De wereldwijde verspreiding van het coronavirus hindert reizigers. Blijf op de hoogte van de wetenschap achter de uitbraak>>

Een heel land voor jezelf

Wat als je vakantiebestemming vlak voor vertrek extra coronamaatregelen afkondigt? Reisjournalist Sebastiaan Bedaux maakte in IJsland kennis met een nieuw fenomeen: de 'quarantainevakantie'.

Gepubliceerd 16 feb. 2021 12:01 CET
Golden Circle, het meest toeristische brokje IJsland, ligt er dezer dagen eenzaam en verlaten bij.

Golden Circle, het meest toeristische brokje IJsland, ligt er dezer dagen eenzaam en verlaten bij.

Foto van Sebastiaan Bedaux

Dit artikel verscheen in de eerste editie van National Geographic Traveler 2021

'Mooie dag, nietwaar?'

SB: 'Ronduit prachtig, agent.'

‘Mag ik uw rijbewijs? U reed te snel. 111 kilometer per uur. De maximumsnelheid op de ringweg van IJsland is 90. U krijgt van mij een kleine boete.’

SB: 'Met alle respect, meneer, maar dit is een Suzuki Jimny. Het zou me verbazen dat deze bak zulke snelheden haalt.’

Agent Einarsson, schappelijke vent op het eerste gezicht – zelfs vanachter zijn mondmasker – toont me het bewijs op zijn mobiele radar. Daar heb ik niet van terug. Vriendelijk terechtgewezen reik ik hem mijn rijbewijs aan. En plots slaat de twijfel toe, ik zie het in zijn ogen. Zouden dat besmette vingerafdrukken kunnen zijn? Hij kijkt bedenkelijk.

‘Bent u in quarantaine?’

Om een antwoord te geven op die vraag moet ik even terug in de tijd. Naar exact een maand voor mijn vakantie, eind augustus 2020, toen IJsland nog een van de weinige plekken in Europa was die niet oranje (of in het geval van België: rood) kleurden op de coronakaart. De regels waren simpel: je ondergaat als toerist een COVID-19-test op de luchthaven van Keflavik, blijft één avondje in quarantaine en de volgende ochtend – bij een negatief resultaat – mag je gaan en staan waar je wilt. Maar plots, amper twee dagen na mijn boeking, veranderde IJsland de spelregels. Eén test was niet meer afdoende, het zouden er twee worden, eentje bij aankomst en een tweede op dag 5 of 6, om valsnegatieven uit te sluiten. En ik dan, met mijn vakantie van zes dagen? Mij stond een vakantie in quarantaine te wachten, een idee waar ik even aan moest wennen.

Moederziel alleen aan de anders zo drukbezochte Skógafoss, waar er, voor corona, op elk moment van de dag tientallen, zo niet honderden toeristen samentroepten.

Foto van Sebastiaan Bedaux

Het scheelde overigens een haar of ik had een streep getrokken door deze hele reis. De informatie op covid.is beloofde niet veel goeds. De IJslandse aanpak was plots rigoureus: toeristen in quarantaine mochten niet naar populaire attracties, musea, supermarkten, restaurants of openbare toiletten. Een huurwagen behoorde wel tot de mogelijkheden, maar ‘you must not go for a drive, unless when going from point of entry (de luchthaven dus) to your final place of quarantine’. Dat klonk niet als vakantie.

Op een andere officiële overheidswebsite werd wandelen wel toegestaan, net als autorijden – behalve naar te drukke bestemmingen. En ook niet ‘te ver’, wat dat dan ook betekende. Bovendien stuitte ik op nog een interessante brok informatie: je kon de twee verplichte coronatests omzeilen door veertien dagen in zelfquarantaine te gaan. Dus ik dacht: dan kies ik voor een vakantie zonder tests. Want of ik nu de twee tests onderga of niet, ik zit sowieso heel mijn reis in quarantaine.

Tip: klim vanaf de Geysir even de berg op voor dit prachtige uitzicht.

Foto van Sebastiaan Bedaux

Sixpack ravioliblikken

Om wat meer duidelijkheid te krijgen, e-mailde ik de toeristische dienst van IJsland met al mijn besognes. Want deze reis had absoluut geen zin als ik niet op z’n minst met de auto op expeditie mocht vertrekken vanuit mijn geboekte cabin in Hella. Maar bij Promote Iceland hadden ze geen pasklaar antwoord. Uiteindelijk werd de hulp van het ministerie van Volks - gezondheid ingeroepen en kreeg ik uitsluitsel: rondrijden werd toegestaan. De tests moest ik sowieso ondergaan, of ten minste de eerste, omdat ik geen veertien dagen in het land zou blijven.

Mijn verbazing was groot toen ik twee dagen voor vertrek het verplichte registratieformulier online invulde en de keuze kreeg: twee COVID-19-tests, óf zelfquarantaine gedurende veertien dagen of gedurende de lengte van uw verblijf. Of gedurende de lengte van uw verblijf. Het was dus toch mogelijk om voor een vakantie van zes dagen de coronatests te omzeilen.

