Al eeuwenlang is de Einhornhöhle (‘Eenhoorngrot’) in de Duitse Harz een trekpleister voor liefhebbers van mysteries uit het verleden. In de Middeleeuwen werd de grot een belangrijke ‘groeve’ voor slagtanden van mammoeten, tanden van holenberen en andere resten van prehistorische dieren. De onbekende skeletten die er werden aangetroffen, werden toegeschreven aan mythische wezens: mogelijk draken of eenhoorns. In gemalen vorm en vermengd met wat goud- en zilverpoeder, werden de mysterieuze beenderen beschouwd als een wondermiddel tegen alle mogelijke aandoeningen en plagen, van impotentie tot de pest.
Maar in recenter tijden, op een warme zomermiddag in 2019, zat archeozoöloog Gabriele Russo voor de ingang van de grot een ander mysterieus object uit een ver verleden te bewonderen.
Het stukje bot ter grootte van een schaakstuk was aan één zijde bewerkt met een tiental diep ingekerfde, schuin oplopende lijnen. Russo, verbonden aan de Eberhard Karls Universität Tübingen en gespecialiseerd in het identificeren van prehistorische dieren aan de hand van hun skeletten, herkende het botje meteen als het tweede middenvoetsbeen van een groot hoefdier. Maar toen hij het botje nader onderzocht, zag hij iets vreemds: de kerven in het bot leken helemaal niet op de typische slachtsporen die prehistorische mensen zouden hebben achtergelaten als ze het bot hadden ontbeend of ontmergd. Deze kerven leken doelbewust in het bot te zijn gesneden, als een abstract patroon of decoratie.
Toen de leiders van de opgravingen in de Eenhoorngrot, de archeologen Thomas Terberger van de Georg-August-Universität Göttingen en Dirk Leder van het Niedersächsisches Landesambt für Denkmalpflege, het bewerkte middenvoetsbeen zagen, waren ze weliswaar onder de indruk, maar niet verrast. Sinds 2014 is bij opgravingen in en rond de grot een schat aan werktuigen en voorwerpen gevonden die door moderne mensen en hun voorlopers, de Neanderthalers, werden vervaardigd en gebruikt. De archeologen gingen ervan uit dat het botje een decoratie was die door een mens uit de IJstijd en niet door een Neanderthaler was bewerkt, een veronderstelling die ongetwijfeld bevestigd zou worden door de koolstofdatering van het middenvoetsbeen in het laboratorium.
Maar de datering viel heel anders uit dan de experts hadden verwacht.
In een studie die afgelopen dinsdag in het tijdschrift Nature Ecology and Evolution is verschenen, heeft een internationaal team van onderzoekers dat resultaat en de consequenties ervan nu beschreven: het ingekerfde botje is minstens 51.000 jaar oud, wat betekent dat het op z’n minst duizend jaar vroeger werd vervaardigd dan het moment waarop de moderne mens in het bewuste gebied zou zijn gearriveerd. (Aangenomen wordt dat Homo sapiens pas tussen de 45.000 en 50.000 jaar geleden tot in Midden-Europa doordrong.)
De auteurs van het nieuwe onderzoek stellen dat het botje alleen maar door Neanderthalers kan zijn bewerkt. Daarmee zou het voor het eerst zijn dat een voorbeeld van ‘symbolische expressie’ (of misschien zelfs kunst) bij Neanderthalers op directe wijze is gedateerd. De ontdekking is voor de onderzoekers aanleiding om vraagtekens te zetten bij de aloude veronderstelling dat de Neanderthalers niet in staat waren tot creativiteit of abstract denken.
“We zien hier een idee, een voorgenomen motief dat je in je hoofd hebt en dat je in realiteit omzet,” zegt Terberger, verwijzend naar het lijnenpatroon op het botje. “Het is het begin van een vorm van cultuur, van abstract denken en de geboorte van kunst.”
Is het kunst?
