De uiterwaard aan de zijoever van de Waal ten oosten van Nijmegen ligt kort voorbij het punt waar de Rijn zich splitst in het Pannerdensch Kanaal en de Waal. Het prille groen toont zich in tientallen tinten, de meidoorns bloeien prachtig wit, overal hoor je vogels en in de verte staan twee gallowaykalfjes.

‘Altijd opletten,’ zegt Wouter Helmer, mijn gids op deze dag. ‘Bij kleintjes is er steevast een moeder in de buurt.’ De Millingerwaard is onderdeel van de Gelderse Poort, een natuurgebied van drieduizend hectare van Staatsbosbeheer, gelegen aan het begin van de Nederlandse rivierdelta.

Millingerwaard: nieuwe natuur

Tot begin jaren negentig was de Millingerwaard agrarisch gebied, waar koeien en schapen werden gehouden en mais verbouwd. Door tussenkomst van toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat Neelie Kroes kreeg natuurorganisatie ARK de beschikking over drie hectare grond om haar ideeën in de praktijk te brengen: het herstel van riviernatuur en het beheer met vrij rondtrekkende paarden en runderen.

ARK kreeg steun van het WNF, en in samenwerking met plaatselijke landeigenaren kon de organisatie uiteindelijk vijfhonderd hectare riviernatuur ontwikkelen. Het bleek een succes: veel dier- en plantensoorten keerden in hoog tempo terug.

Ruimte voor de rivier

Het project kwam in een stroomversnelling toen WNF, ARK, Staatsbosbeheer, Dienst Landelijk Gebied en baksteenfabrieken in 1993 een overeenkomst sloten voor de gezamenlijke ontwikkeling en het beheer van de Millingerwaard. De landbouw verhuisde naar de binnendijkse gebieden; in de uiterwaard kreeg de natuur de vrije hand. Deze aanpak kreeg een nieuwe impuls door de grote overstromingen in het rivierengebied van 1993 en 1995, toen duizenden mensen werden geëvacueerd en ook het dorp Millingen moest worden ontruimd.

Door klimaatverandering krijgen de rivieren steeds meer water af te voeren, waarbij de nieuw ontwikkelde natuur in de uiterwaarden bij hoogwater extra ruimte kan bieden. Waterveiligheid en natuurontwikkeling hebben zo een onverwacht bondgenootschap gesloten, verankerd in het in 2007 gelanceerde overheidsprogramma Ruimte voor de Rivier.

als het water stijgt komen de ooibossen onder water te staan op de bossen groeien allerlei mossen die voor hun vochtvoorziening afhankelijk zijn van de overstromingen
Jacob Kaptein
Als het water stijgt, komen de ooibossen onder water te staan. Op de bossen groeien allerlei mossen die voor hun vochtvoorziening afhankelijk zijn van de overstromingen.

Innovatief geulenstelsel

Inmiddels lopen er tientallen runderen en paarden vrij rond. De bever werd in 1994 geherintroduceerd; talloze burchten in het gebied bieden onderdak aan 25 tot dertig bevers.

In de Millingerwaard is een geulenpatroon aangelegd dat stroomafwaarts uitvloeit in de Waal en de vorm heeft van een hand. De lange nevengeul is de arm, de vingers bestaan uit vijf met kwel gevulde geulen, die zo veel mogelijk samenvallen met oude beddingen van de Waal. Als het water stijgt, kan het via dit geulenstelsel snel worden afgevoerd, waardoor de waterstand met zo’n zes centimeter zal dalen.

Vissen en snorkeltochten

Een lage dam aan het einde van de nevengeul voorkomt dat de Millingerwaard bij laagwater helemaal leegloopt. De kwelvingers bevatten zeer schoon water. Onder druk van de rivier welt het water uit de bodem omhoog. Je ziet de vissen er zwemmen en de boswachter organiseert er snorkeltochten aan het eind van de zomer.

In 25 jaar heeft de Millingerwaard zich ontpopt tot een gevarieerd en dynamisch natuurgebied waar door erosie, sedimentatie en natuurlijke begrazing het oorspronkelijke rivierlandschap is opgeleefd. De oeverwallen, rivierduinen, strandjes, ooibossen, grazige grasvelden zijn vandaag de dag het leefgebied van duizenden plantensoorten, broedvogels en zeldzame insecten.

Een muis verdreven door het wassende water heeft een tak gevonden om het vege lijf te redden De dieren zijn zo een makkelijke prooi voor meeuwen buizerds en reigers