Reizen

Waarom duizenden mensen elk jaar de berg Fuji beklimmen

De klim naar de top van de berg Fuji is nog altijd een van Japans meest heilige tradities.vrijdag 8 februari 2019

Door Gulnaz Khan
Foto's Van David Guttenfelder
Van juni tot augustus beklimmen naar schatting vierhonderdduizend mensen de berg Fuji.

Elke zomer komen duizenden mensen op de hellingen van de berg Fuji bijeen voor een beklimming richting de hemel, richting de sterren. Vanuit de verte kan de kracht van deze berg, die gedurende millennia van uitbarstingen tot perfecte symmetrie is gebeeldhouwd, gemakkelijk over het hoofd worden gezien. De beroemde kegel is het gevolg van drie reusachtige uitbarstingen, en van dichtbij is de Fuji een geblakerde zee van vulkanische as. Elke voetstap is een herinnering aan de wetenschap dat onder deze verstilde schoonheid een vernietigende kracht schuilgaat en dat de mens ondanks al zijn technologische voortuitgang respect moet blijven tonen voor de krachten van de natuur.

bekijk galerij

Met een hoogte van 3776 meter, en opgebouwd in een periode van miljoenen jaren, is de Fuji de hoogste berg van Japan. Culturen in de hele wereld en door de hele geschiedenis heen hebben de heiligheid van bergen erkend: de Olympus, de Kailash, de Sinaï, de Popocatépetl, de Arafat... In oude tijden werd de Fuji beschouwd als een huis van goden. Tegenwoordig is hij nog altijd een nationaal symbool.

“De Fuji is niet alleen een natuurfenomeen geweest, maar ook een spirituele plek en een bron van moed, voor alle Japanners gedurende hun hele geschiedenis,” zeiYasuhiro Nakasone, ex-premier van Japan, eens.

Het is bijna onmogelijk om de reikwijdte en de culturele betekenis van de Fuji te omschrijven. De berg is door dichters en kunstenaars bezongen als het ultieme symbool van perfectie, aanbeden als woonstede van goden, gevreesd als een plek voor de doden en beklommen door zielen op zoek naar verheffing. Het beeld van de berg is gebruikt als propaganda en, bijna tot vervelens toe, gereproduceerd. Hele religies zijn op zijn hellingen geboren.

“Je loopt in dicht opeengepakte rijen mensen,” zegt Guttenfelder. “Je kunt de berg helemaal niet zien; het enige wat je ziet, zijn de schoenen vóór je... Ik vond het niet interessant om het vanuit de verte te fotograferen, ik vond het interessant om op die berg te zijn en de mensen daar te fotograferen en dat alles te ervaren.”
Waarom duizenden mensen elk jaar de berg Fuji beklimmen

Hoewel de eeuwen het verhaal van de Fuji talloze malen hebben herschreven, vertoont de berg nog altijd de overblijfselen van vorige levens terwijl hij tegelijkertijd het moderne Japan weerspiegelt.

Zij die in de bergen buigen

Historisch gezien werd de berg Fuji van grote afstand aanbeden, gevreesd en vereerd. Hij zou de woonstede van kamiof geesten zijn, die de macht hadden om elementen als vuur en water te beheersen. De vroegste rituelen rond de berg waren gericht op het tevreden stellen van vuurgeesten, om bosbranden te voorkomen. Seizoensgebonden riten werden ook in de herfst en het voorjaar uitgevoerd om de voor het leven zo belangrijke waterstromen vanaf de top gaande te houden.

Vóór de zesde eeuw n.Chr. betuigden de Japanners vanaf een veilige afstand eer aan de Fuji. De berg zelf werd beschouwd té heilig om door stervelingen te worden betreden, maar de komst van het boeddhismenaar Japan veranderde de relatie tussen de Japanners en de natuur grondig. Bergen werden nu gezien als ideale oorden om te mediteren, de eenzaamheid op te zoeken en aan ascese te doen. In de loop van de tijd namen de rituelen rond de Fuji meer de vorm van zelfbezinning aan en werd de beklimming van de berg tot een aanbidding.