Iedereen die weleens in een discussie over abstracte schilderkunst verzeild is geraakt, weet dat de definitie van het begrip ‘kunst’ afhangt van de manier waarop we naar iets kijken. Voor veel mensen gaat het om een duidelijk modern idee, om iets wat een symbolische betekenis voor de maker en zijn publiek heeft en om die reden wordt gewaardeerd. Maar de definitie van kunst verschilt van cultuur tot cultuur en kan zelfs binnen één eeuw grondig veranderen.
Dat maakt het ook zo lastig om te achterhalen wat de Neanderthaler-kunstenaar wilde bereiken met het bewerken van dit stukje bot. “Tegenwoordig spreken we meestal over kunst in visuele en esthetische zin, maar we weten niet of het ook bij de Neanderthalers om die aspecten ging,” zegt Amy Chase, een paleoantropologe van de Memorial University of Newfoundland die niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken. “Het is erg lastig om vanuit onze moderne concepten een etiket te plakken op iets wat 50.000 jaar geleden werd gemaakt.”
Daarentegen is de omschrijving ‘symbolische expressie’ eenvoudiger te definiëren en bestaat er onder experts ook meer overeenstemming over. De Neanderthaler die lang geleden het botje in de Einhornhöhle bewerkte, maakte daarbij bewuste keuzes – van de diersoort van het botje tot de oriëntatie van de kerven, die schuin naar boven lopen als je het botje op zijn afgeplatte, stabiele kant zet en zo een soort chevron vormen. Met die keuzes moet hij duidelijk een bedoeling hebben gehad. ‘Het is een eerste stap in de richting van kunst,” zegt Terberger. “Als je complexe ontwerpen en symbolen probeert over te brengen, bevind je je al op de grens van wat wij kunst zouden noemen – of ben je al met kunst bezig.”
Doelbewuste creatie
Geloofwaardige aanwijzingen voor zoiets als ‘Neanderthaler-kunst’ – zelfs als het om eenvoudige krabbels gaat – zijn uiterst zeldzaam. Daardoor waren onderzoekers er lange tijd van overtuigd dat onze verre verwanten hetzij niet bijster geïnteresseerd waren in symbolische of decoratieve uitingen of daartoe nooit in staat zijn geweest.
De paar aanwijzingen die er zijn – geometrische motieven op de wand van een grot in Spanje, adelaarsklauwen die naast Neanderthalers in Kroatië werden begraven – zijn niet op directe wijze gedateerd. Dat wil zeggen dat archeologen de ouderdom van deze voorwerpen hebben bepaald aan de hand van botten die in de buurt zijn gevonden of met behulp van chemische analyses van grotwanden, waardoor er altijd twijfel over de werkelijke ouderdom van deze voorwerpen blijft bestaan.
Terwijl er dankzij de directe koolstofdatering van het ingekerfde stukje bot ditmaal niet wordt getwijfeld aan de ouderdom ervan, proberen onderzoekers de kerven na te bootsen om uit te zoeken of ze niet op toevallige wijze tijdens het slachten van het hoefdier zijn ontstaan of gewoon gedachteloos door een verveelde Neanderthaler bij het kampvuur zijn gemaakt.
Het botje is afkomstig van een reuzenhert (Megaloceros giganteus), een kolos met een schofthoogte van meer dan twee meter en een gewicht van een kleine auto. Resten van reuzenherten, die ongeveer zevenduizend jaar geleden uitstierven, worden ten noorden van de Alpen zelden gevonden, dus ging Leder samen met Raphael Hermann, experimenteel archeoloog aan de universiteit Göttingen, aan de slag met verse koeienbotten (die nog het meest op die van het reuzenhert lijken) en replica’s van vuurstenen messen.
Na weken van experimenteren stelden ze vast dat de kerven het best nagebootst konden worden op botten die herhaalde malen waren gekookt en gedroogd. Ook concludeerden ze dat iemand voor het insnijden van elke kerf ongeveer tien minuten nodig moet hebben gehad en twee kostbare messen van vuursteen zou hebben verbruikt. “Er kwam dus heel wat doelgericht werk en overleg kijken bij het inkerven van dit patroon,” zegt Hermann.
