Alpinisten trotseerden ‘zone des doods’ op achtduizender

Lees meer over een van de meest gewaagde expedities in de geschiedenis van het alpinisme, zoals vastgelegd in de documentaire 14 Peaks.

Door Nirmal Purja
Gepubliceerd 19 jan. 2022 16:18 CET
Bergbeklimmer Nims Purja en zijn team beklommen onlangs de veertien hoogste bergen ter wereld, waaronder twee ...

Bergbeklimmer Nims Purja en zijn team beklommen onlangs de veertien hoogste bergen ter wereld, waaronder twee in het Gasherbrummassief tussen China en Pakistan, waar deze foto werd genomen.

Foto door Haider Ali, Getty Images

Vóór 2019 stond het record voor de snelste achtereenvolgende beklimming van alle veertien ‘achtduizenders’ op aarde – bergen die hoger zijn dan achtduizend meter – op naam van alpinisten die dit wapenfeit in iets minder dan acht jaar hadden volbracht.

De Nepalese bergbeklimmer Nirmal ‘Nims’ Purja deed het in een halfjaar en zes dagen. Zijn nieuwe boek over deze prestatie, die van april tot oktober 2019 in beslag nam, draagt de titel Beyond Possible: One Man, 14 Peaks and the Mountaineering Achievement of a Lifetime (‘Voorbij het mogelijke: één man, veertien bergen en de klimprestatie van een leven’). In het boek is de alpinist zeer open over de financiële, fysieke en emotionele worstelingen waarmee hij tijdens zijn gewaagde onderneming werd geconfronteerd.

Nims Purja krijgt een sjaal omgehangen tijdens de aankomst van zijn volledig uit Nepalezen bestaande team op het Tribhuwan International Airport in de Nepalese hoofdstad Kathmandu in januari 2021.

Foto door Niranjan Shrestha, AP Photo

Zijn plan om alle veertien achtduizenders te beklimmen, dat hij ‘Project Possible 14/7’ noemde, werd afgewerkt in drie afzonderlijke fases. In april en mei 2019 beklom hij zes bergen in NepalIndia en China: de Annapurna, de Dhaulagiri, de Kanchenjunga, de Mount Everest, de Lhotse en de Makalu. In juli 2019 bedwong hij in Pakistan vijf andere bergen die tot in de gevreesde ‘zone des doods’ oprijzen, daar waar het zuurstofgehalte te laag is om menselijk leven mogelijk te maken: de Nanga Parbat, de Gasherbrum I en II (GI en GII), de K2 en de Broad Peak.

Lees ook: Waarom duizenden mensen elk jaar de berg Fuji beklimmen

In dit uittreksel uit zijn boek gaat het over zijn beklimming van de GI. Nadat hij de vijf Pakistaanse bergen had bedwongen, begon hij aan de laatste etappe van zijn epische onderneming, waarin hij de resterende achtduizenders beklom: de Cho Oyu, op de grens van China en Nepal, de Manaslu in Nepal en de Shishapangma in Tibet, China.

‘Beyond possible’

Het was een race tegen de klok, want het klimseizoen liep ten einde.

De reis van de Nanga Parbat naar de stad Skardu en vervolgens naar het gemeenschappelijke basiskamp voor beklimmingen van de GI en GII zou volgens de planning acht dagen in beslag nemen. Omdat de route zich door gebied slingerde waar naar verluidt Taliban-strijders patrouilleerden, was het van groot belang om alert te blijven totdat we het Karakoram-gebergte hadden bereikt. Om zo onopvallend mogelijk te reizen sloegen we ons kamp ver van de bekende berghutten langs de route op.

We hadden geen tijd om uit te rusten. De eerste etappe van de reis legden we zonder onderbreking in 24 uur af, waarbij het hele team en al onze uitrusting in een minibusje waren gestouwd. Toen we vanwege vallend gesteente op de weg niet verder dreigden te komen, laadden we onze rugzakken en klimuitrusting uit en brachten ze over naar een busje aan de andere kant van de versperring.

(Hoe een Nepalese bergbeklimmer stormenderhand de wereld van het alpinisme veroverde.)

We huurden dragers en pakezels om het grootste deel van onze uitrusting over het resterende deel van de route te vervoeren. Ik verzocht om het aantal dragers en pakezels te verdubbelen, zodat we onze bestemming in drie dagen konden bereiken, maar dat verzoek werd niet ingewilligd. Toen we de volgende ochtend op het punt stonden vanuit Askole – het gebruikelijke vertrekpunt voor expedities door de Karakoram – op te breken, arriveerde de drager met hetzelfde aantal pakezels en bezwoer ons dat een groter aantal zinloos was.

Op de eerste avond van onze tocht moesten we vier à vijf uur in ons kamp wachten om de dragers de gelegenheid te geven ons in te halen. Hetzelfde gebeurde de volgende avond. Op de derde avond raakte ik geïrriteerd en had er genoeg van. ‘Weet je, jullie werken té gemakkelijk in jullie comfortzone. We moeten sneller gaan.’

Lees ook: Deze vrouw beklimt bergen om jonge meisjes een toekomst te geven

Ik overlegde met mijn team: Mingma, Geljen, Gesman en de anderen. ‘Als we onze klimuitrusting zelf zouden meedragen, zouden we veel sneller vooruitkomen. Is dat oké?’

Iedereen ging akkoord. We vetrokken om vier uur ’s ochtends uit het kamp en arriveerden om vijf uur ’s middags aan de voet van de GI, wat betekent dat we in dertien uur een kleine 55 kilometer hadden afgelegd terwijl we ruim boven de 35 kilo per persoon met ons meedroegen. We waren allemaal uitgeput, maar mentaal sterk.

Ondanks de enorme inspanning die nodig was geweest om hier te komen, voelde ik me klaar voor de volgende etappe van de missie en had er alle vertrouwen in dat we de komende uitdagingen zouden overwinnen. Tegelijkertijd was ik me bewust van de taak die ons te wachten stond.

(We beklommen de Everest om het grootste raadsel van de berg te ontcijferen.)

Toen we ons eenmaal in het basiskamp hadden geïnstalleerd, merkte ik dat er een storm op komst was. Maar ik maakte me niet veel zorgen, want mijn team had de middelen om elk gevaar het hoofd te bieden. Per slot van rekening is klimmen op grote hoogte evenzeer een psychisch spel als een fysieke onderneming. ‘Je hebt het onder controle, Nims. Dit zijn de omstandigheden waarin je op je best bent,’ hield ik mezelf voor.

Het licht van de zomerzon valt op het dorp Askole in het Karakoramgebergte. Nims en zijn team kwamen hier in juli 2019 doorheen op weg naar GI.

Foto door Punnawit Suwuttananun, Getty Images

Uiteraard is een overdaad aan zelfvertrouwen een gevaarlijk uitgangspunt; het kan leiden tot slordigheden en onachtzaamheid. Maar ook aarzelingen zijn gevaarlijk, want ze doen je te veel nadenken terwijl je meer in een ‘flow’ zou moeten klimmen. Voor een beklimming stelde ik mijn standaardmodus dus ergens in het midden in: niet te angstig maar ook niet te relaxed. Maar altijd was het mijn doel om ambitieus te zijn: telkens wanneer ik aan een beklimming begin, doe ik dat met honderd procent inzet.

Ik wist dat de natuur niet maalt om reputatie, leeftijd, sekse of achtergrond. Het enige wat ik kon doen, was mezelf in de juiste frame of mind te plaatsen. Dat zou me in staat stellen om de uitdagingen die ons daarboven te wachten stonden, aan te gaan. Op elke berg moest ik mijzelf veranderen in een solide kracht, die door alle obstakels heen kon breken. Het werd tijd om te gaan.

De klim

De Amerikaanse auteur Mark Twain schreef ooit dat als het iemands werk was om een kikker op te eten, hij dat het best meteen ’s ochtends kon doen. En als het werk inhield dat hij twee kikkers moest opeten, dan was het verstandig om de grotere kikker het eerst te verorberen. Met andere woorden: zorg dat je de moeilijkste klussen het eerst afwerkt.

Terwijl we in het basiskamp wachtten, stelden we ons strijdplan op. De GII was duidelijk de kleinere kikker en we waren van plan om deze berg in een relatief rustig tempo te beklimmen, waarbij we tijdens de klim in enkele van de lagere kampen konden uitrusten. Maar de GI was de grotere, moeilijker test, dus wilde ik die samen met Mingma en Geljen als eerste bedwingen – het liefst in één beklimming.

Het werk was afmattend. Niemand had van tevoren aanvullende zuurstof voor ons gedropt, dus moesten we zuurstofflessen, onze volledige berg- en klimuitrusting en voorraden meezeulen. Toen we na twee dagen rust op pad gingen, duurde het niet lang voordat we erachter kwamen dat we nog moe waren van onze lange reis vanaf de Nanga Parbat. We liepen door een smal, met ijsspleten bezaaid dal op de lagere flank van de berg en merkten dat ons energieniveau zienderogen afnam. Gelukkig konden we via vast aangebrachte touwen helemaal naar boven klimmen, zodat ik goede hoop had de GI in een redelijk snel tempo te kunnen bedwingen.

Eerder had ik de top van de Makalu bereikt, de op vier na hoogste berg op aarde, en dat was achttien uur nadat we de Everest en de Lhotse hadden beklommen en gedurende vier à vijf dagen nauwelijks hadden geslapen. Onder dezelfde omstandigheden hadden we de Kanchenjunga beklommen, de op twee na hoogste berg ter wereld. Ik ging er dus vanuit dat we in staat waren om de top van de Gasherbrum I, met een hoogte van 8080 meter, in één beklimming via de noordwestflank te bereiken. Volgens mijn berekeningen zouden we daar rond het middaguur moeten aankomen.

Lees ook: Waarom Australië het beklimmen van dit beroemde natuurfenomeen verbiedt

Een van de uitdagingen op deze beklimming was de zogenaamde ‘Japanse Couloir’ [een couloir is een steile en smalle kloof tussen twee rotsformaties in], die grensde aan een kam met een hellingsgraad van zeventig procent. Als we de Japanse Couloir eenmaal waren gepasseerd, konden we langzaam naar de top lopen, waarbij we in het laatste gedeelte een traverse over een steile helling moesten passeren. Het was een verdomd lastige klus en het kostte ons meer tijd dan we hadden verwacht. Tegen de tijd dat we de Japanse Couloir hadden beklommen en Kamp 3 bereikten, was de zon al onder. We konden niet verder en hadden een nieuw strijdplan nodig.

(Volgens China en Nepal is de Everest zestig centimeter hoger.)

Het zou zelfmoord zijn om in het donker verder te klimmen. We wisten niet zeker waar de top was, er waren in geen velden of wegen routemarkeringen te zien en zelfs met onze GPS-technologie zouden we bij het uitstippelen van de route omhoog gemakkelijk gedesoriënteerd kunnen raken. Een tragedie was voorstelbaar: een van ons zou verward kunnen raken en in een spleet of van een klip kunnen vallen.

Gasherbrum I, ook wel de ‘Verborgen top’ genoemd, is met zijn 8080 meter de op tien na hoogste berg ter wereld.

