Van verlaten gehucht naar ‘ecoparadijs’

Het platteland van Spanje loopt al tientallen jaren leeg. Maar nu beginnen er zich steeds meer idealistische communes te vestigen.

Door Myrthe Prins
Gepubliceerd 8 sep. 2022 09:26 CEST
In Prada de la Sierra, een dorpje in het noordwesten van Spanje, was er in de ...

In Prada de la Sierra, een dorpje in het noordwesten van Spanje, was er in de jaren zeventig sprake van leegloop toen de mensen naar de steden vetrokken. De laatste jaren hebben zich enkele nieuwkomers in het dorpje gevestigd en zijn enkele gebouwen gerestaureerd. Begin juni wonnen de bewoners een gerechtelijk bevel om het dorpje opnieuw te erkennen. 

Foto door Sanne Derks, National Geographic

Waar de één een afzienbare leegte ziet, ziet de ander misschien mogelijkheden. Dat was de rode draad die de Nederlandse antropologe en fotojournaliste Sanne Derks hanteerde toen zij de levens vastlegde van mensen die hun intrek hebben genomen in verlaten huizen en gehuchten op het leeglopende Spaanse platteland. 

‘Ik was bezig met een reportage over Europese burgers die initiatieven ontplooien om de klimaatverandering tegen te gaan,’ vertelt Derks. Daarbij raakte ze gefascineerd door ecodorpen, duurzame coöperatieve gemeenschappen, en die fascinatie leidde tot een breder project. 

Marta Haro López, Sara Vallejo Sarden, Mauricio Noel Strübing en Yule Argüello Navarro ontbijten in een huis dat ze bouwden in het afgelegen Matavenero, een dorpje in het noordwesten van Spanje. Duitse hippies vestigden zich in het verlaten dorpje in de jaren tachtig; nu wonen er ongeveer 50 permanente bewoners van verschillende generaties. 

Foto door Sanne Derks

In 2020 en 2021 verkende ze zeven Spaanse gehuchten die waren ‘herbevolkt’, waaronder niet alleen ecodorpen maar ook andere soorten leefgemeenschappen. Derks ontdekte dat de inwoners ervan een gemeenschappelijke kijk op de wereld hadden. ‘Ze doen het bijna allemaal vanuit de overtuiging dat de dingen in deze wereld anders aangepakt moeten worden,’ zegt Derks. ‘Ze geloven dat de stad niet langer een plek is om te wonen.’ 

Ze gaf haar fotografieproject de titel ‘Rutopia’, een combinatie van de woorden rural (wat zowel in het Spaans als het Engels ‘landelijk’ betekent) en ‘utopia’. Ze vroeg zich daarbij twee dingen af: wat brengt mensen ertoe om met hun hele hebben en houden naar een verlaten dorpje te verhuizen? En met welke uitdagingen worden ze geconfronteerd als ze er eenmaal wonen? 

Hannah Brüderer is een van de oprichtsters van de commune van Matavenero. Haar zoon en kleinkinderen wonen er nog altijd. ‘De meeste mensen blijven hier zo’n tien jaar,’ zegt zij. Een van de uitdagingen is om op zo’n afgelegen plek geld te verdienen; als de kinderen de schoolgaande leeftijd bereiken, verhuizen veel mensen naar een naburig dorp of stadje om er een stabieler inkomen en een goede school te vinden. ‘In Matavenero werken we hard, maar niet voor het geld,’ zegt zij. 

Het idee van een duurzame coöperatie bestaat natuurlijk al vele eeuwen, maar de term ‘ecodorp’ is betrekkelijk nieuw. Een van de oudste voorbeelden in Spanje is Matavenero, een afgelegen bergdorpje in de provincie León dat ruim dertig jaar geleden werd gesticht. Het verlaten dorp, dat alleen per voet bereikt kon worden, werd eind jaren tachtig herbevolkt door een groep Duitse hippies en telt tegenwoordig zo’n vijftig inwoners. Volgens het Global Ecovillage Network, een vrijwilligersorganisatie, zijn er ongeveer negentig ecodorpen in Spanje, meer dan in andere Europese landen. 

