Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de Steiermark.
Of ik in wonderen geloof? Vandaag wél. Net op het moment dat ik in een piepklein bergkerkje op één knie buig om mijn veters te strikken, valt de ochtendzon door het glas-in-loodraam. Plotseling zwem ik in een golf van paars, blauw, rood, oranje schijnsel, hoogstpersoonlijk ingestraald voor mijn ontdekkingstocht door het Ausseerland in de Oostenrijkse deelstaat Steiermark. Vandaag is mijn geluksdag.
Wandelen naar heilig wijwater
Ik begin de reis met een wandeling langs zes meren die als kommen in het landschap verzonken liggen, op het hoogste merenplateau van Centraal-Europa: de 1650 meter hoge Tauplitzalm. De 6-seen-Wanderung duurt op papier zo’n vijf tot zes uur, maar door de vele rustmomentjes die ik inlas, loop ik meteen achter op schema. Zonder op de tijd te letten loop ik langs de oevers van de Krallersee, Großsee, Märchensee en Tauplitzsee en bewonder ik de naakte pieken boven de beboste flanken: het Totes Gebirge.
Bij het vijfde meer, de Steiersee, spring ik direct het water in. Heldergroen, maar ijskoud, en omdat zelfs bovennatuurlijke krachten daar geen weerstand tegen bieden, klauter ik snel de kant weer op. Bij de Trawenghütte warm ik mijn handen op boven de soepketel, en krijg ik van de huttenwaard heilig wijwater toegediend: zelfgemaakte schnaps. Misschien overbodig: aan het zesde meer, de Schwarzensee, kom ik niet meer toe.
Grundlsee: het grootste meer van de Steiermark
De volgende morgen stap ik, zo’n duizend hoogtemeters lager, aan boord van de MS Rudolf. Samen met een groep bruiloftsgasten glijd ik in de 120 jaar oude passagiersboot over de Grundlsee, het grootste meer van de Steiermark. Zij aan zij leunen we tegen de reling en staren we naar het leven langs de oevers: de botenhuizen, de kerktorens, de eindeloze oprijlanen, een kasteeltje. Alles trekt in slow motion aan ons voorbij.
Wie zich ook weer laat zien: het Totes Gebirge. Als een gigantische scheidingswand houdt het gebergte de horizon gevangen en werpt het bij het dorpje Gössl, waar ik van boord ga, de 180 meter hoge Gösslerwand op. Aan de voet van de intimiderende klif wandel ik door de bossen naar het laatste meer.
Op zoek naar goud uit de nazitijd
Van de mysterieuze Toplitzsee tussen de beboste rotsen wordt gezegd dat er nazigoud op de bodem ligt. Verschillende expedities moesten de oorlogsschatten naar de oppervlakte brengen, maar goud werd nooit gevonden. Wat wel boven water kwam? Bommen, raketten en kisten vol valse Britse bankbiljetten die de Duitsers wilden gebruiken om de Britse economie te ontwrichten.
Goud of niet, bezoekers komen nog altijd naar het Toplitzmeer om zich in een Indiana Jones-achtig scenario te wanen. Ook ik loop waakzamer dan gebruikelijk langs de oevers, klauterend over boomwortels en rotsblokken, mijn ogen op het wateroppervlak gevestigd. Wanneer de rotsen steiler worden en ik uiteindelijk niet meer verder kan, kies ik eieren voor mijn geld. Vandaag mag dan mijn geluksdag zijn, ik ga niet als miljonair naar huis.
Volgende week reist digital nomad Dirk Wijnand de Jong door naar Schladming-Dachstein. In het wintersportgebied leert hij hoe je het snelst naar beneden komt als er geen sneeuw ligt.














