Schatten onder Londen begraven die het leven van de Engelse rijkelui verraden

In de bodem van de Britse hoofdstad hebben archeologen overblijfselen van het leven van de rijken blootgelegd, waaronder een lusthof uit de Tudor-tijd waar lange tijd naar is gezocht en een verborgen goud- en juwelenschat uit de zeventiende eeuw.

Door Sean Kingsley
Gepubliceerd 31 okt. 2022 11:48 CET
The Cheapside Hoard or OPENER 1

Deze gouden zeventiende-eeuwse ‘kooihangers’ zijn versierd met pareltjes en maken deel uit van de ‘Schat van Cheapside’. Oorhangers als deze werden ook als sieraden op kleding genaaid.

Foto door PA Images, Alamy Stock Photo

Londen, het politieke en economische centrum van Engeland, is een plek met een lange geschiedenis van vorstenhuizen en adellijke families die een ongekende welvaart genoten. Hun schitterende paleizen en andere bezittingen waren zó kostbaar dat maar weinig van deze pracht onopgemerkt in de grond van de hoofdstad is achtergebleven. De zeer zeldzame getuigenissen van het leven van de rijkste Londenaren die door archeologen aan het licht zijn gebracht, zijn daarom des te interessanter. Hieronder bespreken we drie van zulke verborgen schatten, die een inkijk in het weelderige leven van de oude Londenaren geven.

Paleis van Placentia

Deze camee met daarop de beeltenis van koningin Elizabeth I maakt deel uit van de Schat van Cheapside. Elizabeth werd in 1533 geboren op het Palace of Placentia, in de Londense wijk Greenwich.

Foto door Museum of London, Heritage Images, Getty Images

De Londense wijk Greenwich, in het zuidoosten van de stad, ligt iets verder stroomafwaarts van het centrum aan de rivier de Theems en groeide in de achttiende en negentiende eeuw uit tot het kloppende hart van het maritieme wereldrijk van de Britten. Maar lang daarvóór stond hier het Palace of Placentia (‘Paleis van Plezier’), een vorstelijk lusthof waar gedurende twee eeuwen – van 1485 tot 1660 – koningen en koninginnen een leven van ongekende luxe leidden.

Geen van de 600.000 bakstenen die Hendrik VII (1485–1509) in 1499 aankocht om het Palace of Placentia te laten bouwen, ligt nog op een andere baksteen. Het mooiste gebouw van zijn tijd werd in 1663 afgebroken en vervangen door het Royal Hospital for Seamen at Greenwich, dat later het Old Royal Naval College werd en tegenwoordig door de University of Greenwich wordt gebruikt. Maar sindsdien heeft de wijk zijn verborgen geheimen stukje bij beetje prijsgegeven.

Met behulp van bodemradar werd in 1970 onder het Old Royal Naval College het rechthoekige grondplan van de grote toren van het Palace of Placentia ontdekt, met vloertegels in gele en groene glazuur. En toen in 2006 een afwateringskanaal onder het Queen Anne-gebouw van het Old Royal Naval College werd aangelegd, stuitte men op de nog intacte Royal Chapel met zijn Vlaamse vloertegels in ruitenpatroon. Elf jaar later kwam bij restauratiewerk aan de Painted Hall van het Old Royal Naval College een verborgen vertrek aan het licht waaronder meerdere overwelfde kelders lagen, die vermoedelijk de keuken, bakkerij, brouwerij en wasserij van het Tudor-paleis vormden.

Het Old Royal Naval College getuigt nog van de tijd waarin Greenwich het kloppende hart van het maritieme wereldrijk van de Britten was. Het College werd gebouw op de ruïnes van het Tudor-paleis Palace of Placentia.

Foto door Tim Gartside London, Alamy Stock Photo

Een unieke vondst die onlangs aan de oever van de Theems is gedaan, is een grote houten privésteiger die vóór het verdwenen Palace of Placentia lag en waarschijnlijk voor boottochtjes van en naar het paleis was bestemd. Rond de steiger hebben archeologen talloze beenderen van everzwijnen, lammeren, kippen en runderen gevonden, alsook een berg oesterschelpen – allemaal restanten uit de paleiskeuken waar 475 jaar geleden de vorstelijke banketten voor Hendrik VIII werden bereid.