Spanje heeft dan ook iets dat de meeste andere Europese landen missen. ‘In Spanje is er veel meer ruimte dan bijvoorbeeld in Nederland of België,’ zegt Derks. ‘Bovendien heeft er sinds de jaren zeventig een enorme leegloop plaatsgevonden, van het platteland naar de steden aan de kust en naar de hoofdstad Madrid.’ Volgens de Spaanse regering woont slechts tien procent van de Spaanse bevolking op zeventig procent van het land – een fenomeen dat in het land wordt aangeduid als ‘La España vacía’, het lege Spanje. De leegloop is zó extreem geweest dat hele dorpen nu zijn veranderd in spookstadjes. 

Naast het verlangen naar een alternatieve levenswijze wordt de trek naar deze afgelegen dorpen volgens Derks ook aangespoord door de coronavirus-pandemie en door een reeks economische crises en perikelen op de woningmarkt. ‘Ze keren zich af van het kapitalisme en het consumentisme. Ze zijn op zoek naar een soort utopische mini-samenleving,’ legt ze uit. Maar Derks ontdekte ook dat dit ideaal de nodige tekortkomingen heeft. 

Felix Franco Escobar en Guillem Mateu Prat barbecueën in de bouwval in Aguinalíu waar Franco Escobar woont. Het gebouwtje, een voormalige veestal, heeft geen deuren of vensters, maar Escobar is tevreden met zijn huis. 

Barchel, een afgelegen dorpje in de provincie Valencia, was veertig jaar lang verlaten, maar zeven jaar geleden namen nieuwe bewoners er hun intrek en hebben er een commune opgezet. Ze wisselen hun dagelijkse taken af, zoals koken, het werk in de tuin en het hoeden van de geiten. Inwoners met een betaalde baan doneren dertig procent van hun inkomen aan de commune. Het geld wordt besteed aan voedsel dat ze niet zelf kunnen produceren en andere voorraden.

Ruim twintig jaar geleden kreeg Jürgen Pluindrich, die in Matavenero woont, dit huis als betaling voor drie weken werk voor een andere inwoner van het gehucht. De uit Duitsland afkomstige Pluindrich zegt dat hij hier veel beter aardt dan in de jungle van de stad. 

Alles in de groep 

Een onbetrouwbare telefoonverbinding. ’s Winters ingesneeuwd raken. Niet kunnen overleven van de oogst uit de moestuin. Voordat Derks aan haar reportage begon, verwachtte ze dat de uitdagingen op het afgelegen platteland vooral zouden bestaan uit problemen die te maken hadden met de geïsoleerdheid en de gedwongen zelfredzaamheid van een autarkisch bestaan. ‘Die kwesties spelen zeker een rol, maar toen ik een paar van deze dorpen had bezocht, besefte ik dat de meeste problemen in deze dorpen te maken hadden met interne conflicten,’ zegt ze. 

Een giftige cocktail van eigenbelang en roddel kan de gemeenschapszin binnen een commune ernstig ondermijnen. ‘Er staat een prachtige boom, maar die werpt een grote schaduw op iemands erf. Of je bent heel blij met je bessenstruik, maar als je die niet op tijd snoeit, halen de kinderen van de buren er hun benen aan open,’ zegt Derks. ‘Of stel dat jouw liefdesrelatie strandt. In een kleine gemeenschap kan dat een grote impact hebben.’ 

In het Parc natural de la Zona Volcánica de la Garrotxa, in de autonome regio Catalonië, kocht Dídac Costa zo’n zeventig hectare land, waaronder vier bouwvallen van een verlaten gehucht. (Het park omvat ook dorpen.) Hij heeft zijn geld gestoken in het renoveren van dit huis, maar het is zijn droom om een commune van milieubewuste en gelijkgezinde inwoners op te zetten.   

