Komend weekend verzamelen duizenden mensen zich tijdens de midzomernacht bij Stonehenge in Engeland om de bijzondere uitlijning van de steencirkel met de zonsopgang te zien en de start van de zomer te vieren. Nieuw archeologisch onderzoek laat nu zien dat deze viering vijfduizend jaar geleden mogelijk ook al plaatsvond, bij een houten voorloper van Stonehenge een paar kilometer verderop bij het dorp Bulford.

‘Dit is de vroegst bekende uitlijning met de zon in het landschap van Stonehenge,’ zegt Phil Harding, archeoloog bij Wessex Archaeology, die de vondst omschrijft als de spannendste uit zijn carrière. Hij deed de ontdekking tijdens een onderzoek voor het Britse Ministerie van Defensie, dat een groot deel van het gebied in bezit heeft.

Een eenvoudigere versie van Stonehenge

Deze nieuw ontdekte archeologische vindplaats was veel eenvoudiger dan de bekende steencirkel van Stonehenge en bestond simpelweg uit twee enorme, rechtopstaande houten palen die op ongeveer 120 meter van elkaar in de grond waren geplaatst. De twee palen stonden in een lijn die rechtstreeks wees naar de plek waar de eerste stralen van de midzomerzon boven de horizon verschijnen.

Aan de hand van koolstofdatering is berekend dat de houten palen dateren uit circa 2950 voor Christus. ‘Het is mogelijk dat dit een soort kamp was voor de arbeiders die het graafwerk verrichtten,’ zegt Harding. Waarschijnlijk diende de eenvoudige constructie als een tijdelijke plek om samen te komen en de zonnewende te vieren.

Sommige wetenschappers zijn sceptisch

Niet iedereen is overtuigd van de bevindingen. ‘Twee paalgaten vormen nog geen bijzonder overtuigende rij,’ zegt Jim Leary, hoofddocent veldarcheologie aan de University of York (VK). ‘Om het een rij te noemen, zou ik een langere rij verwachten.’ Hij voegde er echter aan toe dat zo’n rij ‘voor deze periode niet ongebruikelijk zou zijn’.

Vince Gaffney, landschapsarcheoloog aan de University of Bradford (VK) en hoofdonderzoeker van het Stonehenge Hidden Landscape Project – een vierjarig onderzoek met teledetectie naar het gebied rond Stonehenge – is het ermee eens dat het moeilijk is om met zekerheid te zeggen of dit een opzettelijke uitlijning was. ‘Het zijn slechts twee punten, maar het is niet onmogelijk,’ zegt hij. ‘Er zijn eerder suggesties gedaan over eerdere uitlijningen in het landschap rond Stonehenge, maar die zijn op dit moment nog niet bewezen. Als dit klopt, is dat belangrijk.’

Toevallige ontdekking

Het onderzoek naar deze vindplaats in de buurt van Stonehenge begon meer dan tien jaar geleden, toen het Britse Ministerie van Defensie besloot om kazernes en woningen te bouwen op het uitgestrekte oefenterrein Salisbury Plain, vlakbij Stonehenge in Wiltshire.

Voor het project werden vier grote stukken grond gereserveerd, waaronder het ruim twaalf hectare grote perceel met uitzicht op Bulford, waar het vijfduizend jaar oude kamp werd ontdekt. De organisatie Wessex Archaeology kreeg de opdracht om, voordat de bouw van start ging, uitgebreide archeologische onderzoeken uit te voeren in alle vier de gebieden.

Hoewel de opgravingen tussen 2015 en 2017 plaatsvonden en er sindsdien woningen zijn gebouwd op de locatie bij Bulford, hebben Harding en zijn team pas onlangs het potentiële belang ervan ingezien. ‘We hadden zoveel materiaal van zoveel locaties dat we ons er langzaam doorheen moesten werken,’ zegt Harding. ‘Dit soort zaken kun je niet overhaasten.’

zomerzonnewende bij de voorganger van stonehenge
Marijane Porter, Wessex Archaeology
Deze reconstructie schetst een beeld van hoe de viering van de zomerzonnewende er 5000 jaar geleden in Bulford uit zou hebben gezien, zoals de nieuwe analyse suggereert.

Een nieuwe analyse van de vindplaats bij Bulford

Daarnaast waren er op het eerste gezicht geen aanwijzingen dat hier iets bijzonders te zien was. Er lagen enkel sporen in de grond die aangaven waar de twee putten oorspronkelijk waren gegraven, samen met enkele tientallen andere putten met aardewerkscherven, bewerkte vuurstenen, botten van dieren en houtskool, achtergelaten door de mensen die daar vijfduizend jaar geleden werkten en feestvierden. ‘We begrepen aanvankelijk het belang van de paalputten niet,’ zegt Harding. ‘Pas toen we een lijn tussen beide putten trokken, merkten we dat deze precies parallel liep met de zichtlijnen van de zonnewende bij Stonehenge.’

De gaten in de grond hadden een diameter van ongeveer een meter en waren zo’n 75 centimeter diep. Dat is diep genoeg om een balk van 3,5 tot 4 meter hoog te dragen, aldus Harding. Uit een analyse van een laag as die op de bodem werd aangetroffen, blijkt dat het hout dat voor de palen werd gebruikt, mogelijk afkomstig was van een es. ‘Het is een boom die hoog en recht groeit, perfect om een zonuitlijning als deze te realiseren,’ zegt Harding. De onderzoekers zijn van plan hun onderzoek later dit jaar te publiceren.

Een zeldzame ontdekking

De intrigerendste vondsten op de vindplaats in Bulford zijn misschien wel de honderden aardewerkscherven die versierd waren in de kenmerkende ‘Woodlands’-stijl, een traditie die rond 3200 voor Christus ontstond op de afgelegen Orkney-eilanden in Schotland. Dat er ruim duizend mijl verderop in Wiltshire al in zo'n vroeg stadium zoveel exemplaren zijn gevonden, draagt bij aan het groeiende bewijs dat er een sterke culturele band bestond tussen de volkeren die Stonehenge bouwden en degenen die de grandioze monumentale landschappen op de Orkney-eilanden creëerden.

‘We hebben hier stukken gevonden die identiek zijn aan vondsten op de Orkney-eilanden,’ zegt Matt Leivers, senior onderzoeksmanager bij Wessex Archaeology. ‘De potten zelf zijn hier in Wiltshire gemaakt, dat weten we. De klei is van lokale herkomst, maar de decoratieve stijl is puur Orkadisch.’

Verspreiding van culturen

Hoewel er elders in de omgeving van Stonehenge voorbeelden zijn gevonden van dit ‘Woodlands’-type gegroefd aardewerk, zegt Leivers, is de collectie die in Bulford is gevonden de grootste in zijn soort. Dankzij microscopisch kleine voedselresten op de scherven – dierlijke vetten van varkensvlees en melk – konden de archeologen de scherven met behulp van koolstofdatering dateren op ongeveer 2950 voor Christus.

‘De vroege datering van dit aardewerk laat zien hoe snel deze cultuur zich verspreidde,’ zegt Jim Leary van de University of York. ‘Al met al draagt dit bij aan het groeiende verhaal van Stonehenge. Zo veel van de cultuur uit het late neolithicum lijkt afkomstig te zijn van de Orkney-eilanden.’

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Willeke van Doorn

Willeke van Doorn studeerde journalistiek, reisde een tijdje de wereld rond en kwam uiteindelijk via de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland bij de redacties van Quest en National Geographic. Ze is nieuwsgierig naar de wereld, gaat het liefst elke maand even op reis en neemt dan ook altijd haar hardloopschoenen mee.