Het zal weinigen verbazen dat de Dolomieten in het noorden van Italië in 2009 een plek kregen op de werelderfgoedlijst van Unesco. Te midden van grillige rotstorens, groene almen en kraakheldere bergmeren slingeren wandelpaden die behoren tot de mooiste van Europa. Geen tijd voor een huttentocht? Je hoeft niet dagenlang met een rugzak van berghut naar berghut te trekken, want ook tijdens deze vijf mooie dagwandelingen ervaar je het beste van de Dolomieten.
1. Tre Cime di Lavaredo: wandelen rondom het icoon van de Dolomieten
Afstand: 9 kilometer
De fotogenieke pieken van de Tre Cime di Lavaredo (ook bekend als Drei Zinnen) zijn het visitekaartje van de Dolomieten. Deze iconische rotsformatie met zijn drie ‘torens’ is uitgegroeid tot het symbool van de wereldberoemde bergketen, en dat betekent: wandelschoenen en fotocamera in de aanslag.
Eromheen loopt een wandelroute van negen kilometer die in totaal zo’n achthonderd hoogtemeters aantikt. Voor deze route moet je ongeveer vijf uur uittrekken. Heel technisch wordt het echter niet en dat maakt deze wandeling ook geschikt voor minder ervaren hikers, zéker als je pauzeert in een van de gezellige berghutten die op de route liggen.
2. Lago di Braies: rond het mooiste bergmeer van de Dolomieten
Afstand: 4 kilometer
Het Lago di Braies (Pragser Wildsee) is een van de bekendste plekken in de Dolomieten. Dat zou een reden kunnen zijn om deze plek over te slaan, maar wandelaars komen er natuurlijk niet voor niets. Allereerst vanwege het mooie uitzicht. Dit felblauwe bergmeer, met een houten boothuis op de voorgrond en majestueuze rotspartijen op de achtergrond, siert menig ansichtkaart en reisgids.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Je kunt hier een bootje huren om een stukje te peddelen, maar er loopt ook een wandelroute rondom het meer. En dat is meteen de tweede reden dat deze plek geliefd is: de vier kilometer lange wandeling is relatief eenvoudig, met goed begaanbare paden en minimale hoogteverschillen.
In theorie ben je in een uurtje rond, maar dan moet je niet constant stoppen voor een foto – het is dus realistischer om het dubbele voor deze wandeling uit te trekken.
3. Sass de Putia: wandeling rond een van de mooiste bergen van Zuid-Tirol
Afstand: 13 kilometer
Er zijn maar weinig rotsformaties die kunnen tippen aan de Tre Cime di Lavaredo, maar al wandelend rondom de Sass de Putia (Peitlerkofel) moet je toegeven dat deze berg aardig in de buurt komt. Tijdens deze wandeling van dertien kilometer loop je door bossen en bergweides en heb je de bijna drieduizend meter hoge bergtop altijd in het vizier.
Je moet er zo’n vijf uur voor uittrekken, maar afgezien van een paar steile stukken wordt het nooit echt heel zwaar. Je kunt de route linksom of rechtsom lopen, maar tegen de klok in heb je de mooiste uitzichten en wandel je bovendien geleidelijk omhoog.
4. Wandelen in Natuurpark Fanes-Sennes-Braies: voorproefje van een huttentocht
Afstand: 15 kilometer
Veel wandelaars trekken naar Natuurpark Fanes-Sennes-Braies voor een meerdaagse huttentocht, maar ook voor een dag is het er lekker wandelen. Een mooie wandeling begint bijvoorbeeld op de parkeerplaats van restaurant Pederü, waar je via een steil pad het park inloopt. Het is een lange en – zeker op zonnige dagen – pittige klim, maar hard werken wordt tijdens deze wandeling absoluut beloond.
Zo heb je onderweg kans om marmotten te spotten en eenmaal boven heb je mooie uitzichten over de verschillende rotsformaties, kraakheldere bergmeertjes, kapelletjes, boerenhutten en wit-bruine koeien met grote bellen om hun nek.
Het zwaarste deel van de wandeling zit er nu ook op: je kunt met minimale hoogteverschillen verder lopen naar een van de twee berghutten. Bij Rifugio Fanes of Rifugio Lavarella kun je neerstrijken voor een verkoelend drankje en een groot bord pasta, voordat je omkeert en aan de terugtocht begint. Houd onderweg wel het weer in de gaten: het kan flink spoken in de bergen en het is nog een lange weg terug naar de parkeerplaats.
5. Adolf-Munkel-Weg: Dolomietenlandschap voor alle niveaus
Afstand: 10 kilometer
Deze wandeling dankt zijn naam aan de Duitse bergsportpionier Adolf Munkel en ligt aan de voet van het Geislergebergte in de Val di Funes (Villnößtal). De route voert door bossen, alpenweiden en langs traditionele berghutten, en onderweg word je als wandelaar constant getrakteerd op ongehinderde uitzichten over het Geislermassief.
De totale afstand is tien kilometer en technisch gezien is deze wandeling niet moeilijk, maar houd er wel rekening mee dat het pad wat onregelmatig kan zijn; goede wandelschoenen zijn een aanrader.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Stéphanie is freelance (reis)journalist en fotograaf. Ze schrijft voor National Geographic het liefst over onderwerpen waar ze ook in het dagelijks leven niet over uitgepraat raakt. Met ruim vijftig landen op de teller is reizen een van haar grote hobby's, maar eerlijk is eerlijk: in haar volkstuintje is ze minstens zo gelukkig als ver weg.


















