappen en gaan lopen.”

In de vroege ochtendzon steken voetgangers een straat in een Engelse stad over.

Foto van Ezra Bailey, Getty Images

Mensen die geregeld wandelen, zijn gezonder en leven langer dan mensen die dat niet doen, zo blijkt uit meerdere studies. En je hoeft niet hard of veel te lopen om de voordelen ervan te voelen. In een recent onderzoek dat in het vakblad JAMA Internal Medicine verscheen, werd de ‘10.000-stappen’-mythe ten grave gedragen. Het is een volstrekt willekeurig getal. Vooral de gezondheid van oudere mensen is al gebaat bij een paar duizend stappen per dag, in een rustig tempo.

Wandelen is een beproefde manier om gewicht te verliezen, niet alleen omdat we tijdens deze bezigheid calorieën verbranden maar ook doordat onze eetlust erdoor wordt verminderd. Uit onderzoek van wetenschappers van de University of Exeter bleek dat een wandeling van een kwartier het “verlangen naar chocolade” en daarmee gestrest eetgedrag verminderde. Aangetoond is ook dat wandelen gewrichtspijn kan verzachten, het afweersysteem versterkt en het risico op borstkanker verlaagt. Gandhi bleef zijn hele leven wandelen en meende dat zijn vitaliteit mede aan die gewoonte was te danken.

De evolutie van beweging

Je kunt veel over iemand vertellen door te kijken naar de manier waarop hij of zij loopt. Het Pentagon heeft onlangs een geavanceerd radarsysteem ontwikkeld waarmee personen met een betrouwbaarheid van 95 procent kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van hun loopstijl, die net zo individueel is als iemands vingerafdrukken of handtekening. Lopen is persoonlijk. In aanwezigheid van anderen lopen mensen vaak stoer en fier, maar als ze alleen zijn doen ze dat zelden. Dit zijn sociale gebaren. Lopen is de traagste vorm van reizen maar de snelste route naar ons authentieke zelf. Zoals de schrijver Cheryl Strayed opmerkte na haar spectaculaire voettocht van 1600 kilometer over de Pacific Coast Trail: “Tegen de tijd dat ik mijn lange trektocht had volbracht, had ik zes teennagels verloren maar alles gevonden wat ertoe deed.”

Op de juiste manier is wandelen een oefening in bescheidenheid. Het is een van die weinige doodgewone activiteiten die ons nog ter beschikking staan, zoals schrijfster Rebecca Solnit benadrukt: lopen is “sinds het begin der tijden eigenlijk niet aangepast.”

Journalist Paul Salopek trekt door de Afghaanse Wachan-corridor, een van de etappes van zijn bijna 34.000 kilometer lange Out of Eden Walk, waarbij hij in de voetsporen treedt van de eerste mensen die in de Steentijd uit Afrika wegtrokken en zich over de aardbol verspreidden.

Foto van Matthieu Paley, National Geographic

Zo’n zes miljoen jaar geleden lieten onze vroege voorouders de knokkels waarop ze liepen voor gezien en begonnen rechtop te staan en op twee benen te lopen. Deze nieuwe, rechtopstaande houding bleek verrassende voordelen te hebben. We konden onze handen gebruiken voor het maken van gereedschap, en ook om iets aan te wijzen of te strelen. We konden handgebaren maken, elkaars hand vasthouden, iemand een opgestoken vinger tonen of op onze nagels bijten.

National Geographic-fellow Paul Salopek ,treedt in de voetsporen van de eerste mensen die in de Steentijd uit Afrika wegtrokken en zich over de hele planeet verspreidden. Dat doet hij langzaam, stap voor stap. 

Zijn tien jaar durende odyssee is een nobele maar niet pijnloze onderneming. We lopen op twee voeten, maar dat doen we op basis van een skelet dat is ontworpen voor vier poten. Deze kortsluiting, tussen onze oer-anatomie en het moderne gebruik ervan, bezorgt orthopeden veel werk. Platvoeten, opgezwollen voeten, blaren, likdoorns en hamertenen vormen slechts een deel van de orthopedische prijs die we betalen voor ons bestaan als tweevoeter. Maar het is een prijs die we maar al te graag betalen.

Inspiratie opdoen

Voor mij is wandelen de ideale activiteit tijdens de pandemie. Met inachtneming van anderhalve meter, maar niet afgezonderd, wuif ik naar een buur of een postbode en geniet van mini-ontmoetingen die de pandemie grotendeels onmogelijk heeft gemaakt. Soms loop ik als een flaneur en kuier ik doelloos door de straten van mijn woonplaats Silver Spring, Maryland. Dan kijk ik om me heen zonder dat ik per se iets wil, verplaats me zonder dat ik ergens naartoe ga en loop “waarheen de gril mij voert.” 

Andere keren volg ik als natuurwandelaar meer de visie van Rousseau. Mijn favoriete wandelpad ligt in Vermont, in een natuurgebied dat Eagle Point heet. Gelegen aan de grens met Canada, omvat dit reservaat van 170 hectare een veelheid aan natuur: wetlands, weiden, bos en ook een bont gezelschap van bevers, muskusratten, wasberen, coyotes, zwarte beren, witstaartherten en zestig vogelsoorten. Maar het is het terrein waar ik nog het meest van houd: de zacht verende grond is gemaakt om op te wandelen. Onlangs bezocht ik het gebied, zoals elk jaar. De zon van de late zomer scheen warm op mijn gezicht, ik zette de ene voet voor de andere, steeds opnieuw, onvervaard – en ook met veel plezier.

Van Eric Weiner verscheen onlangs het boek The Socrates Express: In Search of Life Lessons from Dead Philosophers.

Dit essay werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer