Geschiedenis en Cultuur

Werktuigen van mensachtigen zijn zevenhonderdduizend jaar oud

Lang voordat de moderne mens op de Filipijnen arriveerde, slachtte iemand er een neushoorn - maar wie? maandag, 7 mei 2018

Door Michael Greshko

De onlangs op de Filipijnen ontdekte stenen werktuigen zouden ongeveer zevenhonderdduizend jaar oud zijn en dateren daarmee uit een tijd van ver vóór de komst van de moderne mens naar deze eilanden. Onderzoekers weten niet zeker door wie de werktuigen werden vervaardigd.

De fascinerende voorwerpen, die vorige week werden beschreven in het tijdschrift Nature, werden naast het geslachte karkas van een neushoorn gevonden, op de spoelvlakte van een rivier op het eiland Luzon. Deze oeroude werktuigmakers waren duidelijk met een maaltijd bezig. Twee beenderen van de poten van de neushoorn waren kapotgeslagen, alsof iemand heeft geprobeerd het merg uit de botten te halen en op te eten. De ribben en een enkelbot van de neushoorn waren bezaaid met snijsporen van stenen messen, een duidelijk teken dat iemand werktuigen heeft gebruikt om het dier te slachten.

De gevonden resten zijn vooral opmerkelijk vanwege hun ouderdom: de bewerkte botten zijn vermoedelijk tussen de 631.000 en 777.000 jaar oud, wat de onderzoekers op een schatting van circa 709.000 jaar oud brengt. Door het onderzoek – dat deels werd gefinancierd door de National Geographic Society – kan het tijdstip waarop de eerste menselijke kolonisatie van de Filipijnen plaatsvond, verder naar het verleden worden opgeschoven, naar een tijd die ver vóór het ontstaan van de moderne mens, Homo sapiens, ligt. Het eerstvolgende bewijs voor de aanwezigheid van mensachtigen op de Filipijnen werd eveneens op Luzon gevonden, in de Callao-grot, en wel in de vorm van een 67.000 jaar oud voetbeentje.

“Het was verrassend bewijs voor een zó vroege kolonisatie van de Filipijnen,” aldus Thomas Ingicco, archeoloog aan het Franse Muséum national d’histoire naturelle in Parijs en hoofdauteur van de studie. Hoewel de onderzoekers niet weten welke oeroude voorouder van Homo sapiens de neushoorn heeft geslacht, zal de vondst ongetwijfeld voor de nodige ophef zorgen onder experts die de geschiedenis van mens in de Stille Zuidzee bestuderen, vooral zij die zich afvragen hoe de allereerste mensachtigen de Filipijnen konden bereiken.

“Ik denk dat het een vrij spectaculaire vondst is,” zegt Michael Petraglia, paleoantropoloog aan het Max-Planck-Institüt für Menschheitsgeschichte in Jena, die niet bij dit onderzoek was betrokken. “Hoewel er naar verluidt eerdere aanwijzingen voor vroege mensachtigen op plekken als de Filipijnen zijn gevonden, waren er tot nu toe geen sterke bewijzen.”

Betrouwbare datering

In de hele Stille Zuidzee zijn meerdere bewoonbare eilanden lange tijd van de rest van de wereld afgescheiden geweest door grote stukken open oceaan, dus werd tot nu toe aangenomen dat de oeroude voorouders van de mens deze plekken niet konden bereiken omdat ze de zeevaart nog niet beheersten.

Maar waar een wil is, is een weg, zoals het spreekwoord luidt. In 2004 onthulden onderzoekers de soort Homo floresiensis, die honderdduizenden jaren op het geïsoleerde eilandje Flores moet hebben geleefd. In 2016 vonden archeologen bovendien stenen werktuigen op Celebes, ten noorden van Flores. Zoals National Geographic destijds berichtte, zijn de werktuigen op Celebes tenminste 118.000 jaar oud, zo’n 60.000 jaar vóór de aankomst van de eerste anatomisch moderne mensen.

“Dit is echt heel spannend – het begint nu steeds duidelijker te worden dat oeroude mensachtigen aanzienlijke stukken open zee wisten over te steken,” zegt Adam Brumm, een paleoantropoloog aan de Griffith University die onderzoek doet naar H. floresiensis.

Op zoek naar soortgelijke vindplaatsen bezocht Ingicco samen met de Nederlandse bioloog John de Vos de provincie Kalinga, in het noorden van Luzon, waar naar verluidt veel oeroude botten uit de aarde opduiken. Onderzoekers hebben daar sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw dierenbotten en stenen werktuigen gevonden, maar die gefragmenteerde resten konden nooit goed worden gedateerd. Om aan te kunnen tonen dat in Kalinga oeroude mensachtigen hebben geleefd, moesten De Vos en Ingicco voorwerpen vinden die nog onder de grond lagen.

In 2014 groef het team in Kalinga een proefkuil van twee bij twee meter. Bijna meteen vonden de onderzoekers beenderen die konden worden toegeschreven aan een lang geleden uitgestorven neushoorn. Na korte tijd hadden ze een heel skelet blootgelegd, naast de stenen werktuigen die door de slachters van het dier waren achtergelaten.