Zelfs in het beproefde Matavenero heerste geen perfecte harmonie. ‘Ik verwachtte dat dit dorp een succesverhaal zou zijn, omdat het al meerdere generaties bestaat,’ zegt Derks. ‘Maar de problemen daar bleken op z’n minst zo ingrijpend te zijn als in andere dorpen. In één geval heeft iemand zelfs het huis van iemand anders in brand gestoken.’ 

Communicatie lijkt het eeuwige probleem te zijn, en iemand kan vanwege een hardnekkig conflict uit de groep worden verstoten. Maar in een nog jonge gemeenschap in de provincie Girona waren er totaal geen conflicten – omdat het dorpje maar één inwoner telde. In het Parc natural de la Zona Volcánica de la Garrotxa, een idyllisch landschap van uitgedoofde vulkaankegels die met bossen zijn bedekt, ten noorden van Barcelona, bracht Derks een bezoek aan Dídac Costa. Met geld dat hij van zijn vader had geërfd, kocht hij een kleine zeventig hectare land in het park, waaronder ook meerdere ruïnes in het gehucht Ca l’Amat om er een commune op te zetten. 

Dídac Costa komt uit Barcelona en heeft vier katten, drie honden, twee ezels en 35 geiten. Los van de dieren heeft hij nog geen gelijkgezinde geesten kunnen vinden die zich kunnen aansluiten bij zijn idealistische commune, die hij de naam ‘Ecovila Amat’ heeft gegeven. ‘Wat Dídac wil, is politiek gecompliceerd,’ zegt fotografe Sanne Derks.  

‘Hij heeft één huis volledig gerenoveerd en woont er nu met zijn drie honden, vier katten, twee ezels en 35 geiten,’ zegt Derks. Maar los van de dieren heeft hij nog geen gelijkgezinde geesten kunnen vinden die zich kunnen aansluiten bij zijn commune, die hij de naam ‘Ecovila Amat’ heeft gegeven. 

‘Wat Dídac wil, is politiek ingewikkeld,’ legt Derks uit. ‘Om in de commune te worden opgenomen, moeten mensen zijn anarchistische ideeën delen. En de enige kandidaten die voldoende eco-libertair, pacifistisch en hippie-achtig zijn, zijn vaak geen mensen die het geld hebben om in de commune te investeren,’ zegt zij. ‘Dus woont hij er al jaren alleen.’ 

‘Hoe idyllisch een omgeving ook is, een groep zonder interne conflicten bestaat gewoon niet,’ zegt Derks. Het is de ‘prijs die je moet betalen als je een gemeenschap wilt beginnen die uit verschillende persoonlijkheden bestaat.’ 

Voor zijn huis in het gehucht Ca l’Amat voert Costa zijn dieren. Hij beschouwt zijn vergeefse poging om een commune op te zetten niet als een mislukking. Zoals Derks het verwoordt: ‘Ook als je je bestemming nooit bereikt, geeft die bestemming toch richting aan je leven.’ 

Maar af en toe belandde ze op plekken die behoorlijk utopisch aanvoelden. In Barchel, een geïsoleerd dorpje ten westen van Valencia, voelde Derks zich meteen thuis. Een groep jonge idealisten was daar bezig een lege boerenhoeve om te toveren in een nieuwe woning. Toen de groep er zeven jaar geleden arriveerde, stond het dorpje al veertig jaar leeg. 

‘Ze hebben er nu een enorme groentetuin – en heel veel lol samen,’ zegt Derks. ‘Ze zijn heel gemotiveerd om op basis van hun waarden een dorpje te creëren.’ In Barchel bestaan er geen hiërarchieën. De inwoners nemen bijna alle beslissingen door ze in de groep te gooien. ‘Wie gaat de geiten melken? Wie gaat er in de tuin werken? Wie maakt de lunch klaar? Wie maakt er soep? ‘Het is een permanent school- en kampeerreisje,’ zegt Derks. 

