‘De Franse vrouwen zijn niet zo mooi als de Engelse: maar dat compenseren ze ruimschoots met een levendigheid en vrije houding, die zij universeel bezitten.’ Het zijn de woorden van Joseph Spence (1699-1768), die ze schreef aan zijn moeder tijdens zijn verblijf in de Franse stad Dijon. Hij begeleidde de negentienjarige Charles Sackville (1711-1769) in december 1730 op zijn eerste Grand Tour naar Italië. De brieven van Spence geven een bijzonder inkijkje in de reislustige wereld van de rijke Engelse jeugd, die van de zeventiende tot begin negentiende eeuw door Europa trok.
De Grand Tours van Joseph Spence
De Grand Tour was een maanden- of zelfs jarenlange reis door Europa, met als gebruikelijke eindbestemming Italië. Jongemannen (en later ook vrouwen) uit de bovenlaag van de bevolking trokken er rond hun twintigste op uit met een mentor of familielid. Zo leerden ze de politiek, economie en geschiedenis van het continent beter kennen.
Joseph Spence was zo'n mentor. Vanwege zijn bescheiden afkomst ging de Grand Tour als jongere aan hem voorbij, maar dankzij een donatie van een rijk familielid kon hij wel studeren. Hij werkte zich op tot Professor of Poetry aan de Universiteit van Oxford – een prestigieuze academische aanstelling – en begaf zich vanaf toen in de hogere kringen.
Op dertigjarige leeftijd begeleidde hij Charles Sackville, die de titel Lord Middlesex droeg, op zijn Grand Tour. Later zouden er nog twee volgen, onder meer door Nederland en Vlaanderen. Spence schreef levendige brieven naar zijn moeder over zijn reizen, die zijn gebundeld in het boek News from Abroad: Letters Written by British Travellers on the Grand Tour, 1728–71.
De eerste stop: Dijon
De reis van Spence en Sackville verliep grotendeels met een sjees, een open kar voor twee personen, voortgetrokken door een paard. Spence schrijft over de bezigheden in de kar: ze lazen gedichten en de toneelstukken van Shakespeare, studeerden samen en vielen af en toe in slaap.
Hun eerste lange stop was in Dijon, waar ze vier tot vijf maanden zouden verblijven in een groot landhuis. Spence kreeg daar zijn eigen appartement en zelfs een bediende. Frans sprak hij niet, dus hij was erg blij dat er nog een Engelse gast in het huis verbleef.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
In zijn brieven legt hij een grote nadruk op de omgeving: de wijngaarden, de uitzichten en de oude stadsmuren van Dijon, waar hij na het dooien van de sneeuw een wandeling maakte. De brieven waren immers voor zijn moeder, die dankzij zijn gedetailleerde beschrijvingen ook een beetje op reis kon.
Hij schuwt ook geen details over het vrouwelijk schoon dat hij onderweg tegenkwam. Zo had hij een goede klik met de vrouw des huizes in Dijon, met wie hij vaak lachte tot ze buikpijn hadden. Hij meende haar zelfs te kunnen verleiden, ondanks dat ze getrouwd was, ‘maar zulk een slechtheid zit niet in mijn aard,’ zo stelt hij zijn moeder gerust.
Aristocratie versus de gewone man
Uit zijn brieven blijkt ook meermaals hoe bewust Spence zich was van zijn sociale positie. Hij had geen titel, in tegenstelling tot zijn pupil, Lord Middlesex, en de mensen waar hij bij verbleef. Hij leerde en ervaarde dan ook allerlei nieuwe dingen.
‘Ik ben ook net begonnen te leren dansen, en ik geloof dat ik terug zal keren als een heer,’ schrijft hij in Dijon. Eenmaal in Lyon schrijft hij trots over zijn nieuwe kapsel en pruik, jas met zilveren knopen en chique kousen. ‘Met dit alles beschouw ik mezelf evenzeer een heer als de helft van de heren in Engeland, die dat alleen maar zijn vanwege de kleding die ze dragen.’
De Franse keuken was ook een geliefd schrijfonderwerp. Zo at hij geregeld gevogelte en asperges, die de Fransen verorberden met olie en azijn, terwijl de Engelsen het liever bij boter hielden. Ook stond er altijd een goede fles wijn op tafel en hij at voor het eerst een kikkerstoof, die hem niet erg beviel.
Carnaval in Venetië
Net als vele anderen op een Grand Tour, was de eindbestemming van Sackville en Spence Italië. Daarvoor stak hij in oktober 1731 het Franse Mont-Cenismassief over. Niet te paard, maar in een draagstoel die getild werd door sterke mannen. Zijn gewicht vereiste vier dragers, maar een ‘nogal plompe man’ kreeg acht mannen toegewezen om zijn stoel de berg over te dragen.
In februari 1732 maakte het duo het carnavalsfeest mee in Venetië, dat hen van de ene in de andere verbazing stortte. ‘Tijdens carnaval laat men zich volledig gaan, en als ik zeg dat ze half-gek zijn, is dat een bescheiden beschrijving,’ zo schrijft Spence.
Uit zijn observaties blijkt duidelijk dat carnaval een omkeringsfeest is – een moment waarop de sociale rollen worden omgedraaid. ‘(…) je botst misschien tegen een melkmeid aan, die tien tegen één een dame van de beste kwaliteit is. Er zijn grote getalen heren die zich als boeren verkleden, met klompen: en ik heb er een gezien, volledig gehuld in schapenvellen (…).’
De beklimming van de Vesuvius
Het hoogtepunt – en tevens eindpunt – van hun Grand Tour was Napels. De vulkaan Vesuvius fascineerde Spence mateloos. Iedere morgen rende hij naar het platte dak van zijn huis om naar de rookpluimen te kijken.
Zijn brief waarin hij de beklimming van de vulkaan beschrijft, leest als een avonturenroman. De tocht begon in de sjees, maar hij en Sackville moesten al snel op paarden overstappen omdat de weg te slecht werd. De laatste drie kilometer waren loodzwaar.
Hij en Sackville kregen ieder hulp van twee mannen met gordels om, waaraan ze zich vast moesten houden. Samen ploegden ze door de losse, hete kiezels, waarbij ze regelmatig tot hun knieën wegzakten. Maar het deerde hem niets, zo graag wilde hij de vulkaan beklimmen.
Eenmaal boven keek Spence recht in de vulkaan. ‘Er zijn verschillende plekken die een vuurkleur hebben, blauwig, groenig en voornamelijk gelig.’ De Italiaanse gids wist zeker dat de duivel er woonde ‘en die hoopte van harte dat alle Fransen daar ook waren,’ zo quote Spence zijn reisleider.
Na een lange terugreis arriveerde Spence in juli 1733 weer in Oxford. Zijn tweede Grand Tour bracht hem door de Lage Landen, en zijn derde en laatste reis ging wederom naar Italië. Op 20 augustus 1768 werd Spence dood gevonden in zijn tuinvijver in het Engelse Byfleet, waar hij ook begraven ligt.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Roeliene werkt als editor voor National Geographic. Daarnaast levert ze als wetenschapsjournalist bijdragen aan onder meer Quest en KIJK Magazine. Ze is dol op reizen, godsdienstgeschiedenis en een stevige wandeling.















