Nepalese bergbeklimmer bedwingt hoogste bergen ter wereld in recordtempo

De voormalige Gurkha-soldaat verbluft de wereld van het alpinisme door in recordtijd de hoogste bergen op aarde te bedwingen.

Tuesday, June 30, 2020,
Door Freddie Wilkinson
Op 22 mei 2019 poseert Nirmal Purja Magar op de top van de Mount Everest. De ...

Op 22 mei 2019 poseert Nirmal Purja Magar op de top van de Mount Everest. De Nepalese soldaat die zich omschoolde tot alpinist en de bijnaam ‘Nims’ voert, heeft in de afgelopen maanden zes van de veertien achtduizenders op aarde beklommen. In de wereld van het bergbeklimmen baart hij veel opzien door de bravoure waarmee hij zijn activiteiten presenteert. (Deze foto werd oorspronkelijk gepost op Nims’ Instagram-pagina @nimsdai en is hier met zijn toestemming geplaatst).

Foto van @nimsdai Project Possible

Noot van de redactie: op 29 oktober 2019 maakte Nirmal ‘Nims’ Purja Magar op Instagram bekend dat hij de berg Shishapangma in China had beklommen. Het was de veertiende ‘achtduizender’ die hij in een tijdsbestek van zeven maanden had beklommen en de afsluiting van zijn buitengewone project om ’s werelds hoogste bergen niet alleen in recordtempo maar ook ongekend snel achter elkaar te beklimmen. Dit artikel is eerder verschenen op 5 mei 2019.

EVEREST-BASISKAMP, NEPAL - Op 24 mei 2019 beklom Nirmal Purja Magar de op vier na hoogste berg ter wereld, de Makalu, in zijn geboorteland Nepal. Bij het ter perse gaan van dit artikel meldde zijn ondersteuningsteam dat hij nog bezig was aan de afdaling naar het basiskamp. Gezien de alpinistische standaards van nu zou deze prestatie op het eerste gezicht niet erg opmerkelijk zijn; per slot van rekening had hij de gebruikelijke klimroute gekozen, zuurstofflessen gebruikt en een sherpa-gids bij zich gehad. Maar de beklimming komt in een heel ander licht te staan als je bedenkt dat Nirmal slechts 48 uur daaraan voorafgaand op de top van de Lhotse had gestaan, de op drie na hoogste berg op aarde, en twaalf uur dáárvoor op het dak van de wereld, de Mount Everest.

Al met al heeft ‘Nimsdai’ of ‘Nims’, zoals hij het liefst genoemd wil worden, dit voorjaar zes van ’s werelds hoogste en gevaarlijkste bergen bedwongen: de Annapurna, de Dhaulagiri, de Kanchenjunga, de Everest, de Lhotse en de Makalu – en dat in minder dan een maand tijd. Dat is een verbijsterende – volgens sommigen zelfs krankzinnige – prestatie, maar voor Nims was deze beklimming de geslaagde afsluiting van de eerste fase van een nog veel ambitieuzer project: het bedwingen van álle veertien ‘achtduizenders’ in de wereld in een tijdsbestek van zeven maanden.

Sinds de legendarische bergbeklimmer Reinhold Messner in 1986 voor het eerst alle ‘achtduizenders’ beklom (hij was in 1970 aan zijn project begonnen), is het bedwingen van de veertien bergreuzen nog altijd dé topprestatie die alle grote alpinisten op hun cv willen bijschrijven. In de 33 jaar na Messners prestatie zijn zo’n veertig bergbeklimmers in zijn voetsporen getreden en zijn talloze andere bij het najagen van dit sportieve doel omgekomen. De meeste alpinisten hebben tientallen jaren nodig om hun project te voltooien; de huidige recordhouder, de legendarische Poolse alpinist Jerzy Kukuczka, deed zeven jaar, elf maanden en veertien dagen over het beklimmen van alle ‘achtduizenders’.

Hoewel al langer wordt gesproken over het idee om de veertien pieken binnen één jaar te bedwingen, had tot nu toe geen enkele topklimmer die uitdaging serieus in overweging genomen. Zo’n prestatie zou een revolutie in het betrekkelijk stabiele en commerciële wereldje van het hooggebergte-alpinisme betekenen. Maar nu lijkt het erop dat Nims dat wapenfeit in oktober kan volbrengen. Hoe opmerkelijk die prestatie ook zou zijn, ze zou bij alpinisten van de oude garde wel tot de nodige opgetrokken wenkbrauwen leiden, want Nims’ theatrale stijl en onverbloemde (volgens sommigen zelfs roekeloze) manier waarop hij zichzelf presenteert, stuit niet bij alle topklimmers op bewondering.

Toen Messner en degenen die in zijn voetsporen traden de ‘Achtduizender-Club’ oprichtten, benadrukten ze daarbij dat de wijze waarop deze bergen beklommen moesten worden niet minder belangrijk was dan het bereiken van de top. Ze waren tegen het gebruik van zuurstofflessen en het van tevoren door sherpa’s laten aanbrengen van vaste veiligheidstouwen of het aanvoeren van voorraden. Ook meenden ze dat klimmers routes zouden moeten uitkiezen die technische uitdagingen met zich mee zouden brengen en zo mogelijk geheel nieuwe klimroutes zouden moeten zoeken. En als het wapenfeit eenmaal was volbracht, werd het als niet erg kies gezien om er in de media al te veel mee te koop te lopen.

Nims daarentegen maakt zonder omwegen gebruik van alle mogelijke moderne hulpmiddelen. Hij stuurt een team van sherpa’s met zuurstofflessen vooruit om hem in de hogere kampen op te vangen en in zijn posts op Instagram presenteert hij een Hollywood-versie van de Himalaya-bergsport, met een stortvloed aan beelden van spectaculaire sneeuwstormen, reddingsacties en voorbij zoevende helikopters. Hij heeft ook geen last van valse bescheidenheid. Zo postte hij kort vóór zijn beklimming van de Everest de volgende klaroenstoot:

“(...) Ik heb jullie de beklimming van de drie gevaarlijkste en minst beklommen bergen ter wereld gepresenteerd, en dat binnen drie weken tijd en met inbegrip van twee ongeplande reddingsmissies in de ‘doodszone’ (...). Nu presenteer ik de beklimming van de Everest, de Lhotse en de Makalu – in drie dagen tijd. Ik zal proberen mijn eigen wereldrecords te breken. Wat zeggen jullie dáárvan?”

Maar ondanks al zijn bravoure lijkt het erop dat Nims zijn enorme stunt tot een goed einde zal brengen. Tot nu toe heeft hij zijn belofte met zes belangrijke beklimmingen waar weten te maken, het respect afgedwongen van de sherpa’s met wie hij samenwerkt en een enthousiaste schare volgelingen opgebouwd, vooral onder Aziatische bergbeklimmers, die nu in grotere aantallen dan ooit naar de Himalaya afreizen.

Vanuit zijn basiskamp nam Nims eerder deze maand de top van de Annapurna in ogenschouw. Nadat hij de zes Nepalese ‘achtduizenders’ op zijn lijstje had afgewerkt, richtte hij zich op de K2 en de Nanga Parbat in Pakistan, respectievelijk de op één na hoogste en op acht na hoogste berg ter wereld.

Foto van @nimsdai Project Possible

“Hij windt er geen doekjes om en verontschuldigt zich nergens voor – soms zegt hij iets zonder erbij na te denken,” zegt de Canadese alpinist Don Bowie, die Nims leerde kennen tijdens een beklimming van de Annapurna, de eerste achtduizender die de Nepalees dit jaar bedwong. “Maar hij is ook erg opgewekt en ontwapenend vriendelijk,” voegt Bowie eraan toe. “Hij straalt een voortdurend en aanstekelijk enthousiasme uit, waarmee hij iedereen om zich heen energie geeft. Het is niet moeilijk om deze zeldzame vorm van authenticiteit te bewonderen.”

Een episch voorjaar

Zo’n twaalf uur voordat Nims vanuit het basiskamp van de Everest naar de top van de berg vertrok, nodigde mij in zijn werktent uit voor een kop koffie. “Hoe gaat het?” vroeg hij informeel, waarna hij er ongevraagd aan toevoegde: “Ik voel me goed, man.”

Met zijn 1,70 meter is hij korter dan je op basis van zijn heldhaftige aanwezigheid op de sociale media zou verwachten en hij spreekt Engels met een accent dat riekt naar de arbeidersklasse, met veel ‘mates’, ‘brothers’ en ‘buds’. Hij zag er relaxed uit, hoewel op de achtergrond een filmteam in de weer was met laptops en camera’s. “Het spectaculairste van het project zijn tot nu toe de reddingsacties geweest,” vertelde hij. “Dat was niet gepland. Maar afgezien daarvan, mate, gaat het allemaal prima. Het redden van mensen op 8450 meter hoogte is heel wat moeilijker dan bergbeklimmen.”

Het drietal beklimmingen dat Nims kort voor onze ontmoeting had afgewerkt – van de Annapurna, de Dhaulagiri en de Kanchenjunga – zouden onder bijna alle omstandigheden echte wapenfeiten in een lange carrière zijn geweest. En de omstandigheden waaronder Nims die prestaties volbracht, waren verre van ideaal. Neem de beklimming van de Annapurna, waar bergklimmer Wui Kin Chin, een arts uit Maleisië, vermist raakte op de dag dat Nims naar de top klom: “We kwamen zo rond tien uur ’s avonds terug in het basiskamp. Omdat we naar de top waren geklommen, wachtten een paar vrienden ons natuurlijk op. We kregen whisky en we dronken tot half vier in de ochtend. Rond zes uur arriveerde de helikopter en krijgen we te horen dat de arts nog leefde. Dus riep ik mijn team bijeen (...) en we werden aan een touw in Kamp 3 gedropt. Vandaaruit doe je er normaliter meer dan zestien uur over, maar wij deden het in vier uur tijd.” Dokter Chin werd geëvacueerd en naar Kathmandu en vervolgens naar Singapore overgebracht, waar hij enkele dagen later overleed.

Van de Annapurna vloog Nims per helikopter naar de Dhaulagiri, die vanwege het slechte weer nóg uitdagender was om te beklimmen. “We bereikten de top van de Dhaulagiri rond half zeven ’s avonds, in enkele van de slechtste omstandigheden die ik ooit heb meegemaakt. Dat was zwaar.” Nims en zijn team van vier andere Nepalese klimmers daalden in het donker af naar het basiskamp, vanwaaruit ze de volgende ochtend met een helikopter naar Kathmandu werden gevlogen.

“We brachten één nacht in Kathmandu door en dat was niet erg rustgevend, want er waren ontzettend veel vrienden die een biertje met mij wilden drinken,” zegt Nims met een knipoog. “De volgende dag gingen we naar de Kanchenjunga.” Voor de beklimming van de Kanchenjunga besloten Nims en een van zijn belangrijkste klimpartners, Mingma David Sherpa, om in één enkele poging vanuit het basiskamp direct naar de top te klimmen. Ze vertrokken om één uur ’s middags en bereikten de top van de berg de volgende ochtend om elf uur. Onderweg hadden ze een tweede sherpa ter ondersteuning opgepikt: Gesman Tamang. Tijdens de afdaling stuitten ze op een uitgeputte Indiase klimmer, Biplab Baidya, en zijn gids Dawa Sherpa, die op een hoogte van 8450 meter door hun zuurstofflessen heen waren geraakt. Ze gaven de mannen twee van hun reserve-cilinders en begonnen ze te helpen bij het afdalen. Maar even later kwamen ze een tweede Indiase klimmer tegen: Kuntal Karar, die eveneens zonder zuurstof was komen te zitten en was achtergelaten. Nims gaf hem zijn eigen zuurstofcilinder.

“We hebben een miljoen keer om hulp gevraagd, mate… We vroegen om een reddingsactie, om versterking, maar ze bleven maar zeggen dat ze mensen zouden sturen. Rond zeven uur ’s avonds was het donker, maar wij zagen geen enkele helmlamp de berg op komen,” vertelt hij. Kort nadat de zuurstof die Karar van Nims had gekregen, was opgebruikt, overleed de Indiër. Het team hielp Baidya verder met het afdalen totdat twee van Nims klimpartners, Mingma David en Gesman, een voor een tekenen van milde hoogteziekte en hersenoedeem begonnen te vertonen en het team gedwongen was om sneller af te dalen.

