Reizen

Kenia: Afrika op zijn wildst

Reisjournalist en fotograaf Hans Avontuur neemt zijn gezin mee op safari door de Keniaanse wildernis. Hij hoopt dat ook zij worden gegrepen door de magie van zijn favoriete continent.Wednesday, February 13, 2019

Door Hans Avontuur
Foto's Van Hans Avontuur
Een leeuw op een termietenheuvel in Tsavo East.
Dit artikel verscheen in National Geographic Traveler editie 1, 2019.

"De kleine auto hotst en klotst door een buitenwijk van Nairobi. In het schijnsel van de koplampen zie ik af en toe wat schamele huizen, bergen afval en groepjes mannen die zich warmen rond brandende olievaten. Elke twintig meter kijk ik achterom of de tweede auto, waarin de andere helft van mijn gezin zit, wel volgt. Uiteindelijk rijden we een bewaakte compound binnen, volledig ommuurd en met prikkeldraad afgezet. Onze slaapplek.

Fijn begin van een reis waarover ik toch lang had getwijfeld. Dat Afrika mij fascineert, wil niet zeggen dat het de geschiktste bestemming is om je gezin mee naartoe te nemen. Zeker niet op deze manier. Ik word gered door Daisy, onze Keniaanse gastvrouw die met open armen bij de deur staat: ‘Welcome family, goede reis gehad?’

Wanneer we de volgende ochtend om halfzes opstaan – we hebben een lange rit voor de boeg – komt de geur van eieren, pannenkoeken en verse koffie ons tegemoet. Maar in plaats van Daisy staat er in de woonkamer een Keniaan met het machtige lichaam van een kooivechter: Alex, onze gids en chauffeur voor de komende dagen. Precies het type man dat je er graag bij hebt op zo’n avontuur. Tassen in de jeep en vertrekken!

In de aanloop naar de uitgestrekte vlakten van Amboseli zie ik het vertrouwde Kenia: lelijk en wonderschoon, gortdroog en groen, arm en hoopvol. We komen door kleine dorpen waar de ondernemers zich niet laten ontmoedigen door de bescheiden afmetingen van hun vrolijk gekleurde winkels. The Gracious New Market, Glorious Chemist, Heavenly Food Hall, Californian City Bar.

Magisch

De lange rit geeft me de tijd om ons reisgezelschap even voor te stellen: vader Hans, moeder Claudia, oudste zoon Thom (24), zijn vriendin Femke (21), jongste zoon Sam (14) en jongste dochter Linn (12). En nee, we zijn geen samengesteld gezin. Onze kinderen hebben allemaal dezelfde vader en moeder, hoewel dochter Linn in haar geboorteland China nóg een vader en moeder heeft.

Het maken van een reisplan voor zo’n gevarieerd gezelschap is bijna net zo avontuurlijk als de reis zelf. Iedereen heeft zijn eigen interesses en wensen. Maar de eerste gamedrive maakt duidelijk dat ik me vooraf te veel zorgen heb gemaakt. Soms kun je Afrika beter gewoon zijn gang laten gaan.

bekijk galerij

De jeep staat aan de kant van het stoffige zandpad met de motor uit. Daar zijn ze. Olifanten. Tientallen! Onverstoorbaar stappen ze door het hoge gras, hun witte slagtanden glanzend in het laatste zonlicht van de dag. Ze komen zo dichtbij dat we de grond onder ons voelen trillen. Stil zijn, geen onverwachte bewegingen maken.

Door het open dak kijken we ademloos toe hoe de kleintjes ondeugend door de kudde dribbelen en hoe de sterke vrouwtjes op hun hoede zijn. Bij gevaar zullen ze meteen de rangen sluiten en geen roofdier dat dan nog bij de kalfjes kan komen. We horen hun ademhaling, en als ze met hun oren wapperen voelen we het warme stof in ons gezicht waaien. Dit is het. Dit is dat magische moment waarop de naam voorgoed in je hart wordt gekerfd: Afrika!

Wanneer we richting Satao Elerai Tented Camp rijden, is het stil aan boord. Iedereen vraagt zich af hoe we dit in hemelsnaam gaan overtreffen. Ik weet dat het zal gebeuren. Alleen niet waar, wanneer en hoe. Op de laatste kilometers worden we nog eens flink door elkaar geschud op een pad vol diepe gaten en kuilen. We willen graag midden in de Keniaanse natuur overnachten, en die geeft zich niet zomaar gewonnen. Ergens in de oprukkende duisternis moet de Kilimanjaro liggen, de hoogste berg van Afrika.

We eten bij het licht van stormlampen met vuurkorven als verwarming. Daarna vroeg naar bed. Net als Thom en Femke hebben ook onze jongste kinderen Sam en Linn hun eigen tent. Er staat geen hek om het kamp dat de wilde dieren buiten houdt. Als we in het donker naar elkaar toe willen, moeten we drie keer met onze zaklamp knipperen. Een Masaikrijger helpt dan met het oversteken van de bush. Nee Linn, ook als je héél hard loopt mag je dat stukje niet zelf.