Foto door Galen Rowell, Mountain Light/Alamy Stock Photo
Levens Everestbeklimmers door toeval gered

Het belangrijkste probleem was nu het gebrek aan uitrusting. Aangezien we van plan waren geweest om de berg in één beklimming te bedwingen en daar niet in waren geslaagd, voelden we ons nu kwetsbaar. Om de expeditie op tijd af te ronden moesten we in Kamp 3 blijven, waar we tenminste een oude, kapotte tent hadden waarin we konden schuilen. Eenmaal onderdak konden we een paar uurtjes slapen en daarna in de ochtend opbreken om naar de top te trekken.

Maar omdat we afgezien van de zuurstofflessen vrij weinig uitrusting hadden meegenomen, hadden we te weinig eten voor alle teamleden. Om warm te blijven hadden we alleen maar onze klimpakken en één slaapzak.

Het enige respijt van de bijtende kou bestond erin om samen te hokken, zodat we dankzij onze lichaamstemperatuur de dalende temperaturen konden trotseren. Om drie uur ’s nachts was het inmiddels te koud om te slapen, dus pepten we onszelf op om aan de tocht naar de top te beginnen. We hadden anderhalf uur nodig om onze spullen bij elkaar te rapen. We waren uitgeput.

De klim naar de top verliep wanhopig traag. We trokken zonder touwen over de helling en verkeerden in voortdurende verwarring over de route die we in het vale ochtendgloren moesten volgen. Bevond de piek zich nu links of rechts van ons? Ik wist het niet, maar ik moest zeker weten of we wel in de goede richting liepen. Ik kende te veel horrorverhalen over klimmers die een top hadden beklommen en bij terugkeer in het basiskamp kregen te horen dat ze de verkeerde piek hadden bereikt.

Bij elke stap dreigde ik door uitputting overmand te worden en ik wilde niet ten prooi vallen aan een navigatiefout. Met een walkietalkie riep ik het basiskamp op en werd doorverbonden met een alpinist die deze piek een paar weken eerder had beklommen.

Op zijn aanwijzingen vonden we onze weg naar de top, vanwaar we de GII en Broad Peak in de verte konden zien liggen. Met z’n drieën strompelden we uitgeput over een vlijmscherpe kam die voor ons het omkeerpunt markeerde terwijl de GI ongenaakbaar op ons neerkeek. Dit was een uitdagende berg, en ondanks mijn belofte om komende beproevingen neutraal aan te gaan, had ik de GI enigszins onderschat.

Zelfvertrouwen en twijfel

Het panorama dat zich vanaf het dak van de wereld ontvouwt, daar waar de natuur schitterend en gewelddadig tegelijk is, is magnifiek. Ik herinner me dat ik samen met mijn vriend Pasang Sherpa voor het eerst op de top van de Everest stond. Ik had juist een gevaarlijke worsteling met longoedeem als gevolg van hoogteziekte achter de rug,  een aandoening met een sterftepercentage van vijftig procent. Mijn vingers en tenen leken in de metaalharde kou op het punt te staan te knappen. Maar de eerste zonnestralen tussen de pieken door veranderden alles. De energie van de Everest verschoof van donker naar licht, van dood naar leven, en ik wist dat ik het zou halen.

Toen een groot deel van de Himalaya zich op de top van de GI voor mij ontvouwde, had dat dezelfde uitwerking op mij. Ons geworstel leek nu ver weg, behoorde tot een ander leven, nu de bergtoppen voor ons glinsterden en de wolken eromheen langzaam in het zonlicht oplosten. Een nieuwe dag was aangebroken en alles zou goed komen. Maar toen trok de zwaartekracht me uit mijn comfortzone.

Zodra we aan onze afdaling waren begonnen, sloeg de angst toe. Als ik naar beneden keek, leek de bodem op me af te komen en herinnerde ik me flarden van mijn val op de Nanga Parbat. Zonder zekeringstouw voelde ik me plotseling kwetsbaar en in gevaar. Nerveus zag ik hoe Geljen en Mingma hun ijsbijlen in de helling sloegen en langzaam achterwaarts naar beneden klommen, alsof ze aan een doordeweekse afdaling waren begonnen

Maar was dit een gewone afdaling? Dat wist ik niet zeker. Mijn knieën knikten, de adrenaline jaagde door mijn aderen en voor het eerst tijdens deze missie vreesde ik voor m’n leven. De zelftwijfel trof me als een bom. Ik zou hier gemakkelijk kunnen uitglijden. Zou ik omkomen? We waren niet gezekerd. Waarom had ik geen zekeringstouw meegenomen?