Baidya overleed uiteindelijk op minder dan tweehonderd hoogtemeters van Kamp 4, waar die nacht tientallen mensen bivakkeerden. Een week na het voorval voelde Nims nog steeds de frustratie over wat er was gebeurd. “Mensen noemen zichzelf experts op het gebied van het hooggebergte of soloklimmers en zo meer, mate. Maar niemand stak een hand uit (...). Het meest trieste was nog dat ze maar bleven liegen en zeiden dat ze drie mensen naar ons zouden toesturen. Zulke onjuiste informatie doorgeven... dat is nogal wat.”

Ondanks de fatale gebeurtenis beschouwde Nims voorvallen als die op de Kanchenjunga als een bevestiging van zijn eigen klimstijl. “Als ik niet met zuurstof zou klimmen, had ik hen helemaal niet kunnen helpen,” zei hij.

Tijdens zijn afdaling van de Mount Everest en op weg naar de beklimming van de naburige Lhotse fotografeerde Nims de opstopping van klimmers op de beroemde Hillary-treden. Hij postte deze foto op Instagram, met het commentaar: “Op 22 mei bereikte ik om half zes ’s ochtends de top van de Everest en om kwart voor vier ’s middags de top van de Lhotse, en dat ondanks de grote aantallen mensen (zo’n 320 mensen).”

Foto van @NIMSDAI PROJECT POSSIBLE

Door kracht en list

Er is een goede reden dat Nims nog maar amper bekend is in het wereldje van topalpinisten: tot dit jaar was hij beroepssoldaat in dienst van de Britse regering, als lid van de beroemde Gurkha-brigade, waar hij diende in de elite-eenheid Special Boat Service (SBS). Hij is dan ook meer te beschouwen als soldaat dan als bergbeklimmer, en nadat we koffie in het Everest-basiskamp hadden gedronken, nodigde hij me die avond opnieuw in zijn tent uit om bij het avondeten over zijn militaire carrière te praten.

“Ik ben geboren in Nepal, groeide op bij de Gurkha’s en werd een man in de SBS,” vertelde hij terwijl hij opgewekt een biertje voor me inschonk. Hij dronk zelf niets, omdat hij snel zou vertrekken voor zijn achtereenvolgende beklimmingen van de Everest en de Lhotse – ongeveer zeven uur later.

Nims nam op zijn achttiende dienst bij de Gurkha’s. Dit overblijfsel uit de koloniale tijd is nu een brigade die bestaat uit Nepalese soldaten in dienst van het Britse leger. Met een eerbiedwaardige geschiedenis van honderd jaar aan gevechtsoperaties in de hele wereld en een pensioen en verzekeringen waarvoor de Britse overheid garant staat, is de Ghurka-brigade een populaire keuze onder ambitieuze jongemannen uit Nepal en de selectie is zeer streng. Na zes jaar bij de Gurkha’s wist Nims de nog veel zwaardere training van een halfjaar voor de SBS te volbrengen. De SBS is de commando-eenheid van de Britse marine en heeft als motto: ‘By Strength and Guile’ – ‘Door kracht en list’. “Net als de Navy Seals?” vroeg ik. “Nee, mate, net als Seal Team Six,” antwoordde Nims.

In weerwil van zijn open en opgewekte karakter wilde hij maar weinig kwijt over zijn tijd bij de eenheid. “Ik deed bij de Gurkha’s mee aan een paar operaties, in commando-eenheden – dat is allemaal verleden tijd, maar ik mag er niet over praten (...), niet over de commandotroepen en over het werk,” zei hij. Toen ik hem vroeg in welke landen hij dienst had gedaan, antwoordde hij: “Laten we zeggen dat we in gevoelige gebieden werden ingezet, daar laat ik het bij.”

“Het belangrijkste dat ik bij de commando’s heb geleerd, was het besluitvormingsproces en ook de bereidheid om nooit op te geven,” zei Nims. “Je moet daarvoor een bepaalde instelling hebben. Ik noem het een positieve instelling.”