De nacht vult zich met spannende geluiden, de ochtend met nevel. Het eersteklasuitzicht op de Kilimanjaro blijft verborgen. De natuur heeft geen boodschap aan ons wensenlijstje, en dat is maar goed ook. Een reis zonder verrassingen – negatief én positief – is geen reis. Zeker niet in Afrika. Hier dwingen de omstandigheden je om niet te veel te plannen. Het enige wat zeker is? Dit moment. Hier en nu.

Zo staan we na een wilde rit over onverharde pistes voor een gesloten slagboom. En de militairen van dit checkpoint zijn niet van plan om hem open te doen. De reden? Onze chauffeur en gids Alex haalt zijn schouders op: ‘Er is geen reden. Soldaten en politieagenten laten soms graag zien dat ze macht hebben.’

Een halfuur later mogen we alsnog verder. Ook nu weet niemand waarom.

"Lions Bluff Lodge, gelegen op een hoge rots met droomuitzicht op de eindeloze savanne. De huisjes lijken te zweven tussen hemel en aarde."

Eindbaas van de wildernis

Het landschap verandert. De grote vlakten van Amboseli maken plaats voor de heuvels en bergen van Tsavo West. Voor nu hebben we onze posities om wild te spotten weer ingenomen. Staand in de jeep kijken we vanuit het open dak door struikgewas, bossen en valleien. Ruw, weerbarstig land trekt aan ons voorbij. We zien zebra’s, een giraffe, een gnoe en een handvol dikdiks, een soort mini-antilopen met grote onschuldige ogen.

Gids Alex heeft iets heel anders in zijn hoofd. Hij denkt groot, hij denkt luipaard, een van de meest bedreigde en lastigst te vinden roofdieren. Hij weet van welk terrein ze houden, hoe ze jagen, vanaf welke rotsen ze graag over de savanne uitkijken. We hebben echter geduld nodig tot de volgende ochtend.

Na een vroeg ontbijt op de veranda van de Kilaguni Lodge rijden we opnieuw de wildernis in. Sam bekent dat het spotten van een luipaard zijn grootste wens voor deze reis is. De pech van gisteren is het geluk van vandaag. Na amper een uur rijden steekt een luipaard in de verte ons pad over. Als we vijf seconden eerder of later op deze plek waren geweest, hadden we niets gezien. Nu komt het erop aan. Alex rijdt dichterbij in de hoop dat hij het dier niet stoort. Stop. Zoeken en kijken.

Daar! Een vrouwtje. Ze gaat in sluiphouding door het dorre gras richting een rotsblok. Bijna onzichtbaar. Zonder geluid te maken springt ze erop. Vanaf daar kan ze over de berghelling en de savanne uitkijken. Ze gaat zitten en tuurt in de verte. Even draait ze de ogen onze kant op. Eindbaas van de wildernis.

Tot in de jaren zeventig zou dit machtsvertoon nogal dom zijn geweest. Grote kans dat haar prachtige kop een paar weken later boven een open haard in Amerika, Engeland of Duitsland had gehangen. Nu staat hij op de foto en in het geheugen van mijn vrouw en kinderen.

“Daar zijn ze. Olifanten. Tientallen! Onverstoorbaar stappen ze door het hoge gras, hun witte slagtanden glanzend in het laatste zonlicht van de dag.”

door Hans Avontuur

Dit is wat je vooraf van een reis hoopt. Zonder daarover hoogdravend te doen, wilden mijn vrouw en ik onze kinderen de onvoorstelbare schoonheid én kwetsbaarheid van de Afrikaanse natuur laten zien. Wie opgroeit in een steeds virtuelere wereld, dreigt de werkelijkheid uit het oog te verliezen. Genieten van een Instagrampost kan geen kwaad, maar alleen de echte wereld heeft de schoonheid die je tot diep in je ziel kan raken.

Als Alex de jeep uiteindelijk wegstuurt van het landschap met de luipaard, balt Sam zijn vuist, staart Linn in de verte en slaat Thom een arm om Femke heen. Het is halfnegen in de ochtend. De rest van de dag is bonus.

Die avond overnachten we in Satao Tented Camp in Tsavo East. Dit nationale park is niet voor iedereen. Zodra je op afstand bent van het safariplaatsje Voi, is het er leeg, woest en ruig. Met struiken, droge rivierbeddingen, kale bomen en rode aarde. De zon is hier feller, de wind waait harder. Soms is er urenlang nauwelijks wild te zien, dan stuit je op een vlakte met enorme kudden antilopen, olifanten, zebra’s en wildebeesten (gnoes).

De tenten in het kamp zijn van groen canvas en staan verspreid onder de hoge bomen. Met regelmaat lopen olifanten, giraffen en andere dieren ongestoord over het terrein. We zien hoe een blauwe meerkat (een aapje) op zoek is naar wat eetbaars en de rits van onze tent probeert open te peuteren.

