Reizen

Ontdek de schoonheid van deze ‘lelijke’ stad om de hoek

Bezoekers wilden er nooit naartoe. Bewoners liefst zo snel mogelijk weg. Maar de wind die de smerige fabrieksrook over Charleroi uitstortte, draagt nu een klein wonder in zich: trots. Een nieuwe generatie houdt weer van hun stad. vrijdag 19 april 2019

Geliefd bij urban explorers: de stilgegelgde koeltoren van een elektriciteitscentrale aan de Samber.
Geliefd bij urban explorers: de stilgegelgde koeltoren van een elektriciteitscentrale aan de Samber.
Dit artikel verscheen in National Geographic Traveler editie 2, 2019.

Het is een onooglijk terras aan de rand van de voormalige rosse buurt van Charleroi. De meeste huizen zijn er dichtgespijkerd. Ramen kapot. Muren beschilderd. ‘Helaas te laat! Alles is al leeggeroofd’. Een oude man op pantoffels laat zijn hondje uit. Het beestje piest tegen de gevel van een voormalige seksbioscoop. 

Café de Paris. Ik heb er afgesproken met Nicolas Buissart, een man die gasten meeneemt naar niet de mooiste, maar naar de lelijkste plekken van de stad. Daarmee is hij de luis in de pels van de vernieuwers, die de wereld graag laten zien hoe Charleroi aan het opknappen is met moderne winkelcentra, kantoren, een universiteit, beursgebouw en musea. Allemaal broodnodig om de stad nieuw leven in te blazen en de werkloosheid van 24 procent te lijf te gaan. 

‘Natuurlijk was het leven hier tien jaar geleden niet beter dan nu,’ zegt Nicolas, terwijl de Turkse eigenaar van Café de Paris de koffie brengt. ‘Maar die nieuwe projecten missen karakter. Neem dat winkelcentrum Rive Gauche. Dat had ook in Kortrijk, Luik of Antwerpen kunnen staan. In Charleroi moeten we juist trots zijn op het verleden dat ons heeft gevormd, op de industrie, de mijnen, het succes én het verval.’

Goed verstopt tussen industrieel erfgoed: kunst- en muziekcentrum Rockerill.
Goed verstopt tussen industrieel erfgoed: kunst- en muziekcentrum Rockerill.
Charleroi is een openluchtcentrum van architectuur.
Charleroi is een openluchtcentrum van architectuur.

Een zwerver begroet Nicolas en vraagt of hij een euro heeft. Ze kennen elkaar, delen de straat. De een als woon- en slaapplaats, de ander als een stadsjungle die hij graag met bezoekers ontdekt. ‘Zulke mannen zijn mijn ogen en oren,’ aldus Nicolas. ‘Zij kennen de leegstaande panden, de sluipweggetjes, plekken op de grens van de boven- en de onderwereld.’ 

Staat van ontbinding

Enkele jaren geleden werd Charleroi uitgeroepen tot de lelijkste stad van Europa. Paniek op het stadhuis. Maar betere reclame had de voormalige staal- en kolenpot van België zich niet kunnen wensen. Naar de vijfde lelijkste of zevende mooiste stad komt niemand kijken. Maar de aller-, aller-, allerlelijkste wil iedereen zien. 

Nicolas Buissart heeft er zijn werk van gemaakt. Hij neemt gasten mee op reis door zijn stad, naar plaatsen die niet in de glanzende brochures staan. Over een smal pad langs de Samber lopen we het centrum uit en zijn we meteen omgeven door vervallen industrie. In de lege karkassen van hoogovens en fabrieken fluit de wind en kreunt het verleden. 

We wandelen langs overwoekerde treinrails, klimmen door verroeste hekken en bezoeken enkele fabriekspanden in staat van ontbinding. Legaal, half legaal, soms onduidelijk. Het is er prachtig. Geen funky hipsterbuurtje waarop elke wereldstad ondertussen patent heeft, maar iets wat volkomen eigen is aan Charleroi. De industrie bezorgde de stad glorie en welvaart. En liet de bewoners hulpeloos achter toen de goede jaren voorbij waren. 

Recycling van schroot aan de Samber.
Recycling van schroot aan de Samber.

Over braakliggend terrein bereiken we een koeltoren. Nicolas klimt naar boven en probeert de deur. Glunderend steekt hij een duim op. Hij is open. In de enorme koker van beton stroomde jarenlang het gloeiendhete water uit een energiecentrale. Honderdduizenden liters per dag. Door de natuurlijke luchtcirculatie – de koker werkt als een schoorsteen – werd het water gekoeld voordat het terug in de Samber kon stromen. Het is geen Rijksmuseum of Louvre, geen Gaudí-architectuur of archeologische schatkamer. Maar dit is Charleroi, een van de zeldzame plekken waar je een verlaten koeltoren kunt bezoeken. 

Ongepolijste lunch tijdens de stadssafari.
Ongepolijste lunch tijdens de stadssafari.

