Maar weinig mensen kunnen zeggen dat ze drie grote scheepsrampen hebben overleefd. Toch overkwam het de Iers-Argentijnse stewardess Violet Jessop. In dienst van rederij White Star Line maakte ze het zinken mee van de Titanic en Britannic, plus de aanvaring tussen de Olympic en de HMS Hawke. Ze overleefde alle drie de scheepsrampen. Haar leven leest als een ongelooflijk hoofdstuk uit de maritieme geschiedenis.
Eerste ramp: de aanvaring van de Olympic
Violet Jessop wordt geboren op 2 oktober 1887 in Argentinië, als oudste kind van twee Ierse immigranten. Haar jeugd wordt al vroeg getekend door ziekte: een zware tuberculose-infectie overleeft ze ternauwernood.
Na de dood van haar vader verhuist het gezin naar Engeland. Wanneer haar moeder, zelf stewardess, ziek wordt, besluit Violet haar werk over te nemen. Op 24-jarige leeftijd gaat ze aan de slag op de RMS Olympic, op dat moment het grootste passagiersschip ter wereld.
Het werk bevalt haar goed en ze is onder de indruk van het luxueuze schip en zijn ontwerper: Thomas Andrews. In haar memoires schrijft ze vol lof over hem – hij zou altijd tijd vrij hebben gemaakt voor een praatje.
Maar op 20 september 1911 slaat het noodlot toe. De Olympic botst voor de zuidkust van Engeland op het Britse oorlogsschip HMS Hawke. De schade is enorm: de boeg van het marineschip scheurt een groot gat in de romp. Beide schepen blijven drijven, maar de Olympic moet wekenlang worden gerepareerd.
Aan boord van de Titanic
Slechts zeven maanden later staat Jessop opnieuw op een iconisch schip: de RMS Titanic. Op 10 april 1912 vertrekt het schip vanuit Southampton voor zijn eerste reis naar New York. Jessop werkt als stewardess in de eerste klas.
De eerste dagen verlopen voorspoedig. Ze ontmoet oude bekenden, onder wie violist John Hume, die eerder met haar op de Olympic werkte. Hij verzorgt de muziek in het restaurant van de eerste klas. In haar memoires beschrijft ze hem als iemand die ‘enthousiast en vol leven’ was.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Op de avond van 14 april verandert alles. Terwijl Jessop zich klaarmaakt om te gaan slapen, voelt ze een trilling door het schip gaan. In eerste instantie lijkt er weinig aan de hand, maar al snel wordt duidelijk: de Titanic heeft een ijsberg geraakt.
Reddingsboot 16 en een nacht op zee
Verdwaasd loopt Violet richting het passagiersdek, waar ze een plaats krijgt in reddingsboot 16. Vol ongeloof ziet ze hoe het zo onzinkbaar gewaande schip steeds verder wegzakt in het water en uiteindelijk ten onder gaat. Urenlang drijft ze in de kou, omringd door overlevenden – vooral passagiers uit de derde klas.
Pas bij zonsopkomst verschijnt redding: de RMS Carpathia neemt de schipbreukelingen aan boord. Veel van haar vrienden, onder wie de violist John Hume en scheepsontwerper Thomas Andrews, overleven de ramp niet.
Het derde ongeluk: Britannic gaat ten onder
De ervaring laat diepe indruk achter, maar Jessop besluit snel weer te gaan varen. Ze wil voorkomen dat angst haar leven bepaalt. Binnen enkele weken werkt ze opnieuw op de Olympic.
Twee jaar later breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Violet laat zich omscholen tot verpleegkundige en sluit zich aan bij de Voluntary Aid Detachment, een vrijwillige burgereenheid die verpleegkundige hulp verleent aan militairen. Ze wordt toegewezen aan de Britannic, het zusterschip van de Titanic en Olympic, dat is omgebouwd van luxe oceaanlijner tot ziekenhuisschip.
Op 21 november 1916 is ze samen met een ruim duizendkoppige bemanning onderweg naar het Ottomaanse Rijk, het hedendaagse Turkije, om gewonde en zieke soldaten op te halen. Ze is net bezig een kop thee in te schenken voor een zieke collega als het schip begint te trillen. Het is, zo blijkt later, op een Duitse zeemijn gestuit. De goedgetrainde bemanning springt direct op om te redden wat er te redden valt.
Een gruwelijke scheepsramp
Violet trekt een zwemvest aan en weet als een van de eersten een reddingsboot te bereiken. Maar tot haar verbazing ziet ze de één na de ander er snel weer uitspringen. Wat blijkt: de kapitein heeft geen toestemming gegeven om de boten te laten zakken.
De motoren draaien nog, in een poging het zinkende schip dichter bij de kust van een nabijgelegen eiland te krijgen. De enorme scheepsschroeven zuigen de reddingsboten met doodsbange passagiers naar zich toe.
Op het laatste moment springt Jessop in zee – ondanks dat ze niet kan zwemmen. Ze wordt onder water gezogen en loopt een schedelbreuk op wanneer ze haar hoofd stoot. Toch weet ze te overleven en in een andere reddingsboot te klimmen. Ongeveer dertig mensen komen om door de draaiende schroeven. De rest van de opvarenden wordt uiteindelijk gered.
Drie ongelukken in vijf jaar
Na het zinken van de Britannic herstelt Jessop in een ziekenhuis in Athene. Opmerkelijk genoeg blijft ze daarna gewoon op zee werken. Pas in 1950 gaat ze met pensioen. Ze trekt zich terug in Suffolk, waar ze een rustig leven leidt. In 1971 overlijdt ze op 83-jarige leeftijd.
Haar memoires, die pas in 1997 worden gepubliceerd, bevestigen haar bijna mythische reputatie: die van een vrouw die drie van de grootste maritieme rampen van haar tijd overleefde.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!














