Doorkruis Dominica, het eiland zonder afspraken

Het idee is simpel, maar niets gaat volgens plan in dit ruige paradijs in de Caribische Zee.

Door Bas van Oort
Published 17 jan. 2019 15:39 CET, Updated 5 nov. 2020 06:20 CET
Batibou Beach Dominica
Batibou Beach, in het noorden van Dominica.
Foto van Bas van Oort

Dit artikel verscheen in National Geographic Traveler editie 1, 2019.

We zijn vandaag allemaal ergens voor de eerste keer geweest en het was elke stap waard.’ Dafar Armour-Shillingford (30) kan het niet beter verwoorden wanneer hij een foto op Instagram plaatst van The Cathedral, een waterval die uitkomt in een grot en onderdeel is van de bekendere Titou Gorge. Is die kloof (te bewonderen in de tweede Pirates of the Caribbean-film) op Dominica alom bekend, voor veel anderen is de kathedraal een groot geheim.

Om er te komen, rijden we van hoofdstad Roseau naar Laudat, een dorpje tussen drie bergtoppen. Het is zondagochtend, aan de hemel is geen wolkje te zien, en uit Dafars speakers rollen de reggaeklanken door de open raampjes zo de vallei in. Wanneer de asfaltweg overgaat in een karrenspoor en we uiteindelijk niet meer verder kunnen, parkeren we de auto in de berm. Waar een stroompje water naar beneden sijpelt langs de kant van de weg, duiken we het struikgewas in. ‘Een neef van me was hier een tijdje geleden,’ vertelt Dafar, die ondertussen met een kapmes hier en daar wat begroeiing weghakt. ‘Hij liet na afloop zijn foto’s zien en toen dacht ik: ik moet hier zelf ook eens heen!’

“Met z'n zevenen kijken we ademloos naar de opening voor ons. Alsof we een piratenschat hebben ontdekt na een speurtocht.”

We dalen verder af, volgen de contouren van een pad langs het water. Ontwijken boomwortels en springen over glibberige stenen. Nog geen tien minuten onderweg lijkt de buitenwereld ineens ver weg. De blauwe lucht wordt afgedekt door de bladeren boven ons. We moeten nog verder naar beneden, inmiddels enkeldiep door het water, tot we bij een partij grotere rotsblokken komen en we ons aan een touw naar beneden laten zakken. Water klettert aan alle kanten om me heen. Het laatste stukje zwem ik met mijn tas boven het hoofd. En dan zijn we er. Met z’n zevenen kijken we ademloos naar de opening voor ons. Alsof we een piratenschat hebben ontdekt na een speurtocht met een geheime schatkaart. Zeven man, vijf afkomstig van het eiland zelf. En niemand die hier ooit eerder is geweest.

Het paradijs betreed je niet zomaar

De eerste keer dat ik Dominica zag, vijf jaar geleden, huilde ik. Niet zozeer vanwege de schoonheid; het groen van de bergen op de eilandstaat mag dan ontroeren, zo stil in de Caribische Zee, het waren de golven die me tranen bezorgden. Zeeziek en misselijk bracht ik de ferrytocht vanuit buureiland Guadeloupe
door in de regen op het achterdek. Toen de Atlantische passage voorbij was en het water kalmer werd,
zag ik Dominica liggen. En terwijl ik het zout van
mijn gezicht veegde, piepte de zon door het wolkendek. Bij de haven van Roseau was het een drukte van jewelste. Taxichauffeurs probeerden klanten te paaien, passagiers werden door familie opgewacht en fijngeknuffeld. Midden in de chaos stond één jongen in alle rust een sigaretje te roken. Hij lachte wat, gaf hier en daar iemand een hand en liep op me af toen ik als allerlaatste van de boot kwam. Het was Dafar. Door zijn moeder gestuurd om me op te halen en naar hun hotel te brengen. Zijn lange rastavlechten werden bij elkaar gehouden door een elastiekje. Zijn heldere ogen leken licht te geven. Hij hoorde mijn verhaal over de boottocht aan en knikte instemmend. ‘Je weet het nooit met de Atlantische Oceaan. Soms speel ik op de boot een potje domino, zo vlak is de zee dan. Maar de onderstroom kan verschrikkelijk zijn, en de ferry een hel.’