Derks realiseerde zich dat ze niet in de wieg was gelegd voor een leven in een commune. ‘Dat was misschien wel de grootste uitdaging van dit project,’ zegt zij. ‘Ik ben vóór veel van de ideeën waarop zulke communes zijn gebaseerd, zoals duurzaamheid en minimalisme,’ maar haar individualistische kant was toch te sterk. 

‘Je moet jezelf wegcijferen voor het collectieve doel om samen een duurzame toekomst op te bouwen,’ zegt zij. ‘Het is fantastisch dat ze dat doen, maar ik zou het niet kunnen. Ik zou niet het geduld hebben om elke kleine beslissing in de groep te gooien.’ 

Andrea Martín Moreno, Duende del Parke, Lalo Arracíl Coca en Miguel Martínez wonen af en toe in het dorpje Fraguas, in de regio Castilla-La Mancha. Hier nemen ze een middagpauze in de buitenkeuken voor het gemeenschapshuis. De tonnen maken deel uit van hun voorbereidingen om zich tegen een dreigende uitzetting te verweren: ze willen zich eraan vastketenen. Eind jaren zestig werden de dorpelingen van Fraguas uitgekocht om plaats te maken voor de houtkap. Later diende het gebied als militair oefenterrein en werden daarvoor meerdere gebouwen afgebroken. In de laatste tien jaar heeft een commune van dorpelingen het gehucht weer tot leven gewekt. 

Herformulering van het platteland 

Hoewel een kleine utopie in de Spaanse bergen misschien niet voor iedereen is weggelegd, gedijen veel mensen goed in zulke omgevingen. Jürgen Pluindrich uit Duitsland woont al dertig jaar in Matavenero en heeft er een kind grootgebracht. ‘Jürgen vertelde me dat hij nu niet meer te midden van het asfalt en het consumentisme van de stad zou kunnen leven,’ zegt Derks. 

In Aguinalíu, een bergdorpje in de regio Aragon, hoorde ze een soortgelijk verhaal van Guillem Mateu Prat. Hij kocht er een huisje voor duizend euro en wil dat louter met hergebruikte materialen opknappen. Hij heeft een innerlijke rust gevonden die hij in zijn vorige leven miste. ‘Hij voelde zich verloren in de stad,’ zegt Derks. 

Derks maakte ook kennis met een groep mensen die in een ecodorp waren opgegroeid. ‘Als de kinderen naar school moeten, verhuizen de ouders vaak naar een naburig dorp of stadje waar er betere voorzieningen zijn, maar als ze eenmaal zijn opgegroeid, keren veel van deze kinderen weer terug naar de commune. Ze hebben er warme herinneringen aan,’ legt Derks uit. 

Zelfs Dídac Costa, die nog altijd op zoek is naar gelijkgezinde inwoners voor zijn Ecovila Amat, ziet zijn commune-van-één niet als een mislukking. Volgens Derks denkt Costa er zo over: ‘Zelfs als je je bestemming nooit bereikt, geeft die bestemming toch richting aan je leven.’ 

Boven Fraguas breekt een nieuwe dag aan. Zo’n vijftien nieuwkomers hopen in dit gehucht een autarkische commune te beginnen en hebben de verlaten bouwvallen van het dorpje gerenoveerd. Maar de regionale regering heeft de commune bevolen de gebouwen weer af te breken of anders voor de sloopkosten op te draaien. Daarna zou het land opnieuw voor de houtkap gebruikt kunnen worden. 

Pioniersproblemen 

Derks denkt dat het waardevol is om minder belang aan bezittingen te hechten. ‘Toen ik als wandelgids in Zuid-Amerika werkte, zag ik mensen in mijn groepen die allerlei loopstokken, zeventien paar schoenen en afneembare lange broeken bij zich hadden,’ vertelt ze. ‘Ze denken dat ze al die spullen nodig hebben. Als je jezelf leert om je los te maken van dat idee, ben je in zekere zin vrijer.’ 

Felix Franco Escobar, een Paraguayaan die Derks in Aguinalíu leerde kennen, belichaamt die houding. ‘Hij is altijd in een goed humeur en helemaal content, hoewel hij vrijwel niets bezit,’ zegt zij. ‘Een meester van het minimalisme.’ Meestal tref je Escobar aan terwijl hij van zijn mate-thee slurpt. Hij woont in een oude schapenschuur van steen, zonder deuren of vensters, waar hij op een matrasloos bed slaapt. 

‘Hij werkt in de bouw, maar heeft totaal geen haast om die schuur te renoveren,’ zegt Derks. Escobar beweert dat een matras niet goed is voor je rug. ‘Ik zeg niet dat iedereen zo zou moeten leven, maar het doet je er wel bij stilstaan of je bepaalde dingen eigenlijk wel nodig hebt.’ 

In zekere zin wordt het idee van minimalisme op de spits gedreven in de kleine commune van Fraguas, een gehucht in de beboste heuvels van Guadalajara, ten noordoosten van Madrid. Volgens de regionale regering van Castilla-La Mancha mogen de inwoners daar niet wonen. Derks herinnert zich dat de fruitbomen en bessenstruiken tijdens haar bezoek aan het dorp in bloei stonden. ‘Heel idyllisch, maar er bestaat grote kans dat deze mensen worden uitgezet,’ zegt ze. 

De inwoners vinden dat ze het recht hebben het dorpje te herbevolken, maar de regionale overheid ziet dat anders. De landbezetters worden als krakers gezien, en Spanje kent een gecompliceerde geschiedenis als het gaat om de kraakbeweging, die na de dood van dictator Franco opkwam. De inwoners van Fraguas liggen al zeven jaar in de clinch met de regionale regering van Castilla-La Mancha, deels vanwege de schending van eigendomsrechten. 

Onlangs kreeg de commune van een rechter het bevel om 110.000 euro te betalen voor de sloop van de gebouwen die ze er had gebouwd, op straffe van twee jaar cel. De inwoners gaan tegen het oordeel in beroep. ‘Dat kunnen ze niet betalen, want ze hebben immers niets. Nu hangt sommigen een gevangenisstraf boven het hoofd,’ zegt Derks. ‘Dat is een hoge prijs voor een utopie.’ 

Derks denkt dat veel communes met zoveel problemen worstelen omdat de inwoners ervan echte pioniers zijn. ‘Ze experimenteren met antikapitalistische modellen, iets wat in een kapitalistische wereld totaal onmogelijk lijkt te zijn,’ zegt zij. 

Op alle plekken die Derks heeft bezocht, treft ze ideologische betrokkenheid aan, of het daarbij nu gaat om het verminderen van de ecologische voetafdruk, het leiden van een leven met minder bezittingen of het experimenteren met nieuwe politieke en economische systemen. ‘Dat is het utopische ervan, denk ik,’ zegt ze. ‘Ik begon bewondering te krijgen voor het feit dat ze zo’n doelbewuste keuze durfden te maken. Want hoe klein het ook is wat ze doen, ze doen tenminste iets.” 

Dit artikel is een aangepaste versie van een verhaal uit de Nederlandstalige National Geographic. 

De National Geographic Society wijdt zich aan het belichten en beschermen van de wonderen van onze wereld en heeft het werk van National Geographic-onderzoekster Sanne Derks ondersteund. Lees hier meer over de steun van de Society aan National Geographic-onderzoekers.

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Fotografie
Treed binnen in de Verboden Stad van China – bijna 500 jaar lang het domein van de keizer en zijn hof
Geschiedenis en Cultuur
Magellan kreeg weliswaar alle eer, maar deze man zeilde als eerste rond de wereld
Fotografie
Exclusief: 20 zeldzame foto’s van de Queen, uit de archieven van National Geographic
Fotografie
De lucht boven Bali is vol kleur en magie met de terugkeer van een populair vliegerfestival
Fotografie
Zeewier is een superfood dat je kunt oogsten. Hier lees je hoe.

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.