Wetenschap

Het belang van vaccinatie

Hoe kun je honderdduizenden jonge levens redden? Door kinderen in arme landen de vaccins toe te dienen die in rijke landen heel gewoon zijn. dinsdag, 14 november 2017

Door Cynthia Gorney
Foto's Van William Daniels

Ga maar eens naar dat kind toe, zegt Samir Saha. Gewoon even bij haar zitten. Haar broertje en zusje zijn vast ook thuis, hun leven is evengoed blijvend veranderd. “Daarom is het vaccin zo belangrijk”, zegt Saha. “We willen het liefst dat dit helemaal niet meer voorkomt. Dat dit andere kinderen bespaard blijft.

Het is nog maar net licht in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, en Saha zit met een bedrukt gemoed achter in zijn auto. Een chauffeur loodst de Toyota behendig door een lawaaiige chaos van deeltaxi’s, riksja’s, motorfietsen, vrachtwagens en overbeladen stadsbussen waar de passagiers uitpuilen. “We hebben haar leven kunnen redden maar verder…” Hij maakt zijn zin niet af. “Enfin, je ziet het vanzelf, dan begrijp je het wel.”

Saha is een microbioloog die internationaal bekend is door zijn onderzoek naar de pneumokokkenbacterie. Zijn laboratorium zit weggestopt in een uithoek van het grootste kinderziekenhuis van Bangladesh, het Dhaka Shishu. Even verderop in de gang zijn open zalen met rijen vol bedden, die tijdens het bezoekuur worden omringd door zorgzame familieleden.

In het lab zitten mannen en vrouwen hele dagen met hun neus boven op de pneumokokkenkweekjes. Streptococcus pneumoniae is alomtegenwoordig in de moderne wereld; ze verspreiden zich makkelijk via niezen of vluchtig lichamelijk contact, en bij mensen met een gezond immuunsysteem kunnen ze weinig kwaad. Maar bij een zwakke afweer hebben pneumokokken vrij spel en kunnen ze levensgevaarlijke infectieziekten veroorzaken. Vooral kleine kinderen zijn kwetsbaar, zeker als ze op plekken wonen waar geen antibiotica en goede gezondheidszorg voorhanden zijn.

Voordat begin deze eeuw in de westerse wereld het effectieve kindervaccin op de markt kwam, stierven wereldwijd jaarlijks zo’n achthonderdduizend kinderen aan pneumokokkenziekten. Dat zijn ruim driekwart miljoen baby’s en kinderen onder de vijf jaar, die niet overleden door epidemieën die het wereldnieuws halen, zoals ebola of zika, maar aan een heel gewone bacterie die kan leiden tot een gemene longontsteking, hersenvliesontsteking of een fatale bloedvergiftiging. En verreweg de meeste doden vallen in arme landen als Bangladesh.

Sinds 2015 kunnen ook in Bangladesh kinderen tegen pneumokokken worden ingeënt, en het onderzoeksteam van Saha houdt nauwkeurig de effecten daarvan bij. Blijkt de vaccinatie aan te slaan, dan daalt niet alleen de kindersterfte, maar ook het aantal niet-dodelijke ziektegevallen. En dat betekent: minder benauwde lippen, en minder pijn op de borst, minder hoesten en blauwe lippen, en minder werkverzuim van ouders die eigenlijk geen dag inkomen kunnen missen. Kortom: minder ellende, blijven Saha en zijn collega’s benadrukken.

Als westerling zou je immers kunnen denken dat het grootste probleem rond vaccinatie tegenwoordig is dat er kritische ouders zijn die moeten worden overtuigd van de noodzaak hun kinderen te laten inenten. Daar moet je zeker bij stilstaan, maar de internationale initiatieven om kinderen in ontwikkelingslanden met nieuwe vaccins te laten inenten, zijn veel belangrijker. Daarmee immers kunnen de hartverscheurende taferelen worden voorkomen die Saha elke dag in zijn ziekenhuis te zien krijgt.

Deze tekst bevat enkele fragmenten uit de oorspronkelijke reportage. Het hele verhaal kunt u lezen in het novembernummer.

Lees meer