“Als je de tijd neemt om een stuk bot met een niet-utilitair motief te bewerken, dan heb je daar een reden voor. Een of andere Neanderthaler nam de tijd om dit patroon in het middenvoetsbeen van een reuzenhert te kerven, en dat was doelbewust,” zegt Bruce Hardy, een archeoloog van het Kenyon College die niet bij het onderzoek was betrokken. “Als je daar nog andere aanwijzingen aan toevoegt, heb je een cluster van bewijzen voor symbolisch gedrag.”
Maar John Shea, archeoloog aan de Stony Brook University in New York, is het daarmee niet eens. Hij denkt dat het botje uit de Einhornhöhle kan hebben gediend als gewicht voor een vislijn, als garenspoel of als een andere vorm van handwerktuig waarvan we het bestaan na 50.000 jaar niet meer kunnen achterhalen. “Dat we de functie van het botje niet kunnen vaststellen, wil nog niet zeggen dat het om een symbolisch object gaat,” zegt Shea. “Al na een paar minuten kun je alternatieven voor een symbolische interpretatie bedenken.”
“Als mensen symbolen gebruiken, zie je die symbolen werkelijk overal opduiken,” zegt hij. “Áls Neanderthalers al symbolen gebruikten, dan deden ze dat op een heel andere manier dan wij.”
Kunstenaars of 'vaardige na-apers'?
De zaak wordt nog ingewikkelder door het feit dat Homo sapiens en Homo neanderthalensis gedurende een korte tijd dezelfde regio’s hebben bewoond. De vondsten die door onderzoekers zijn geïnterpreteerd als voorbeelden van symbolische expressie of zelfs kunst bij Neanderthalers, stammen alle uit de tijd waarin moderne mensen tot in Europa doordrongen, dus denken veel onderzoekers dat de Neanderthalers hooguit ‘vaardige na-apers’ zijn geweest, die de creatieve innovaties van de nieuwkomers – Homo sapiens – wisten na te bootsen in plaats van dat ze hun eigen kunst of symboliek creëerden.
Maar de ontdekking in de Einhornhöhle stamt uit de tijd voordat moderne mensen tot in Europa waren doorgedrongen, wat het volgens de onderzoekers tot een ‘onvervalst’ Neanderthaler-object maakt. In een begeleidend essay van paleoantropologe Silvia Bello dat eveneens in het tijdschrift Nature Ecology and Evolution is verschenen, wordt gewezen op recente genetische aanwijzingen voor een vroegere aankomst van Homo sapiens in Europa en op de mogelijkheid dat het voorwerp inderdaad, zij het zeer indirect, is beïnvloed door de aanwezigheid van moderne mensen.
Maar zelfs Terberger geeft toe dat er een brede kloof gaapt tussen de creatieve uitingen van de vroege Homo sapiens en die van de Neanderthalers. “Voor deze vroege moderne mensen vormden dit soort objecten een normaal onderdeel van hun materiële cultuur,” zegt hij. “Maar de Neanderthalers produceerden ze slechts heel af en toe. Er zijn wereldwijd duizenden vindplaatsen met sporen van Neanderthalers gevonden, terwijl er slechts op tien van deze locaties sprake is van een vorm van artistieke expressie.”
Graven in de Eenhoorngrot
De Einhornhöhle dankt zijn naam waarschijnlijk aan de zeventiende-eeuwse Duitse wetenschapper Gottfried Leibniz, die een merkwaardig ogende ‘eenhoorn’ samenstelde op basis van de schedel van een holenbeer en de slagtanden van wolharige mammoeten die in de grot waren gevonden. Het ingebeelde fabeldier werd vervolgens met de naam van de grot verbonden. In een normaal jaar worden de koele en overwelfde zalen van de Einhornhöhle, die binnen het grootste UNESCO-Geopark van Duitsland ligt, door zo’n 30.000 mensen bezocht. De plek is gebruikt voor fotoshoots, als set voor film- en tv-drama’s (waaronder de Netflix-serie Dark) en ook als decor in muziekvideo’s van ‘gothic metal’-bands.