'Mogelijk wel, maar niet wenselijk,' sprak de grensbewaker op de luchthaven me streng toe. Ik bleek zowaar de enige passagier op mijn vlucht die voor optie 2 gekozen had. Het leek wel het verkeerde antwoord. ‘U weet wat dat betekent,’ stelde hij nog, terwijl hij voor de zekerheid de eigenares van mijn cabin belde om te verifiëren dat ik daar wel echt in quarantaine ging. Natuurlijk wist ik wat dat betekende: test of geen test, het maakte in mijn geval geen enkel verschil. Of toch: stel dat ik positief zou testen, dan zou ik twee weken verplicht in isolatie moeten in een accommodatie van de overheid. Dat kon ik niet riskeren. ‘Blijf weg van drukke toeristische plekken, restaurants en supermarkten.’ Ik knikte gedienstig. In mijn koffer had ik een berg instantnoedels, een hoop energierepen, een sixpack ravioliblikken en een fles whisky gepropt. Op het vlak van gastronomie zou deze reis geen topper worden, dat was ingecalculeerd. ‘Dan wens ik u toch een prettig verblijf in IJsland.’ Ik drukte nog eenmaal de handgeldispenser in, waste mijn handen in onschuld en liep de koude wijde wereld in.

De Faxifoss-waterval wordt vaak overgeslagen door toeristen.

Foto van Sebastiaan Bedaux

Moederziel alleen

Toen ik in mijn uiterst coole Jimny – de werknemer van het autoverhuurbedrijf had me ‘betere en comfortabele’ alternatieven aangeboden voor dezelfde prijs en verklaarde me haast voor gek dat ik toch voor dat witte, vierkante gevaarte koos – door uitgestrekte lavalandschappen, verlaten vissersdorpjes en over een lege ringweg tufte, overviel me het gevoel dat dit weleens een uniek avontuur zou kunnen worden. Een tocht door een land zonder toerisme, een land dat onder normale omstandigheden zes keer zo veel bezoekers als inwoners telt.

‘Het eiland is anders dan tijdens je vorige reizen,’ liet Ragnhildur Ragnarsdóttir me vooraf al weten via WhatsApp. Ragnhildur is de trotse eigenaar van vier stijlvolle houten cabins en een paardenboerderij die samen Fagrabrekka Guesthouse vormen. Het moet zowat mijn favoriete accommodatie in heel IJsland zijn, al twee keer eerder bracht ik hier de nacht door. ‘Uiteraard is het voor mijn business niet zo gunstig, maar op een bepaalde manier vind ik dit ook wel fijn. Het lijkt alsof we ons land eindelijk terug hebben. Reizen kan weer zoals vroeger, voordat IJsland zo populair werd.’

Ik verbleef zes nachten in een van de vier (coronaproof) cabins van het werkelijk uitstekende Fagrabrekka Guesthouse in het plaatsje Hella. Eigenares Ragnhildur doet boodschappen voor al haar gasten in quarantaine. Prijzen vanaf 180 euro per nacht per cabin, ontbijt inbegrepen.

Foto van Sebastiaan Bedaux

En zo kwam het dus dat ik na een verkwikkende nachtrust moederziel alleen op de gigantische parking voor de Skógafoss stond. Op de plek waar ik ooit wel vijftig tourbussen en kampeerwagens en wel driehonderd personenwagens spotte, viel nu enkel een witte Jimny te bewonderen. O ja, en die magnifieke waterval in de verte natuurlijk ook.

Onverwachtse sneeuwbui

In de dagen die volgden, zou ik nog heel wat klassiekers in Suðurland (Zuidland) – veruit de populairste regio van IJsland – bezoeken. Plekken die ik al goed kende, maar niet op deze manier. Op het zwarte zandstrand van Reynisfjara, waar een handvol imposante basaltzuilen van zo’n zestig meter hoog opdoemen vanuit het zeewater, telde ik evenveel honden als mensen: twee. In Seljavallalaug, het bekende oude geothermische buitenzwembad, zwom één jongedame. Van de adembenemende Svartifoss en de ijzingwekkende Háifoss genoot ik in m’n uppie. Zelfs aan het fameuze gletsjermeer Jökulsárlón en het geothermische gebied rond Geysir kon ik de bezoekers op twee handen tellen. De afwezigheid van het massatoerisme was magisch en ik kon mijn geluk niet op. Of toch…

Op mijn derde dag in IJsland waagde ik me aan Landmannalaugar, een fabelachtige en zeer kleurrijke geothermische oase in het onherbergzame binnenland, op een steenworp van vulkaan Hekla. Het is zo’n tocht waar je na augustus een tikkeltje geluk voor moet hebben; dat er niet net een sneeuwstorm is langsgeraasd en het landschap heeft ondergedompeld in dikke lagen poeder. Eind september ben je vaak te laat om het nog tot Landmannalaugar te schoppen. Maar mijn Jimny ploeterde dapper voort in de onverwachte sneeuwbui, beet zich met vier wielen vast in de combinatie van grind en ijs, baande zich zelfs een weg door een snelstromend riviertje, maar moest zich uiteindelijk gewonnen geven toen de sneeuwlaag op een tiental kilometer voor de finish simpelweg te dik werd. Het was een waardige poging door een desolaat wit landschap dat me uiteindelijk op m’n knieën dwong en me onverrichter zake weer richting het guesthouse stuurde.