Lees ook: Nieuwe reconstructie van Ötzi’s laatste, wanhopige klim

Al deze gevoelens schokten me, maar ik was kwetsbaar omdat ik een van mijn belangrijkste regels was vergeten: ik had deze berg onderschat. Dat besef kwam aan als een klap in het gezicht. Ik draaide me om, trapte mijn stijgijzers in het ijs en begon traag, met kloppend hart en stapje voor stapje, naar beneden te klimmen.

Toen we eenmaal een vlakker stuk helling hadden bereikt, voelde ik me meer op m’n gemak en liep vol zelfvertrouwen naar Kamp 3, in de overtuiging dat mijn verlies aan zekerheid tijdelijk was geweest.

Ik dacht aan de groten van de sport op wie ik zo dol was: ware sporthelden tonen zich in de manier waarop ze weer opstaan nadat ze zijn gevallen of verslagen. Mohammed Ali was talloze keren tegen het canvas geslagen voordat hij zijn grote zeges behaalde. Usain Bolt had valste starts gemaakt of was in minder belangrijke races verslagen voordat hij zijn Olympische medailles veroverde. Ik moest mijn val op de Nanga Parbat, een week eerder, als een soortgelijk voorval van minder belang beschouwen. Een verontrustend voorval, maar met de nodige tijd en inspanningen zou ik het achter me kunnen laten, vooral als ik de Gurkha-mentaliteit in mijzelf zou kunnen oproepen. Maar eerst moest ik mezelf eens goed afkloppen en weer de oude worden.

De reddingsactie

Terwijl we afdaalden richting Kamp 2, kwam er op mijn satelliettelefoon een bericht binnen van een andere expeditie. ‘In Kamp 2 is een klimmer, Mathias genaamd, die niet verder kan. Kunnen jullie hem oppikken en meenemen naar beneden?’

Het was rond drie uur ‘s middags, we waren er bijna, dus er was geen reden om niet te helpen. Toen we Mathias hadden gevonden, wachtten we met zijn drieën geduldig terwijl hij zijn spullen pakte. Er gingen vijf minuten voorbij. Toen tien. Mathias liet weten dat hij ‘bijna’ klaar was, dus Geljen ging alvast door naar het volgende kamp, in de veronderstelling dat we ons niet lang daarna weer bij hem zouden voegen. Een kwartier later waren we weer op pad. Ik had het ijskoud en was uitgeput, en het oponthoud kwam ons duur te staan.

(Hoe reddingsteams klimmers redden op de hoogste bergen op aarde.)

Uit het niets kwam een systeem met slecht weer opzetten. Binnen enkele minuten waren we omhuld door een wolk die een deken van sneeuw over ons uitstortte. We hadden nauwelijks zicht en te midden van alle verwarring hoorde ik een schreeuw. Het was Mingma! Hij was in een onzichtbare spleet gezakt. Ik kroop behoedzaam naar hem toe om niet zelf in een andere bedekte scheur te verdwijnen en vreesde intussen het ergste.

Maar toen ik naar beneden keek, zag ik Mingma naar me opkijken. Door puur geluk was zijn rugzak achter een richel van de spleet blijven hangen, waardoor hij op zijn plek werd gehouden. Na een voorzichtig worsteling kon Mingma zijn armen bevrijden. Hij hield zich aan het ijs beet terwijl wij hem optilden en in veiligheid brachten. Dat waren inmiddels twee bijna-doodervaringen die hij had overleefd, in evenveel bergen.