Ik maak een praatje met een van de Masai die het wild in de gaten moeten houden. Hij werkt hier opdat zijn kinderen naar school kunnen. Eén keer per maand mag hij naar huis. Onze levens liggen een wereld van elkaar verwijderd, maar we delen het moment. Als ik hem bedank en gelukwens, pakt hij plechtig mijn hand voor enkele wijze woorden: ‘You have a beautiful family.’

Met dat gezin zit ik even later bij een groot vuur en bespreken we de dag die begon met het hoogtepunt, de luipaard. Hoewel. Het is maar net hoe je het bekijkt. Deze avond, deze plek, dit gevoel. Ze zullen langzaam veranderen in een herinnering die we de rest van ons leven met elkaar zullen delen. Als ik over tien jaar ‘kikker, sprinkhaan, muis, slangetje in de tent’ zeg, weten wij zessen onmiddellijk dat het over deze avond gaat. En hoe de nachtelijke avonturen met het kleine wild zijn afgelopen.

Leven en dood

Een dag later gaan we op weg naar Lumo en de Tata Hills. Over strak asfalt rijden we ontspannen het dorp Mwatate binnen. Op het kruispunt is een gezellige menigte op de been. Twee mannen op een scooter rijden rondjes. Ze roepen iets door een megafoon. Anderen roepen mee, ze zingen en ze dansen.

Aan de vrolijkheid komt een einde zodra er een pick-uptruck met gewapende politieagenten voorbijkomt. Het is de lont in het kruitvat. Van het ene op het andere moment slaat de jolige stemming om in pure agressie. Chauffeur Alex wacht niet af en probeert de jeep te draaien. We horen mannen roepen dat ze mzungu hebben gezien: blanken, buitenlanders, wij dus. Ik berg mijn camera’s op en zeg tegen de rest dat ze hun ramen moeten sluiten. Alex schudt een man af die op de jeep is geklommen, en met ronkende motor laten we de boze menigte achter ons.

Een schoolkindje onderweg.

Eenmaal in veiligheid, wordt duidelijk dat het een protest was tegen de wildparken, natuurbescherming en het grote geld. Om kort te gaan: de beschermde roofdieren eten het vee van arme boeren op, en dat wordt volgens hen onvoldoende gecompenseerd.

Het is een gecompliceerde discussie die door politici aan beide kanten wordt misbruikt, maar de boeren hebben wel een punt.

De gedwongen omweg is prachtig. We komen door een vallei vol palmbomen, langs een meer en over plantages met ananas en aloë vera. Het eindpunt is zo mogelijk nóg mooier: Lions Bluff Lodge, gelegen op een hoge rots met droomuitzicht op de eindeloze savanne. De huisjes lijken te zweven tussen hemel en aarde.

Daarna is het opfrissen en de natuur in van Lumo en de Tata Hills, twee parken die ongemerkt in elkaar overgaan. De zon strooit losse stralen onder het wolkendek door. Ze trekken strepen in het dorre gras. Dit is het landschap van Out of Africa, de roman van Karen Blixen uit 1926 die Kenia mede op de kaart zette als safaribestemming.

Het wild dat we onderweg zien is niet spectaculair. Zebra’s, wrattenzwijntjes, impala’s, wildebeesten, verre olifanten, een handvol giraffen. Prima. Na al het moois van de afgelopen dagen zijn we volmaakt tevreden. Maar als we een droge rivierbedding volgen, krijgen we alsnog een toegift: twee leeuwen! Een mannetje en een vrouwtje. En volgens Alex zijn ze op jacht.

Iets verderop staan drie volwassen zebra’s en een veulen, de vermoedelijke prooi. De leeuwin sluipt door het hoge gras naderbij. Je zou willen roepen, schreeuwen, waarschuwen. Maar dit is de wildernis, waarbij de grens tussen leven en dood flinterdun is.

De leeuw zet de aanval in.
De zebra’s stuiven uit elkaar.
De leeuw twijfelt en springt.
Te laat...

Wanneer de stofwolken zijn opgetrokken, staat de leeuwin weer op haar benen. Moeder zebra is ondertussen tussen het veulen en de leeuwin gaan staan. Klaar voor wat er komen gaat. Ik kijk naar mijn gezin in de jeep en begrijp het."

Journalist en fotograaf Hans Avontuur maakte voor Traveler eerder reportages over onder meer Albanië, Namibië, Ethiopië en Noorwegen. Daarnaast is hij columnist en auteur van reisboeken. 

Dit artikel verscheen in de januari 2019 editie van National Geographic Traveler.

Lees verder

Fotoreportage: Albanië en zijn vervloekte bergen

Op zoek naar een ruiger gebied dan de Alpen, hoorde Hans Avontuur in een groezelig café in een Montenegrijns dorp over een woest en verlaten gebergte. Dáár moest hij heen.

In de voetsporen van de Boeren door Zuid-Afrika

<em>Op zoek naar hun eigen beloofde land, vochten de afstammelingen van Nederlandse kolonisten in Zuid-Afrika beroemde veldslagen uit. Die vormen een geweldige rode draad voor reizen naar een ander, nog vrijwel onontgonnen Zuid-Afrika.</em>
Lees meer