Steeds meer historische bouwwerken en complexen hebben, naast de tand des tijds, ook plunderingen, overtoerisme en industrialisatie te doorstaan. Voor deze vier erfgoedlocaties lijkt het doek op termijn echter toch te vallen. Maar als we nu ingrijpen, worden ze op tijd van de ondergang gered.
1. Torre Garisenda, Italië
Vanwege een zachte bodem en een instabiele fundering begon de scheve Toren van Pisa al met kantelen toen deze in1173 werd gebouwd. Tegenwoordig wordt het Unesco-werelderfgoed met behulp van zware staalkabels en enorme pilaren overeind gehouden.
Maar wat niet veel mensen weten, is dat er nog een ander scheef erfgoedstuk op Italiaanse bodem staat. De 45 meter hoge Torre Garisenda is een van de twee twaalfde-eeuwse gebouwen die boven de pittoreske oude binnenstad van Bologna uittorent. Tijdens de bouw van de bakstenen torre verzakte de ene kant van de fundering sneller dan de andere. Hierdoor ontstond een kanteling die inmiddels vier graden bedraagt.
De pilaren waarmee de Toren van Pisa tussen 1993 en 2001 overeind werd gehouden, zullen nu worden verankerd in de ondergrond rond de Torre Garisenda, zegt Guido Gottardi, hoogleraar geotechniek aan de Universiteit van Bologna. ‘De pilaren bieden een tijdelijk tegenwicht, zodat er versterkingswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd aan de kelder- en metselwerkstructuren.’
2. Hurst Castle, Engeland
Koning Hendrik VIII liet Hurst Castle in 1544 optrekken op een landtong langs de kust van Hampshire. De stenen vestingwerken waren bedoeld om Engeland te verdedigen tegen Europese indringers. Maar geen enkele vijand is zo volhardend gebleken als de zee. Woeste stormen, een stijgende zeespiegel en constante golven ondermijnden de fundering van het kasteel, waardoor de oostelijke batterij van het bouwwerk in 2021 gedeeltelijk instortte.
Sindsdien is er zo’n 22.000 ton steen en grind naar Hampshire geloodst om het kasteel mee te versterken. Van april tot november kunnen bezoekers in een boot naar Hurst Castle varen om het arsenaal en de geschuttoren te bewonderen.
3. Abydos, Egypte
In een dorre vallei 420 kilometer ten zuiden van Caïro ligt Abydos, een tempel en necropool waar veel Egyptische farao’s uit de vroege Oudheid werden begraven. De bouw begon 5900 jaar geleden en vandaag de dag is de tempel open voor publiek. Bezoekers kunnen er ronddwalen door de met stenen zuilen versierde hallen, de muurgravures ter ere van farao Seti I bekijken en het Osireion bewonderen: een ondergronds stenen bouwwerk dat mogelijk is gebouwd ter ere van Osiris, de oude Egyptische god van de dood.
Desondanks is een deel van het complex niet meer wat het geweest is. In de Oudheid stalen plunderaars er schatten, in recentere jaren groeven ze er illegaal artefacten op. Nu is Abydos een van de strengst bewaakte archeologische vindplaatsen van het land. Om verdere aftakeling van het complex te voorkomen, hebben de Egyptische regering, het World Monument Fund (WMF) en andere instanties verschillende restauratieprojecten gelanceerd.
4. Teotihuacán, Mexico
Dertig kilometer ten noorden van Mexico-Stad bezoeken jaarlijks ruim een miljoen reizigers de ruïnes van Teotihuacán. Het ruim 3500 hectare grote terrein werd gebouwd tussen de eerste en zevende eeuw na Christus door een onbekende beschaving, en was destijds de grootste metropool van het westelijk halfrond.
Teotihuacán staat bekend om zijn indrukwekkende stenen bouwwerken, waaronder de piramide van de zon en de tempel van Quetzalcoatl, maar heeft het zwaar te verduren onder het toenemende toerisme. De gebouwen zijn in verval geraakt door weerschade, maar ook door slecht uitgevoerde restauraties in de twintigste eeuw.
Inmiddels zijn er verschillende pogingen ondernomen om Quetzalcoatl te conserveren, onder meer door de drainage te verbeteren, scheuren op te vullen en corrosie van de gevel te verwijderen. Onder meer het WMF maakt zich hard voor meer betrokkenheid van de lokale gemeenschap bij de verduurzaming van het toerisme.