De misschien wel belangrijkste ontdekking werd in 2020 gedaan door Simon Withers van de University of Greenwich. De onderzoeker is gespecialiseerd in het gebruik van bodemradar, waarmee hij digitale modellen van begraven erfgoed kan reconstrueren. Withers ontdekte de achthoekige toren op het steekspelveld van Hendrik VIII, vlak bij de plek waar de koning in 1536 tijdens zijn deelname aan een toernooi bijna om het leven kwam. ‘Met deze bodemradar kunnen we onder het groene gazon rond Queen’s House in Greenwich de omtrekken van het verleden – laag voor laag en jaar voor jaar – over elkaar heen zien liggen,’ zegt Withers.

Met behulp van nieuwe technologieën kan steeds meer van dat verleden gereconstrueerd worden, zonder dat er ook maar een schop in de grond wordt gezet.

Het bisschopspaleis van Southwark

Paleizen waren niet alleen grote speeltuinen voor vorsten en vorstinnen. Een kleine tien kilometer stroomopwaarts van Greenwich en achter het beroemde Globe Theatre van Shake­speare worden de straten smaller en lijkt het leven weer een middeleeuws karakter aan te nemen. Naast een trendy koffiehuis en boetiekjes die in Victoriaanse pakhuizen zijn gevestigd, doemt hier vanuit het niets de intacte zijmuur van de grote hal van een schitterend paleis op. Hoog boven straatniveau kijkt een schitterend rozetvenster uit op enkele van Londens fraaiste restanten uit het verleden: die van het middeleeuwse paleis van de bisschoppen van Winchester.

Overblijfselen van het bisschopspaleis van Winchester in Clink Street, Southwark, dat in de dertiende eeuw werd gebouwd. Het rozetvenster van het paleis is nog in volle glorie in een zijmuur van het paleis te bewonderen.

Foto door Nathaniel Noir, Alamy Stock Photo

In 1983 kwamen bij grootschalige opgravingen onder een aantal afgebroken negentiende-eeuwse werven en pakhuizen niet alleen de ruïnes van het bisschopspaleis aan het licht, maar ook een Romeins badhuis met muurfresco’s in levendige kleuren. Het rijke tableau van archeologie en geschiedenis dat bij opgravingen in en rond de oude, bedrijvige Clink Street werd aangetroffen, laat zien hoe de rijken van Londen hier zevenhonderd jaar geleden leefden.

Deze betaalpenning, die alleen voor de aanschaf van bepaalde koopwaar werd gebruikt, is in het bisschopspaleis van Winchester gevonden.

Foto door Image courtesy of Museum of London

Halverwege de twaalfde eeuw kocht Henry of Blois, de immens rijke bisschop van Winchester en broer van koning Stephen (1135–1154), een groot stuk grond aan de oever van Theems bij Southwark. Daar liet hij Winchester Palace bouwen, een paleis dat als officiële residentie van de bisschop diende wanneer deze in Londen verbleef. De bisschoppen van Winchester hadden niet alleen grote religieuze maar ook politieke macht en woonden vijf eeuwen achtereen aan Clink Street.

‘Winchester was de traditionele plek waar het koninklijke schathuis stond, dus de meeste bisschoppen van Winchester waren ook de schatbewaarders van de koning,’ zegt Derek Seeley van het Museum of London Archaeology, die de opgravingen op deze plek leidde. Het bisschopspaleis werd in de loop der eeuwen van alle gemakken voorzien, met een tennisbaan, bowlingbanen, brouwerij, slagerij en een tuin van tweeënhalve hectare.

De Schat van Cheapside is de grootste verborgen schat aan sieraden die ooit in Londen is ontdekt en bestaat uit zo’n vijfhonderd afzonderlijke halskettingen, ringen, hangers en edelstenen. De kostbaarheden werden in 1912 tijdens sloopwerkzaamheden gevonden onder de straat Cheapside. Wie de oorspronkelijke eigenaar van de schat was, blijft een raadsel.