Dominica bestaat voor een groot deel uit tropisch regenwoud. Vooral het binnenland is dichtbegroeid.
Foto van Bas van Oort

We werden al vrij snel vrienden, en tijdens mijn eerste week op Dominica liet Dafar me het eiland zien. De Salton Falls, een verzameling watervallen in het regenwoud van het binnenland. De warmwaterbronnen bij Wotten Waven. Titou Gorge en de Trafalgar Falls. We reden ook naar het zuidelijkste puntje van het eiland – Scott’s Head – en een dag later lagen we op het strand van Portsmouth in het noorden. Soms ging zijn zusje mee, Leslassa. Of Stephanie, zijn vriendin. Of we maakten er met een grotere groep een dagje uit van. Maar altijd reed Dafar. Met reggae uit z’n radio en een zorgeloosheid om jaloers op te zijn.

Een half jaar later was ik terug, en het recept bleek hetzelfde. De familie Armour-Shillingford als warm bad en met Dafar op ontdekkingstocht. Ditmaal naar Wavine Cyrique, een verborgen strand aan de oostkant van het eiland, waar een waterval zo vanuit de rotsen op het vulkanische zand klettert. De dag erna een walvissafari voor de kust en de dag daarna weer iets nieuws. Elke dag iets anders, op een eiland anderhalf keer groter dan Texel.

Als je het eiland écht in je op wilt opnemen, dan moet je de Waitukubuli Trail lopen,’ zei Dafar aan het eind van dat tweede bezoek. Die trail is de nationale langeafstandswandelroute van Dominica, 180 kilometer lang. In veertien etappes ga je het hele eiland over, van Scott’s Head helemaal naar het noordelijkste puntje. Een gevarieerder beeld van Dominica is niet mogelijk, je loopt langs de kust, door tropisch regenwoud, over de bergen en door dorpen waar maar een handvol huizen staan. Een plan was geboren.

In het uiterste noorden loopt de Waitukubuli Trail over een ongaangetast keienstrand.
Foto van Bas van Oort

Jarenlang bleef het plan een plan, maar nu, bijna vijf jaar later, komt het ervan. Een week of twee moest genoeg zijn, zei Dafar. ‘En een jeugdvriend van me, Jeffrey, gidst op het eiland. Die kan met je meelopen.’ Zo komt het dat ik weer op de ferry van Guadeloupe naar Dominica sta. Voorbereid dit keer, met reispilletjes. Maar met mijn vriendin naast me die dezelfde ervaring heeft als ik vijf jaar geleden. Het begint op een ontgroeningsritueel te lijken: het paradijs betreed je niet zomaar.

Ruig en onvoorstelbaar mooi

Geen spoor van Dafar in de haven van Roseau deze keer. Ook niet in het hotel van zijn moeder. En na een taxirit naar Portsmouth, waar hij inmiddels zelf manager van een hotel is, nog steeds niks. Drie dagen lang krijgen we Dafar niet te pakken. De reden? Carnaval. Zelfs op een afstand van amper 45 kilometer van elkaar blijkt contact onmogelijk. Zijn collega’s in het hotel? Die weten ook niet waar hij uithangt. Zijn oma die een huis verderop woont? Ze heeft geen idee. Het plan om de veertien etappes van de trail in volgorde van zuid naar noord te gaan lopen kan de prullenbak in. Dominica is een eiland zonder afspraken. Het is een beetje hoe de wind de wuivende palmbomen streelt. Moet er hard worden gewerkt, dan gebeurt dat. Komt er iets tussen, dan zien ze wel hoe het loopt. ‘Vorig jaar waren er modderstromen en was Portsmouth een dag of vier afgesloten van de rest van het eiland,’ zegt Dafar later. ‘Wat begon als een ramp, eindigde in dagenlang feest. Mensen konden niks doen, dus ze hoefden niks. En: het was heerlijk weer.’

