Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met VISITWallonia.
Het is vroeg in de ochtend. Druppels dauw glinsteren op de velden in het zilveren ochtendlicht. Het enige geluid is het gekwetter van vogels en – waar de zon al schijnt – het gezoem van insecten. Terwijl de meeste gasten nog slapen, volg ik de oude weg van Domaine de Ronchinne naar het kleine dorp Crupet, dat in het dal ligt.
Te voet naar Crupet
Het pad, de bomen, de hellingen: dit is eeuwenoud landschap. Ik vraag me af wie er voor mij over de door tijd gepolijste steentjes tussen domein en dorp hebben gelopen, in de periode dat prinses Clementine van België er woonde met haar man Victor Napoleon Bonaparte en hun twee kinderen. Hoge gasten kwamen via de oprijlaan. Dit is meer de route voor marskramers, boeren en pachters.
Twee vlinders fladderen voor me uit over een smal pad dat tussen de akkers door slingert. Eenmaal in het bos duikt het omlaag, steeds wat verder weg van het landgoed. Tot ik de huizen van het dorp Crupet zie. Een smal watertje kabbelt door het dal en vult de gracht rondom de donjon, een middeleeuwse toren die al in 1304 in geschriften wordt genoemd.
De duivelsgrot en de gulzige pastoor
Maar daar kom ik niet voor. Ik ben op minibedevaart naar de grot van de heilige Antonius van Padua, of duivelsgrot in de volksmond. De grot werd tussen 1900 en 1903 door de dorpelingen zelf in hun vrije tijd gebouwd. Met de pastoor als drijvende kracht. Het verhaal wil dat hij de bouwers af en toe wat extra aanmoedigde door een borrel voor hen in te schenken.
Vanaf het plein naast de kerk wandel ik de grot binnen. Bezoekers worden verwelkomd door heiligen en door dankbordjes van gelovigen die Antonius bedanken voor zijn hulp bij onder meer schipbreuk, koorts, verloren spullen, de pest en de liefde. De toegift volgt als ik via een smalle trap naar boven klim en plots op het kerkhof sta. Met rechts het levensgrote beeld van Antonius die de duivel verdrijft.
Van kasteelkamers tot boomhutten
Ik wandel terug naar het domein. Nu omhoog. Eenmaal binnen de poorten zie ik dat ook de andere gasten wakker zijn. Een jong stel loopt langs wijnranken naar hun accommodatie. Daar hebben ze in Ronchinne nogal keuze in. Van kasteelkamers tot een hippe cube en – mijn slaapplek – een boomhut. Koffie op het houten terras, terwijl vogels af en aan vliegen met wormen in hun snavel.
Het domein is zo groot dat je er niet vanaf hoeft. Je kunt er dwalen door de statige lanen, slenteren naar een vijver, luieren in het gras of jezelf trakteren op een paar uur in de ruime spa met onder meer sauna’s en een zwembad in de openlucht. Niets moet, alle tijd. En als je verder wilt kijken dan het landgoed zelf, heb je verschillende opties. Van een stadsbezoek aan Namen of Dinant tot zwerven door de vallei van de Molignée.
Golvende heuvels in het niemandsland
Het zijn heerlijke dagen in Ronchinne. Ik drink koffie op de kade van Dinant, beklim er de citadel en volg daarna de Lesse naar het kasteel van Walzin, dat te zien is op de foto bovenaan. Het is niet toegankelijk voor publiek, maar ligt op een betoverende plek: balancerend op een steile rotswand boven de rivier.
De onontdekte Ardennen
Maar het mooist van alles is misschien wel het niemandsland dat tussen dorpen en kastelen ligt. Golvende heuvels met velden waarin de koeien lui in het gras liggen of een zandpad naar nergens loopt. Het is de kracht van de Condroz, zoals dit deel van de Ardennen heet.
De streek staat altijd wat in de schaduw van de hoge Ardennen met topbestemmingen als Durbuy en Bouillon, maar blinkt uit in rust en authenticiteit. Bij verschillende boerderijen kun je streekproducten direct van de boer zelf kopen. Van graan tot kaas en van verse groente tot yoghurt.
Terug in de boomhut
Daarna is het ’s avonds fijn thuiskomen op het Domaine de Rochinne. De zonsondergang legt een deken van intense rust over het landgoed. In het kasteel kun je aanschuiven voor het diner of een comfortabele stoel zoeken in de lounge annex bar. In het donker wandel ik terug naar de boomhut. De bijna vollemaan verlicht het pad.
Aan het kleine tafeltje maak ik plannen voor morgen. Ik kan naar de ruïne van Montaigle klimmen, kajakken op de Lesse of eindeloos zwerven door de heuvels van de Condroz. Misschien maar zien waar ik morgen het meest zin in heb. Eenmaal in bed luister ik naar de geluiden van het bos. Af en toe kraakt het hout van de boomhut. Zachtjes beweeg ik mee op de ademhaling van de boom.
Klik hier voor meer informatie over bezienswaardigheden, natuur, steden, gratis wandel- en fietsroutes.














