Archeologen hebben in Zuid-Duitsland vrijwel intacte schaakstukken uit de Middeleeuwen gevonden. Een schaakpaard, een zeszijdige dobbelsteen en vier bloemvormige stukken werden aangetroffen onder het puin van een ingestorte kasteelmuur. Het paard werd gedateerd op de elfde of twaalfde eeuw: een tijd waarin schaken nog vrij nieuw was in Europa, maar razend populair werd onder de middeleeuwse elite. Waarom speelden middeleeuwers zo graag een potje schaak?
Van India naar de rest van de wereld
Het schaakspel verscheen voor het eerst in India in de zesde eeuw als een spel voor vier personen, genaamd chaturanga. Dat betekent ‘vier ledematen’ en was een verwijzing naar de onderdelen van het leger. Het spel – bestaande uit infanterie, cavalerie, olifanten en strijdwagens – bevatte een element van toeval, maar de stukken bewogen op dezelfde manier als de pion, het paard, de loper en de toren in het hedendaagse schaakspel.
Via de Zijderoute verspreidde het spel zich naar Perzië, waar het in het Arabisch bekend werd als shatranj. In de negende en tiende eeuw hadden schaakmeesters zoals Al Adli en Al Suli een verfijnde speltheorie ontwikkeld, waarbij ze openingen, strategieën en beroemde partijen in gedetailleerde verhandelingen vastlegden.
Hoe schaken Europa bereikte
Via Spanje, Sicilië en de kruisvaardersstaten bereikte het schaakspel in de tiende en elfde eeuw Europa. Córdoba, de grote culturele hoofdstad van Andalusië in Zuid-Spanje, was waarschijnlijk een belangrijk toegangspunt.
Een vroege vermelding dateert uit 1008, toen een Catalaanse graaf kristallen schaakstukken naliet aan het klooster van Saint-Gilles in de Provence in Frankrijk. Aan het begin van de elfde eeuw had het spel flink aan populariteit gewonnen in Spanje. Van daaruit verspreidde het zich razendsnel over de hoven en kloosters van middeleeuws Europa.
Vroege stukken leken nog op hun oorspronkelijke vormen, maar na verloop van tijd veranderden deze om aan te sluiten bij de Europese feodale hiërarchie. De vizier werd de koningin, wat de groeiende betekenis van koninklijke echtgenotes weerspiegelde; de olifant werd de loper, wat de invloed van de kerk symboliseerde; en de toren verving de strijdwagen, als symbool voor versterkte kastelen. Sommige stukken bleven onveranderd: ridders bleven ruiters en pionnen bleven gewone voetsoldaten vertegenwoordigen.
Het favoriete spel van de adel
Schaak arriveerde precies op het juiste moment in Europa. Bevrijd van constante militaire verplichtingen, kregen de edelen te maken met lange avonden en rustige wintermaanden, en schaken voorzag in de behoefte aan een tijdverdrijf dat de geest zou prikkelen.
Het bood een intellectuele uitlaatklep die de hiërarchieën van de feodale samenleving weerspiegelde en waarin zorgvuldige strategie werd beloond boven brute kracht. Schaken was daarmee een ideale afleiding en er waren weinig andere bezigheden die zo’n bevredigende mentale oefening konden bieden.
Dit strategiespel werd al snel opgenomen in de formele opvoeding van adellijke jongeren en was een van de zeven vaardigheden die van een ridder werden verwacht, volgens de Disciplina clericalis van Petrus Alfonsi.
Van kasteelzaal naar stadsplein
Vanuit de adel verspreidde het spel zich door de sociale structuur. Ook kasteelbewaarders, rentmeesters en schildknapen begonnen het te spelen.
Naarmate de samenleving zich ontwikkelde van een feodaal naar een kapitalistisch systeem, groeiden middeleeuwse steden, of burghs, en daarmee ook de sociale status van hun inwoners: kooplieden en ambachtslieden werden bekend als de bourgeoisie. Met meer vrije tijd omarmden ze ook al snel het schaken.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Joodse gemeenschappen, die gedwongen waren in gesegregeerde getto’s te leven, telden fervente schakers die hun vaardigheden in hechte kringen aanscherpten. Voor rondtrekkende troubadours en minstrelen was de mogelijkheid om te schaken een essentiële vaardigheid, naast de luit en de dichtkunst.
Het spel werd overigens niet alleen door mannen gespeeld; adellijke dochters leerden schaken naast hun broers en werden vaak zelf bekwame spelers. Illustraties tonen jonge mannen en vrouwen die elkaar het hof maken tijdens een partijtje schaken. Op deze manier bood schaken een zeldzame ruimte voor intellectuele gelijkwaardigheid.
Waarom schaken terrein verloor
Naarmate het dagelijks leven van alle sociale klassen gevarieerder werd, was er ook steeds meer behoefte aan afleiding. Spellen moesten minder inspannend en minder serieus zijn dan schaken, en kaartspellen pasten beter bij dat nieuwe levensritme.
De hervorming van de schaakzetten aan het einde van de vijftiende eeuw, waarbij de dame en de loper werden versterkt, gaf het spel kortstondig een nieuwe impuls. Tegen de achttiende eeuw hadden kaartspellen echter de overhand gekregen en het schaken verdrongen als het favoriete tijdverdrijf van de adel.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Stéphanie is freelance (reis)journalist en fotograaf. Ze schrijft voor National Geographic het liefst over onderwerpen waar ze ook in het dagelijks leven niet over uitgepraat raakt. Met ruim vijftig landen op de teller is reizen een van haar grote hobby's, maar eerlijk is eerlijk: in haar volkstuintje is ze minstens zo gelukkig als ver weg.