Op weg naar de top trekt een bergwandelaar over geblakerd terrein van vulkanische as.
Klimmers steken af tegen de achtergrond van de in mist gehulde flanken van de berg Fuji.
Waarom duizenden mensen elk jaar de berg Fuji beklimmen

In de achtste eeuw n.Chr. ontstonden nieuwe ‘bergreligies’ waarin elementen uit het boeddhisme, het taoïsme en het shintoïsme werden gecombineerd en de bedevaart naar de berg als een weg naar verlichting werd aangemoedigd. Deze gelovigen meenden dat men tijdens een beklimming de grens tussen het wereldlijke en sacrale kon overschrijden en het sacrale vervolgens mee terug kon brengen, naar de wereld beneden. (Bekijk de Japanse kunst van het schilderen met één streek)

“De gewijde plekken op de bergen zijn woonsteden van goden en onsterfelijken,” aldus het twaalfde-eeuwse geschrift Shozan engi. “Zij die deze plekken betreden en deze rivieren oversteken, moeten beseffen dat elke druppel water, elke boom op deze bergen, een medicijn voor onsterfelijkheid is, zelfs al lijden zij onder een zwaar verleden van wandaden.”

De fysieke inspanning van de klim diende als een vorm van genoegdoening, en het proces van het beklimmen werd als belangrijker gezien dan het bereiken van de top. Beoefenaars van Shugen-dō, een van deze vroege bergreligies, werden yamabushigenoemd, oftewel ‘zij die in de bergen buigen.’ Ze geloofden dat zij door de daad van het klimmen gezegend zouden worden met spirituele krachten om kwade geesten af te weren.

“De extase die op de top van een berg werd ervaren, zou alle pijn en existentiële zorgen wegnemen en leiden tot een bewustzijn van een andere bestaansorde, die de pelgrims mee terug konden nemen naar het alledaagse leven,” schreef historicus Allan Grapard in het tijdschrift History of Religions. “Het is algemeen bekend dat pelgrims die van geheiligde plekken terugkeerden, met veel ontzag werden benaderd: de gewone man groette hen met respect, bood hen offerandes aan en probeerde hen zelfs aan te raken.”

Ook in de zestiende-eeuwse Fujikō-sekte, die sterk was beïnvloed door de Shugen-dō en het boeddhisme, geloofde men dat de Fuji een levend wezen met een ziel was en benadrukte men de massale bedevaart naar de berg. “Deze berg werd geboren uit de eenwording tussen Hemel en Aarde; hij is de bron van yin en yang,” schreef de grondlegger van de Fujikō-sekte, Kakugyō. Hij beweerde dat hij door het uitvoeren van een lange reeks rituelen één was geworden met de berg.

Niet afgeschrikt door het slechte weer, trekken klimmers langzaam naar de top terwijl anderen aan de afdaling beginnen.

Maar de Japanse bergreligies kregen een zware tegenslag te verwerken toen de Shugen-dō en het boeddhisme gedurende de Meiji-periode(1868–1912) werden verboden in een poging om het land onder het shintoïsme te verenigen. Veel van de heilige schrijnen en tempels op de Fuji werden geplunderd, waarbij historische bronnen van onschatbare waarde verloren gingen. Pas na de Tweede Wereldoorlog, in 1945, werd de godsdienstvrijheid ingevoerd, en hoewel er vandaag de dag nog altijd groepjes Shugen-dō- en Fujikō-gelovigen bestaan, hebben deze religies hun voormalige invloed nooit herwonnen.

Van sacraal naar seculier

Van juni tot augustus klauteren meer dan vierhonderdduizend mensen de berg Fuji op, zwoegend in de duisternis vóór zonsopgang. De grond verdwijnt onder de wolken en terwijl de top door de zon met doorschijnend licht wordt verguld, ligt er een eerbiedige stilte over de hellingen. Het Japans kent zelfs een apart woord voor de zonsopgang op deze berg: goraiko.

Mensen beginnen in de vroege ochtend aan hun klim naar de top van de Fuji. “Je kijkt om en ziet duizenden mensen zigzaggend de berg op lopen, allemaal met hoofdlampen op,” zegt Guttenfelder. “Het ziet eruit als een bedevaart, het lijkt alsof iedereen een lampion met zich meedraagt.”

Tegenwoordig beklimmen veel mensen de Fuji voor hun eigen plezier, in plaats van om de berg te aanbidden, maar de klim heeft nog altijd iets gewijds.

“Het heeft een geschiedenis van spirituele bedevaart, en in de Japanse samenleving heeft de berg die plek nog steeds,” zegt fotograaf David Guttenfelder, die de Fuji in 2018 beklom. “Op een heldere dag kun je hem vanaf elke plek in Tokio zien. Hij rijst boven de hele stad uit. En hij is van groot spiritueel en historisch belang.”