“Dominica is een eiland zonder afspraken. Het is een beetje hoe de wind zachtjes de wuivende palmbomen streelt.”

We besluiten de trail op te delen en beginnen met de laatste etappe. Een taxi zet ons af in het dorpje Capuchin en we lopen segment veertien in omgekeerde richting. We worden meteen beloond. Het uiterste noorden van Dominica is ruig en onvoorstelbaar mooi. Na een afdaling langs een bosrand loopt de trail een uur lang over een ongerept keienstrand, waar palmbomen tegen de steile hellingen groeien en een enorme rots vervaarlijk uit zee rijst. Via de twee tekenende heuvels van Cabrits National Park en het hagelwitte zandstrand van Portsmouth komen we terug bij ons strandhuisje in Picard, net onder Portsmouth. En daar staat hij, Dafar, in de schaduw van een palmboom. Met open armen worden we ontvangen. Ja, carnaval was gekkenhuis, maar nu is-ie weer hier. ‘Morgen gaan we wat leuks doen. Naar Batibou Beach, daar ben je volgens mij ook nog nooit geweest. Met wat geluk staat Herma Douglas er te barbecueën. Dat is de zus van onze vorige president. Bijna elk weekend rijdt ze wel naar Batibou om in een strandtentje te koken. Geloof me, een betere lunch krijg je niet.’

Doe je best

De dagen vorderen. We wisselen twee segmenten van de Waitukubuli Trail af met een boottochtje naar Les Saintes, een groepje eilanden voor de kust van Guadeloupe, dat net als Dominica behoort tot de Bovenwindse Eilanden van de Kleine Antillen. Tot we op een avond gaan zitten met Jeffrey Akwasi (32). Dafars jeugdvriend is sinds een paar jaar gecertificeerd gids op het eiland. ‘De hele trail lopen, dat zal qua tijd niet meer gaan,’ stelt hij na het horen van onze ervaringen tot nu toe. ‘Maar dat is ook helemaal niet nodig. Met de helft van de etappes krijg je al een ontzettend goed beeld van Dominica. Bovendien: voor sommige segmenten moet je een extreem geoefende hiker zijn. Je kunt soms zo acht tot negen uur onderweg zijn, en de omstandigheden – hitte, luchtvochtigheid, drassige en zompige ondergrond – zijn niet te onderschatten.’ Hij stelt voor om de dagen erop de segmenten vier, vijf en zes te lopen, over het midden van het eiland. Dwars door de jungle, maar ook langs geijkte hoogtepunten als Emerald Pool en de Middelharm Falls. ‘Morgenochtend om acht uur klaarstaan,’ besluit Jeffrey. ‘En ik heb een aantal jaar in Duitsland gewoond, dus ga er maar van uit dat ik op tijd ben.’

De Atlantische kust is een stuk ruiger dan de westkust. Daarom zette Columbus nooit voet aan wal op het eiland.
Foto van Bas van Oort

Dafar moet tot zijn spijt verstek laten gaan. Te druk. Misschien morgen, zegt hij op de eerste dag, en dat herhaalt hij op dag twee. Jeffrey schudt lachend zijn hoofd. ‘Typisch Dafar. Een vrije ziel, maar niet altijd aanwezig. Past erg goed bij de rastacultuur.’

In drie dagen brengt Jeffrey een groot deel van het eiland in kaart. En Jeffrey blijft vertellen. Van de paden in de jungle die door slaven werden gebruikt als ontsnappingsroutes, tot de ontdekking van Dominica
door Columbus, zonder dat die ooit voet aan land zette. Jeffrey: ‘Te ruig. De Europeanen konden nergens aanleggen en aan land komen. Vandaar dat Dominica het laatste Caribische eiland is dat werd gekoloniseerd. Dat ruige en ongerepte staat nog steeds
voor Dominica. Het is ook de reden waarom hier een
stuk minder toeristen zijn. Batibou Beach, Wavine Cyrique, het zijn prachtige stranden, maar heel ontoegankelijk. Daardoor wel een stuk exclusiever. Je moet echt je best doen voor het eiland, maar je krijgt
er zo veel voor terug.’