Na afloop halen we een broodje worst bij de slager. ‘Ja, met uien en mosterd, s’il vous plaît.’ We eten het aan de overkant van de straat op in taverne Le Vieux Marchienne. De problemen van Charleroi? Die bestaan even niet uit werkloosheid, armoede of verkrotting. Aan de bar wordt door de stamgasten een andere zorgwekkende ontwikkeling besproken, die breed uitgemeten in de krant staat: door de droogte zijn de frites dit jaar gemiddeld drie centimeter korter... 

De hel

De ruwe kant van de stad. De beleidsbepalers hebben het er liever niet over. Die pronken graag met een duimdik boek over stadsvernieuwing. Logisch, want die moet Charleroi eindelijk weer eens wat voorspoed brengen. Het winkelcentrum en het Novotel zijn gebouwd, een woon- en kantoorwijk zal volgen, evenals een universiteit, modern beurscomplex en ziekenhuis. 

Bovendien waren er al genoeg zaken om trots op te zijn, zoals de beeldhouwwerken van Constantin Meunier bij het station, het Museum voor Schone Kunsten met werk van grote artiesten als René Margritte, Paul Delvaux en James Ensor, het Musée BPS22 met kunst in een voormalige industriehal en het Musée de la Photographie, het grootste en misschien wel mooiste fotografiemuseum van Europa. 

Arbeidershuisjes staan ingeklemd tussen spoorlijn en staalfabriek. Buizen lopen door de achtertuin.
Arbeidershuisjes staan ingeklemd tussen spoorlijn en staalfabriek. Buizen lopen door de achtertuin.

Na het bewonderen van prachtig fotowerk bezoek ik ten noorden van het centrum de voormalige steenkolenmijn Bois du Cazier. Hier wordt een beeld gegeven van de mijnbouw en van de vroegere industrie rondom Charleroi, dat eind negentiende eeuw de Silicon Valley van zijn tijd was. Het complex is tot in zijn vezels met de streek verbonden. Dit is waar de Carolo’s vandaan komen. Iedere bewoner van de stad kent wel een vriend of familielid die in of voor de mijnen heeft gewerkt. 

Stukje bij beetje worden mensen er weer fier op. Ook de jongeren, die decennialang nauwelijks durfden te zeggen dat ze uit Charleroi kwamen. Maar op zoek naar identiteit in een almaar eenvormigere wereld, zijn T-shirts met opschriften als ‘Carolo & bien élevé’ en ‘Sons of Barakis’ populair. De laatste verwijst naar de term Baraki, ooit een scheldwoord voor ongemanierde, niet al te snuggere mijnwerkers die in barakken woonden.

Uitzicht vanaf een berg mijnafval (een terril) op de Charleroi Expo, met op de gevel ‘bisous m’chou’, ‘kusjes schatje’.
Uitzicht vanaf een berg mijnafval (een terril) op de Charleroi Expo, met op de gevel ‘bisous m’chou’, ‘kusjes schatje’.

Trots. Lopend over het terrein van Bois du Cazier begrijp ik steeds beter waarom. Het harde bestaan heeft de mensen hier gevormd en bij elkaar gebracht. Werken onder de grond in nauwe, gevaarlijke gangen. Wonen met drie gezinnen in een veel te kleine, tochtige barak. Omgeven door een decor waarin elke dag opnieuw de hel losbarstte: rook, vuur, herrie, drukte. 

Op 8 augustus 1956 werd het Bois du Cazier wereldnieuws nadat er een brand was uitgebroken die uiteindelijk aan 262 mijnwerkers van twaalf nationaliteiten het leven kostte. Onder hen één Nederlander: Jan Stroom. De ingenieur bevond zich boven de grond toen de ramp zich voltrok, maar is tegen alle adviezen in naar beneden gegaan om zijn mannen te helpen. 

Een smal pad door de stadsjungle eindigt in een verlaten fabriekshal.
Een smal pad door de stadsjungle eindigt in een verlaten fabriekshal.

Op het terrein spreek ik Cosimo, zoon van een Italiaanse mijnwerker. Hij vertelt me dat de ramp ook iets positiefs bracht voor de Italiaanse gastarbeiders. ‘Mijn ouders vertelden me dat ze na de ramp door de Belgen zijn geaccepteerd. Dat was daarvoor niet vanzelfsprekend. Bij sommige cafés hingen op de deur zelfs bordjes met de tekst ‘Verboden voor Italianen en honden.’ 

Hoop en moed

Nieuw: café en boekwinkel Livre ou Verre.
Nieuw: café en boekwinkel Livre ou Verre.

Terug naar de stad. Tijd voor iets vrolijks. Een freakshake van Oggi Coffee, een van de jonge koffiebarretjes in het centrum. Kleuren spatten van de milkshake, die populair is onder jeugdige Carolo’s. Nastasja serveert de ene na de andere. Oreo, banaan, caramel, aardbei, koffie. ‘Ja, iedereen is er dol op. We plannen al een tweede zaak.’ 