Met mijn val op Nanga Parbat en nu het ongeluk van Mingma op Gasherbrum, leek het erop alsof de berggoden het op ons voorzien hadden. En als Mingma in een verborgen spleet kon verdwijnen, zou het dan wel goed gaan met Geljen? Door de wolken zou hij geen goed zicht hebben op Kamp 1. Daardoor zou hij de lijn kunnen loslaten en in de berg kunnen verdwijnen.

Lees ook: Exclusief: Deze klimmer maakte de grootste soloklim dit jaar – en het is niet Alex Honnold

Ik haalde mijn radio tevoorschijn en probeerde hem te bereiken, maar er kwam geen antwoord. Vervolgens hoorde ik een zwak piepje en geruis uit mijn rugzak komen. Geljen had zijn telefoon bij ons achtergelaten!

Ik nam even de tijd om de situatie te overzien. We konden niet omhoog; de route was in mist gehuld. Afdalen was geen betere optie, omdat we door de zware sneeuwval niets konden zien.

In eerste instantie probeerden we met onze ijsbijlen een gat in de sneeuwlaag te graven. Als we enige beschutting konden creëren tegen de steeds harder wordende wind en aantrekkende sneeuwstorm, zouden we misschien warm kunnen blijven door dicht tegen elkaar aan te kruipen. Maar hoe hard we ook hakten, er was onvoldoende ruimte om allemaal in te schuilen. Ik wist dat we mogelijk zouden sterven als we daar nog langer zouden blijven. Het was tijd voor een nog riskantere actie.

‘We moeten weer terug naar Kamp 2,’ zei ik.

Ik keek naar Mathias. ‘Is er in jouw tent daar genoeg ruimte voor ons?’

Hij knikte. Zo hadden we in ieder geval een kans om het te overleven, maar het was riskant. De ervaring met Mingma had laten zien hoe gemakkelijk we in een spleet konden vallen. We klommen voorzichtig terug naar boven naar Kamp 2. Om de zoveel tijd had ik radiocontact met de expedities beneden, in de hoop dat Geljen Kamp 1 had weten te bereiken. Maar niemand had hem gezien.

Ik vreesde het ergste. Pas toen we boven de wolk waren, buiten bereik van de ijskoude sneeuwvlagen, en ons in een klein tweepersoonstentje hadden geperst, voelde ik me veilig. Toen kwam er geruis en gepiep uit mijn radio.

‘Nimsdai! Ik ben terug!’ Het was Geljen.

Hij was ongedeerd en had een radio van een andere klimmer geleend. We konden even opgelucht ademhalen.

Deze aangepaste passage is afkomstig uit het door National Geographic uitgegeven boek Beyond Possible: One Man, 14 Peaks and the Mountaineering Achievement of a Lifetime. Er is ook een versie met ingekorte hoofdstukken, illustraties en lessen voor jonge en beginnende klimmers is: Beyond Possible: Young Readers Edition (voor kinderen vanaf 10 jaar).

Nims Purja is geboren in Nepal en was net als zijn vader en drie oudere broers Gurkha in het Britse leger. Daarna werd hij militair in de Special Boat Service (SBS), een elite-eenheid van de Britse marine. Nims was pas zeven jaar bergbeklimmer toen hij aan Project Possible 14/7 begon. Hij woont inmiddels met zijn vrouw in het Engelse Hampshire.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in het Engels op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Reizen
Nepalese bergbeklimmers bereiken voor het eerst ’s winters de top van K2
Reizen
Wat doet de COVID-19-uitbraak met het Everest-basiskamp?
Reizen
Deze skiër maakte een ‘onmogelijke’ solo-afdaling van K2
Reizen
Befaamde Zwitserse klimmer overleden tijdens beklimming van de Mount Everest
Reizen
Twee klimmers gaan terug naar de Everest om de top te snapchatten

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.