De eerste bewoners

De laatste etappe die we met Jeffrey lopen eindigt aan de oostkust van Dominica. Waar de Caribische Zee in het westen meestal kabbelt, is de Atlantische Oceaan ruig. Golven bulderen tegen de rotsen, een hels lawaai en witte schuimkoppen achterlatend. Overal waar we kijken is het heldergroen. Palmbomen, gras, bos en heuvels tot in de verte: alles krijgt kleur dankzij de nodige dagen regen per jaar.

Het oosten van Dominica is ook het terrein van de oorspronkelijke bewoners van het eiland, de Kalinago. Net onder Kalinago Barane Aute, een modeldorp dat dienstdoet als openluchtmuseum, worden we ontvangen door Louis Patrick Hill (59). Geboren op Dominica, politiek carrière gemaakt op de Amerikaanse Maagdeneilanden, maar sinds een paar jaar teruggekeerd naar zijn geboortegrond. Naast het dorp bouwt hij aan zijn droom: het Aywasi Kalinago Retreat, comfortabele vakantieappartementen die geheel worden uitgebaat door de oorspronkelijke bevolking. Hill: ‘Zoals zo veel Carib-indianen in dit gebied, zijn ook de Kalinago verdreven uit hun natuurlijke omgeving. Een klein stuk grond op de minst aantrekkelijke plek van Dominica is nu ons lot. Met onder meer toerisme en onderwijs wil ik de bevolking, mijn bevolking, een toekomst geven. Ik ben hier geboren, nu is het tijd om wat terug te doen.’

Louis neemt ons mee naar de rotskust waar hij nog veel meer over zijn geschiedenis vertelt. ‘Alles op Dominica is terug te leiden tot de eerste bewoners, de Kalinago. De ontsnappingsroutes van de slaven in de jungle, waarover Jeffrey vertelde? Die bestonden al, dat waren veel eerder aangelegde handelsroutes. Zelfs jullie boottocht naar Les Saints in Guadeloupe is terug te voeren tot de Kalinago-geschiedenis. Per kano dreven ze ruilhandel. Maar de Caribs worden weggestopt, vergeten. Het is mijn missie dat te voorkomen.’

Traditionele houtsnijkunst van de Kalinago, de oorspronkelijke bewoners van Dominica.
Foto van Bas van Oort

Geheim

Terug in Roseau gaan de laatste dagen in. Van Dafar wederom geen spoor. Op zondagochtend besluiten we nog één hike te maken, voor we het eiland weer achter ons moeten laten. Maar net voordat we uit het hotel weglopen, komt Dafar binnengestapt. Zonnebril op, sigaretje in z’n hand. Hij lacht, zoals hij altijd lacht. Zijn ziel mag dan vrij zijn, en hij niet altijd aanwezig, ik ken hem niet anders dan vrolijk. En gul. ‘Kom,’ zegt hij. ‘Mijn auto staat voor de deur. Laten we voor jullie vertrek nog iets leuks doen. Ik heb van een plek op het eiland gehoord, vlak bij Titou Gorge. Een prachtige waterval, bijna niemand kent het. The Cathedral heet het. Gaan jullie mee? Ik ben er zelf ook nog nooit geweest.’

Weten wat er allemaal in Dominica te doen is, waar je het beste kunt wandelen of overnachten? Lees het hele artikel in National Geographic Traveler editie 1, 2019.

Bas van Oort schrijft onder meer voor De Standaard, zijn reisverhalen zijn gepubliceerd in Het Parool, De Morgen en REIZEN Magazine. Hij werkt aan zijn eerste boek, dat voorjaar 2019 zal verschijnen.

Lees ook: Deze eilandstaat doet plastic in de ban 

Lees ook: Tussen de nestelende schildpadden op het mooiste strand van de Cariben

Lees ook: Zo gaat reizen eruitzien in 2019

Lees meer