Van soldaat tot klimmer

Het was met dezelfde toewijding dat Nims de grootste sprong in zijn loopbaan maakte: hij nam ontslag uit het leger en begon aan een professionele carrière als bergbeklimmer. “Ik had zestien jaar in het Britse leger gediend en had nog maar zes jaar te gaan voordat ik m’n volledige pensioen zou krijgen, zo’n 500.000 pond (...). Maar ik werk nooit voor geld,” vertelde hij me. “Vanwege mijn baan kon ik niet klimmen, want het was een te hoog risico. Dus heb ik mijn pensioen opgeofferd en ontslag genomen om dit te kunnen doen.”

Nims noemde zijn ‘achtduizender’-project ‘Project Possible’, en nadat zijn aanvankelijke sponsor afhaakte, stortte hij zich in januari op het werven van fondsen. “Ik begon e-mails te sturen naar iedereen die ik kende en binnen tien weken had ik 250.000 dollar bij elkaar, maar het was een enorm avontuur. Het was het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan.” Het geld was net genoeg voor het beklimmen van de zes Nepalese pieken boven de achtduizend meter. Voor de tweede fase in Pakistan, die op 7 juni 2019 zou beginnen, had Nims nog 300.000 dollar nodig. “Ik heb tien dagen de tijd om de beslissing te nemen,” zei hij.

Dat ‘Project Possible’ met geldproblemen kampt, is misschien geen verrassing. Een topsporter heeft doorgaans jaren nodig om relaties op te bouwen en een sponsor tot het ophoesten van enkele honderdduizenden dollars te bewegen, en Nims is nog maar een half jaar bezig. En zelfs als de financiering wonderbaarlijk genoeg beschikbaar zou komen, dan nog is dat geen garantie dat hij de vijf Pakistaanse reuzen – waaronder de K2 en de Nanga Parbat, respectievelijk de op één na hoogste en op acht na hoogste bergen ter wereld – zal bedwingen en zijn project zal voltooien.

Wolkenflarden hangen rond de toppen van drie van de veertien ‘achtduizenders’ op aarde: de Mount Everest (in het midden), de Lhotse (rechts) en de Makalu (uiterst rechts). De Italiaanse klimmer Reinhold Messner was de eerste die alle achtduizenders beklom. Zo’n veertig alpinisten hebben hem dat nagedaan en meerdere klimmers zijn omgekomen in hun poging om dit ook voor elkaar te krijgen.

Foto van Alamy

Maar terwijl hij nog een biertje voor me inschonk, besefte ik dat Nims los van de successen en mislukkingen al één ding heeft bewezen: dat hij een unieke persoonlijkheid heeft. Hij is misschien geen Ueli Steck, de recent actieve flegmatische Zwitserse speed-klimmer die in 2017 verongelukte – maar als commerciële gidsbedrijven dan toch cliënten met twijfelachtige klimkwaliteiten een achtduizender laten beklimmen, dan kan er maar beter een Nims in de buurt zijn die tijdens een storm touwen repareert, een paar zieke mensen naar beneden begeleidt en dan een goed feest in het basiskamp geeft voordat hij per helikopter de ondergaande zon tegemoet vliegt.

Nims’ positieve instelling laat geen ruimte voor twijfel: “Ik heb hiervoor een tweede hypotheek op mijn huis genomen, ik heb er mijn baan voor opgezegd, ik heb alle risico’s genomen die je maar kunt bedenken. En als het niet lukt, dan zeg ik: ‘Nims, je hebt het geprobeerd en honderd procent gegeven. En dat is wat je in je leven kunt doen (...). En daar kan ik dan gewoon heel tevreden mee zijn, mate.”

Noot van de redactie: journalist Freddie Wilkinson bericht momenteel vanuit het Everest-basiskamp in Nepal en de omgeving ervan. Bekijk nog meer van zijn reportages over het klimseizoen van 2019. Dit artikel kwam mede tot stand met steun van de National Geographic Society, een organisatie zonder winstoogmerk.

Dit artikel werd oorspronkelijk op 24 mei 2019 in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer