Het dagelijks leven in de Middeleeuwen draaide vooral om werk en huishouden. Toch betekent dat niet dat er geen ruimte was voor ontspanning. Integendeel: er was wel degelijk vrije tijd, al kreeg die een andere invulling dan nu. Vrije tijd stond zelden los van religie, gemeenschap of status. Vermaak was niet alleen bedoeld voor plezier, maar vervulde ook een sociale en soms zelfs politieke rol.

Feestdagen: een derde van het jaar in het teken van viering

In de Middeleeuwen hield men wel van een feestje. Er heerste een echte feestcultuur en ongeveer een derde van het jaar stond in het teken van feest. Verreweg de meeste middeleeuwse feestdagen waren gebaseerd op het christendom, zoals Pasen, Kerstmis, Driekoningen en Maria-Lichtmis.

Leestip: Leefden monniken in de Middeleeuwen echt zo vroom? ‘Het waren natuurlijk ook gewoon mensen’

Ook zogenoemde omkeringsfeesten stonden regelmatig op de agenda. Met name tijdens de donkere wintermaanden waren die een welkome vorm van afleiding. Tijdens deze narrenfeesten werden sociale rollen omgedraaid en religieuze regels genegeerd. In de straten stonden lange tafels waaraan gezamenlijk werd gegeten, er werden spelletjes gespeeld en toneelstukken opgevoerd.

Jagen als statussymbool van de elite

Voor de adel was de jacht de populairste vorm van vrijetijdsbesteding. Tegen die tijd was het allang geen noodzakelijk onderdeel meer van de voedselvoorziening, maar puur vermaak en een symbool van macht en prestige.

Wie veel land bezat, kon daarop jagen, en in de praktijk betekende dit dat de jacht uitsluitend was voorbehouden aan de elite. Stroperij door de boerenklasse was verboden: het gewone volk moest zich tevredenstellen met het vangen van vogels en klein wild.

Leestip: Reizen in de Middeleeuwen: ‘Er was veel nieuwsgierigheid naar de buitenwereld’

In het verlengde daarvan was ook de valkerij geliefd onder de adel. Het jagen met roofvogels vereiste geduld en training, en was een teken dat je genoeg tijd, geld én land had.

Sport: trainen én ontspannen

Hoewel de elite vaak meer tijd en middelen had voor zelfontplooiing, maakten ook gewone mensen tijd voor ontspanning. Zo was ook sport een gewaardeerd tijdverdrijf in de Middeleeuwen, al had het vaak een praktische functie.

Boogschieten en worstelen maakten deel uit van militaire training en waren een manier om kracht en moed te tonen. Ook paardrijden was cruciaal voor de oorlogsvoering en bovendien een sport die alleen de elite zich kon veroorloven.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Volkse sporten, die als voorlopers van het moderne voetbal, golf en tennis kunnen worden gezien, waren meer gericht op ontspanning. Overigens leidde dit dikwijls tot grote onvrede bij de kerk, omdat middeleeuwers zo veel plezier beleefden aan het sporten dat het werk er soms bij inschoot.

Schaken: spel en spiegel van de samenleving

Middeleeuwers speelden graag een potje schaak. Het schaakspel, met zijn zes figuren, stond symbool voor de maatschappelijke hiërarchie en was een manier om oorlogje te spelen zonder daadwerkelijk bloed te vergieten.

Tegelijkertijd was het spel niet onomstreden: de kerk zag het als een ijdel, tijdrovend en gokgerelateerd tijdverdrijf dat afleidde van religieuze plichten. Veel geestelijken mochten het daarom niet meer spelen. Het schaakspel was bovendien een statussymbool: wie een fraai uitgevoerd bord bezat, moest wel van goede huize komen.

Leestip: Wat aten mensen in de Middeleeuwen? ‘Er heerste een grote fastfoodcultuur’

Dat het spel ook meebewoog met maatschappelijke ontwikkelingen, blijkt uit de rol van de dame. De plek van dit schaakstuk werd lange tijd ingenomen door de ferz, een ‘mannelijke adviseur’, die slechts één diagonaal vakje per keer mocht bewegen.

Toen in de Late Middeleeuwen steeds meer vrouwen invloed kregen op het politieke toneel, deed de koningin haar intrede op het schaakbord en groeide zij uit tot het machtigste stuk, met de meeste bewegingsvrijheid.

Theater: van verboden kunst tot volksvermaak

In de Romeinse tijd was theater een populaire vorm van volksvermaak. Na de val van het Romeinse Rijk kwam hier echter een einde aan, omdat de kerk toneel als zondig beschouwde. Later begon de kerk zelf bijbelverhalen op te voeren om de ongeletterde bevolking te onderwijzen. Vanaf de twaalfde eeuw groeiden deze opvoeringen uit tot steeds langere stukken, waarin ook ruimte ontstond voor komische elementen.

Naarmate de stukken omvangrijker en uitbundiger werden, verplaatsten de voorstellingen zich van de kerk naar de straat. Een van de bekendste opvoeringen uit de Middeleeuwen is het mirakelspel Mariken van Nieumeghen. Een mirakelspel had een sterk moralistisch karakter en eindigde vaak met een goddelijke ingreep in een menselijk drama. Ook het passiespel was een belangrijke toneelvorm uit die tijd. Dit werd rond Pasen opgevoerd en verbeeldt het lijden van Christus.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!