Op Wereldproefdierendag (24 april) staat het gebruik van proefdieren wereldwijd in de schijnwerpers. Toch heerst er nog veel onwetendheid over hoe vaak dierproeven worden toegepast. Uit onderzoek blijkt dat veel Nederlanders denken dat zulke methoden in Nederland tot het verleden behoren. In werkelijkheid worden er jaarlijks nog altijd een half miljoen dierproeven gedaan voor wetenschappelijk onderzoek.
Onderzoek met proefdieren in Nederland
Dierproeven zijn in Nederland streng gereguleerd. Onderzoekers mogen ze alleen uitvoeren als er geen alternatief is en moeten daarvoor een vergunning aanvragen. Ook zijn ze verplicht eerst te onderzoeken of een proef zonder dieren mogelijk is. Sommige toepassingen zijn volledig verboden, zoals experimenten op mensapen of dierproeven voor cosmetica.
Toch blijft het gebruik van dieren in veel gevallen onderdeel van het onderzoeksproces. Bij de ontwikkeling van nieuwe medicijnen zijn veiligheidstesten op zowel knaagdieren als niet-knaagdieren vaak nog verplicht voordat een middel op mensen mag worden getest.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Het inzetten van proefdieren is vastgelegd in de wet. Volgens de Wet op dierproeven is iedere instelling verplicht om de lichamelijke en sociale gezondheid van het proefdier te monitoren, maar er gelden ook regels over de grootte van het verblijf en bijvoorbeeld de aanwezigheid van speeltjes.
Overigens geldt de Wet op dierproeven niet voor alle soorten dieren. Zo zijn er geen regels voor het inzetten van ongewervelde dieren, zoals fruitvliegjes, wormen en pantoffeldiertjes.
Niet altijd effectief
Hoewel dierproeven in sommige gevallen de enige optie zijn – of zelfs verplicht – betekent dat niet dat ze ook de meest efficiënte methode zijn.
Een bekend voorbeeld is Alzheimeronderzoek, waarbij vaak muizen worden gebruikt. Omdat muizen deze ziekte van nature niet ontwikkelen, worden ze genetisch aangepast om bepaalde kenmerken na te bootsen. Daarom blijkt de vertaling naar de mens moeilijk: wat bij muizen werkt, mislukt in de overgrote meerderheid van de gevallen zodra het bij menselijke patiënten wordt getest.
Leestip: Is het mogelijk om Alzheimer al op jonge leeftijd aan te tonen?
Volgens Debby Weijers, directeur van Stichting Proefdiervrij, sluit de traditionele aanpak niet altijd goed aan op de menselijke biologie. Daardoor kan het onderzoek vertragen in plaats van versnellen. ‘We volgen nog steeds een route die eigenlijk niet meer logisch is.’
Mensgerichte modellen zijn volgens Weijers geen ‘alternatieven’ meer, maar een upgrade. ‘Deze methoden sluiten direct aan op de mens, maken complexer onderzoek mogelijk en vormen een veel logischere route.’
Welke alternatieven zijn er?
Inmiddels zijn er verschillende alternatieven voor dierproeven en worden nieuwe onderzoeksvormen ook vanuit de Nederlandse overheid gestimuleerd. Onder meer het RIVM werkt aan manieren om dierproeven te vervangen of te verminderen.
Leestip: Sociale kwetsbaarheid vergroot risico op dementie – kan AI helpen?
Zo worden bijvoorbeeld overgebleven menselijk weefsel van operaties of weefsels uit het slachthuis gebruikt om mini-organen na te bootsen, maar ook moderne technieken zoals 3D-printing, computermodellen en kunstmatige intelligentie bieden kansen.
Weijers: ‘We staan op een moment waarop we kunnen kiezen: blijven we vasthouden aan een verouderd systeem of stappen we over naar een manier van onderzoeken die toekomstbestendig is?’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!












