Het beeld is hardnekkig: middeleeuwers zouden nauwelijks water hebben gedronken, uit angst voor ziekten. In plaats daarvan zouden bier en wijn de standaard zijn geweest. Maar dat verhaal klopt niet. Historische bronnen laten zien dat water wel degelijk een belangrijke rol speelde in het dagelijks leven – mits het schoon was.

Water op doktersadvies

Het idee dat middeleeuwers bier en wijn dronken omdat water gevaarlijk was, klopt niet volledig. Er zijn historische en medische bronnen uit die tijd die juist aantonen dat water volop werd gedronken, zolang het maar schoon was. Er is geen bewijs dat middeleeuwers water bewust vermeden uit angst voor ziekten.

In het Regimen sanitatis Salernitanum uit de twaalfde eeuw, een van de eerste medische handboeken ter wereld, wordt bijvoorbeeld alleen gewaarschuwd voor te veel water drinken: ‘If very thirsty, drink just what you need (…) Nor stint yourself, but take enough, no more.’ Oftewel: drink wat je lichaam nodig heeft. Het document heeft zelfs een tip tegen katers: ‘Als wijn hoofdpijn geeft, drink dan alleen water.’

Ook in het middeleeuwse boek Tacuinum Sanitatis, waarin gezondheidsadviezen worden gegeven, wordt het drinken van water aangemoedigd.

Waarom bier en wijn populairder waren

De voorkeur voor bier en wijn had meer te maken met smaak en voedingswaarde dan met hygiëne. Het smaakloze water werd als alledaags beschouwd en er werd bovendien niets aan verdiend.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Daarom werd het waarschijnlijk minder uitgebreid gedocumenteerd – zeker omdat de elite, die wél kon schrijven, vooral over haar eigen voorkeuren en gewoonten schreef.

Water op kamertemperatuur werd door hen gezien als iets voor het plebs. Zelf dronken zij – naast bier en wijn – vooral gekoeld water, een product van werk en vindingrijkheid waarmee zij hun macht over de natuur konden tonen.

Hoe kwam men aan schoon drinkwater?

Mensen konden in de Middeleeuwen op verschillende manieren aan drinkwater komen. Op het platteland haalden mensen water uit lokale bronnen, zoals rivieren, beekjes en waterputten. Het water sloegen ze vervolgens op in aardewerken kruiken of houten vaten.

Leestip: Hoe was het leven in een middeleeuwse stad? ‘Je had veel meer met je buren te maken’

In de dichtbevolkte steden was het een ander verhaal. Daar was men aangewezen op publieke waterputten, fonteinen en zelfs waterleidingsystemen. Het was daar van groot belang om schoon drinkwater en afvalwater gescheiden te houden. Vervuild drinkwater is immers een bron van ziekten.

Verrassend geavanceerde watersystemen

In het Byzantijnse Istanbul werden bijvoorbeeld in de zesde eeuw verschillende ondergrondse wateropslagplaatsen gebouwd. De bekendste cisterne van Istanbul is Basilica Cisterne, die bij het keizerlijk paleis hoorde. Het water werd via een aquaduct naar de stad gebracht.

Parijs had in de Middeleeuwen een eenvoudig watersysteem en in het dertiende-eeuwse Londen legde men een ondergronds kanaal aan dat schoon drinkwater vanuit Tyburn naar de stad kon brengen.

Leestip: Tafelmanieren in middeleeuws Europa: hoe zit de vork in de steel?

Ook de Zweedse stad Visby beschikte in de dertiende eeuw al over een soort ondergrondse waterleidingen die schoon water naar de huizen en winkels konden voeren. Tegelijkertijd was er ook al een systeem met beerputten en riolering waarmee latrines konden worden doorgespoeld. Dit kwam allemaal ten goede aan de kwaliteit van het drinkwater.

Middeleeuwse dorst werd dus niet uitsluitend gelest met bier en wijn. Zelfs zonder hypermoderne zuiveringsinstallaties was er in de Middeleeuwen schoon drinkwater voorhanden – óók als het werd opgediend als straf op water en brood.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!