Het hedendaagse beeld van de Fuji herinnert amper nog aan wat de bergasceten van weleer aanbaden, maar ook dit eigentijdse beeld is een weerspiegeling van het moderne Japan. In plaats van een eenzaam avontuur is de klim uitgegroeid tot een gedeelde ervaring, een ritueel van saamhorigheid. De herinnering aan de diepe eerbied voor de berg klinkt door in de vele shintoïstische en boeddhistische heiligdommen op de hellingen, en nog altijd wordt de grens tussen het wereldlijke en sacrale door torii-poorten aangegeven.

Op het Yoshida-pad is een klimmer gehuld in een isolatiedeken.

Je zou kunnen zeggen dat de huidige beklimmingen van de Fuji een vorm van bedevaart naar de geschiedenis zijn, waarin eerbied voor een gemeenschappelijk erfgoed en voor het behoud ervan wordt uitgedrukt door een samenleving die zich onstuitbaar verder ontwikkelt. (Lees ook over 15 onvergetelijke wandelroutes)

“Voor mij ging het om het culturele idee dat een bergbeklimming een pijnlijke, zware, eenzame en persoonlijke ervaring is – om de top te bereiken en in je eentje van dat moment van genoegdoening en zelfbezinning te genieten. Dat alles heeft helemaal niets te maken met de manier waarop de Japanners over het beklimmen van de Fuji denken,” zegt Guttenfelder. “Iets in je eentje doen, vooral in een ruimte die beperkt is en die je met anderen moet delen, wordt eigenlijk als iets hoogmoedigs gezien. Dus zij doen het gezamenlijk en zorgen voor elkaar.”

Het bekijken van de zonsopkomst op de berg Fuji is nog altijd een eerbiedwaardige traditie.
Waarom duizenden mensen elk jaar de berg Fuji beklimmen
Guttenfelder herinnert zich de eerste keer dat hij de Fuji beklom. “Toen de zon opkwam, hieven duizenden mensen de handen ten hemel en maakten dat typisch Japanse gebaar. Banzai! Banzai! Banzai! Driemaal juichten ze om de opkomende zon te begroeten,” vertelt hij. “Dat was zeer ontroerend.”

Doorgaans beginnen bezoekers hun beklimming halverwege de ochtend van de eerste dag en klimmen dan zes tot acht uur lang, totdat ze bij het vallen van de avond de berghutten bereiken. “Je klimt in een compacte rij van volstrekte vreemdelingen en iedereen wordt voor de nacht in een hut gepropt,” zegt Guttenfelder. “Je wordt om één uur ’s nachts gewekt (...) en dat mondt uit in de laatste klim naar de top en dat is echt een prachtig moment.”

Guttenfelder herinnert zich de eerste keer dat hij de klim ondernam, in 2013. Honderden mensen zaten op de berg bij elkaar en begroetten met geheven handen de opkomende zon. “De spreekzang galmde over de top van de berg,” vertelt hij. “Mensen werden heel emotioneel – en ik ook.”

De laatste grote uitbarsting van de Fuji vond plaats in 1707, maar geologen beschouwen de berg nog altijd als actief, terwijl de Japanse regering rampenplannen voor de omgeving blijft opstellen. Een nieuwe uitbarsting zou het leven van miljoenen mensenontwrichten en voorgoed verandering brengen in een landschap dat in zoveel kunstwerken is vereeuwigd.

Het is onduidelijk wat de toekomst voor de berg Fuji in petto heeft, maar de geschiedenis leert dat zijn rol in de Japanse cultuur veranderlijk maar onuitwisbaar is. De berg is keer op keer herboren en onder zijn as liggen ontelbare levens begraven. Aan zijn voet is de ene na de andere generatie geboren en weer ondergegaan, maar in schril contrast tot onze sterfelijkheid weerstaat deze berg de tand des tijds – als een alomtegenwoordige, tijdloze en oneindige aanwezigheid.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees ook: Ode aan de wandeling: 15 onvergetelijke wandelroutes

Bekijk ook: Piekervaringen: 30x de beste bergavonturen

LEES VERDER

Japan

Japan

De ultieme bergervaringen van free solo-klimmer Alex Honnold

<strong><em>Ook als je een van de gevaarlijkste rotswanden ter wereld beklimt zonder enige zekering, stop je weleens om te genieten van het uitzicht. Een kijkje in het uitzonderlijke leven van free solo-klimmer Alex Honnold.</em></strong>

Ode aan de wandeling: 15 onvergetelijke wandelroutes

<strong>Of je nu houdt van een schilderachtig ommetje of kiest voor een uitdagende klim: deze 15 routes brengen je op onvergetelijke plekken.</strong>