Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met de Steiermark.
Het uitzicht vanaf het bordes naast de klokkentoren is nog net zo fascinerend als zes jaar geleden. De laatste keer dat ik in Graz was, keek ik ook vanaf de top van de Schlossberg naar de zee van terracottakleurige daken die onderaan de stadsbult golfde. Urenlang kan ik naar de trams staren die pingelend over de rechte avenues bewegen, de renaissance- en barokgebouwen, de moderne constructies op de oevers van de Mur. Nergens gaan heden en verleden zó goed samen.
Het fort van Zondagsknoflookje
Het is mijn laatste dag in de Steiermark en ik wandel over de metersdikke muren van het middeleeuwse vestingwerk. Althans, wat daar nog van over is. Het fort, dat de Italiaanse architect Domenico dell’Alio – vrij vertaald ‘Zondagsknoflookje’ – op de top van de Schlossberg bouwde, had namelijk geen rekening gehouden met de komst van Napoleon.
De Franse soldaten ruïneerden grote delen van het oude bouwwerk en zouden ook de iconische klokkentoren hebben vernield als de stad niet had besloten om de portemonnee te trekken. Alleen tegen betaling kon worden voorkomen dat de geliefde 28 meter hoge Uhrturm, het icoon van de stad, werd gesloopt.
Het vriendelijke buitenaardse wezen
Beneden langs de rivier sta ik oog in oog met een blauw buitenaards wezen. Ik moet mijn hoofd ver achterover laten vallen om de organische vormen en de blauwe glazen gevel van het markante Kunsthaus, waarin een indrukwekkende collectie moderne kunst is ondergebracht, in z’n geheel te zien.
Voor de bewoners was het even slikken, zo’n glazen monster in hun barokke werelderfgoedstad. Maar volgens de architect van de ‘Friendly Alien’ was er in Graz voldoende plek voor twéé iconen: een oude én een nieuwe. Bij wijze van knipoog liet hij een van de zuignapachtige raampjes op het dak uitkijken op de zestiende-eeuwse Uhrturm.
Stad uit, natuur in
Mijn laatste paar uur in de Steiermark besluit ik niet in de stad, maar op de Schöckl door te brengen. De groene berg is een populaire plek voor stadsbewoners die de natuur willen opzoeken en bevindt zich op amper een halfuur fietsen van de oude binnenstad. Na de laatste woonwijk begint meteen het platteland.
Een kabelbaantje hijst me in een paar minuten naar het dak van de Schöckl. Boven tref ik een plateau aan waarvandaan het uitzicht op de omliggende bergtoppen alle kanten op strekt. Het is een ideale plek om tussen de koeien te wandelen, te paragliden, klauteren, je kinderen wijs te maken dat er heksen op bezemstelen leven of om een maaltijd te nuttigen in een van de hutten.
Bij een kapelletje dat is gewijd aan Johannes de Doper ga ik op een omgehakte boomstam zitten. Ik kijk uit op de bergen en valleien en neem in stilte afscheid van de regio waar ik een week lang te voet, met de fiets, trein en auto doorheen ben gereisd. We zijn over bergen geklommen, van pistes gefietst, in ijskoude meren gesprongen, hebben edelstenen bewonderd, kloosters en brouwerijen bezocht en ons, onvermijdelijk, zesmaal daags overgegeven aan gastronomische tradities.
Ik snuif nog een keer heel diep de ijle berglucht op en daal dan, dit keer te voet, de Schöckl af.


