Foto door Image courtesy of Museum of London

De Schat van Cheapside

De gebouwen aan de Cheapside nummers 30 tot 32 in Londen – de marktstraat (het Angelsaksische woord chepe betekent ‘markt’) was in de zeventiende eeuw dé wijk van de goudsmeden in de hoofdstad – werden na de grote brand van 1667 opgericht. Maar in 1910 waren ze inmiddels dusdanig verzakt en vervallen dat ze moesten worden afgebroken. Terwijl slopers de oude houten schoenmakerijen, zijdewerkplaatsen en horlogemakerijen van de marktstraat afbraken en met hun pikhouwelen de donkere klei uit de kelders eronder weghakten, stuitten ze op 18 juni 1912 – vijf meter onder straatniveau – op iets glinsterends. Uit een vergane houten kist viel een verstrengelde hoop sierraden, juwelen en andere ongekende kostbaarheden.

‘Baas, we zijn denk ik op een speelgoedwinkeltje gestuit,’ zei een arbeider. Maar hij vergiste zich.

Dit prachtige horloge is ingezet in een zeshoekige Colombiaanse smaragd met een diameter van vier centimeter. Het horloge maakt deel uit van de ‘Schat van Cheapside’.

Foto door Museum of London, Shutterstock

De ‘Schat van Cheapside’ – een verzameling van vijfhonderd juwelen uit alle hoeken van de wereld – is ’s werelds grootste vondst van Elizabethaanse en Jakobijnse sieraden en ruwe edelstenen. De schat behoorde tot een juwelier die zijn dure waar aan klanten uit de hoogste kringen verkocht en bestond onder meer uit ringen, armbanden, halskettingen, hangers, gespen, broches en hoedenspelden, versierd met diamanten uit India en Borneo, smaragd uit Colombia, natuurlijke parels uit de Perzische Golf, Schotland of misschien het Caraïbisch gebied, turkoois uit Perzië en amethist uit Rusland of Brazilië. Naast de edelstenen werd ook een gouden horloge gevonden die in een reusachtige Colombiaanse smaragd was ingezet, een verguld parfumflesje met wit email en ingelegde blaadjes van melkwitte chalcedoon, en de ster van de collectie: een Romeinse camee met de beeltenis van koningin Cleopatra van Egypte.

Niemand weet wanneer precies de Schat van Cheapside is verborgen. De periode waarin dat gebeurd moet zijn, was een tijd van rampen en politieke onrust. Ging de schat misschien verloren aan het begin van de Engelse Burgeroorlog in 1642, toen de Puriteinse politicus Oliver Cromwell de koning ten val bracht en de samenleving in tweeën spleet? Of bezweek de eigenaar van de kostbaarheden aan de Great Plague of Lon­don, de uitbraak van builenpest waaraan in 1665 en 1666 een bijna een kwart van de stadsbevolking stierf? Sporen van vuur op de muren van het gebouw waaronder de Schat van Cheapside is ontdekt, roepen de mogelijkheid op dat de sieraden zijn verdwenen tijdens de Grote Brand van Londen, waarbij in 1666 een groot deel van de stad in de as werd gelegd.

Zeker is dat de onfortuinlijke juwelier zijn prachtige waren nooit meer terugzag. Het grootste deel ervan is nu te zien in het Museum of London.

Cheapside was sinds de Middeleeuwen de belangrijkste marktstraat in Londen en ontwikkelde zich na 1491 tot de beroemde wijk van de goudsmeden. Dat erfgoed leeft voort in het luxe winkelcentrum One New Change.

Foto door Bjanka Kadic, Alamy Stock Photo

Delen van dit artikel zijn ontleend aan het boek Hidden London van Sean Kingsley. Copyright © 2022 National Geographic Partners, LLC. Lees meer in Hidden London.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Geschiedenis en Cultuur
Een intact grafschip van Vikingen bevatte grote rijkdommen – en een verrassend mysterie
Fotografie
Treed binnen in de Verboden Stad van China – bijna 500 jaar lang het domein van de keizer en zijn hof
Geschiedenis en Cultuur
Magellan kreeg weliswaar alle eer, maar deze man zeilde als eerste rond de wereld
Geschiedenis en Cultuur
Wat gebeurt er na het overlijden van de koningin Elizabeth II?
Ruimte
Hoe mensen naar de maan keken vóór Apollo en Artemis

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.