Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met VISITWallonia.
Borinage, Luik, Charleroi. Na het instorten van de industrie wilden zelfs de bewoners er het liefste weg. Maar dat is veranderd. Hoogovens, fabrieken en andere herinneringen aan het industriële verleden worden in Wallonië steeds meer gekoesterd. Wij verzamelden vijf bijzondere plekken om te bezoeken en te fotograferen.
1. De ramp van Le Bois du Cazier
Het oude mijnbouwcomplex van Le Bois du Cazier is met liefde gerestaureerd tot een boeiend museum en cultureel centrum. De iconische dubbele toren oogt als een monument voor de 262 mijnwerkers die hier op 8 augustus 1956 de dood vonden tijdens de grootste mijnramp in de Belgische geschiedenis. Naast verdriet en ellende, bracht het de gemeenschap van twaalf nationaliteiten ook dichter bij elkaar.
2. Op safari in een koeltoren in Charleroi
Er zijn tal van plaatsen op de wereld met mooie kastelen, parken of paleizen. Maar waar kun je dwalen door verlaten fabrieken, een ongebruikt metrostation of stilgelegde koeltoren? De stadssafari in en rondom Charleroi heeft industrieel verval in iets moois veranderd: een avontuur. Officieel mag je misschien niet overal komen, maar de safari’s worden gedoogd. Extreem fotogeniek.
3. Goede bedoelingen in Le Grand-Hornu
Mijnwerkerscomplex Le Grand-Hornu is de droom van zakenman Henri Degorge en staat net als bijvoorbeeld Le Bois du Cazier op de werelderfgoedlijst van Unesco. Bij de opening in 1810 was het een revolutionair bedrijf. Geheel naar de tijdgeest dacht Degorge ook aan zijn werknemers: voor hen liet hij 450 bakstenen huizen bouwen met warm water en een tuin. Bovendien waren er winkels, een school, apotheek en danszaal. Tal van panden zijn fraai geconserveerd en in de meeste huizen wonen nog altijd mensen.
4. Scheepsliften van Strépy-Thieu als kunstwerk
Als je komt aanrijden bij de historische scheepsliften van Strépy-Thieu heb je meteen bewondering voor de ingenieurs van toen. Kunstwerken van staal hebben ze gemaakt. En die voorzien van ingenieuze hydraulische techniek. De vier liften – gebouwd tussen 1888 en 1917 – overbruggen samen een hoogteverschil van zo’n 68 meter in het Centrumkanaal dat de Samber met de Schelde verbindt. Sinds de opening van een moderne lift voor grotere schepen in 2002 varen op het originele traject enkel nog plezierboten. Doen: een begeleid bezoek of rondvaart.
5. Onder de grond bij Blegny
Blegny bij Luik is de beste plek om in de huid van een mijnwerker te kruipen. Met een authentieke liftkooi ga je als bezoeker dertig tot zestig meter omlaag. Eenmaal beneden krijg je uitleg over het werk in de voormalige mijn van Argenteau-Trembleur. Er is niet veel verbeeldingskracht voor nodig om te zien dat dit ongezond, beklemmend en gevaarlijk kon zijn. Maar je snapt ook dat deze omstandigheden zorgden voor solidariteit en kameraadschap. Bovengronds zijn er onder meer tentoonstellingen en een steenberg om te beklimmen.
Klik hier voor meer informatie over het unieke industriële erfgoed van Wallonië.