In de overdekte passage even verderop bevindt zich nog zo’n fijn adres: Livre ou verre. Eigenaar Blandine wilde als echte Carolo iets in haar eigen stad beginnen. ‘Ja, vroeger gingen jongeren hier zo snel mogelijk weg. Nu zijn er steeds meer toffe initiatieven die Charleroi nieuwe energie geven.’ 

Mooi om te horen. En ik hoop dat alle moed om uitgerekend in Charleroi een onderneming te starten, ook wordt beloond. Initiatieven als het culturele centrum Quai 10 en de microbrouwerij La Manufacture Urbaine, bewijzen dat het kan. Maar mijn hart is eerder deze week al vergeven. Aan een buurtcafé van de oude stempel: Cercle St. Joseph in de wijk Dampremy, gelegen tussen de gesloten mijnen en fabrieken, weg van alle vernieuwing. 

‘Hmmm, iets te eten?’ Eigenaar Joseph wrijft bedenkelijk over de stoppels van zijn kin. ‘Mijn vrouw is ziek. Die is hier de kok. Maar als u het per se wilt, kan ik wel iets eetbaars maken hoor. Frites met een stukske vlees. Ik kan niet beloven dat het lekker is. Maar vullen doet het zeker.’ De stamgasten lachen achter hun flesje Jupiler. 

Ooit stond bij elke fabriek op de hoek een kroeg als deze. Hier dronken de mannen na een loodzware werkdag samen een pintje om daarna naar huis te gaan. De meeste cafés zijn verdwenen. Geen klandizie. ‘Maar in onze Cercle is het altijd druk,’ zegt Joseph. ‘Het verenigingsleven hè. De biljartvereniging is hier thuis, de harmonie, darts.’ 

Spookstation van een nooit in gebruik genomen metro.
Spookstation van een nooit in gebruik genomen metro.

Ruw, eerlijk, echt 

Nicolas volgt een smal pad onder de ringweg door en langs de spoorlijn. Er staan twee tentjes. Daklozen. Ze hebben hun eigen universum gemaakt. Ergens in de leemte tussen maatschappij en vergetelheid. We gaan door een hek, over een muurtje en staan uiteindelijk in een groot, verlaten pand. Het dak is kapot, de ramen gebroken. Zonnestralen trekken strepen over de vloer die vol ligt met bladeren, puin en ijzer. 

Mooi? Zeg het maar. Het is in elk geval de ongecensureerde werkelijkheid. Ruw, eerlijk, echt. Dit is de pijnlijke geschiedenis van Charleroi. Zoals ik die verderop ook zal zien in een leeg, nooit gebruikt metrostation. De aanleg van de metrolijn was een gevolg van de zogenaamde wafelijzerpolitiek, zoals de Belgen dat zo mooi noemen. Als er overheidsgeld werd geïnvesteerd in Vlaanderen, moest dat ook in Wallonië gebeuren. Maar toen met de aanleg werd begonnen, hadden de meeste fabrieken hun deuren al gesloten en was de metrolijn overbodig. 

Zanger Enrico vertolkt zijn hits met hart en ziel.
Zanger Enrico vertolkt zijn hits met hart en ziel.

We drinken koffie bij een bekende van Nicolas, die in een klein huis tegen het spookstation woont. In de jaren tachtig van de vorige eeuw had Enrico een paar hitjes. Midden in een kamer vol herinneringen staat een microfoon. ‘Kijk’, zegt hij, wijzend op foto’s en krantenknipsels. ‘Hier sta ik met Jean-Claude van Damme, daar met Cécile de France. En deze foto heb ik rechtstreeks van Ronald Reagan gekregen.’ 

Zonder dat ik erom heb gevraagd, start hij een muziekband en begint er een discobal te draaien. Enrico sluit zijn ogen en zingt, alsof hij in het uitverkochte Olympia van Parijs staat, zijn allergrootste succes: ‘Liberté’. Recht uit het hart. 

Schrijver en fotograaf Hans Avontuur maakte eerder reportages voor Traveler over onder meer Kenia en Albanië. Voor dat laatste verhaal won hij in januari de Aad Struijs Persprijs in de categorie Tekst. 

Dit artikel verscheen in National Geographic Traveler editie 2, 2019. 

Lees verder

Bezoek een van de gelukkigste steden ter wereld

Bezoek een van de gelukkigste steden ter wereld

Niet al te ver weg ligt een stad die met rasse schreden cooler, creatiever en bovendien gelukkiger wordt. Tijd om (weer) eens af te gaan kijken in Kopenhagen
Te voet door Tokio

Te voet door Tokio

Loop mee door een opwindende megastad die zichzelf steeds opnieuw uitvindt.
Verken Mexico-Stad als een Nat Geo Explorer

Verken Mexico-Stad als een Nat Geo Explorer

Ontdek de heerlijke keuken, diepgewortelde cultuur en uitzonderlijke plekjes van deze levendige stad.
Lees meer