Het gletsjermeer Jökulsárlón is zonder twijfel een van de fotogeniekste plekken van heel Suðurland. Hier kun je zeehonden spotten tussen de ijsschotsen.

Foto van Sebastiaan Bedaux

Levensreddende Mantra

Een dag later dook ik een nieuw – opnieuw schier onmogelijk – avontuur in, dat van Þórsmörk (spreek uit: Thorsmurk). De bergkam, vernoemd naar de Noorse god Thor, is naar verluidt een van de grootste natuurlijke wonderen van IJsland. Het is zo’n plek die zijn geheimen enkel in de zomermaanden prijsgeeft. In september (en later) haal je de tocht doorgaans enkel in een grote 4x4 met kolossale banden. Maar ik had een Jimny, en een Jimny heeft zo’n extra schakelpookje waarmee je alle terreinen aankunt. Of was dat wishful thinking?

‘Blijf aan de rechterkant van de grote rivier,’ had Ragnhildur, door de wol geverfd, mij wijselijk aangeraden. ‘Je zult door heel wat kleinere riviertjes moeten voordat je op je bestemming aankomt, maar gasten van mij is het twee weken geleden nog gelukt. Als je twijfelt om een bepaalde rivier over te steken, doe het dan niet. Er gebeuren in IJsland elk jaar talloze ongelukken door overmoedigheid van toeristen. Wees verstandig!’

Naast de moderne Kathedraal van Skálholt ligt een turfhuis, genaamd Þorláksbúð.

Foto van Sebastiaan Bedaux

Haar laatste twee woorden spookten als een levensreddend mantra door mijn hoofd. Wees verstandig. Hoe verstandig het uiteindelijk was om die eerste echt uitdagende rivier over te steken, weet ik nog steeds niet. Ik verlegde een aantal grote keien in het water, probeerde op sommige plekken de diepte in te schatten en legde mijn vertrouwen (en leven) in handen van mijn kar. Met een bonzend hart en de penetrante geur van afgesleten koppeling in mijn neus haalde ik de overkant. De rivier was overwonnen en ik kon mijn tocht voortzetten. Þórsmörk lag nu binnen handbereik. Ik had echter niet gerekend op een nog bredere rivier iets verderop. Een halfuur lang bestudeerde ik de waterloop en wikte en woog ik mijn kansen om de overkant te halen af, maar de woorden van Ragnhildur klonken te luid. Ik gaf op. Zelfs te voet verder gaan was geen optie, omwille van de breedte en diepte van de rivier. Ik troostte mezelf met de gedachte dat ik nooit eerder op zo’n mooie plek zo gefrustreerd was geweest.

Eindelijk: het noorderlicht!

Foto van Sebastiaan Bedaux

Staaltje oplichterij

Mindfulness is iets moois. Het leert je om niet te vechten tegen zaken waar - aan je niks kunt veranderen. Þórsmörk en Landmannalaugar bleken mijn persoonlijke lesjes in mindfulness. Net zoals de Melkweg en het noorderlicht tijdens mijn vorige IJsland-trip in de winter van 2019. Toen werd ik vlak na aankomst bij mijn cabin getrakteerd op de mooiste sterrenhemel die ik ooit had gezien. Twee minuten later – ik was naar binnen gerend om mijn camera en statief te pakken – was alles weg. De wolken hadden alle pracht wegge - vaagd en de hele week lang viel er aan de hemel niks meer te spotten. Na drie eerdere trips door IJsland begon ik al te vermoeden dat die aurora borealis een mythe was, een knap staaltje oplichte - rij om toeristen te lokken. Maar plots was ze daar, met drie klopjes op de deur. ‘Kom snel naar buiten,’ maande Ragnhildur. Groene slierten dansten in de pikzwarte lucht boven mijn hut. Als ik niet zo druk in de weer was met camera en statief, had ik ongetwijfeld een traan gelaten. Zo’n traan die dan meteen vastvriest aan je gezicht en waaraan de herinnering levenslang blijft zitten.

‘Prima verhaal, meneer, maar ik wilde alleen maar weten of u in quarantaine zat.’

SB: 'O ja, uiteraard.'

'Als u de boete meteen betaalt, komt dat neer op 37.500 IJslandse kronen. Omgerekend is dat zo’n 235 euro. Gelieve contactloos te betalen.’

SB: 'Excuseer? Ik dacht dat u ‘kleine boete’ zei.'

‘U bent toch niet voor het eerst in IJsland. Dan weet u toch dat alles hier duur is. Fijne vakantie nog.'

 

Op deze website staat alle informatie over het reizen naar IJsland in coronatijd.

De Vlaamse journalist en fotograaf Sebastiaan Bedaux maakte voor Traveler eerder een reportage over Oezbekistan.

Dit artikel verscheen in de eerste editie van National Geographic Traveler 2021

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.