Het meest recente onderzoek naar het prehistorische verleden van de grot begon in de jaren tachtig, toen paleontoloog Ralf Nielbock de leden van de coöperatie die eigenaar is van de grot, ertoe overhaalde om de plek als toeristische attractie voor het publiek open te stellen. Toen Nielbock in de grot looppaden voor de te verwachten bezoekers aanlegde, vond hij ongebruikelijke stenen werktuigen die hem ervan overtuigden dat de grot ooit door Neanderthalers werd bewoond, maar wegens geldgebrek kwamen deze eerste onderzoekingen in de navolgende twintig jaar stil te liggen.
In 2014 vroeg Nielbock onderzoekers van de naburige Georg-August-Universität Göttingen of ze geïnteresseerd waren in het verrichten van opgravingen in de grot. Terberger en Leder stelden een team van archeologen samen, dat zich zou richten op de oorspronkelijk ingang van de grot, die zo’n 10.000 jaar geleden was ingestort.
Vorige zomer vond Russo nog meer resten van het reuzenhert, naast beenderen van een paar edeherten en bizons. Maar tot dusver heeft het team geen directe bewijzen voor de aanwezigheid van Neanderthalers in de grot gevonden, zoals een vuurplaats of deels verbrande botten in de laag waarin ook het ingekerfde botje is ontdekt.
Vorige zomer vond Russo nog meer resten van het reuzenhert, naast beenderen van een paar edeherten en bizons. Maar tot dusver heeft het team geen directe bewijzen voor de aanwezigheid van Neanderthalers in de grot gevonden, zoals een vuurplaats of deels verbrande botten in de laag waarin ook het ingekerfde botje is ontdekt.
Een van de verklaringen daarvoor kan volgens Russo luiden dat de grot gedurende slechts een korte periode bewoond is geweest en alleen heeft gediend om het karkas van het reuzenhert op te slaan en te slachten. Maar de opgravingen bevinden zich nog in het beginstadium en de onderzoekers hebben inmiddels in de directe omgeving scherfjes houtskool gevonden, dus zouden er in de nabije toekomst resten van een vuurplaats of woonplek in de ruïnes van de ingestorte ingang gevonden kunnen worden.
Een veelheid van vondsten die tot nu toe in de Einhornhöhle zijn gedaan, waaronder dierenbotten en pollen, wijst erop dat de Neanderthalers die hier leefden tot aan de rand van het bewoonbare Europa waren doorgedrongen. Meer naar het noorden lagen onafzienbare vlakten van sneeuw en ijs, waar de winters extreem bar geweest moeten zijn. Uit de verschillende samenstellingen van de flora en fauna die op de vindplaats zijn aangetoond, blijkt dat er in deze periode sprake was van een onvoorspelbaar klimaat.
“Het was in deze periode van klimatologische turbulentie dat het ingekerfde botje is vervaardigd,” zegt Leder. “Binnen deze periode zien we echt heel abrupte ecologische veranderingen, van bosgebied tot kalere toendra, die geschikt was voor rendieren.”
“Deze Neanderthalers leefden hier aan de noordgrens van het bewoonbare Europa en kregen dus met snel veranderende ecologische omstandigheden te maken,” zegt hij. “Misschien heeft dat ze ertoe aangezet om dynamischer en creatiever te worden.”
In combinatie met andere aanwijzingen lijken de vondsten in de Einhornhöhle erop te wijzen dat Neanderthalers een geheel eigen en rijk geestelijk leven kenden.
“Het gaat om een belangrijke vondst,” zegt paleoantropologe Chase.
“Hierdoor zou ons vakgebied kunnen opschuiven van een benadering waarin vaardigheden van Neanderthalers constant worden vergeleken met die van Homo sapiens naar een benadering waarin de Neanderthalers de hoofdrol in hun eigen verhaal spelen.”
Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com