Om de vindplaats te kunnen dateren, mat het team de verschillende sedimentlagen op en onderzocht het de tanden van de neushoorn op de straling die ze in de loop der millennia uit de aarde hadden geabsorbeerd. Daarnaast maten ze het natuurlijke uraniumgehalte van een van de neushoorntanden, want dat element vervalt met de regelmaat van de klok tot het element thorium. In de modder rond de neushoornbotten vonden ze bovendien een splinter van gesmolten glas, afkomstig van de inslag van een asteroïde die 781.000 jaar geleden de aarde moet hebben getroffen.

“Tegenwoordig is het nodig om dateringen met behulp van verschillende methoden te preciseren, want in het verleden zijn ze vaak onbetrouwbaar gebleken,” zegt Gerrit van den Bergh, medeauteur van de studie en sedimentoloog aan de University of Wollongong.

Niet de ‘usual suspects’

Tot de lijst van potentiële werktuigmakers behoren de Denisovamensen, een mysterieuze tak van mensachtigen van wie het bestaan slechts aan de hand van DNA-analyses en een handvol fossielen uit Siberië is aangetoond. Maar de belangrijkste kandidaat is de archaïsche mensachtige Homo erectus, van wie bekend is dat hij Zuidoost-Azië heeft bereikt. Op het Indonesische eiland Java zijn H. erectus-fossielen van meer dan zevenhonderdduizend jaar oud gevonden.

Het team van Ingicco meent dat de slachters van de neushoorn tot een Filipijnse versie van H. floresiensis zouden kunnen behoren, die zich mogelijk hebben afgesplitst van een populatie H. erectus die op Flores geïsoleerd raakte. In de loop der millennia kan H. erectus daar zijn geëvolueerd tot een soort die aan de top van de voedselketen stond en mettertijd steeds kleiner van postuur werd, in een proces dat ‘eilanddwerggroei’ wordt genoemd.

In 2010 ontdekte een team onder leiding van Armand Mijares, archeoloog aan de University of Philippines Diliman, in de Callao-grot een voetbeentje waarvan de afmetingen deels overeenkomen met die van de moderne mens en deels met die van H. floresiensis. Was deze mensachtige op Luzon een plaatselijke hobbit die afstamde van een populatie H. erectus die honderdduizenden jaren eerder op het eiland was gestrand? Het is nog te vroeg om dat met zekerheid te zeggen.

“We hebben geen enkele informatie over zeshonderdduizend jaar aan prehistorie, dus het blijft giswerk,” zegt Petraglia.

De storm uitzitten?

Wie deze werktuigmakers ook waren, ze kunnen de Filipijnen volgens het team van Ingicco uitsluitend via twee migratieroutes hebben bereikt: de route van oost naar west, vanuit Borneo of Palawan, of de route van noord naar zuid, vanuit China en Taiwan. Onduidelijk is hoe deze mensachtigen de open oceaan wisten over te steken.

Het is verleidelijk te denken dat onze uitgestorven voorouders primitieve bootjes gebruikten: toen de vondst in de Callao-grot in 2010 bekend werd, werden de resten door enkele experts toegeschreven aan oeroude zeevaarders. Maar dat idee wordt nog steeds beschouwd als té vergezocht. Immers, ook neushoorns en olifanten wisten Luzon te bereiken, en deze dieren hebben overduidelijk geen boten gebruikt.

Het is mogelijk dat grote dieren en de voorouders van de werktuigmakers per ongeluk op ‘vlotten’ van waterplanten en aarde over zee zijn meegevoerd. Tijdens zware stormen in kustgebieden raken dat soort vlotten soms los en drijven de zee op. Ook kunnen enkele doodsbange H. erectus door een tsunami zijn meegevoerd naar open zee. Terwijl ze zich aan het drijvende plantenmateriaal vastklampten, kunnen ze ongewild ontdekkingsreizigers zijn geworden en nieuwe eilanden hebben bereikt.

“De verspreiding van H. erectus over het water is louter toeval – er is geen sprake van enige doelgerichtheid of plan,” zegt Russell Ciochon, paleoantropoloog aan de University of Iowa in Iowa City.

Ook bestaan er nog talloze vragen over wat er precies gebeurde toen afstammelingen van deze vroege mensachtigen in contact kwamen met de eerste H. sapiens die later op Luzon arriveerden: “Kwam onze soort oog in oog te staan met deze wezens? Wat was de aard van dat contact?” vraagt Brumm zich gefascineerd af.

Deze en andere vragen blijven voorlopig onbeantwoord, maar onderzoekers denken dat ze in de toekomst meer te weten zullen komen over het verhaal van de vroegste menselijke aanwezigheid op Luzon en in de Stille Zuidzee.

Wie zijn jouw voorouders? Met behulp van de ‘Geno 2.0 DNA’-voorouderkit van National Geographic kun je je afkomst per regio traceren, terug naar de tijd waarin al onze voorouders in Afrika leefden. Al meer dan 900.000 mensen hebben speekselmonsters ingestuurd. Lees meer op natgeo.com/GenoDNA.